De domheid van de Vlaamse rechterzijde
(Nucleus, februari 2004)
"La droite la plus bête du monde", zo
noemen de Franse media de zogenaamd rechtse regering van Jacques
Chirac. Alsof het in andere landen beter zou
zijn. Ze moesten eens in Vlaanderen komen kijken.
De
nuchtere waarnemer van de overwegend rechtse Vlaamse Beweging kon
nooit een hoge dunk krijgen van haar politiek talent. De speeches
op de IJzerbedevaart stonden bol van holle retoriek (sic), zo van:
"Vlaanderen vraagt niet, Vlaanderen eist!" En wat als België de
Vlaamse eisen niet inwilligt? "Maar dónderen zal 't*!" Deze
ronkende frasen betekenden uiteindelijk niets, gewoon omdat er geen
politieke macht achter stond. Bij opeenvolgende staatshervormingen
strompelde het Vlaamse volk van vernedering naar uitverkoop. Als
José Happart laconiek en zonder stemverheffing "non" zei, dan
traden alle franstalige politici hem bij, en dan werd het non,
want zij spraken de taal van de macht.
Vlamingen zijn te dom om het vizier op de overwinning te richten.
Zij hebben andere prioriteiten. Lucht geven aan hun emootsies
bijvoorbeeld, alsof politiek een soort therapie is en geen strijd om
de zege. Of hun eeuwige zaligheid verdienen, vroeger door hun
Vlaamse eisen op aanmaning van de Belgische bisschoppen in te
slikken, nu door met multiculturele gebaren op schouderklopjes van
de linkerzijde te hopen. En alcohol natuurlijk. Bekeer Vlaanderen
tot de geheelonthoudende islam en het land is morgen onafhankelijk.
Het geld van de Vlaamse Beweging
Weinig dingen spreken zo duidelijk over de prioriteiten van mensen
als hun geldbesteding. Sommigen sissen verontwaardigd over de macht
van de joodse lobby in de VS, maar wat kan je mensen nu verwijten
dat ze hun eigen collectieve belangen behartigen? De joodse lobby
is gewoon erg professioneel (zoals ik persoonlijk heb kunnen
vaststellen tijdens een bezoek aan het hoofdkwartier van de
American-Israeli Political Affairs Committee in Washington DC)
en daardoor erg effectief. Zijn netwerk van instituten en denktanks
wordt bemand door voltijds betaalde bollebozen. Begoede joden die
aan dit werk niet zelf meedoen, leveren hun bijdrage via hun
chequeboek. Daardoor kan de joodse lobby eerlijk betalen voor de
grondigste opinieonderzoeken, de slopendste rechtszaken, de best
uitgekiende mediacampagnes, uitgevoerd door eersterangs
vakmensen.
Een
dergelijke Vlaamse lobby bestaat niet. Zeer weinig Vlamingen zien
het belang van zulke werking in, laat staan dat ze zich ervoor
zouden inzetten. En aan de financiële middelen geraken is al
helemaal utopisch. Ik heb bejaarde fondsenwervers voor de
beginnende Volksunie van destijds heroïsche verhalen horen vertellen
over hoe ze Vlaamsgezinde ondernemers moreel onder druk zetten om
een gift op te hoesten die hun "pijn deed", maar dat is duidelijk
vergane glorie. De hedendaagse Vlaming is te volgevreten om
vrijgevig te zijn, zeker voor zoiets onnozels als de goede zaak.
