De islam, hoelang nog?


2. De onderdrukking van islamkritiek

2.1. Schrijfster gelauwerd, boek verbrand

(Dit is de tekst van een artikel dat ik in juli 1994 tevergeefs aan enkele dagbladen aangeboden heb.)

In de beroering rond de Bangladesji vrouwenarts en schrijfster Taslima Nasrin zijn er vreemde dingen gebeurd. Een vergelijking brengt ze meteen aan het licht, bv. met de kommotie destijds rond De Goelag-Archipel van Aleksandr Solzjenitsyn. Stel je voor dat allen die hun sympathie met Solzjenitsyn betuigden, strikt vermeden om met één woord te reppen over de inhoud van zijn werk, over het kommunisme en de kampen. Dat is gewoon ondenkbaar, en het is ook niet gebeurd. Er waren natuurlijk linksen die Solzjenitsyn haatten omdat hij de schijnwerper richtte op feiten die zijzelf ontkenden, maar zij hadden niet de slechte smaak om plots Solzjenitsyn te gaan toejuichen; zij keken de andere kant op. Maar wie Solzjenitsyn steunde, sprak vooral wèl over de Goelag.

Of herinner u de moord op Steve Biko. Kan men zich voorstellen dat een sympathizerend rouwverslag zou nagelaten hebben, de Apartheid aan te klagen en Biko's strijd ertegen in de verf te zetten? Natuurlijk niet: niemand was zo hypocriet om tegelijk Biko te prijzen en de Apartheid tegen kritiek af te schermen.

Wat toen ondenkbaar was, is tegenover Taslima Nasrin de norm. Ziedaar een Solzjenitsyn wiens Goelag Archipel zelfs door zijn eigen sympathisanten doodgezwegen wordt. De twee stellingnames die de schrijfster elk een doodvonnis opgeleverd hebben, worden in geen enkel perscommentaar gesteund of zelfs maar besproken, en meestal niet eens vermeld, ook niet in de reeks "open brieven aan Taslima Nasrin" van Bernard-Henry Lévy en andere modieuze auteurs.

Eén thema, reden voor het jongste doodvonnis, is de rol van de basisdoktrine van de islam (niet van een marginaal "fundamentalisme") in de onderdrukking van de vrouw. Naast haar betwiste uitspraak dat "de Koran grondig moet herschreven worden", heeft Nasrin in andere interviews gezegd dat zijzelf atheïst geworden is, dat de Koran soms fout is, dat de islam intolerant is en de vrouw als slaaf behandelt, dat de vrouwen zich buiten de islam moeten plaatsen. Het blijkt dat niemand zulke standpunten zelfs maar wil bespreken, tenzij om ze als "racistische vooroordelen" te verfoeien. Ook Rushdie's onleesbare boek De Duivelsverzen is nooit grondig besproken, maar dat was gewoon omdat men er weinig van begreep (in een notedop: de islam is een vergissing, want de Koran komt niet van God maar van Mohammed). Van Nasrins uitspraken (in een notedop: de islam is schadelijk) begrijpt men echter onmiddellijk dat ze in Europa evengoed als in Bangladesj taboe zijn. Wie hier voor eigen rekening Nasrins uitspraken herhaalt, kan erop rekenen, in zijn goede naam en zo mogelijk in zijn karrière getroffen te zullen worden. Vraag dat maar na bij Jean-Claude Barreau, de Franse topambtenaar die in 1991 ontslagen werd wegens een islam-kritische publikatie; of bij "Mohamed Rasoel"; of bij Voltaire, wiens toneelstuk Mahomet ou le fanatisme in Genève uit het programma van de Voltaire-herdenking geweerd werd.

Het andere thema, dat Nasrin vorig jaar een eerste doodvonnis opleverde, is het rauwe feit van de terreur tegen niet-moslims in moslim-landen. Haar boek Lajja (schaamte) behandelt niet alleen de pogroms tegen de hindoe minderheid van Bangladesj in december 1992, zoals vaak beweerd is (nl. om deze pogroms te kunnen minimalizeren als een eenmalige gebeurtenis en zelfs als het gevolg van een provokatie door de geviseerde gemeenschap). Het verhaalt op basis van historische gegevens de lijdensweg van een hindoe-familie sedert de dekolonizatie in 1947: onteigening, verkrachting, verminking, kidnapping, onderduiken, en tenslotte de vlucht naar India.

Lajja
is een mijlpaal, omdat voor het eerst een auteur van moslimsen huize de aandacht vestigt op het onrecht dat de islam de niet-moslims systematisch aandoet. De indianen hadden tijdens hun onderwerping door de kristenen tenminste nog een pater Bartolomé de las Casas die het onrecht beschreef en aankloeg, maar uit de islamgeschiedenis is geen dergelijke figuur bekend. Toch is aan Nasrin in de interviews met Der Spiegel, de Australische TV en Le Nouvel Observateur zelfs geen vraag gesteld over de inhoud van Lajja.

De recensies van de Penguin-vertaling in de engelstalige pers gaan er ook zo min mogelijk op in. The Guardian spreekt op de voorpagina van "een boek dat een taboe doorbreekt", wat klopt, maar de recensie binnenin springt vlug over de boodschap van Lajja heen naar veiliger thema's zoals feminisme en vrije meningsuiting. De weinige recensenten die echt op de inhoud ingaan, komen er zelfs voor uit dat ze dit boek liever niet hadden zien verschijnen. The Independent doet het boek af als "onverantwoordelijk", want bruikbaar voor "anti-moslim propaganda", en herhaalt de inmiddels konventionele leugen die de aandacht van Lajja moet afleiden: "Haar misdaad was, zich tegen fundamentalisten te keren die de vrouwenemancipatie vrezen" (ze deed dat al jaren maar dat leverde geen doodvonnis op, Lajja wel). The Times Literary Supplement noemt Nasrins bronnen "pseudo" en trekt het hele verhaal in twijfel.

Een ander merkwaardig feit: niemand gaat de mening van de betrokken opgejaagde gemeenschap vragen, hoewel de kommotie rond Lajja daartoe bij uitstek een aanleiding is. Hun getuigenissen gaan verzamelen is een kiese opdracht, want zulke mensen zijn vaak te bang om veel te zeggen. Zo hoorde ik ooit mgr. Teissier, bisschop van Algiers, in besloten kring vertellen dat de kristenen er in angst leven, om hem nadien in een krant te zien verklaren dat alles er dik in orde is. Zelfs bij vluchtelingen uit Bangladesj die buiten gevaar waren, heb ik een grote tegenzin vastgesteld om hun lotgevallen mede te delen; juist daaraan herkent men echte vluchtelingen.

En dan komt er een schrijfster die haar leven op het spel zet om hun verhaal te vertellen; maar haar zogezegde sympathizanten doen wat ze kunnen om dat verhaal weer in de doofpot te stoppen. Zij sympathizeren met Taslima Nasrin als slachtoffer en als feministe, maar niet in de hoedanigheden die de mollahs vertoornd hebben: als reporter van moslim-terreur en als kritikus van de islam. Op die punten zijn de weldenkende intellektuelen veeleer de bondgenoten van de mollahs die haar het zwijgen willen opleggen.

