Heidense mythen, mythen over het heidendom
Het is een verademing, over het thema
nieuw-heidendom in debat te kunnen treden met een genuanceerd
criticus als Marc Joris. Dat is eens wat anders dan de mythomane
"antifascisten" die over "heidens extreemrechts" een hele mythologie
bijeengeschreven hebben.
Terecht maakt Marc Joris het onderscheid tussen de
doordeweekse bijklank van de term heidenen, te weten
"barbaarsheid", en zijn strikte, veel ruimere betekenis van
"niet-christenen", die ook beschavingbrengers als Socrates en
Confucius omvat. Vanuit eigen observatie kan ik zeggen dat
Vlamingen die zich heiden noemen, daarbij meer aan het stereotype
dan aan de genoemde zedenmeesters denken. Iemand die bv. de Boeddha
volgt, noemt zich immers boeddhist, niet heiden.
Toch even een historische onduidelijkheid in Joris' betoog
uitklaren: natuurlijk hebben Germaanse, Keltisch en Griekse religie
een gemeenschappelijke oorsprong, en daardoor vertonen hun mythen
ook gemeenschappelijke structuren en gelijkaardige personages. Dat
onze streken hoogstens één eeuw bevolkt werden door
Germaans-gelovige Germanen, is onzeker: de noordgrens tussen
Keltisch en Germaans gebied is nooit goed in kaart gebracht, en
Caesar was daarover geen echt gezaghebbende bron, dus het kan best
zijn dat regio's of stammen die hij als Keltisch beschouwde in feite
Germaans waren. Maar die kwestie is louter academisch, want de mij
bekende Vlaamse nieuwheidenen aanvaarden zonder problemen een
gemengd Keltisch-Germaanse identiteit, en liefhebberen evengoed in
het obscure druïdisme als in de iets beter gekende asatru
("trouw aan de Asen/goden"). Weliswaar ieder in zijn eigen
dosering, want een doodernstige vraag aan de heidense salontafel
(naast: "Voel jij je Frank of Saks?") luidt: "Voel jij je Kelt of
Germaan?"
Men
moet het belang van de heidense mythen en goden ook niet
overschatten. Ik heb de voorbije jaren de Joelfeesten
(winterzonnewende) van nagenoeg alle mij bekende Vlaamse heidense
clubjes bijgewoond, en vastgesteld dat de mythische personages van
Donar, Wodan enz. er eigenlijk geen rol in spelen. Net als in het
confucianisme, of gewoon in het leger, beoefent men bij onze
nieuwheidenen rituelen om het ritueel zelf: niet om de gunst van een
godheid af te smeken, maar gewoon om een daad te stellen die niet in
functie van enig nuttig oogmerk staat, een nutteloze en daardoor
juist sacrale daad. Blijkbaar is men het erover eens dat die goden
uiteindelijk verpersoonlijkingen van abstracte begrippen of
natuurverschijnselen zijn, geen feitelijke wezens die men met
rituelen moet oproepen of tevreden stellen. Deze laatste,
"theïstische" visie treft men wel aan bij bv. de Nederlandse
asatru-groep Het Rad, waarvan een priesteres mij eens uitlegde
hoe zij zich door Wodan "geroepen" voelde. De nieuwheidense auteur
Fred Lamond, die naast de Europese ook de Afrikaanse en Indiaanse
godheden vereerd heeft, beschrijft hun verschillende
persoonlijkheden, bv. hoe zij er geen prijs op stellen als New
Age-syncretisten met eigen rituelen aankomen in plaats van hen
met hun eigen traditionele riten te eren.
Bij
Vlaamse heidenen zijn die goden dus veeleer stof voor studie in
verband met het voorouderlijke wereldbeeld en de bijbehorende
ethiek, maar niet echt voorwerp van een collectieve eredienst.
Eigenlijk zijn zij het eens met Marc Joris: "Geloof ik dat
aardbevingen veroorzaakt worden door de woede van Poseidon? Worden
oorlogen ontketend door een ingreep van de krijgsgod Ares? Zou ik
een haan offeren aan Asklepios? Natuurlijk niet. In religieus
opzicht geloof ik helemaal niet in de antieke goden, al geloof ik
wèl dat Griekse mythologie een prewetenschappelijk maar zinvol kader
biedt om de psychologische machten te begrijpen die het noodlot van
mensen en volkeren beheersen."
Falend heidendom?
