Voorwoord
Toen rond 1080 aerae vulgaris de Arabische wijsgeer Ibn
Rosjd (Averroës) de rechtgelovige moslims tegen de haren
instreek met zijn oprakeling van de heidense wijsbegeerte
van meesterdenker Aristoteles, werden niet alleen vervolging
en ballingschap zijn deel. Hij kreeg ook af te rekenen
met een veel beschaafder vorm van islamitisch verzet,
namelijk een strijdschrift waarin de theoloog al-Ghazali
de inzichten van de wijsbegeerte trachtte te weerleggen:
Tahafoet al-Falasifa, "De Onsamenhangendheid der Wijsgeren".
Ibn Rosjd hield wel van een goed debat, dus schreef hij
een weerlegging van die weerlegging: Tahafoet al-Tahafoet,
"Onsamenhangendheid van 'De Onsamenhangendheid'". Het
is in die geest van woord en wederwoord dat ook Vlaanderen
het debat over de islam had kunnen aangaan. Publiceerde
een kwaliteitskrant een stuk dat de uit de dagelijkse
nieuwsberichten gedistilleerde associatie van islam met
terrorisme wilde "weerleggen", dan kon ze daags nadien
het woord verlenen aan een "weerlegging van de weerlegging".
Jammer genoeg heeft het islamdebat in ons land dat niveau
nooit gehaald. Wanneer moslims in naam van hun godsdienst
aanslagen plegen, schrijvers ter dood veroordelen of niet-moslims
onderdrukken, dan staan er steevast Westerse welweters
op die ons bezweren dat dit "niet de echte islam is",
dat "de islam zoiets verbiedt", en dergelijke geruststellende
sprookjes meer. Zij ontkennen dus de expliciet islamitische
rechtvaardiging van de daders, hoewel die daders in de
meeste gevallen de islam veel beter kennen dan zijzelf.
Een "weerlegging" kan men hun ontkennend discours meestal
zelfs niet noemen, alleen een autoritair bevel om het
onderzoek en het debat stil te leggen en hun eigen dogma
na te praten. Een weerlegging van hun ontkenning mocht
dus gewoon niet. Tot voor kort was er dus eigenlijk geen
islamdebat, in die zin dat de pro-islamitische zijde zich
niet echt in de arena waagde. De gebeurtenissen van 11
september 2001 en de talloze aanslagen sindsdien hebben
de sfeer toch enigszins opengebroken. Vandaag zijn er
wel meer mensen die in het openbaar de islam kritisch
tegen het licht houden, ook uit moslimkringen. In de jaren
1990 was mijn benadering, zoals die uit de hier gebundelde
teksten naar voren komt, echter nog een zeldzaamheid en
een grond voor ostracisme. Dit boek bestaat uit een reeks
teksten over de islam uit de periode 1994-2002. Ze worden
hier, behalve verbetering van evidente schrijf- of stijlfouten,
ongewijzigd gereproduceerd. Waar teksten lange passussen
bevatten die niet met het onderwerp islam te maken hebben,
zijn deze weggelaten, maar is de weglating met (…) aangeduid.
Enkele teksten maken expliciet deel uit van een tweezijdige
polemiek, die typisch genoeg nooit in zijn geheel gepubliceerd
kon worden. De andere behoren in bredere zin tot het islamdebat,
met de welbekende standpunten en dooddoeners van de opiniehegemonen
als impliciete tegenspelers.
Mortsel, 18 oktober 2002
1. Het testament van Achille
Moerman
Ik ontmoette Achille Moerman voor het eerst als mede-panellid
in een islamdebat aan de VUB van de liberale studentenvereniging.
Hij was een overtuigd humanist en vrijzinnige. Anders
dan de officiële vrijzinnige verenigingen behield hij
zijn kritische zin toen de islam het katholicisme begon
te verdringen als assertiefste godsdienst in ons land.
Volgende twee teksten verschenen in 1997 in het nummer
86 van het behoudsgezinde heel-Nederlandse tijdschrift
TeKoS (Teksten, Kommentaren en Studies),
naar aanleiding van zijn overlijden.