De krampachtige pogingen van onze akademici en media om de islam voor fundamentele kritiek af te schermen, is niet zo onschuldig. De Apartheid is afgeschaft doordat er een wereldwijde protestbeweging tegen die vorm van onderdrukking op gang gekomen is, beweging die zelfs het stijfkoppige en materieel zelfvoorziende Zuid-Afrika niet kon negeren. Daarentegen is Bangladesj, dat als geen ander land van buitenlandse hulp afhankelijk is, rustig in staat om sluipende maar doeltreffende etnische zuiveringen door te voeren, omdat geen haan ernaar kraait. Dat zelfs geringe druk op Bangladesj zeer effektief kan zijn, bewijst het intrekken van de officiële aanklacht tegen Taslima Nasrin; voor een gedoodverfde feministe wier frontale islamkritiek door verzwijging in de media toch onschadelijk gemaakt is, willen onze diplomaten en media nog wel iets doen, maar de miljoenen gewone slachtoffers worden doodgezwegen en in de steek gelaten. De islamwereld mag, het ene land na het andere, rustig allerlei wettelijke diskriminaties tegen de minderheden verordenen (en daarnaast ook feitelijke diskriminaties en pesterijen laten betijen): niemand die tegen die onverdraagzaamheid in het geweer komt, uit vrees om als "onverdraagzaam" gebrandmerkt te worden.

2.2. Vrijzinnigheid en islam

(Dit hoofdstuk reproduceert enkele uittreksels uit een artikel verschenen in Trends op 18 juli 1994. De volledige tekst ervan is verwerkt in hoofdstuk 5 van mijn boek De Islam voor Ongelovigen.)

Een groep Vlaamse akademici, meestal van militant vrijzinnige signatuur, heeft zopas een steunplatform voor de "gelijkberechtiging van de islam" opgericht. Tot dusver blijkt uit niets dat zij aangaande de islam enige kompetentie bezitten. Hun initiatief stelt echter de verhouding tussen islam en vrijzinnigheid aan de orde.

Wie tegenwoordig de woorden "vrijdenker" en "islam" naast elkaar zet, denkt meteen aan Salman Rushdie, die door de ayatollahs naar de hel verwenst is. (*) De Duivelsverzen-affaire begon een half jaar vóór ayatollah Chomeini's doodvonnis tegen Rushdie (14 februari 1989), toen de Indiase politikus Syed Shahabuddin verkreeg dat het boek verboden werd. Tot bittere teleurstelling van Rushdie steunden vele vrijzinnige literati in India het verbod. Daar zoals hier zijn er nl. twee soorten vrijzinnigen, de echten en degenen die de islam uitsluiten van de kritiek die zij routinematig op andere religies afvuren. (*)

Wegens "belediging van de islam" zijn inmiddels honderden intellektuelen vermoord of anderszins getroffen, zowel liberale moslims als niet- en ex-moslims. (*)

Intussen is het geloof in de Koran grondig ondermijnd door de Vlaams vrijzinnige psycholoog dr. Herman Somers, in zijn boek Een andere Mohammed (1993). Hij heeft op nuchtere en wetenschappelijke wijze gedaan wat Rushdie op eerder skabreuze wijze meende te moeten doen: aantonen dat de Koranische openbaring slechts de inbeelding was van een man die aan uitverkiezingswaan en sensoriële hallucinaties leed. Uiteraard is dit baanbrekend werk in onze media praktisch doodgezwegen. (*)

Sommigen graven naar de bronnen van de islam, anderen houden zich bezig met zijn hedendaagse impakt, ondermeer op de positie van de ongelovigen en van de vrouw. De Bangladesji arts en schrijfster Taslima Nasrin (°Mymensingh 1962) kreeg in 1993 een eerste doodvonnis te slikken wegens haar roman Lajja (Schaamte), die gaat over de vervolgingen van hindoes in Oost-Bengalen sinds zijn omvorming tot moslim-staat in 1947. Het boek is er verboden. Het is een stoorzender voor de islam-bewieroking, een zeer onwelkome doofpot-opener die de aandacht vestigt op de slachtoffers van de islam. Uit vrijzinnige hoek is het boek heel spitsvondig bekritizeerd ("onverantwoordelijk"), en de pers heeft de inhoud zoveel mogelijk buiten beeld gehouden of verkeerd weergegeven. Zo heeft men het moslim-geweld tegen de minderheden bij voorkeur voorgesteld als een "wraak" na provokaties (het hoort tot het wezen van agressie dat het slachtoffer de schuld krijgt), of als iets waaraan beide partijen gelijkelijk schuldig zijn; hetgeen niet juist is, noch in Lajja noch in de werkelijkheid. (*)

Inmiddels raakten echter nog andere recente uitspraken van haar bekend: "De Koran is overbodig geworden, hij verhindert de vooruitgang en de gelijkberechtiging van de vrouw"; "De islam geeft vrouwen geen enkele waardigheid en behandelt hen als slaven"; "Om als mens te kunnen leven moeten vrouwen zich buiten de islam plaatsen". (*) En ze gaat nog verder: "Het probleem is dat de islam intolerant is"; "Ik ben atheïst, elke vorm van religie is achterhaald"; "Ik houd de Koran op vele punten voor onjuist". Op de vraag van een Australische interviewer of ze nu de islam zelf aanvalt, zegt ze: "Ja, frontaal."

Op zulke openlijke geloofsafval staat alleszins de doodstraf. En als de "heks van Mymensingh" deze uitspraken hier komt herhalen, zal ook de heksenhamer van de anti-racismewet haar treffen. Dat blijkt althans uit het Nederlandse vonnis tegen een andere Zuid-Aziatische ex-moslim.

Na klacht vanwege blanke ingezetenen veroordeelt de blanke rechter een kleurling tot een zware boete maar spreekt hij diens blanke medeplichtigen vrij. De blanke pers braakt scheldwoorden in de richting van de kleurling en weigert aandacht te besteden aan zijn argumentatie. Nee, dit is niet Alabama 1952 of Pretoria 1972, maar Amsterdam 1992. Aanleiding is een klacht van de Anne Frankstichting tegen een boekje over de opmars van de islam: De ondergang van Nederland, land der naïeve dwazen. Uitgever en vertaler (het manuskript was in het Engels) worden vrijgesproken, maar de Pakistaanse auteur Zoka F. alias Mohamed Rasoel wordt veroordeeld tot een boete van 2000 gulden wegens het "aanzetten tot haat op grond van ras of geloofsovertuiging".

Kommentaar van Rasoel: "Het is belachelijk en ronduit een schande dat ik mij moet verantwoorden wegens diskriminatie van moslims. Het bewijst dat de strekking van het boek juist is. Dat de Nederlandse samenleving minder tolerant wordt. De vrijheid van meningsuiting wordt in ieder geval al opgeofferd. Als moslims op TV zeggen dat Nederlandse vrouwen sletten zijn, dan mag dat weer wel. Ik begrijp het gewoon niet." (*)

Men kan de vraag stellen in hoeverre het gedrag van de moslims door de Koran bepaald wordt (gelukkig laten ook zij zich gewoonlijk door algemeen-menselijke motieven leiden); maar men kan niet, tenzij uit onwetendheid of kwade trouw, ontkennen dat de Koran tot vijandschap jegens andersdenkenden aanzet. Meer dan zestig Koran-passages vormen een koherente tirade tegen de ongelovigen als boosaardig hellegebroed en te bestrijden vijand: "Strijd tegen de ongelovigen tot de afgoderij niet meer bestaat en Allahs religie algemeen heerst"; "Bestrijd de ongelovigen in uw omgeving en laat hen hardheid in u vinden"; "Zij die Mohammed volgen zijn ongenadig voor de ongelovigen maar goed voor elkander", enz. (*)