Nog in zijn historische paragraaf ontwikkelt Marc
Joris echter een stelling die ik beslist moet afwijzen. Hij toont
met data van koninklijke doopsels aan dat "die Germanen relatief
snel hun oude polytheïsme hebben opgegeven in ruil voor één of
andere variant van het christendom" en verklaart deze snelle
overgang als volgt: "Deze data wijzen op een cruciaal element, dat
in het hedendaagse heidendom meestal weggemoffeld worden: de
bekering van de Germanen tot het christendom gebeurde niet
onder dwang van de machtige Romeinse legioenen, en het gebeurde vrij
snel. (*) de Germaanse veroveraars namen al na enkele generaties
vrijwillig de christelijke godsdienst over van de volkeren die zij
verslagen hadden."
Tot zover akkoord: het is heel typisch voor de
Germanen dat zij zeer weinig gehecht waren aan hun wortels en hun
zuiverheid, raciaal zowel als taalkundig en religieus. Overal waar
zij zich vestigden trouwden zij met plaatselijke partners en binnen
hoogstens twee generaties namen zij dezer taal en religie over. Wie
aan racisme of andere identitaire zuiverheid een religieus fundament
wil verschaffen, moet daarvoor zeker niet bij Wodan en zijn Germanen
zijn.
Maar daaruit volgt helemaal niet wat Marc Joris
(overigens samen met bekende historici) dan beweert: "Als het
christendom zich ondanks zijn totale gebrek aan wereldlijke macht zo
snel kon verspreiden, dan is er maar één verklaring mogelijk: er
moet een schreeuwende behoefte hebben bestaan aan een unificerend,
overkoepelend godsbeeld. Duizenden mensen moeten hebben aangevoeld
dat het christendom antwoorden gaf, die in het oude heidense
wereldbeeld niet te vinden waren." Dit is typisch een
rechtvaardiging achteraf, zoals je ze vaak vindt in populaire
geschiedenisboeken die zich niet rigoureus aan de bescheidenheid van
de historische methode houden. Het is verleidelijk om aan te nemen
dat dat wat feitelijk gebeurd is (in casu de kerstening), ook moést
gebeuren. Dit is, nu we het toch over Germaanse tradities hebben,
eigenlijk een toepassing van het "godsoordeel": om te beslissen wie
in een juridische twist gelijk had, liet men de partijen een duel
uitvechten, en de toevallige winnaar werd beschouwd als door God in
het gelijk gesteld. In werkelijkheid is "Dat de beste moge winnen"
echter een vrome wens, geen ijzeren wet, en vaak is het de gemeenste
die de deugdzaamste overwint.
Er was zeer zeker een element van dwang, niet
vanwege de Romeinse legioenen maar vanwege de eigen bekeerde
vorsten. Clovis dwong zijn soldaten tot de doop: "Kop af of kop
onder." Vladimir van Kiëv legde het christendom manu militari aan
zijn volk op. Niet dat hij elke Rus het mes op de keel moest
zetten, maar hij brak de ruggengraat van de heidense traditie,
vertrouwde het onderwijs in monopolie aan monniken toe, en liet hen
kerken bouwen op heidense heilige plaatsen. De deliberaties van het
IJslandse parlement rond het jaar 1000 zijn bekend: de vrees voor
een militair ingrijpen van de bekeerde Noorse koning was cruciaal in
hun beslissing om zich althans pro forma te bekeren. Ook de
onderwerping van heidense volkeren door hun christelijke buren
leidde typisch tot dwangbekering, zoals die van de Saksen door Karel
de Grote en die van de Balten door de Teutoonse Ridderorde.
Het heidendom verloor de strijd omdat het inferieur was? We kunnen
dat aannemen in het geval van de door Marc aangehaalde
"vergoddelijking van de keizers", die "een religieus
decadentieverschijnsel" was en "enorm bijdroeg tot de ondermijning
en de discreditering van de oude Romeinse godsdienst". Maar voor
het overige: die redenering zou impliceren dat de islam superieur
is aan het christendom. Spijts talrijke bekeringen onder dwang of
druk, waren en zijn er ook veel bekeringen tot de islam puur uit
overtuiging. Zowel in zwart Afrika als in het Westen zien we
vandaag in de missionaire wedijver tussen christendom en islam een
grote netto-voorsprong voor de islam, ook dus in landen waar de
islam niet aan de macht is. In recente decennia heeft de islam een
instrument geleend en vervolmaakt waarmee het minoritaire en
machteloze christendom destijds het Romeinse Rijk heeft kunnen
inpalmen: een vernuftige combinatie van zelforganisatie en
indoctrinatie (hier niet pejoratief gebruikt, nl. training om alles
door het prisma van de doctrine te zien), inbegrepen de
argumentatieve geloofsverdediging of apologetiek. Waar een
missionaire en een niet-missionaire religie tegenover elkaar staan,
is het onvermijdelijk dat de eerste veld zal winnen op de tweede,
ook al moet zij het zonder politieke of militaire ondersteuning
doen.