Voor
een concrete illustratie verwijzen we naar een scenario dat zich elk
jaar honderdvoudig herhaalt doorheen Vlaanderen. Op allerlei
hoogdagen organiseren Vlaamsgezinde verenigingen bijeenkomsten waar
elke deelnemer tientallen euro's moet neertellen. Dat geld gaat
integraal naar de zaal en de maaltijd, want niemand haalt het in
zijn hoofd om de traiteur te vragen om uit idealisme maar eens een
avond gratis te werken. De gevraagde spreker daarentegen krijgt
niets ("U begrijpt, wij zijn maar een arme vereniging"), want zijn
taak is tenslotte toch alleen om wat achtergrondgeluid te maken bij
de roomijs en de koffie. Gezien de reële meerwaarde die de
knikkebollende Vlaamse Goedzakken uit zo'n speech halen, is het
misschien zelfs maar juist om zijn financiële tegenwaarde op
ongeveer nul te begroten. Desgevraagd vindt men bovendien dat een
gratis inzet toch beter is voor de "ziel" van de Beweging, zoiets
als de eis dat de deelnemers aan de Olympische spelen amateurs
moesten zijn. De praktijk leert dat vrijwilligerswerk minder
kwaliteit oplevert en niet blijft duren, en de Olympiërs hebben hun
verbod op professionalisme al lang opgegeven omdat de beste atleten
dan wegblijven; maar de Vlamingen weten het beter.
Uit
mijn studententijd ken ik een knap intellectueel die momenteel
bedrijvig is bij een Vlaams-rechts clubje. Deze drs. X wilde zijn
onafhankelijkheid bewaren en bedankte daarom voor een baan bij de
studiedienst van het VB. Maar er was niemand anders die hem wou
betalen om voor de goede zaak te werken. In Nederland stelt de
Edmund Burke Stichting vier personeelsleden te werk (meteen voorwerp
van onderzoek in Vrij Nederland naar de Amerikaanse
geldbronnen van deze conservatieve denktank), maar hier is zelfs dat
ondenkbaar. Links in Vlaanderen heeft dergelijke eigen instituten
natuurlijk niet nodig: het heeft omvangrijke sectoren van de
universiteiten, de cultuurwereld, het uitgeverswezen en de
administratie onder controle, en kan dus zijn mensen daar benoemen
en zijn lobbywerk met belastinggeld of met bedrijfswinsten
financieren. En eens links de controle over een instelling in
handen heeft, geraakt geen enkele van rechtse opinies verdachte
kandidaat er nog binnen.
In
de Angelsaksische wereld kunnen rechtse penneridders aan de slag bij
een degelijke rechtse pers, opgericht door fatsoenlijke instituten
of door individuele miljonairs zoals Taki Theodoracopoulos,
columnist bij The Spectator en uitgever van Right Now
en The American Conservative. Maar hier is er zo niets,--
herinner u de zielige ondergang van de rechts-flamingantische bladen
Topics en Punt, zeker in contrast met de geanimeerde
en geslaagde strijd voor de redding van De Morgen. Dus zocht
onze vriend een neutrale dagjob, wetend dat die het goede werk naar
zijn schaarse vrije tijd zou verdringen. Maar hij was hoe dan ook
als rechts gebrandmerkt en misliep daardoor interessante
carrièrekansen. Ten einde raad koos hij voor een loopbaan in de
ambtenarij, waar een vaste benoeming na anoniem verbeterde examens
hem verder zou vrijwaren tegen represailles wegens foute opinies.
Intellectueel leeft hij zich nu uit in de kolommen van een blaadje
met enkele honderden gelijkgezinde lezers, en verder dan dat zal
zijn invloed nooit reiken.
Mocht er in de Vlaamse rechterzijde één functionerende grijze cel
voorradig zijn, dan zou men voor mensen als drs. X een stoel
vrijhouden aan een universiteit, in een uitgeverij of een
ministerieel kabinet. Die wereld is nu grotendeels onder controle
van links, omdat lakse rechtse figuren hem gaandeweg uit handen
gegeven hebben (zie de evolutie van De Standaard van
rechts-flamingantische naar linksliberaal-belgicistische krant).
Links blokkeert de toegang voor rechtse kandidaten en zorgt voor
zijn eigen mensen met het soort postje waar ze invloed kunnen
uitoefenen, waar ze maximaal kunnen renderen in de strijd. Wat er
nog overblijft aan rechtsgezinde machtsfiguren en rijkelui is gewoon
te dom om de voorradige talenten op die manier een kans te geven.