De essentie van Rasoels stelling over de geplande inpalming van Europa door de islam vinden we bevestigd bij de joods-Egyptische historika Bat Ye'or: "Het islamisme verbergt geenszins zijn bedoeling om Europa te bekeren. Brochures die in Europese islamitische centra verkocht worden, zetten doel en middelen uiteen, ondermeer bekeringswerk, huwelijken met inheemse vrouwen, en vooral de immigratie. Wetend dat de islam altijd als minderheid begonnen is in de veroverde landen, beschouwen deze ideologen de moslim-inplanting in Europa en de VS als de grote kans voor de islam." Zij vermeldt terrorisme, ekonomische druk en psychologische konditionering als wapens in de strijd om het Westen. (*)

Rechtsvervolging is niet de enige manier om islam-kritici te doen betalen. (*) Men kan hen ook isoleren door middel van een media-hetze: dit procédé hebben we de afgelopen maand in eigen land kunnen volgen. Enkele leerkrachten en direktieleden van het Hoger Pedagogisch Instituut van Laken hebben gepoogd om de voorzitter van hun schoolraad, de als WOW-lijsttrekker bekende Achille Moerman, te doen afzetten wegens "zijn extreme en racistische sympathieën". Dit was het rechtstreeks resultaat van een hetze tegen Moerman in een Vlaams ochtendblad, met in de hoofdrol BRT-medewerker Lucas Catherine. Moerman kreeg wel het vertrouwen van de schoolraad, maar intussen is zijn positie binnen de WOW ongemakkelijk geworden, want nogal wat leden hebben ingevolge deze hetze afgehaakt. Hoewel "racisme" een bespottelijke aantijging is voor een kosmopoliet als Moerman (die twintig jaar in moslimlanden gewoond heeft), blijkt nogmaals dat laster moeilijk af te schudden is.

Eén van de aangrijpingspunten van deze kampanje tegen Moerman was zijn boutade: "Ik ben geboren als anti-klerikaal, heb geleefd als anti-kommunist, en zal sterven als anti-islamiet", waarvan het laatste deel als titel boven een artikel gebruikt werd. Hij geeft hiermee gewoon uiting aan zijn radikale vrijzinnigheid. Moerman verwerpt de religie, waarin hij ondermeer ook de wortels van het racisme zegt te herkennen. Historisch kan dit kloppen: met name is de islamitische negerslavernij de wieg van het blanke anti-zwarte racisme, dat nadien door de Europeanen overgenomen werd. Inmiddels verduidelijkt Moerman zijn boutade: "Ik hoop te sterven zoals ik heb geleefd: als humanist, die niet aanvaardt dat mensen vermoord worden omwille van hun opinies, zoals die 14de journalist die ze enkele dagen geleden in Algiers uit de weg hebben geruimd." Ach, ook zonder hem uit de weg te ruimen is de eerste Vlaamse vrijzinnige die eindelijk het probleem van de islam aan de orde stelt, door deze hetze voldoende beschadigd. Het zal nu twee keer zo lang duren eer er een tweede zijn mond durft opendoen om half zo veel te zeggen. (*)

Is Rushdie doden islamitisch? Voor het islamitisch recht is de kwestie eenvoudig: het modelgedrag van de profeet Mohammed vormt een rechtsgeldig precedent. Welnu, Mohammed liet zijn kritici ombrengen. Sommigen liet hij formeel terechtstellen, bv. de krijgsgevangen Oetba, die ooit een satirisch gedicht tegen hem schreef. Bij de overgave van Mekka aan Mohammed was de afspraak dat alwie geen gewapende weerstand bood, gespaard zou worden. Maar zoals Yasser Arafat pas nog verklaard heeft: uit Mohammeds voorbeeld blijkt dat men een verdrag met de ongelovigen niet hoeft na te komen. Mohammed werkte dus zijn agenda van wraaknemingen af: hij veroordeelde een dozijn afvallige medestanders en andere kritici ter dood, onderwie enkele vrouwen. Op andere kritici stuurde hij sluipmoordenaars af (*).

Bovenstaande feiten zijn tijdens de Rushdie-zaak netjes opgesomd in diverse boeken, ondermeer Ahanat-i Rasul ki Sazaa (Oerdoe: "De straf voor het beledigen van de profeet", Delhi 1989) van Maulana Mohassan Usmani Nadwi. Nadwi toont aan dat Mohammed alleen in zijn beginperiode soms lankmoedig was, toen hij toch te zwak stond om zijn wil op te leggen. Zodra hij er sterk genoeg voor was, schakelde hij zijn kritici uit. Nadwi somt ook gelijkaardige strafmaatregelen van Mohammeds opvolgers op. Bijvoorbeeld, de eerste kalief, Abu Bakr, liet een vrouw ter dood brengen die de islam verzaakt had en geen gehoor gaf aan de oproep om zich opnieuw te bekeren. Toen een moslim-vrouw een Egyptische dhimmi (jood of kristen die op vernederende voorwaarden door de islamstaat gedoogd wordt) trachtte te bekeren, en deze zich negatief over de profeet uitliet, doodde zij hem; de goeverneur oordeelde dat "een dhimmi het recht niet heeft om een moslim te kwetsen aangaande de profeet", en keurde de moord goed. Nadwi voert nog een hele reeks theologen en heersers uit veertien eeuwen islamgeschiedenis op als getuigen, en besluit dat een pleidooi voor mildheid jegens Rushdie "van een onbekendheid met de geest en de geschiedenis van de islam getuigt". (*)

De pleitbezorgers van de islam hebben niet veel analyse nodig om islamkritiek te duiden: het gaat gewoon om "racistische vooroordelen" van "extreem-rechts". Wij willen dit toch even verifiëren. Wat hebben Salman Rushdie, Taslima Nasrin, Ram Swarup, Sitaram Goël en Bat Ye'or met elkaar gemeen? Wat hebben zij gemeen met de Turkse marxist Aziz Nesin ("Er moet een einde komen aan de duizendjarige tirannie van de Koran"); met Chandmal Chopra ("De Koran zweept de moslims op tot onverdraagzaamheid en geweld"); met Maryse Condé, die in haar roman Ségou de Afrikaanse kijk op de islam weergeeft ("De islam is een mes dat tweedracht zaait, dat verwondingen toebrengt waarvan we niet meer genezen")? Niet hun politieke opvattingen, die een brede waaier vertegenwoordigen waarin alleen "extreem-rechts" ontbreekt. Wel dat zij meer moed hebben dan onze multikul-ayatollahs, en meer huidpigment. Terwijl blanke paters de inplanting van de islam in België organizeren, sneuvelen zwarte kristenen in Soedan door het zwaard van de islam. Het verzet tegen de islam is inderdaad bruin en zwart, niet qua politieke maar qua huidskleur.

2.3. Antwoord aan prof. De Ley

(Nadat bovenstaand artikel in Trends verscheen, reageerde prof. Herman De Ley, marxist en initiatiefnemer van het platform "Akademici voor de Gelijkberechtiging van de Islam". Een ingekorte versie van zijn brief (ondermeer minus de lasterlijke aanvallen ad hominem op dr. Herman Somers en op mijzelf) verscheen op de lezersbladzijde van Trends op 5 september 1994. Om copyright-redenen reproduceer ik prof. De Ley's tekst hier niet. Al de daarin gebruikte argumenten passeren echter de revue in mijn omstandig wederwoord, namelijk in mijn hier in hoodstuk 2.3 voor het eerst gepubliceerde brief dd. 13 augustus 1994 aan prof. Herman De Ley, vakgroep Latijn & Grieks, Universiteit Gent.)