Verder was er de demografische factor: met hun
verplicht stabiele huwelijken en hun afwijzing van geboortebeperking
(pre- en postnatale abortus) kenden de christenen een gestadige
procentuele toename binnen het Romeinse Rijk. Er was toen ook nog
geen verplicht priestercelibaat, dat later een rem op de katholieke
demografie zou vormen. En eens het (toch nog minoritaire)
christendom een machtsfactor geworden was en keizer Constantijn het
nuttig vond om de nieuwe religie te promoten, kreeg het wel degelijk
officiële patronage, uitmondend in het verbod op en onderdrukking
van de heidense cultussen.
Maar goed, er zijn vrijwillige bekeringen geweest.
De meest dramatische gevallen vonden plaats in een context die men
tegenwoordig als bijgeloof zou afdoen, bv. Clovis die meende dat hij
zijn zege tegen de Alemannen aan de God van zijn vrouw Clothilde te
danken had. Numeriek veel belangrijker was echter de
technologische, organisatorische en esthetische superioriteit van de
Romeins-Griekse cultuur waarmee de missionarissen indruk konden
maken op de Germaanse en Slavische barbaren. Je ziet hetzelfde bij
de hedendaagse missionering in Afrika en de Indiase stammengebieden,
waar de associatie van christendom met Westerse technologische
cultuur een belangrijke troef is. Dit soort associatie is door
missionarissen vaak heel expliciet uitgespeeld, bv. door de 17de-eeuwse
jezuïeten die in China met de superioriteit van het heliocentrisme
uitpakten hoewel deze on-Bijbelse nieuwlichterij in Europa door de
Kerk verketterd werd. Klassiek voorbeeld in Europa is de bekering
van Vladimir van Kiëv, die zeer onder de indruk was van de pracht en
praal van de Byzantijnse ritus. Voor de doorsnee-barbaar was
christendom in de eerste plaats synoniem met geletterdheid. Zelf
hadden zij wel al een schriftsysteem maar dat werd zeer spaarzaam
gebruikt en met name de geestelijke tradities werden scrupuleus
tegen "profanatie" door het schrift beschermd. Eens de druïden en
gelijkaardige traditionarissen gedood of van hun positie verdreven,
werd de ontstane leegte door de gekerstende Grieks-Romeinse
schriftcultuur gevuld.
Om het falen van het heidendom als zingevingssyteem
te bewijzen, zou je talrijke getuigenissen moeten aanvoeren van
gecultiveerde heidense denkers die welbewust voor de bekering kozen.
Schoolvoorbeeld is Augustinus, die (weliswaar niet het klassieke
heidendom maar wel) een gnostische sekte vaarwel zei omdat hij na
grondig onderzoek tot de superioriteit van het christendom besloten
had. Maar hoeveel dergelijke gevallen zijn er? De monniken die ons
mededelingen over het Germaanse of Keltische heidendom nagelaten
hebben, waren praktisch allemaal mensen die van kleins af christen
waren, geen bekeerlingen die in een geestelijke crisis het
ontoereikende van hun voorouderlijke religie beseft hadden.
Wat nu te besluiten uit deze historische
precisering? Dat het heidendom toleranter was dan het christendom?
Dat is in grote lijnen verdedigbaar, al moet daarbij opgemerkt dat
"tolerantie" een politiek correcte waarde is, en dat zelfs de als
fout verguisde nieuwheidenen niet ongevoelig blijken voor dit soort
modieuze zelfrechtvaardiging. Het tegenvoorbeeld dat het Romeinse
polytheïsme de joden vervolgd heeft, is gewoon onjuist: het kon de
Romeinen geen moer schelen welke God de joden aanbaden, en de joodse
godsdienst genoot zelfs een aantal voorrechten; hij werd pas
(tijdelijk) onderdrukt door het wereldlijk bestuur toen hij de
kracht achter een gewapende opstand werd. Een beter tegenargument
zou zijn dat die tolerantie nooit veel mensenlevens gered heeft: als
mensen niet voor de Ene Waarheid kunnen oorlog voeren, vinden ze met
gemak andere redenen. De heidense Caesar gunde de Eburonen best hun
religie, maar hij heeft hen toch maar uitgemoord. De ruimdenkende
Dzjengis Khan nodigde zegslieden van alle mogelijke religies uit
voor verheffende gesprekken terwijl zijn leger de steden
platbrandde,-- dit laatste gelukkig zonder kleinzielige
discriminatie tussen moslimse, christelijke of boeddhistische
slachtoffers.