1.1. In memoriam
In de nacht van 18 op 19 augustus 1997 overleed Achille
Moerman, die de laatste jaren enige bekendheid gekregen
had als eerstehands kenner en kritikus van de islam. Na
studies aan de VUB was hij advokaat, SABENA-vertegenwoordiger
in tientallen verre landen, en liberaal politikus. In
1993 verliet hij de VLD omdat zijn waarschuwingen tegen
het opdringen van de islam in Europa er geen gehoor vonden
(wel bleef hij voorzitter van de Willemsfonds-afdeling
Sint-Joost-ten-Node), en werd hij als bruggepensioneerde
één van de stichters van de ouderenpartij Waardig Ouder
Worden. Hij kwam op TV toen hij als lijsttrekker in 1994
ei zo na een europarlementszetel haalde. Toen startte
De Morgen (met ondermeer Lucas Catherine) een lasterkampanje
tegen hem, die ze trouwens tot in zijn overlijdensbericht
toe zou volhouden. Alleen al het scheldwoord "extreem-rechts",
deerlijk misplaatst in het geval van deze voorvechter
van vrouwen- en homorechten, volstond om in alle verenigingen
waarin hij aktief was de bange schaapjes tegen hem op
te zetten. (1)
De partij WOW wou hem niet meer
en viel na het vertrek van haar enige kapabele woordvoerder
spoedig uiteen.
(1)
Om de schuld van de islam af te wenden, beschrijven vele
journalisten moslim-terroristen graag als "extreem-
Moerman
zelf zag zijn strijd tegen de islam juist als een aktualizering
van de aloude strijd voor de vrijheid tegen ondermeer
ook het fascisme.( ) Maar dat hielp natuurlijk niet. De
troefkaart van De Morgen om te bewijzen hoe politiek fout
Moerman wel was, was zijn "beruchte" uitspraak: "Ik ben
geboren als antiklerikaal, heb geleefd als antikommunist,
en zal sterven als anti-islamiet." Aangezien een linksliberale
krant als De Morgen niet zou kunnen gedijen onder een
klerikaal, islamitisch of zelfs kommunistisch regime,
zou ze strijdbare vrijdenkers als Moerman mogen dankbaar
zijn. In de jaren '30 in een Vlaams dorpje aan het leven
beginnen in een antiklerikaal gezin; in de jaren '50 aan
de VUB studeren en zich (ook na zijn deelname aan een
studentenkongres in Moskou) antikommunist verklaren; in
het gelijkgeschakelde opinieklimaat van de jaren '90 islamkritikus
zijn: daar was telkens moed voor nodig. En daarin lag
het verschil tusen Moerman en de politiek korrekte intellektuelen
die heden de dienst uitmaken.
Achille Moerman werd in 1936 in Avelgem geboren. Een stuk
voorgeschiedenis dat hij graag vertelde, was dat hij zijn
bestaan te danken had aan een "vrijzinnig mirakel". Toen
de Duitsers in 1918, daags vóór de Wapenstilstand, gasgranaten
op Avelgem afvuurden, vluchtten honderden mensen in de
laaggelegen dorpskerk. Gas zakt echter naar beneden, en
alle mensen in de kerk kwamen om; niet echter de grootvader
van Achille, die als rabiaat vrijzinnige meteen genoeg
kreeg van al dat bidden, en met zijn gezin (inbegrepen
de dochter die Moermans moeder zou worden) tussen de granaatinslagen
door veiliger oorden opzocht. Gered door het ongeloof,
of hoe De Morgen ongelijk had met haar insinuatie dat
Moerman zijn vrijzinnige oorsprong slechts verzon om zich
een valse progressieve geloofwaardigheid aan te meten.(
) Ik heb Achille Moerman nog meermalen bezocht in de laatste
week van zijn leven. Hij was helder tot de laatste dag,
en is in niets zijn opvattingen ontrouw geworden. Op zijn
verzoek heb ik het hiernavolgende artikel, zowat zijn
politieke testament, aan de Vlaamse dag- en weekbladen
ter publikatie aangeboden. Zij hadden blijkbaar niet voldoende
ruimte (alleen Knack heeft me dat expliciet laten weten),
maar TeKoS wil graag aan de laatste wens van Achille Moerman
voldoen.
1.2. Integratie van de islam in West-Europa: mogelijkheid
of waanbeeld?