Geacht Professor,
Dank voor de tijd en moeite die U besteed hebt aan het schrijven van een kommentaar op mijn artikeltje over "Mohammed of het fanatisme" in Trends (18 juli 1994). Ik op mijn beurt doe de moeite om U hierbij een redelijk volledig antwoord te geven. Gezien het openbaar karakter van deze diskussie, zal U er geen bezwaar tegen hebben dat ik een kopie van deze brief aan enkele bij dit dossier betrokken derden toezend.

2.3.1. Het AGI-initiatief

Als akademikus bent het met me eens dat een artikeltje van 4 bladzijden zeer kort en dus noodwendig zeer beperkt van opzet moet zijn; daarom verwondert het me wel dat U doet alsof die tekst mijn definitieve en volledige stellingname over de islam is. Inderdaad, U blijkt daarin mijn standpunt te lezen over ondermeer de migrantenkwestie, de relatie tussen moslim-doktrine en islam-gelovigen (waarover dadelijk meer), over de historiciteit van de overleveringen betreffende Mohammed, over eenheid danwel pluraliteit van de islam, en zelfs over Uw eigen initiatief "Akademici voor Gelijkberechtiging van de Islam". Over dat alles ging mijn tekst dus niet; ik heb al genoeg moeite gehad om een karrevracht informatie over het onderwerp "vervolging van andersdenkenden door de islam" zo te besnoeien en samen te persen dat ze niet meer dan vier bladzijden zou beslaan.

Over uw AGI-initiatief zult U in mijn artikel inderdaad geen enkele kommentaar terugvinden; ik heb het alleen vermeld als een merkwaardig achtergrondfeit dat wat paradoksaal reliëf geeft aan de in Bangladesj en elders weer eens in de aktualiteit gekomen doch eeuwenoude onverdraagzaamheid van de islam jegens andersdenkenden. Ik heb dus nergens geschreven dat een al twintig jaar bestaande wet niet moet toegepast worden; als die wet bestaat, dan moet hij natuurlijk wel toegepast worden. Maar die wet is er destijds zonder het minste inhoudelijke debat doorgekomen, in een tijd waarin religie alleen nog folklore leek te zijn, en de vraag naar de wenselijkheid van die wet mag, hoewel ik er in dat artikel niet op ingegaan ben, na twintig jaar eindelijk wel eens gesteld worden; dat ware een waardige taak voor akademici geweest. De meeste Europese landen, waaronder ook de bij uitstek progressieve, hebben niét tot een dergelijke erkenning van de islam besloten, dus blijkbaar zijn demokratie en verdraagzaamheid best verenigbaar met de niet-erkenning van de islam.

Verder interesseert de kwestie mij niet: hoewel de financiering van een geïnstitutionalizeerde islam door de Belgische overheid zeker een overwinning voor de islam betekent, denk ik niet dat het een doorslaggevende faktor zal zijn in de strijd van de islam om Europa. Zoals U zelf vaststelt heeft de niet-toepassing van de erkenningswet "de islam hier vanzelfsprekend niet verzwakt, wel integendeel". Soms is een akkomoderende houding tegenover een agressor zelfs het verstandigst; de tijd zal leren of dat hier het geval was, maar ik lig er alvast niet van wakker.

2.3.2. Vrijzinnigen en kristenen

Overlopen we verder de andere beweringen uit Uw brief. U leest mijn omschrijving van de Kerk als "tandeloos" als een kritiek en een aanval op de Kerk. Dat blijkt nochtans uit niets in mijn tekst, en is in ieder geval de waarheid niet. Ik doe alleen een vaststelling, nl. dat de Kerk inderdaad niet langer weerbaar en strijdbaar is, dat ze haar zelfrespekt verliest, en dat ze bijgevolg een gemakkelijke prooi voor haar vijanden geworden is. Dat betekent ondermeer dat ze zichzelf niet meer ernstig neemt. Als een groep KU-Leuvense moraaltheologen in een recente verklaring allerlei seksuele variaties goedkeurt, dan heb ik daar als modern mens geen moeite mee, maar ik stel wel vast dat ze daarmee flagrant tegen tientallen expliciete verordeningen uit het Oude en Nieuwe Testament en uit de Kerktraditie ingaan.

Blijkbaar gaat het om mensen die met de nieuwe winden willen meewaaien maar de moed niet hebben om hun feitelijke breuk met de kristelijke leer te expliciteren en om konsekwent hun goedbetaald postje als katholiek theoloog ter beschikking te stellen; vroeger zou de kerkelijke overheid alleszins de tanden gehad hebben om hen eruit te gooien. Een aantal organizaties die de nog bestaande voordelen van het etiket "katholiek" willen blijven genieten, zoals Uw bondgenoot de Chirojeugd, nemen regelmatig standpunten in tegen de kristelijke moraal, de paus enz. Kortom, er is niet veel katholieks meer aan de katholieke zuil.

Met tandeloosheid bedoel ik vooral dat de Vlaamse Kerk zichzelf niet meer verdedigt. Zij verdedigt zich, en dat is natuurlijk een goede zaak, al lang niet meer met geweld: al honderd Westerse Taslima's hebben de rol van het kristendom (niet van de paus of de Kerk of het kristelijk fundamentalisme, maar van het kristendom zelf) in de onderdrukking van de vrouw op felle toon aangevallen, en tegen geen enkele is een doodvonnis uitgesproken, noch heeft enig kristelijk land een verbod uitgevaardigd tegen enige publikatie die dergelijke stellingen verkondigt. Het is een mooi verhaaltje (het uitgangspunt en wonderwel ook de konklusie van het welbekende Fundamentalist Project) dat er parallelle opflakkeringen van "fundamentalisme" zijn in verschillende religies, maar het is gewoon niet waar dat in enige religie vandaag een vervolging van andersdenkenden bestaat die kwalitatief en kwantitatief vergelijkbaar is met wat gebeurt in de islam. Zelfs de aanslagen van evangelische fundamentalisten op abortusdokters (die overigens niet om hun opinie aangevallen zijn) zijn alsnog een kleinigheid vergeleken bij wat in de islam gebeurt.

Maar zelfs op geweldloze manier verdedigt zij zich niet meer, en zij laat alles gelaten over zich komen. Men kan dus veilig de Kerk aanvallen: elke Bekende Vlaming wil wel eens de plezantste zijn met schuine grappen over het bijna uitgestorven ras van priesters en nonnen, en de georganizeerde vrijzinnigheid grijpt haar kans om de gedemobilizeerde katholieke zuil nieuwe slagen toe te brengen (zie verder). Misschien is dat geen slechte zaak, maar alleszins klopt het met de omschrijving van de kerk als "tandeloos".

U stelt dat het AGI een pluralistisch initiatief is, uitgaande van zowel vrijzinnigen als kristenen. Ik meen te weten dat het initiatief wel degelijk van vrijzinnigen uitgaat, maar goed, ik neem vrede met de vaststelling dat er, of ze nu de hoofdrol spelen of niet, alleszins vrijzinnigen deelnemen aan een initiatief ten gunste van de islam; dat is al genoeg aanleiding voor een beschouwing over islam & vrijzinnigheid. Verder interesseert het mij niet wie er achter dit AGI staat, maar als U toch zo hamert op de eensgezindheid van kristenen en vrijzinnigen, dan wil ik daarover best wat kommentaar improviseren.