Omgekeerd is het een historisch feit dat het
christendom erg doelgericht en doortastend zijn expansie
organiseerde, al hebben heidense of anticlericale polemisten
ongelijk om het christendom een gelijkaardige agressiviteit toe te
schrijven als de islam: het Nieuwe Testament draagt de apostelen
expliciet op om weg te gaan daar waar ze niet welkom zijn, wat toch
iets anders is dan zich gewapenderhand op te dringen. In ieder
geval, in een tijd waarin een Godfried Danneels het tot kardinaal
brengt is het futiel om te blijven klagen over de strijdende Kerk.
Zeker voor het soort nieuwheidenen dat bij Darwin zweert en met de
mond graag de strijd en de overleving van de sterkste verheerlijkt,
een houding die geen ruimte laat voor medelijden met verliezers als
Wodan. In ieder geval maakt de bekeringsgeschiedenis niets uit voor
de waarheidsaanspraken van de betrokken religies.
Exotische import
Een ander nieuwheidens argument tegen het
christendom, dit keer minder politiek correct, is dat het een
"exotisch importproduct" was. Net als de aardappel en al die andere
"migranten" waar de multicul-lobby zo graag mee uitpakt. Marc Joris
heeft een punt: "sommige moderne heidenen worstelen duidelijk met
een identiteitsprobleem. Zij voelen zich in hun hart geen
zelfverzekerde Vlamingen of Nederlanders, maar mislukte Noormannen,
gefrustreerde Duitsers of verdwaalde IJslanders. Zij klampen zich
krampachtig vast aan een kunstmatig geconstrueerde identiteit." De
keuze voor "noords" heidendom als zijnde "dichter bij onze wortels"
lijkt ook mij een legitiem voorwerp van kritiek.
Zelf kan ik Marc Joris ook volgen waar hij
universalistisch stelt: "Nationalistische religie is even absurd als
nationalistische wetenschap. Kan men zich een nationalistische
variant voorstellen van Newtons zwaartekrachtwet? Of een
relativiteitstheorie die is aangepast aan de Slavische of de
Germaanse volksziel? Onze voorouders geloofden misschien dat de
aarde een platte schijf was, dat de sterren goden waren en dat men
de toekomst kon aflezen uit de vlucht van vogels of de ingewanden
van offerdieren. Het is vanuit historisch, en zelfs vanuit
nationalistisch oogpunt legitiem en zinvol die oude opvattingen en
voorstellen te kennen en te bestuderen. (*) Maar moeten wij
die archaïsche denkbeelden ook overnemen uit een misplaatst
gevoel voor trouw of traditie?"
Het nazisme maakte wel degelijk onderscheid tussen
goede Arische en slechte joodse wetenschap, bv. de kwantumfysica
resp. de relativiteitstheorie. Maar los van die duistere associatie
moeten we erkennen dat het in de vorige eeuwen heel gebruikelijk was
om "Franse wetenschap" als een eigen benadering te contrasteren met
"Duitse" of "Angelsaksische wetenschap". Dat culturele onderscheid
zocht echter geen afbreuk te doen aan de universele
waarheidsaanspraken van de wetenschap.
Net als wetenschap zoekt ook religie naar universele
waarheden, aldus Joris: "In religie zoekt men universele waarheden,
die geldig zijn voor alle mensen. (*) Het is mogelijk dat er een
apart paradijs bestaat voor joden en moslims, en een aparte hel voor
Ieren en Engelsen, (*) dat dode hindoes reïncarneren, dode Zweden
door de Walkuren in het Walhalla worden ontvangen, en dode Grieken
door Charon over de Styx worden gevaren (*). Maar erg
waarschijnlijk is dat allemaal niet. Als men legitieme en
waardevolle nationalistische begrippen exporteert naar het
religieuze domein, dan komt men vanzelf tot zulke absurditeiten. De
nieuwe heidenen zijn heel erg in dat bedje ziek. Zij nemen de
Germaanse mythologie niet over omdat ze denken dat die waar
is. Ze nemen haar alleen over omdat ze denken dat het hun
nationalistische plicht is tegenover hun -- echte of vermeende of
gewenste -- voorvaderen. Die trouw aan tradities is nobel (*) als
het gaat om taal, tradities, symbolen en kunstvormen die allemaal
samen de identiteit en de cultuur van een volk uitmaken. Maar ze is
misplaatst als het om religie gaat. Dan moeten we de waarheid en
niets dan de waarheid zoeken."