Sinds de Renaissance heeft de Westerse wereld zijn gedurende
de Middeleeuwen opgebouwde, "goddelijk" geïnspireerde
maatschappijnormen grondig getransformeerd. Voorkristelijke
antie- ke bronnen, protestantisme, humanisme, Ver- lichting,
idealen van de Amerikaanse en Franse revoluties, nationalisme,
liberalisme, socialis- me, e.a. hebben zich op duurzame
wijze toege- voegd aan het middeleeuws ideeëngoed. Dit
heeft ertoe geleid dat onze maatschappelijke or- dening
en normering in grote mate werd gede- konfessionalizeerd,
en dat onze samenleving thans eerder als post-religieus
te omschrijven valt dan als kristelijk. Het spiritueel
monopolie maakte plaats voor een veelvoud aan bronnen
en het autonoom en vrij denken verving het alleenzaligmakende
en voorgekauwde dogma. Het overstijgen van het sektaire
element (de notie van het volgzame, uitverkoren of gezegen-
de volk tegenover het onvolgzame, verworpene of kwade
andere), de scheiding van de machten, het vrijheids- en
gelijkheidsbeginsel (ook qua geslacht in een meer recente
evolutie), de rechtsstaat, en de ekonomische en sociale
orga- nizatie en het funktioneren van onze maat- schappij
hebben inderdaad weinig of niets met een kristelijke grondslag
te maken, en nog minder met een kerkelijke, gezien deze
eeu- wenlange ontwikkeling keer op keer werd afge- dwongen
tegen de wil in van de kerkelijke over- heid.
De maatschappelijke dekonfessionalizering zet zich ook
vandaag de dag nog steeds verder door, en wordt gedragen
en aanvaard door het overgrote deel van de Westerse bevolking
-- ook van gelovige kant -- als voortvloeiend uit volks-
wil en demokratisch vastgelegde instellingen. Men mag
dan al individueel wetten of verordeningen betwisten:
het zal zelden voorkomen dat de legitimiteit ervan wordt
betwist op reli- gieuze basis, ook al zijn er nog fundamentalis-
ten onder ons, zoals geregeld geïllustreerd. De overtuiging
dat een goddelijke wet voortdurend het politieke, ekonomische
en sociale leven moet doorkruisen en beheersen is ons
thans vreemd. Wetten blijven weliswaar gebaseerd op waarden,
maar deze worden uit vele bronnen geput en uiteindelijk
gedistilleerd via de geijkte institutionele kanalen. De
konflikten die in de loop van de laatste vijfhonderd jaar
dit proces hebben begeleid zijn vaak heel verbeten, bloe-
dig en langdurig geweest. Ik ben er grondig van overtuigd
dat weinigen bereid zijn om aan deze door de eeuwen geboetseerde
staat van zaken abrupt een einde te maken, of de trend
om te buigen. Zoals in het verleden ontsnappen wij ook
vandaag niet aan tekortkomingen en manke werking, maar
ondanks de vele aan de opper- vlakte gekomen schandalen
en malaises van het ogenblik, die weleens doen twijfelen
aan de mérites van ons systeem, blijft het dynamisch evolueren
verkieslijker dan een terugkeer naar de dogmatische en
stagnante toestand van vroe- ger.
Sinds de jaren '60 kent West-Europa een aan- zienlijke
toevoer {legaal en illegaal) van mensen afkomstig uit
het zuid-westelijk en oostelijk Middellandse-Zeebekken.
Waar in het Turkse geval de staatsordening een Westers
georiën- teerde lekenstempel draagt, vormt in de Magh-
reb-Ianden van herkomst de islam de grondwet- telijk erkende
basis en inspiratie van de staatsordening. Dit is ook
zo in niet-Arabische moslimlanden van het Indisch subkontinent
(ontstaan op religieuze basis), die eveneens aan- zienlijk
hebben bijgedragen tot de reeds ge- noemde menselijke
toevoer naar sommige West-Europese landen. De islamitische
stempel op het maatschappelijk leven varieert er van land
tot land, maar vormt er in alle gevallen een alomtegenwoordig
gegeven. Een tendens tot inniger islamizering is er trouwens
aan de orde van de dag. Godsdienst behoort er nooit tot
de privésfeer en domineert er voortdurend bij alle mogelijke
kontakten en gebeurtenissen. Het determineert als dusdanig
het sociaal leven en het bestaan zelf. Hervormers in die
landen hebben het uiterst moeilijk om tegen de stroom
op te varen en kunnen zich nooit veroorloven de godsdienstige
basis in vraag te stellen (de grote Turkse hervormer Moestafa
Kemal Ataturk is moeilijk indenkbaar in de huidige konstellatie).