Vooraleer op de jongste ontwikkelingen in de Belgische levensbeschouwelijke tegenstelling in te gaan, even mezelf daarin situeren: zoals de meesten van mijn generatiegenoten die in de katholieke zuil opgegroeid zijn, geloof ik al een tijd niet meer in de definiërende geloofspunten van het kristendom, al apprecieer ik wel bepaalde verworvenheden uit de kristelijke geschiedenis, bv. de sociale leer van de Kerk. In de letterlijke betekenis ben ik dus een vrijzinnige, een voorstander en beoefenaar van het vrij onderzoek. De vrijzinnigheid als beweging is echter mijn wereld niet.

Dit gezegd zijnde, wil ik hier niet naïef gaan aannemen dat met de sekularizering van de katholieke gemeenschap een wederzijdse détente tussen de twee klassieke levensbeschouwelijke polen in België ingetreden is. Ik stel integendeel vast dat in bepaalde vrijzinnige milieus nog steeds de aloude ziedende haat tegen de "katholieken" gekultiveerd wordt, en dat deze haat nog steeds een politieke faktor is. Mark Eyskens sprak recent nog van de (suksesvolle) bemoeienissen van de loge om de aanvankelijke steun van België aan het door de Kerk gedomineerde Rwanda tegen de RPF-invasie in 1990 te stoppen (als de katholieken nog tanden hadden, dan zou Vlaanderen nu zinderen van slogans als: "Loge schuldig aan genocide"; dat is maar van dezelfde orde als de aantijging door sommige vrijzinnigen dat de paus om zijn anti-kondoomstandpunt schuldig is aan "misdaden tegen de mensheid"). Mark Grammens wees in zijn Journaal op de overwinning die de Belgische vrijzinnigheid skoort door middel van het pakt tussen de onderwijsnetten om de migrantenkinderen te spreiden. Zou het toeval zijn dat het spreidingsplan van een militant vrijzinnige onderwijsminister een inbreuk op het katholieke karakter van het katholiek onderwijs als neveneffekt heeft?

De psychologie van de hedendaagse katholieken en ex-katholieken kennende, kan ik me best voorstellen dat volgende twee schijnbaar tegengestelde hypothesen tegelijk waar zijn. Ten eerste, ook het plan tot effektieve opwaardering van de islam is voor de vrijzinnigheid een bijkomend wapen in de strijd tegen de bevoorrechte positie van de Kerk; reeds Luther beschouwde den grooten Turck als een welgekomen objektieve bondgenoot tegen de paus. Ten tweede, een aantal nominaal-katholieken en "gedemobilizeerde" katholieken (voor wie de kruistocht tegen de vrijzinnigheid slechts een jeugdherinnering is) hebben in goed vertrouwen, zonder achterdocht, uit oprechte sympathie voor de verklaarde bedoeling van Uw manifest, mee getekend.

Schaapachtige volgzaamheid was immers altijd het gedoodverfde kenmerk van de Vlaamse katholiek, en het is niet te verwonderen dat de gesekularizeerde Vlaamse katholiek nog steeds heel schaapachtig meeloopt zodra iemand met airs van alleenzaligmakendheid een vroom kommandowoordje uitspreekt (zoals "verdraagzaamheid"). Het feit dat goede zielen uit de katholieke zuil bereid gevonden worden om een manifest te ondertekenen, weerlegt dus niet de eventuele hypothese dat dat manifest door een militant-vrijzinnige, anti-katholieke agenda gemotiveerd kan zijn. Ik zeg niet dat dat zo is, daarvoor zou ik één en ander moeten verifiëren en zo hard interesseert deze materie mij niet, maar ik zeg wel dat het perfekt mogelijk is.

Tot daar mijn vrijblijvende, louter spekulatieve gelegenheidsbedenking bij Uw insistentie op het pluralistische karakter van het AGI-initiatief. Nu iets ernstigers.

2.3.3. Taslima Nasrin

Ik neem het niet dat U mijn aandacht voor de lotgevallen van Taslima Nasrin omschrijft als "misbruik". U beweert dat ik "de naam van dit slachtoffer van intolerantie en fanatisme in het buitenland misbruik ten behoeve van een pleidooi voor onverdraagzaamheid en diskriminatie jegens een religieuze minderheid in eigen land".

Met die "diskriminatie" bedoelt U kennelijk de niet-toepassing van de wettelijke gelijkberechtiging van de islam, waar ik dus niets over gezegd of geschreven heb. Een adekwatere term dan "diskriminatie" ware overigens "verdunde reciprociteit" geweest: een miniem beetje diskriminatie tegenover een religie die overal waar ze het voor het zeggen heeft, andere religies tien tot honderd keer zwaarder diskrimineert.

Wat totaal niet door de beugel kan, is dat U mij een "pleidooi voor onverdraagzaamheid" toeschrijft. Citaten alstublieft? In ieder geval heb ik nooit gepleit voor onverdraagzaamheid, integendeel: nadat ik in vluchtelingenkampen in India de menselijke gevolgen van de islamitische onverdraagzaamheid gezien heb, heb ik me geëngageerd in de strijd tégen de onverdraagzaamheid, en met name in het doorprikken van het massieve propaganda-offensief dat van de islam momenteel de enige onverdraagzame ideologie maakt die boven alle kritiek verheven is. U neemt Uw wensen voor werkelijkheid wanneer U mij onverdraagzaam noemt. Het zou U warempel goed uitkomen als U de wereld netjes kon verdelen in pro-islamitische verdraagzamen en islam-kritische onverdraagzamen.

Maar zo is het dus niet; zelfs aan de dubieuze oproepen tot "geen verdraagzaamheid voor de vijanden van de verdraagzaamheid" heb ik nooit meegedaan (een aantal van Uw mede-ondertekenaars wèl), hoewel dat principe hier perfekt zou kunnen ingeroepen worden. Onze standpuntbepaling tegenover de islam is inderdaad een kwestie van: hoe gaan we om met een systeem van religieus verordende onverdraagzaamheid? Mijn antwoord daarop is niet dat van de Algerijnse regering, nl. "geen verdraagzaamheid voor onverdraagzamen", of "geen demokratie voor de vijanden van de demokratie" (beleid dat door een SP-parlementslid tegenover een Algerijnse delegatie toegejuicht werd en zelfs tot voorbeeld gesteld voor het geval ons land met een verkiezingszege van het Vlaams Blok te maken krijgt). Mijn antwoord op de islam is de inhoudelijke diskussie over de ideologische faktoren van die onverdraagzaamheid, best voorafgegaan door een broodnodige inventarizering van gegevens die het feit zelf van de onverdraagzaamheid van de islam bevestigen. Ik meen te weten dat Uzelf principieel dat soort diskussie uit de weg gaat; dat althans heb ik begrepen uit de inleidende (lange!) reeks berichten van niet-deelname van genodigden die de moderator van het islamdebat op de Gentse Feesten voorlas,-- en dat was dan nog een debat onder gelijkgestemden, die allemaal de "gelijkberechtiging van de islam" steunen.