Inderdaad. Maar blijkbaar vatten vele nieuwheidenen
religie op als een kwestie van "taal, tradities, symbolen en
kunstvormen", niet als een kwestie van doctrine die aanspraak maakt
op waarheid. Zij beweren niet dat het taoïsme, het boeddhisme, de
Candomblé of andere heidense religies "onwaar" zijn, alleen dat zij
uitheems en daarom "ongeschikt voor de Europese mens" zijn (althans
in theorie, want in Vlaamse heidense kringen wordt best wel aandacht
aan exotisch heidendom besteed, bv. aan het Japanse Shinto, en ik
ken heidenen die volksvreemde disciplines als yoga of qigong
beoefenen). In februari jl. was er in Mumbai, India, een
wereldcongres van inheemse en voorouderlijke religies, met alle
mogelijke sjamanen en medicijnmannen uit alle werelddelen, samen met
een handvol nieuwheidenen uit Europa. De meeste van deze
traditionele heidenen behouden hun praktijken voor aan stamleden en
wijzen reli-toeristen uit het New Age-milieu de deur. Zij
vatten hun religie op als iets etnisch, maar verbinden er juist
daarom geen universele waarheidsaanspraken aan: de medicijnman van
de andere oever of de volgende vallei zal op zijn manier ook wel
goed bezig zijn en met de Grote Geest in contact staan, met zijn
eigen "taal" om over de kosmos te spreken en zijn eigen "tradities,
symbolen en kunstvormen" die uiteindelijk dezelfde waarheden of
althans hetzelfde bestaansgevoel uitdrukken; maar dat is geen reden
om zijn en onze praktijken te vermengen, en nog minder om de onze
door de zijne te vervangen.
Een religie wordt in hoofdzaak gedefinieerd door
doctrine en ritueel, en men mag zeggen dat heidenen voor het
doctrinale luik slechts een vage belangstelling hebben en er geen
disputen over voeren met als inzet de Waarheid. Het collectieve
ritueel is niet afhankelijk van een bepaalde doctrine of zienswijze,
maar verenigt juist mensen over de levensbeschouwelijke
tegenstellingen heen. Misschien kan men over de concrete Vlaamse
nieuwheidenen sociologisch nog het beste zeggen dat zij het
oprakelen van voorouderlijke religie als een focus gebruiken voor
gemeenschapsopbouw, voor het scheppen en verdiepen van een
groepsgevoel. Toch wat deze kille tijd nodig heeft, niet?
Heidens-christelijke continuïteit
Volgens Marc Joris gooien de antichristelijke
polemisten onder de nieuwheidenen hun eigen ruiten in: "Zij willen
christelijke tradities die anderhalf millennium oud zijn en die de
ruggengraat van onze beschaving vormen, overboord gooien (*) En
paradoxaal genoeg zitten de laatste relicten van Germaanse of
Keltische gebruiken dikwijls in die christelijke traditie verpakt."
Dit laatste wordt door de meeste nieuwheidenen wel beseft. Hun
blaadjes staan vol met veeleer saaie maar historisch wel
verantwoorde uiteenzettingen over de heidense wortels van deze
feesten of gene processies. Zij weten bovendien dat de Reformatie
grotendeels gericht was op het uitwieden van de heidense elementen
in de katholieke traditie, waarbij fundamentalisten bv. zelfs het
Kerstfeest afwijzen als een ontlening aan het heidense
zonnewendefeest.
Een denkpiste die verder onderzoek verdient, is dat
de heidense herleving samenhangt met de 20ste-eeuwse
verwerping van de heidense elementen door met name de katholieke
Kerk. Moderne katholieken dwepen met "de eerste christenen" en met
de Bijbel, en generen zich voor de "latere aangroeisels" die de
Traditie uitmaken. Katholieke instellingen en projecten worden in
hun benaming massaal ontdaan van verwijzingen naar de Kerktraditie
(heiligen, pausen, begrippen als de Drievuldigheid of het Heilig
Hart) ten voordele van Bijbelse namen: een flagrante
protestantisering. De Leuvense Sint-Augustinusschool, waar ik mijn
lagere school gelopen heb, is inmiddels omgedoopt tot "de Ark". In
de destructieve jaren '60 werd Sinterklaas, een vermomde Wodan, van
de heiligenkalender afgevoerd. Processies, de christelijke versie
van de heidense "triomftocht van de godheid", werden discreet
afgeschaft, net als "idolatrische" praktijken als de aanbidding van
de hostie in de monstrans. De progressieve theoloog Max Wildiers
betoogde tegen de Aristotelisch-Thomistische notie van de
"natuurwet" met het argument dat zij nergens in de Bijbel
teruggevonden wordt, maar uit het Indo-Europese heidendom afkomstig
is. Maar waar staat de katholieke ethiek zonder de inderdaad
heidense en on-Bijbelse notie van de "natuurwet"?