De sanktie waaraan zij in tegengesteld geval zijn blootgesteld
kan fataal zijn en vaak zoeken zij bij ons hun toevlucht.
Vrije meningsuiting moet het er steeds afleggen tegen
"respekt voor de islam". Vernieuwing, of bida in het Arabisch,
staat in religieus opzicht trouwens gelijk met ontsporing,
of het verlaten van de rechte weg van de sjari'a {goddelijke
wet) die al volledig uit- gestippeld is. Anders dan bij
ons heeft zich in het door de islam beheerste deel van
de wereld nooit een intellektuele ontwikkeling kunnen
ontplooien of voltrekken die losstond van die godsdienst
{behalve in het reeds geciteerde Tur- kije, dat tot voor
kort echter een islamizerende eerste-minister had).
De islam is bovenal vervat in de Koran, onge- veer veertien
eeuwen geleden tot stand geko- men op het Arabisch schiereiland,
bij half-ver- stedelijkte nomadengemeenschappen, wier
maatschappelijke normen hij weerspiegelt. Deze volumineuze,
gedetailleerde en repetitie- ve in verzen gestelde "heilige
schrift", in de Ara- bische taal gereveleerd, bevat voor
de moslim letterlijk Gods woord. Dit verschilt met de
heili- ge schrift van joden en christenen, door mensen
geschreven onder goddelijke inspiratie. De pro- feet Mohammed
(aldus niet de schrijver maar de ontvanger van de goddelijke
openbaring), door diezelfde Koran als laatste ultieme
profeet der profeten aangewezen, vormt een merkwaardige
historische figuur naast een al even merkwaar- dig boek.
Slechts in de Arabische versie is het werk rechts- en
godsgeldig. Deze Arabische let- terlijkheid, samen met
de gedetailleerdheid (bij- voorbeeld de aandacht die gaat
naar de bidrich- ting, zithouding daarbij, en gebedsformules),
duiden meteen bijzonder nauwe interpretatie- marges aan.
De op vertaling aangewezene dient te beseffen dat hij
zijn vertaalde verzen nooit met gezag zal kunnen inroepen.
Desondanks zou ik, samen met de moslims die klagen over
het gebrek aan kennis van hun godsdienst, hier een pleidooi
willen houden voor een nadere kennismaking met de Koran,
ook op onze scho- len. Terloops weze hier aangestipt dat,
indruisend tegen onze eigen wetgeving, migrantenkinderen
de islam bijgebracht wordt in hun taal van oorsprong door
geïmporteerde leraars die onze kultuur nauwelijks kennen
en ze dik- wijls verafschuwen.
Maar terug naar onze scholing: ik ben er verre van zeker
van dat dergelijke onderdompeling zal leiden tot meer
begrip en respekt ten op- zichte van de leer, noch zijn
belijders. De isla- mitische goddelijke boodschap, die
in zijn vijf pijlers van weinig of geen levensbeschouwelijke
inhoud getuigt (tenzij men blinde onderwerping aan geloof
in de Koran als dusdanig beschouwt), maar vooral ritualistische
of formalistische verplichtingen oplegt (dagelijkse gebeden,
jaarlijkse vastenmaand, bedevaart naar Mekka, tot eigen
geloofsgenoten beperkte aalmoes, en heilige oorlog), staat
immers bol van sektarisme. Dit uit zich zowel positief
(wees broeders on- derling), als negatief (wee de ongelovige
die eeuwige verdoemenis wacht en moet bestreden worden).