Wat Taslima Nasrin betreft: ik ben, voorzover ik weet, in het Westen de enige publicist die aandacht geschonken heeft aan de inhoud van het boek dat haar een eerste doodvonnis opgeleverd heeft. Inderdaad, de kranten hebben wel de titel van dat boek Lajja vermeld, maar de inhoud is hun nooit meer dan één zinnetje waard geweest; en zelfs in dat ene zinnetje wisten ze er dan vaak nog een flinke draai aan te geven, nl. om het daarin beschreven moslim-geweld als het resultaat van een provokatie vanwege de slachtoffers voor te stellen. Het boek beschrijft de moslim-terreur tegen de minderheden via de lotgevallen van een hindoe-familie tussen 1947 en 1992, en daarmee wordt een taboe gebroken; alle reakties die tot nu toe in de internationale pers verschenen zijn, zijn erop gericht dat taboe te herstellen, en het lot van de niet-moslims in moslimlanden opnieuw in de doofpot te stoppen.

De Times Literary Supplement presteerde het om het boek te laten recenseren door een moslim die het historisch feitenmateriaal waarop Lajja gebaseerd is, van tafel veegt als zijnde "pseudo"; omdat ikzelf genoeg vluchtelingen uit Bangladesj gesproken heb die de inhoud van Lajja bevestigen, kies ik in deze kontroverse de kant van Taslima Nasrin, tegen de negationisten die in TLS en de hele Westerse pers blijkbaar de dienst uitmaken. Ook The Independent laat het boek door een moslim bespreken, die het boek "onverantwoordelijk" noemt, want "nuttig voor anti-moslim propaganda". Beide moslim-recensenten maken er geen geheim van dat ze Taslima Nasrin de publikatie van Lajja zeer kwalijk nemen, en trachten vervolgens bij hun Britse lezers wat sympathieker over te komen door de aandacht te verleggen naar feminisme, vrije meningsuiting en andere meer bespreekbare aspekten van de zaak.

Voor het overige: de hele meute niet-moslim progressieven en literatoren die aan Taslima Nasrin hun steun betuigd hebben, ontwijken zonder uitzondering de problematiek die door Taslima Nasrin aan de orde gesteld is. Let wel: het is de allereerste keer in de geschiedenis van de islam dat een moslim-auteur met sympathie het lijden van de door de islam verdrukte niet-moslims beschrijft. Lajja is om die reden een historisch boek. Taslima Nasrin zet haar leven op het spel om het verhaal van de verdrukte niet-moslims te vertellen, en al haar zogezegde sympathizanten doen nu al het mogelijke om te verhinderen dat iemand aan dat verhaal aandacht zou besteden.

(naschrift:) Aan het islamdebat tijdens de Gentse Feesten 1994 namen ondermeer prof. Etienne Vermeersch, prof. Rik Pinxten en Lucas Cathérine deel, samen met een plaatselijke islambekeerlinge. Onder degenen die de uitnodiging afgeslagen hadden herinner ik me prof. Jan Blommaert, voorvechter van de migrantenzaak, die had laten weten dat vragen over een "islamitisch gevaar" voor hem apriori onzinnig zijn.


U zegt dat U tegen onverdraagzaamheid bent, ook tegen die waarvan Taslima Nasrin het slachtoffer is. Ik weet inmiddels wat Uw houding is tegenover de weinigen die hier voor eigen rekening hetzelfde zeggen als wat Taslima Nasrin ginds gezegd en geschreven heeft. U kan er moeilijk onderuit, met haar als slachtoffer te sympathizeren; maar als reporter van de misdaden van de islam kan zij alleen Uw haat opwekken, gezien de haat die dezelfde aktiviteit bij U opwekt wanneer landgenoten ervoor tekenen.

2.3.4. Fundamentalisme in België

U denkt dat ik "gefrustreerd" ben om "de afwezigheid van enig noemenswaard fundamentalisme" bij de moslims in België. Integendeel, professor. Voor U is dit debat een louter akademische kwestie; voor mij kan het, afhankelijk van hoe de teerlingen verder zullen rollen, een zaak van leven of dood zijn. In het verre Australië werd een Koptisch immigrant vermoord omdat hij over de onderdrukking van de Kopten in Egypte schreef, en toen de Rushdie-kommotie al drie jaar overgewaaid was, werd in het verdraagzame en perifere Noorwegen de plaatselijke Rushdie-vertaler vermoord. Uit dit soort voorvallen leidde de bruine "racist" Mohamed Rasoel af dat je op geen enkele plaats en op geen enkel tijdstip veilig bent. Toch zijn zulke landen zonder islam-establishment nog altijd redelijk veilig, en ik ga me dus niet vermommen of onderduiken; maar niettemin blijft het levensgevaar dat met islamkritiek verbonden is, een realiteit. Vanuit die zeer konkrete bekommernis houd ik het islam-fanatisme liefst zo ver mogelijk uit de buurt.

Uw uithaal (3x) dat ik hier op het fundamentalisme zit te wachten, is om die reden al zeer misplaatst. Maar hij is ook onterecht, omdat hij ervan uitgaat dat er hier geen "fundamentalisme" aanwezig is.

De moslim-immigranten in ons land waren vooral gastarbeiders, weinig geletterd, weinig geschoold in de islam-doktrine, voor wie "islam" uit een paar onschuldige leefregels en rituelen bestond. Het verschil met Groot-Brittannië is enorm: daar bestaat sinds decennia een leidersklasse onder de moslims, artsen en akademici en zakenlui, die een zeer strikte en zelfbewuste islam in praktijk brengen; het effekt is dat de islam er veel assertiever en radikaler is, en al openlijk tot de vorming van een "niet-territoriale staat van Britse moslims" opgeroepen heeft (een aangepaste variant op het typische moslim-separatisme in landen waar moslims om numerieke redenen niet de volledige macht denken te kunnen grijpen: Brits-Indië/Pakistan, India/Kasjmir, Filippijnen/Mindanao, Myanmar/Arakan). Aangezien de Belgische moslim-gemeenschap sociologisch en organizatorisch in dezelfde richting evolueert, is het realistisch om een gelijkaardige radikalizering te verwachten.

In het laatste decennium is er hier reeds een sterk, maar voorlopig nog weinig naar buiten tredend integrisme gegroeid. Organizaties als de Ichwaan (Moslim-Broeders) en de Milli Görüs zijn in opmars; de recente snelle veralgemening van de sluierdracht staat daar onmiskenbaar mee in verband. Deze organizaties hebben er momenteel geen enkel belang bij om met geweld in het nieuws te komen; hun zorg in dit stadium is juist, respektabiliteit te verwerven.

Ik stel in dat verband het heilzame effekt van een sfeer van vrije kritiek vast: uit gesprekken met Milli Görüs-mensen weet ik dat zij, ondanks de lichtzinnige pro-islamitische opstelling van onze kletsende klasse, bij de gewone man nog steeds een sterk wantrouwen jegens de islam ondervinden. Het is mede daarom dat zij zich uitsloven om respektabel te zijn; zo zie je maar hoe de onbevangen islamkritiek van de gewone man op kleine schaal doet wat U op intellektueel niveau probeert te verhinderen, nl. de moslims helpen om uit hun doktrinale waan van Godgegeven eigengerechtigheid te komen en zich naar algemeen-menselijke waarden te schikken.

Ik kan dus nog steeds rustig naar Milli Görüs-bijeenkomsten gaan om daar als enige in Vlaanderen ernstig verslag van te doen, zonder dat ik mij daar één ogenblik verontrust moet voelen. Maar dat is dus geen reden om mijn ogen te sluiten voor het integristisch programma dat zij hopen uit te voeren zodra de islam er sterk genoeg voor staat, en het wantrouwen van de gewone niet-moslim hen niet meer zal raken. En het feit dat niet-moslim multikulturalisten voor hen de kastanjes uit het vuur halen en als voorste strijdlinie van de islam fungeren, maakt het hun helemaal gemakkelijk om hun militantisme onopvallend te houden.