Het christendom onderscheidt zich van de andere
loten aan de Abrahamische stam door precies zijn talloze heidense
elementen, bv. zijn zogenaamd "verkapt polytheïsme" van de
Drievuldigheid, dat het schema van de "Indo-Europese
trifunctionaliteit" in het godsbegrip binnensmokkelt. Christelijke
denkers hadden er tot voor kort geen moeite mee, te erkennen dat de
theologie talloze elementen uit de Griekse wijsbegeerte overgenomen
heeft, noch dat de christelijke kalender, kerkstructuur en rituelen
tal van heidens-religieuze elementen geïncorporeerd hebben. Voor
heidenen kan het daarom nuttiger zijn, juist de continuïteit tussen
heidendom en christendom te bestuderen, liever dan de inmiddels
verlepte polemieken van de atheïstische papenvreters nog eens over
te doen.
Nazi's en heidenen
Tenslotte moeten we
ingaan op het heikele thema van de vermeende politieke recuperatie
van het heidendom, met name door het nazisme. Het heidendom
demoniseren door het met Satan te associëren maakt niet veel indruk
meer, maar Hitler kan als nieuwe Satan dienen. Het thema wordt door
Marc Joris aldus ingeleid: "Vele neoheidenen zijn fatsoenlijke en
verstandige mensen die geen extreme of gewelddadige politieke
ideologieën aanhangen. Men mag dus zeker niet veralgemenen. Maar
daarnaast zitten vele neoheidense groepen politiek gezien in
neonazistisch of soms zelfs openlijk nazistisch vaarwater. Dat is
opnieuw een historische anomalie, want de échte nazi's hebben alle
neoheidense groepen ontbonden en buiten de wet gesteld. (*) Maar in
tegenstelling tot wat men in christelijke kringen soms beweert waren
Hitler en de leiders van NSDAP géén nieuwe heidenen. Velen waren
wèl fanatieke ecologisten, Agalev'ers avant
la lettre dus,
maar dat is een ander verhaal. Ook bij mensen en groepen die niet
tot nationaal-socialistische ontsporingen komen, merkt men soms een
ongezonde vermenging van religie met een verwaand Germaans
superioriteitsgevoel, dat dikwijls gepaard gaat met een hatelijk
antisemitisme en antichristianisme."
Dat de nazi's Groenen
waren, verdient zeker grotere bekendheid: eerste
milieu-effectrapporten, bescherming van bedreigde soorten, wetten
tegen wreedheid jegens dieren, eerste anti-tabakscampagnes. Als ik
de perschef van de scheikundige nijverheid of de kerncentrales was,
zou ik de Groenen niet één keer hun mond laten opendoen zonder hen
in mijn antwoord met Hitler om de oren te slaan. Niet heel
sportief, maar voor stalinisten als Jos Geysels met hun
reductio ad Hitlerum
van de rechterzijde is het toch maar een koekje van eigen deeg.
Nu moet het gezegd dat
vele nieuwheidenen in hun onwillekeurige drang naar
politiek-correcte zelfrechtvaardiging graag de modieuze ecologie
(net als de relatieve gelijkberechtiging van de vrouw) als heidense
waarde opeisen. Toch is hun embleem, de "hamer van Thor" die velen
om de hals dragen, uiteindelijk een product zowel als een instrument
van technologie. Wie voor de vrije natuur is, kan zich misschien
tot de Afrikaanse goden wenden, maar Wodan werd vooral vereerd door
arbeidzame, houthakkende en scheepsbouwende bewoners van een koud
klimaat die voor hun overleving aangewezen waren op de
technologische transformatie van de natuur. Ook de
bevolkingsexplosie is niet de schuld van de Bijbelse godsdiensten,
want Confucius en Zarathoesjtra predikten evenzeer de grote gezinnen
als instrument om de wereld te vermenselijken en de wildernissen tot
parken om te vormen. Tacitus prees de grote gezinnen van de
heidense Germanen als een voorbeeld voor de decadente kinderarme
Romeinen. Maar goed, hoewel onhistorisch is de heidense basis van
de ecologie een wijdverspreid geloofspunt onder nieuwheidenen.
Dat de nazi's eerder
negatief tegenover het nieuwheidendom stonden, en dat Hitler er in
Mein Kampf
genadeloos de spot mee dreef, is een feit. Het nazisme was in de
eerste plaats een seculier-nationalistische beweging, die de rol van
religie als alternatieve focus van loyauteit zoveel mogelijk
beperkte. Daarbij kwam dat heidendom (toen net als nu) vaak
samenging met regionaal particularisme, pacifisme, anarchisme en
andere politiek ongewenste eigenaardigheden. Anderzijds is het waar
dat SS-chef Heinrich Himmler een chaotisch onderzoeksnetwerk
sponsorde, de Ahnenerbe,
dat zich met geestelijke en occulte opzoekingen bezighield. Het is
in die context dat de Nederlandse collaborateurs F.E. Farwerck en
Jan de Vries boeken over de Germaanse religie schreven die vandaag
in nieuwheidense kringen nog erg populair zijn.