Alleen al het vaakst door de moslem uit het hoofd gekende
hoofdstuk "De koe", dat 286 verzen beslaat, telt een vijftiental
verwens- ingen aan het adres van diegenen die zich niet
tot de islam willen bekennen, of hem bestrijden. Mocht
een politieke partij in ons land uitpakken met een analoog
programma van uitsluiting, dan zou men haar bedenken met
de meest pe- joratieve adjektieven. Onverdraagzaamheid,
uitbuiting en overheersing lijken in de islam sleutelwoorden
inzake relaties met de andere. De mogelijkheid tot veranderen
van godsdienst (nochtans opgenomen in de Universele Verkla-
ring van de Rechten van de Mens, en als dusda- nig in
theorie onderschreven door een groot aantal islamitische
landen) is onbestaande, en apostasie moet volgens de Koran
met de dood worden bestraft. Ook heden gaan zelfs in de
meer tolerante islamitische landen mensen de gevangenis
in (soms in psychiatrische behande- ling) wanneer zij
een andere godsdienst willen belijden, of nog erger, willen
propageren. On- gelovigen zijn een nog verdelgbaarder
soort. Gemengde huwelijken zijn slechts mogelijk voor
de moslim-man, en voor zover het nage- slacht diezelfde
godsdienst zal aankleven. Een moslim-vrouw kan alleen
een moslim huwen. Aan deze stelregel wordt ook al vandaag
in België streng de hand gehouden door zowat de hele moslim-gemeenschap,
op straffe van maat- schappelijke uitsluiting of erger.
Een aantal wes- terlingen bekeren zich dan maar noodgedwon-
gen tot de islam, maar in feite illustreren zij hiermee
de onverdraagzaamheid, het gebrek aan respekt door die
godsdienst voor de andere. Misschien kan het Centrum voor
Gelijke Kansen en Bestrijding van Racisme hier enige aktie
on- dernemen?
Het heet dat wij de weg moeten opgaan van een "multikulturele"
maatschappij. In feite zijn wij dat al lang, in tegenstelling
tot de Koran-kon- cepten en de landen met de islam als
staatsgods- dienst. Als multikultureel zou betekenen dat
wij in een maatschappij met personele statuten moeten
uitmonden, dan bedank ik daar royaal voor. Beoefend in
de meeste islamitische lan- den, al naargelang de godsdienstige
kategorie waartoe men erfelijk behoort (met als enige
overstapmogelijkheid het één richtingsstraatje naar de
islam toe), en met een tweederangssta- tus voor joden
en kristenen (andere godsdien- sten of ongelovigen zijn
daar niet eens aan toe), kan men dan zaken als nalatenschap,
huwelijk, echtscheiding, hoederecht over kinderen e.d.
per godsdienstige subgroep laten behandelen door religieuze
rechtbanken. Nu reeds blijven een aantal Belg geworden
migranten, die daardoor hun oorspronkelijke nationaliteit
niet verliezen, in feite onderworpen aan de verplichting
van het religieus huwelijk in oorsprongsland gezien het
Belgisch burgerlijk huwelijk er niet erkend wordt (Marokko
bv. -- het omgekeerde is wel waar). Werd niet onlangs
met veel emotionele verontwaardiging rond de moord op
een mi- grantenmeisje door barmhartige samaritanen gepleit
voor meer islamitische begraafplaatsen in België? Wat
grondig fout was onder de le- venden in Zuid-Afrika op
basis van ras, zou thans wenselijk zijn onder de doden
in België op godsdienstige basis. Leve de apartheid op
de begraafplaatsen, ter bevordering van de sektaire zielerust
en het wederzijds respekt! De Belgische wetgeving op het
vlak van de na- tionaliteit werd enkele jaren geleden
aanzienlijk versoepeld voor mensen van vreemde oor- sprong
geboren op Belgisch grondgebied. Het is een verdedigbare
maatregel, maar benevens de verwarring rond dubbele nationaliteit
is het een illusie te geloven dat integratie daardoor
wordt bevorderd, of er natuurlijk uit zou voort- vloeien.