Romantisch individualisme
Misschien koestert de burgerij wel een romantische notie van de
hongerende kunstenaar, in dit geval dus de hongerende denker, die op
zijn bouwvallige zolderkamer een geniaal meesterwerk produceert. De
beste ideeën komen van vrijbuiters, niet van
carrière-intellectuelen. Daar is soms zelfs iets van; in rechts
Vlaanderen pleegt men als voorbeeld de schrijvende dokwerker Frank
Govaerts te noemen: geen diploma's, geen baan op zijn niveau, maar
toch auteur van merkwaardig goed geïnformeerde studies over typisch
rechtse onderwerpen, en van aforismen die nog vaak in rechtse
publicaties opduiken. Het bestaat dus, maar met weinig resultaat.
Wie, buiten een harde kern van rechtse rakkers, heeft ooit van Frank
Govaerts gehoord?
Individualisten die door hun eigen kamp aan zichzelf overgelaten
worden, leggen weinig gewicht in de schaal van het publieke debat.
Zij kunnen wel eens een veldslag winnen, maar zelden de oorlog.
Links functioneert als een Romeinse falanx, rechts als een wilde
troep Gallische krijgers. En we weten wie het pleit won, Caesar of
Vercingetorix. De Romeinse heerschappij duurde niet eeuwig, maar
toch eeuwen, terwijl ze met een betere strategie had kunnen vermeden
worden.
Rechts zit ook met het psychologische nadeel dat het op termijn zo
onweerlegbaar gelijk heeft. Links rekent op zijn eigen
strijdbaarheid, rechts rekent op de langzame maar zekere werking van
de natuurwet. Het speculeert erop dat de menselijke natuur zelf
uiteindelijk de strijd zal beslechten in het nadeel van links, zoals
de bevlogen dogma's van de "anti-autoritaire opvoeding" na de
mislukte praktijktest alweer opgegeven zijn, of zoals het
Sovjetcommunisme aan zijn eigen onwerkbaarheid ten onder gegaan is.
Op termijn zal dat wel, maar menselijk gesproken ware het beter
geweest als de Witten in 1920 de Roden verslagen hadden. Dat had
honderd miljoen doden en een wereldoorlog gescheeld. Het is wel
degelijk lonend om te strijden, zelfs al geloof je dat de
overwinning ook zonder strijd op termijn onvermijdelijk is.
Oorlogsverleden
Onder de schadelijkste uitingen van Vlaamse domheid moeten we de
omgang met het oorlogsverleden noemen. De feiten zijn wat ze zijn,
maar de hedendaagse flamingant heeft verschillende opties inzake hun
verwerking in zijn politiek profiel.
Eén
optie die geen enkele Vlaming probeert, is de vierkante ontkenning
van de Vlaamse collaboratie. Vlamingen zijn gewoon niet brutaal
genoeg om zo diametraal tegen de historische waarheid in te gaan.
Nochtans zou het kunnen, zoals onze Franstalige landgenoten al bijna
zestig jaar demonstreren. Er waren verhoudingsgewijs meer Walen dan
Vlamingen bij de Waffen-SS, maar zij hebben die episode volledig
verdrongen en vereenzelvigen collaboratie nu volledig met de Vlaamse
Beweging.
Een
kleine minderheid neemt het revisionistische standpunt in dat het
nazi-bewind niet zo heel misdadig was. Let wel, dat hoeft geen
goedkeuring van noch geestdrift voor het nazi-bewind in te houden.
Vele revisionisten, van Robert Faurisson tot John Bryant, tonen zich
erg sceptisch tegenover het geëxalteerde en geregimenteerde nazisme,
net zoals vele Vlaamse Oostfronters al in 1943 uit bittere ervaring
hun illusies over het nazisme kwijt geraakt waren. Maar zij
verwerpen de voorstelling dat het nazi-bewind uitzonderlijk grote
misdaden gepleegd heeft en het absolute kwaad vertegenwoordigt. In
deze visie hoeft het nazisme niet iets goeds geweest te zijn, maar
wel niet slechter dan de andere partijen in de titanenstrijd van WO2
(zoals Stalin, peetvader van het Onafhankelijkheidsfront, of de
oorlogszuchtige imperialist Churchill die de Belgische regering in
zijn zak had), zodat de collaborateurs zich niets te verwijten
hadden. Dat is een consistente positie, logisch verdedigbaar maar
politiek zelfmoord.