In het Duitse taalgebied
was er in de voorafgaande decennia bovendien een nieuwheidense
stroming gegroeid die, hoewel nog niet echt "nazi", toch duidelijk
racistisch en antisemitisch was. De
Armanenorde van
Guido "von" List en Jörg Lans "von" Liebensfels (in dit milieu van
fantasten wemelde het van valse titels) was een typisch voorbeeld
van de laat-19de-eeuwse golf van pseudo-antieke religie.
Op halfgereconstrueerde en halfbegrepen flarden oud-Germaanse
religie werden eigentijdse nieuwlichterijen zoals het raciaal
Darwinisme hineininterpretiert.
Op dezelfde manier combineerde de Theosofie toen flarden
hindoe-boeddhisme met de toen pas herboren astrologie,
wetenschappelijke nieuwigheden als het elektromagnetisme en de toen
alomtegenwoordige rassenleer. Een ouder voorbeeld van zo'n
combinatie van moderne elementen met zogezegd herontdekte
pseudo-antieke tradities, was overigens de Vrijmetselarij, die model
stond voor Armanen- en Theosofische "loges". Het is in die sfeer
van verwarde dweperij dat bv. de eerbiedwaardige swastika omgeduid
werd tot embleem van het "Arische ras".
Wanneer
antifa-inquisiteurs op een geval stoten van een nieuwheiden die
tevens het racisme belijdt, dan kondigen ze met veel tromgeroffel
aan dat ze het bewijs gevonden hebben voor de wezenlijk racistische
bedoelingen van het nieuwheidendom (wat meteen àlle nieuwheidenen
tot racisten stempelt). Zoals zo vaak, bewijzen ze daarmee alleen
hun eigen ondeskundigheid, benevens hun sterke neiging tot
wensdenken. Het is in hun belang om het fascistische monster zo
groot en dreigend mogelijk voor te stellen, vandaar hun overhaaste
en kras veralgemenende beweringen over weer eens een club die "na
onderzoek" tot de zwarte internationale blijkt te behoren: gisteren
Opus Dei, vandaag Asatru of de ecologisten, morgen misschien uw
eigen v.z.w.-tje. De denkfout die zij in dit geval maken, mogelijk
zelfs te goeder trouw, is cum hoc ergo
propter hoc: omdat
in dit individu (bv. Guido von List of vandaag de Amerikaanse
Asatru-goeroe Steve McNallen) heidendom en racisme samengaan, is dat
racisme het gevolg van dat heidendom.
Maar het is precies
omgekeerd: omdat een hedendaagse gedachtenstroming sterk staat,
beïnvloedt zij allerlei mensen die formeel trouw zijn aan een veel
oudere traditie. Hun sympathie voor de nieuwlichterij komt niet
voort uit hun diepere overtuiging, maar is er juist vanuit de
tijdsgeest bovenop gelegd. Toen het Germanengedweep op zijn
hoogtepunt was, droomde Cyriel Verschaeve van een "Germaans beleefd
christendom", zonder dat iemand deze nieuwlichterij als een vrucht
van het christendom zelf zal beschouwen. Toen de rassenleer en de
eugenetica de sleutel tot allerlei historische en maatschappelijke
problemen leken te bieden, werden zij verwelkomd door allerlei
mensen van allerlei gezindte: christenen, joden, atheïsten en ook
nieuwheidenen. Sommigen van hen probeerden zelfs de wortels van het
racisme in hun eigen traditie terug te vinden (wat bij het Oude
Testament niet zo moeilijk is, bij de Edda al veel meer), maar dat
neemt niet weg dat zij hun racisme aan de tijdsgeest ontleenden,
niet aan hun religie. Op dezelfde manier zagen we in recente
decennia hoe allerlei Kerken en zogenaamd rechtse partijen het
socialisme geheel of gedeeltelijk absorbeerden, namelijk toen dat de
onstuitbare golf van de toekomst leek.