U schijnt het voldongen feit van de inplanting van integristische kernen in België te ontkennen, wanneer U schrijft dat U Uw aktie voert "juist om te vermijden dat extremisten in ons land vaste voet aan de grond zouden krijgen". Een soort preventieve appeasement-politiek, dus. Hier stel ik vast dat U uitgerekend het dossier van de gelijkberechtiging van de islam niet goed kent.

(naschrift:) Over de massa-bijeenkomst van de Milli Görüs (Turks: "Zienswijze van de Moslimnatie") in de Limburghal te Genk in april 1992 deed ik verslag in Trends, evenals in een in eigen beheer uitgegeven rapport, De Islamitische Zuil; over die in het Antwerpse Sportpaleis twee jaar later deed ik verslag in de Gazet van Antwerpen.

Hoewel het voeren van een aktie voor de effektieve gelijkberechtiging van de islam als logische aanleiding schijnt te impliceren dat de overheid die gelijkberechtiging blokkeert, is de overheid al jaren in principe zeer welwillend tegenover de moslim-gemeenschap. Of wou U insinueren dat mw. D'Hondt en pater Leman (en niet te vergeten, koning Boudewijn, die een hoofdrol gespeeld heeft in de erkenning van de islam maar ook nadien nog 19 jaar een zeer aktief staatshoofd geweest is) de gelijkberechtiging van de islam gesaboteerd hebben? Het probleem zit hem, zoals U weet, vooral in de erkenning van een representatieve raad die bevoegd zal zijn voor bv. de inhoud van de godsdienstlessen, de aanstelling van leerkrachten e.d. De door U aangestipte onenigheid tussen de moslims onderling is één element, maar daarnaast was er ook de goedbedoelde poging van de overheid om "fundamentalisten" uit die raad te weren. De details en recente ontwikkelingen van dat dossier laat ik hier buiten beschouwing, en ik beperk mij tot de volgende twee vaststellingen.

Ten eerste, naar de mening van de Belgische overheden is er een substantiële "fundamentalistische" aanwezigheid in België, en is de deelname van dit opiniesegment aan gezagsfunkties onwenselijk. Ten tweede, de moslimgemeenschap heeft de uitsluiting van de "fundamentalisten", samen met de daaraan ten grondslag liggende opdeling van haarzelf in gematigden en "fundamentalisten", beslissend verworpen. Let wel, die opdeling is het koninginnestuk van het multikulturalistische discours dat elke kritiek op de islam zelf tracht af te wenden in de richting van het boze "fundamentalisme". Het gros van de moslimgemeenschap zit hier duidelijk op een andere golflengte dan het verbond van multikulturalisten en enkele verwesterst-mediatieke neo-moslims (genre Mohammed Arkoun), die ons het vrome praatje opdissen dat het fundamentalisme eigenlijk heel on-islamitisch is ("l'islamisme contre l'islam"). Het fundamentalisme, dat is de islam, en zelfs de meeste lauwe moslims weten dat in hun hart ook wel.

Politici uit betrekkelijk sekuliere moslim-landen (Inönü uit Turkije, Ben Ali uit Tunesië) wijzen erop dat de integristen Europa als basis gebruiken voor hun strijd om de macht in hun thuisland te grijpen. Ziedaar een onverdachte bron die bevestigt dat de integristen hier wel degelijk aanwezig zijn, en die tevens een belangrijke reden aangeeft waarom zij zich hier redelijk gedeisd houden: zij hebben momenteel andere prioriteiten dan de islamizering van Europa, en willen hun gastheren voorlopig niet tegen zich in het harnas jagen.

Ook de zegslieden van de moslimgemeenschappen in Westerse landen melden zelf de aanwezigheid van de radikale stroming. In Groot-Brittannië heeft die radikale stroming middels het moslim-parlement reeds de organizatorische leiding van de moslims in handen gekregen. In Japan steunden plaatselijke moslimleiders openlijk de moord op de Japanse Rushdie-vertaler. Volgens Le Monde van vandaag is er een merkbare radikalizering van de islam in Frankrijk bezig, na het verschrompelen van de linkse en "anti-racistische" migrantenwerking. Een Zweeds moslimleider verklaarde zopas dat in de moskeeën zou opgeroepen worden om Taslima Nasrin met rust te laten, maar dat hij niet kon uitsluiten dat bepaalde leden van de Zweedse moslimgemeenschap hun eigen islamitisch geweten zouden volgen en haar vermoorden. Wat een nette manier om een dreigement te uiten en tegelijk alle verantwoordelijkheid af te wijzen.

Intussen is het zonder meer juist dat de Belgische moslims zich behoorlijk gedragen en islam-kritici geen strobreed in de weg leggen: tot nu toe gaat de intellektuele terreur die de islam tegen kritiek moet afschermen, uit van niet-moslims zoals Uzelf. Lenin had daar een speciale term voor.

2.3.5. Hetze

U hoeft het woord "hetze" in verband met Achille Moerman heus niet tussen aanhalingstekens te plaatsen, want de stemmingmakerij tegen hem door enkele media-multikulturalisten mag wel degelijk zo genoemd worden. Ze ging niet uit van de HPI-leerkrachten, zoals U beweert: hùn gedrag was juist het gevolg van de hetze. Wanneer een paar wolven iemand aanvallen, dan scharen schaapjes zich niet aan de zijde van hun slachtoffer, maar proberen ze integendeel zelf wat wolfachtige snuiten te trekken. Laster is een uiterst effektief wapen, zoals Noam Chomsky opmerkt, want de goegemeente legt de bewijslast meteen bij het slachtoffer. Ik heb dit zelf ook ondervonden.

Uw hele brief door maakt U duistere toespelingen op mijn "geestesgenoten" die een "kruistocht" voeren, en over de "extremistische hoek" waarin ik zou thuishoren. Waar U die mosterd vandaan hebt, laat zich eenduidig afleiden uit Uw opmerking: "enkele jaren geleden, als ik mij niet vergis, liet hij er zich op voorstaan een 'KUL-medewerker' te zijn". Dit verhaaltje is gelanceerd door een marxistisch-leninistisch redakteur van De Morgen, in een artikel getiteld: "KUL-wetenschapper is VB-ideoloog".