Aan
het andere uiterste heb je een Bert Anciaux die alle linkse leuzen
napapegaait en die als cultuurminister alle onvoldoende politiek
correcte boeken over WO2 uit de bibliotheken liet weghalen. Dat is
politiek nuttig voor hemzelf maar erg ongeloofwaardig, tenzij voor
iemand die volledig met het flamingantisme breekt. In theorie zou
men kunnen zeggen: het VNV was fout maar zijn Vlaamse eisen waren
gerechtvaardigd. In de praktijk kleurt de collaboratie af op de
Vlaamse zaak zelf, en lukt het gewoon niet (al is het eervol het te
blijven proberen) om deze laatste hoog te houden zonder de eerste
als erfenis te erkennen. Wie zich wil witwassen moet dus de Vlaamse
zaak zelf verre van zich gooien, en dat is wat de eerloze
Volksunie-splinter Spirit inmiddels gedaan heeft.
Een
brede waaier van clubjes verkiest tussen die uitersten een
dubbelzinnige houding. Zij moffelen (heb je 'm?) compromitterende
gegevens weg en doen onbeholpen pogingen om antifa-termen als
"collaborateur" tegen hun eigen vijanden te keren, zo van: "Jos
Chabert collaboreert met het racistische FDF". Of: "de
Goebbelsiaanse leugens van Verhofstadt". Dit helpt totaal niet,
want dan hoor je verontwaardigde reacties over de brutaliteit van de
"Vlaamse fascisten" die hun eigen misdaden naar de onverdachte
democraten trachten door te schuiven.
Veel
voorspelbaar antifa-geschrijf over het onvermogen van flaminganten
om met het oorlogsverleden te breken, is gewoon terecht. Sommige
Vlaamsgezinde cultuurverenigingen beweren van niet aan
links/rechts-politiek te doen, maar wanneer ze een uitstap
organiseren, is het toevallig wel naar een tentoonstelling van de
werken van Arno Breker, de nazi-beeldhouwer. Moet kunnen,
natuurlijk, maar kom dan niet klagen als je weer eens in die hoek
gezet wordt.
Toen
een dergelijke vereniging een lijstje nieuwe bestuursleden
bijeensprokkelde, viel mij daarin de naam op van iemand die door
links als "nazi" beschreven wordt. Desgevraagd ontkende de
initiatiefnemer deze omschrijving: nee, het zou om een vergissing
gaan, waarschijnlijk verwarring met een andere persoon met
gelijkende naam. Een gunstige wind bezorgde mij echter een
uitnodiging voor een Hitler-gedenkdag; de man in kwestie stond
daarin aangekondigd als feestredenaar. Dat lijkt me "nazi" genoeg.
Ik misgun niemand zijn levensgeschiedenis, ook niet wie als tiener
in de Duitsgezinde collaboratie terechtkwam; maar evengoed wens ik
daarover niet belogen te worden. Het is pijnlijk om vast te stellen
dat je je linkse vijanden beter kan vertrouwen dan je rechtse
vrienden. Maar het is wel heel typisch voor de onoprechte omgang
van de flaminganten met het oorlogsverleden.
Deze
dubbelzinnige houding valt meteen door de mand in confrontatie met
goed geïnformeerde critici, en wordt onder druk zelden volgehouden.
Linkse interviewers hebben geen enkele moeite om op eender welke
flamingantische bijeenkomst mensen te vinden die voor de camera
uitspraken doen waarin ze zich, laat ons zeggen, onvoldoende van het
Vlaamse oorlogsverleden distantiëren. Wie de Vlaamse Beweging
vooruit moet helpen, moet hierover niet van krommenaas gebaren maar
moet beseffen dat ondermeer de internationale opinie (die op
kritieke momenten een beslissende rol kan spelen) haar nu eenmaal in
het licht van haar WO2-erfenis beoordeelt. Het is gewoon een feit
dat de Vlaamse Beweging dit publicitaire nadeel nooit van zich heeft
kunnen afschudden, wat een kwalijke mislukking is en beslist geen
teken van grote intelligentie.