In het huidige hatelijke
denkklimaat zitten heidendom en katholicisme in hetzelfde schuitje:
malafide "antifascisten" trachten het net van racisme en
nazi-collaboratie zo breed mogelijk uit te werpen, zodat zo veel
mogelijk historische actoren erin gevangen kunnen worden. Voor de
onbenullen die hun leven vullen met een halve eeuw na datum
weerstandertje (en vooral repressortje, om niet te zeggen
gestapootje) te spelen, is het een geweldige kick om mensen te
beschuldigen en grijnzend hun wanhopige pogingen te zien om zich aan
schuld en boete te onttrekken. Je hoeft er niks voor te kunnen, en
toch geeft het je een geweldige macht, mensen zwart te maken. Een
van de grappigste effecten is dat je slachtoffers zich zullen
proberen te rehabiliteren door weer anderen zwart te maken. De
pauselijke holocaustbrief We Remember
maakt er zich bv. van af door het nazi-regime "heidens" te noemen,
terwijl niet weinig heidenen Daniel Goldhagen bijtreden waar hij het
nazi-antisemitisme als een wezenlijk dogma van het christendom
voorstelt. Daarmee spelen zij allen in de kaart van hun vervolgers.
Wat het hedendaags
heidendom betreft: bij de als extreemrechts gebrandmerkte Werkgroep
Traditie heb ik een scrupuleus vermijden van alle politiek kunnen
vaststellen, net als bij enkele andere groepen. Dat Traditie nogal
bij Oostfrontersfamilies recruteert, neemt blijkbaar niet weg dat
betrokkenen best wel een bredere belangstelling hebben dat ten
eeuwigen dage de Oostfronterswonde te koesteren. Dat is dan het
verschil met de antifa's, die in een eeuwig 1945 vastgevroren zitten
en alles tot een politieke dimensie trachten te reduceren,-- een
centraal kenmerk van het totalitarisme. Deze totalitaire trek
genereert trouwens nog andere redenen om het nieuwheidendom en elke
andere premoderne levensbeschouwing te haten, te beginnen met hun
belangstelling voor het verleden. Linkse onderwijsministers in
binnen- en buitenland hebben er altijd naar gestreefd, het
onderricht in geschiedenis en klassieke talen af te schaffen of
strikt te beperken tot het politiek wenselijke (namelijk de
projectie van hedendaagse politieke kwesties op het verleden, dat
aldus in de hedendaagse propaganda ingeschakeld wordt), want links
wil de mensen vangen onder de stolp van het geschiedenisloze heden,
waarin alleen hedendaagse politieke belangen onder de aandacht mogen
komen.
Anderzijds, naast de
groepen die ernstig aan de reconstructie van de voorouderlijke
tradities werken en daar ook graag iets coherents en moois van
maken, zijn er inderdaad nogal wat ongeleide projectielen in het
nieuwheidense wereldje. Zo hoorde ik op het Joelfeest van een
schijnbaar apolitieke (maar sterk onder politieke activisten
recruterende) groep een Joelspeech die niets met zonnewende en alles
met de strijd tegen de Ueberfremdung
te maken had. Schalkse kameraden van de spreker, een buitengegooide
ex-mandataris van het Vlaams Blok, turfden een streepje telkens hij
de uitdrukking "Indogermaanse ras" gebruikte, blijkbaar een oude
dada van hem. Op een ander Joelfeest zette een groepje mannen aan
de toog het Horst Wessel-lied in. Dus toch*
Die toog is wel een
belangrijk element, en dan vooral de alcohol in de glazen op die
toog. Als men mij vraagt of de rechts-flamingantische
nieuwheidenen, en overigens de flaminganten in het algemeen, onder
invloed staan van Evola, of van Gramsci, of van Van Severen, dan kan
ik alleen maar antwoorden: zij staan vooral onder de invloed van de
drank. In weerwil van wat hun vijanden graag zouden geloven, zijn
zij dus helemaal niet gevaarlijk: de wildsten onder hen kunnen
misschien al eens een Marokkaan op zijn smoel geven (hoewel, één
nuchtere Abou Jahjah kan een hele meute lallende Leeuwen de baas),
maar verder hebben zij niet de ernst of de nuchterheid of de
discretie of het strategisch inzicht om wat dan ook te
verwezenlijken. Hun bijeenkomsten dienen om mekaar wat op te peppen
en in de sfeer te blijven, maar zijn allerminst broedgelegenheden
voor ambitieuze plannen op religieus, politiek of eender welk ander
gebied. Van de vermeende nazi-heidenen gaat zoveel gevaar voor de
democratie uit als van de geest uit de fles van Aladdin. En daarmee
is eigenlijk alles gezegd wat er te zeggen valt over de "heidenen
voor het Blok": een zwaar opgeblazen spook waarmee zielige
would-be-weerstandertjes proberen om de burgerij wat schrik aan te
jagen en zichzelf enige belangrijkheid aan te meten.
Koenraad Elst
.