Misschien brengt deze faciliteit wel juist met zich dat
de betrokkene daardoor min- der wordt aangezet zich effektief
te integreren. Landen zoals de Verenigde Staten of Japan
bijvoorbeeld kennen naturalisatieprocedures die inhoudelijk
(kennis van lokale taal, geschiede- nis en kultuur) veel
zwaarder wegen, en formeel veel plechtiger verlopen. In
België, reeds zo wankel intern, acht men zoiets schijnbaar
over- bodig. Allerlei begeleidende integratieprogram-
ma's mogen dan al helpen, essentieel is de wil en motivatie
van de migrant om mentaal en so- ciaal aan te sluiten
bij zijn nieuwe omgeving. Een mooie barometer hiervoor
zijn gemengde huwelijken (geen schijnhuwelijken uiteraard
die behoren tot het arsenaal van de mensenhandel}, zonder
godsdienstige voorwaarden, of andere hechte samenlevingsvormen,
evenals de staat van gelijkberechtiging van de migrantenvrouwen.
Een politiek van integratie die op deze twee vlakken zou
toegespitst zijn, zou daadwerkelijk kunnen helpen, ware
het niet dat dergelijke pogingen gedoemd zijn te stranden
op de klippen van georganizeerde islamitische weerstand,
eerder dan op die van het Vlaams Blok. En gezien een kritische
houding t.o.v. dergelijke weerstand zou kunnen worden
uitgelegd als aanval op die godsdienst laat men begaan.
Waarom immers nodeloos voor het hoofd sto- ten? Diskriminatie
en apartheid, voor zover gebaseerd op godsdienst, worden
aldus aanvaardbaar en toegedekt met de mantel van het
"respekt voor andermans godsdienstige overtuiging". Wordt
het niet de hoogste tijd dat de hersenverlamming waaraan
een aantal intellektuelen lij- den (niet erg verschillend
van hun eerdere aandoening t.o.v. het kommunisme} ophoudt?
Wordt het niet de hoogste tijd dat het politieke leiderschap
dit probleem behandelt zonder valse schaamte? De koloniale
expansie, moreel in vraag gesteld omdat men nooit een
afdoende rechtvaardiging kon vinden voor het besturen,
vanop duizenden kilometer afstand, van gebieden met bevolkingen
die kultuurhistorisch en etnisch weinig met het koloniale
machtscentrum ge- meen hadden, dient nu niet om te slaan
in een post-koloniale ineenstorting van waardenschalen
op eigen terrein. Het is dwaas en op termijn zelfvernietigend
om telegeleide subkulturen en ghetto's te laten uitdijen
die zich niet kunnen of willen integreren in het geheel.
Dit geheel is, zoals boven geschetst, niet navelstarend
in zich gekeerd, en staat open voor verdere beïnvloe-
ding, ook uit andere windstreken en ook door migranten.
Maar een terugkeer naar middel- eeuwse koncepten, om een
recent gearriveerde kultureel en godsdienstig verschillende,
en eko- nomisch en sociaal zwakkere groep ter wille te
zijn, heeft niets met naastenliefde, maar alles met kortzichtigheid
te maken. Niemand is hier- mee gebaat, het minst nog de
migrant zelf die zich wil integreren.
Er is in West-Europa plaats voor diegenen die er zich
mee willen identificeren, en erbij aansluiten. Diegenen
die de islamitische Gemeenschap van Gelovigen (of oemma)
willen uitbreiden tot West-Europa, dienen rechtsomkeer
te maken. Zij staan immers een ondemokratische ordening
voor die resoluut indruist tegen de laatste vijf eeuwen
evolutie. De vrijheid van meningsuiting kent geen godsdienstige
taboes, en het (her)in- voeren of uitbreiden van de aparte
hokjes binnen ons bestel kan alleen maar onheil brengen,
zoals vorige eeuwen en meer recente voorbeelden aantonen.
De islam heeft in Europa alleen een plaats wanneer hij
ter plekke een grondige metamorfose ondergaat, het sektarisme
afzweert, en zich humanizeert. Hij moet aanvaarden dat
hij niet min, maar ook niet meer rechten dan ande- re
godsdiensten of filosofische overtuigingen kan laten gelden.
Als dusdanig moet hij (en met hem de landen die extraterritoriaal
willen tussenkomen) ophouden goddelijk geïnspireerde regels
of normen te wil- len doordrukken die haaks staan op het
bestaande wettelijke kader; en op- houden eisen te stellen
die de dekonfessionalizeringstrend -- een essentiële krachtlijn
van ons politiek en maatschappelijk model -- afbreken.
Dr.jur. Achille MOERMAN
PAGE
2>>