De domheid van het VB
Er
is één belangrijke uitzondering op de regel van de flamingantische
domheid. De prijs voor de politieke slimheid komt toe aan het
Vlaams Blok. En we doelen dan niet op zijn af en toe degelijke
intellectuele output, zoals de dossiers van de VB-studiedienst over
pakweg de geldtransfers naar Wallonië of het boek waarin Karim van
Overmeire de neo-belgicistische geschiedvervalsing over de
Guldensporenslag heel competent weerlegt.
Toegegeven, het VB is de partij met de laagste scholingsgraad onder
haar kiezers en mandatarissen. Velen van haar verkozenen doen
tijdens de raadsvergaderingen hun mond niet open, en wanneer ze het
toch doen, ga je wensen dat ze hem stevig toegeplakt hadden. Het
blad voor VB-mandatarissen heeft een vragenrubriek; een redacteur
vertrouwde me zijn afgrijzen toe over de krasse onwetendheid die uit
vele van de gestelde vragen blijkt. VB-spijtoptanten genre Geert
van Cleemput zouden aan De Morgen nog vele pittige anekdotes
kunnen slijten over de lompheid van nogal wat VB-personeel, het
autoritaire gedrag van sommige partijtenoren tegenover hun
ondergeschikten, en ander fraais uit Arm Vlaanderen.
Verder moet men vaststellen dat het VB zich al jaren van de strijd
voor haar eigenlijke doelstellingen laat afleiden naar
nevengevechten over kleine partijpolitieke kwesties. Het oeverloze
geschermutsel over de "schutkring" is eigenlijk een groot tactisch
succes van de vijanden van het VB, want inmiddels gaan de
geldtransfers, de institutionele minorisering van de Vlaamse
meerderheid, de versnelde verfransing van groot-Brussel en de
massale Ueberfremdung via de snel-Belg-wet onverminderd (en
ook niet door het VB gehinderd) verder. Zo'n debat waarin Filip
Dewinter van het VB en Bart De Wever van de NVA mekaar vliegen
afvangen over wie nu de beste flamingant is, dat moet elke Vlaamse
militant doen knarsetanden en zijn vijanden luid doen lachen. Niet
omdat de niet-linkse Vlaamse Beweging zo dringend behoefte zou
hebben aan "eenheid", zoals brave mensen wel eens beweren (een
waaier aan partijen met een eigen politieke identiteit is om
allerlei redenen wenselijker), maar omdat dit haar afhoudt van de
strijd voor haar gemeenschappelijk hoofddoel.
Desalniettemin, wat verder ook de morele en strategische
tekortkomingen van deze partij mogen zijn, zij zit veel dichter bij
de formule voor de doorbraak naar een Vlaamse eindzege dan alle
voorgaande incarnaties van het Vlaams-nationalisme. Anders dan de
notarissen en psychologen aan het hoofd van het
IJzerbedevaartcomité, hebben de halfgeletterde oud-straatvechters
van het VB wèl de taal van de macht leren spreken.
De
verdienste hiervoor komt grotendeels toe aan de stichters van de
partij na de Egmont-crisis, in de eerste plaats natuurlijk aan Karel
Dillen. Zelfs in die tijd was hij al een anachronisme in ons
publieke leven, een scheelkijkende stijve hark die zijn toespraken
opsmukte met lange citaten uit een vergeten literatuur, vaak in het
Frans. Toch zal de geschiedenis hem gedenken als de gangmaker van
de partij die als geen andere het Belgische establishment deed
sidderen en beven.
De slimheid van het VB
Allereerst kwam er in
de plaats van wollige doelstellingen als "federalisme" een duidelijk
objectief, namelijk Vlaamse onafhankelijkheid. Het is behoorlijk
onduidelijk wanneer het federalisme bereikt is. Het huidige
Belgische kluwen van onwerkbare machtsverdelingen wordt door sommige
politici en politologen in alle ernst federalisme genoemd, en zelfs
"de vervulling van alle Vlaamse eisen"; maar elke objectieve
vergelijking met echte federale staten weerlegt deze bewering. Bij
onafhankelijkheid zijn de krijtlijnen alvast veel scherper
getrokken, en nationalisten zullen voor zo'n klare doelstelling
warmer lopen dan voor het mistige federalisme. Hiermee is overigens
niet gezegd dat separatisme de juiste keuze is, alleen dat het
politiek wervender is.
Verder vulde het VB zijn separatistische strategie in met enkele
gedurfde ideetjes. Daar waar andere partijen inzake Brussel niet
verder komen dan zemelend de voldongen feiten van verfransing te
aanvaarden, haakt de VB-slogan "redevenir flamand" correct in
op de onzekere en onstabiele identiteit van de autochtone
Brusselaar, die ondermeer via het al te populaire Nederlandstalige
onderwijs wel degelijk terug in Vlaamse richting zou kunnen
evolueren. Het is louter uit opportunisme dat de Brusselse
Vlamingen verfranst zijn, en zodra Vlaanderen hun iets te bieden
heeft, bv. een toekomst in een welvarende opvolgerstaat van België,
zullen zij even graag weer Vlaming worden.
Verder slaagde de partij erin om een coalitie op te bouwen van
diverse stabiele, in de reële maatschappij verwortelde groepen.
Rond het migratiethema mobiliseerde de partij die klassen die in de
volkswijken zelf het slachtoffer van het opengrenzenbeleid zijn.
Hiermee bewees de partij niet alleen zichzelf maar het hele land een
belangrijke dienst. Zelfs behoor ik tot die grote groep van
halfslachtige intellectuelen die uitspraken over het VB vergezeld
laten gaan van de verzekering: "Maar ik ben het niet eens met hun
terugkeerbeleid." Evengoed kan ik, en moet elke onpartijdige
waarnemer, erkennen dat het VB een stabiliserende factor is bij een
ontevreden bevolking. Dat Vlaanderen weinig aanvallen op
allochtonen kent, dat het frequente geweld tegen autochtonen niet
met gelijke munt terugbetaald wordt, komt doordat de getroffen
Vlamingen in het VB een zekere hoop op herstel gevonden hebben. Het
zijn alleen de haatdragende andersracisten van bijvoorbeeld het
Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding die deze
pacifiërende werking miskennen. Zij immers willen confrontatie.
Hoe meer etnische rellen, des te meer morele en financiële steun
voor de inquisitie.
Maar
de kwestie van het racisme is hoe dan ook niet de hoofdzaak in de
strijd tegen het VB. Het is alleen een stok om de hond te slaan.
Onze buurlanden kennen gelijkaardige partijen en gelijkaardige
campagnes tegen hen, want zij zijn een bedreiging voor het
multiculbeleid, maar alleen het VB is een gevaar voor de staat zelf
die dit beleid aan een onwillige bevolking opdringt. Daarom zal het
Belgische establishment alle middelen gebruiken om het VB te
stoppen. Mocht de partij haar proces voor het Gentse Hof van beroep
winnen, of mocht ze dit verliezen maar onder een andere naam toch
opnieuw de verkiezingen winnen, dan moet men zich aan doortastender
maatregelen tegen haar verwachten. Deze kunnen zelfs de vorm
aannemen van de PS-oplossing voor het probeem André Cools, of de
groenlinkse oplossing voor het probleem Pim Fortuyn.
P.S. (augustus 2006): Dat de
Edmund-Burke-Stichting financieel goed voorzien was en zijn
medewerkers eerlijk kon betalen, is alweer vergane glorie. Recent
ging de EBS over op de bekende amateuristische formule en draait zij
op vrijwilligerswerk. Het onvermogen van de rechterzijde om haar
eigen ideologen te onderhouden (in schril contrast met de linkse
vaardigheid in het toestoppen van postjes aan geestesgenoten om hun
talent optimaal te laten renderen voor de goede zaak) is
welbeschouwd geen typisch Vlaams verschijnsel.
Koenraad Elst
.