(naschrift: ) Toen ik eind mei 1993 een lezing gaf voor de Vlaams-Nationale Debatklub, wijdde Walter Pauli een artikel aan mijn lezing van een jaar eerder voor een VB-colloquium. Hoewel ik bij die gelegenheid de tegenstelling tussen de islamvisie van het VB en die van mijzelf geëxpliciteerd heb, en mijn tekst ook aan de pers bezorgd is, stelde Pauli (en Lucas Catherine en Jan De Zutter) het voor alsof ik de partij haar islamstandpunt ingefluisterd had. De tekst van die lezing vormde de kern van mijn boek De Islam voor Ongelovigen (Delta 1996); in zijn recensie daarvan stelde ook Marc Joris van de VB-studiedienst de evidente en fundamentele verschillen in islamvisie vast. Het is niet ongewoon dat het

De feiten betreffende mijn relatie met de KUL zijn dat ik toen meewerkte aan verschillende KUL-aktiviteiten, ondermeer publiceerde ik regelmatig in het inmiddels ter ziele gegane Inforiënt, en werkte ik (nog steeds trouwens) in mijn vrije uren aan een doktoraat. Ik zou dat niet als "KUL-medewerker" omschrijven, maar aangezien "medewerker" een vage en niet-beschermde term is, lijkt het me vanwege de Vlaams-Nationale Debatklub ook weer geen echte fout dat ze mij in een aankondiging zo genoemd heeft. Journalisten en organizatoren van lezingen hebben nogal de neiging om het belang van gesprekspartners op te blazen, en wie niet tot enig establishment behoort, krijgt willens nillens toch een institutioneel etiket opgekleefd. Vandaar bv. dat de psycholoog dr. Herman Somers, die in Leuven een labo heeft, door een journalist van het Belang van Limburg met de KUL geassocieerd werd; wat prompt een boze brief vanwege de rektor opleverde, dat "Somers het recht niet heeft, zich KUL-wetenschapper te noemen". Somers heeft zich zo niet genoemd, maar gewone mensen hebben zoveel ontzag voor akademische status dat ze die vanzelf toekennen aan iemand die echte geleerdheid blijkt te bezitten.

De DM-redakteur wilde mij met alle geweld als "KUL-wetenschapper" voorstellen omdat hij met zijn aanval op mij terloops ook eventjes de KUL hoopte te treffen. De haat tegen nominaal katholieke instellingen zit er bij bepaalde vrijzinnigen (eens te meer) nog steeds diep in, zelfs bij iemand die destijds als Veto-redaktiesekretaris jarenlang van het rijkelijke KUL-manna genoten heeft en op KUL-kosten zijn eigen ideologische propaganda kon voeren, tot en met afrekeningen met medestudenten (ondermeer leidend tot een proces dat hij in eerste aanleg en in beroep verloren heeft). In ieder geval, dat ik mij ooit enige valse KUL-status aangematigd heb, is een leugen; wat U niet belet om ze via een lezersbrief nog maar eens verder te verspreiden.

En ik moet toegeven dat U de kunst van de insinuatie goed beheerst: zonder Uzelf op een onware uitspraak te laten vastpinnen, alleen een schuine hint geven, heel ekonomisch, bv. door aanhalingstekens te plaatsen rond mijn akademische titels en huidige funktie. Met een kleine moeite helpt U zo om het totaal uit de lucht gegrepen praatje dat Koen Elst zich een valse akademische status toeëigent, een eigen leven te doen leiden. Blijkbaar zijn alle middelen goed om islamkritici te intimideren. Ook dr. Somers krijgt, als "vrijzinnige" (in de eigenlijke, niet in de sektaire zin) èn als "psycholoog", van die twijfelzaaiende aanhalingstekens opgespeld, en U zegt zelfs expliciet dat hij door mij bij deze gelegenheid tot die status "gepromoveerd" is. Dat gaat al verder dan de insinuatie. Gezien het extreem grote belang dat akademici aan titels en aan reputaties hechten, moeten juist zij elke zweem van medeplichtigheid aan het besmeuren van iemands goede naam vermijden; doen ze dat niet, dan moet hen dat navenant zwaar aangerekend worden.

VB andersdenkenden op zijn colloquia uitnodigt, bv. dat over het probleem-Brussel in september 2001 had naast VB-tenoren als sprekers ook Fernand Keuleneer (strekking CVP), Bernard Daelemans (vlaamsgezind links) en Robert Steuckers (niet-nationalistisch nieuw-rechts).
(naschrift:) De KUL reageerde op het artikel in De Morgen met de slinkse lafheid die de katholieke zuil tegenwoordig kenmerkt: zij liet weten dat ondergetekende niet "in het organigram van de KUL voorkomt",-- iets wat geen enkele betrokkene ooit beweerd had. De halfaandachtige lezer neemt echter aan dat de ontkenning van een bewering impliceert dat iemand di


Wat dan het eigenlijk opzet van dat DM-artikel betreft: natuurlijk ben ik geen "VB-ideoloog", en de goede lezer had trouwens gemerkt dat de redakteur in zijn artikel de in de titel gelanceerde beschuldiging niet hard maakt; zoals dat met de ronkende titels van de boulevardpers wel meer gebeurt. Ik praat echter wel met VB-ers, ook al is het dan om van mening te verschillen (bv. over hun voorstel voor aparte scholen, dat ook door de integristen gedaan wordt, en dat met de door U bepleite subsidiëring van de islam veel gemakkelijker uitvoerbaar wordt). Deze niet-boycot is voor de politiek korrekte orthodoksie blijkbaar onverdraaglijk. Zoals prof. Rik Pinxten zei op het door U gemeden islamdebat op de Gentse Feesten: de boycot van zgn. "racisten" door het "anti-racistisch" establishment is een nieuwe variant op het welbekende gedragspatroon van sekten die de waarheid in pacht menen te hebben en bijgevolg andersdenkenden kunnen verdoemen of exkommuniceren.

Het meest pluralistische (bovendien tweetalige) islamdebat dat ik al heb meegemaakt, was georganizeerd door de VB-Jongeren: in het panel zaten mensen van het VB, de Vlaamse Moslim-Partij, het pas opgerichte WOW, Uw mede-ondertekenaar prof. Yahya Michot, en ondergetekende; een Agalev-Marokkaan had ook toegezegd maar mocht niet van zijn partij, net als een Milli Görüs-Vlaming. Allemaal "VB-ideoloog" zeker? Het was een zeer tegensprekelijk maar tevens zeer hartelijk debat, en prof. Michot zei tot de VBJ-organizatoren: "U en ik, we zijn beiden pestlijders, het is al goed dat me met mekaar kunnen praten". "Les extrêmes se touchent", beweert U; au moins, ils se parlent! Intussen weigerde een linkse vereniging die normaal in het belendende UIA-lokaal vergadert, haar aktiviteit te laten doorgaan uit protest tegen ons debat; dit nadat pogingen om het te doen verbieden, mislukt waren. Ik weet inmiddels wel in welke hoek zich de toenemende onverdraagzaamheid situeert.

Wellicht heb ik er verkeerd aan gedaan, die "VB-ideoloog"-lasterkampanje (het is niet bij dat ene artikel gebleven) zonder gerechtelijk gevolg te laten, want feit is dat de schade die dit soort laster voor iemands loopbaan aanricht, enorm kan zijn. Bij mij was ze dat niet, enkel en alleen omdat mijn bekende standpunt over de islam mij toch al tot persona non grata in fatsoensbekommerde milieus gemaakt had (ondermeer veto's tegen lezingen en deelnames aan colloquia door mijzelf aan drie Vlaamse universiteiten).

bewering gedaan heeft. Ook recenter heeft de KUL-overheid, in haar haast om de opiniehegemonen terwille te zijn, meermalen haar eigen mensen in de rug geschoten, zie bv. de zaak-Vermeulen verder in dit boek.

Het incident heeft me wel wat eerstehandse informatie opgeleverd over de kwaliteit van de "kritische zin" waarin onze akademici getraind zouden moeten zijn. Als de ordinairste viswijven namen ze het lasterpraatje over, met grimmige blikken kwamen ze van mij een uitleg eisen (want hun bron in vraag stellen, dat kwam niet bij hen op), en ik heb ook heel wat afgelachen met de transformaties die het praatje ondergaan had nadat het een aantal akademische oren en monden gepasseerd was. Uit het feit dat U in Uw brief alleen maar alludeert op dit praatje, en het niet letterlijk citeert, mag ik wellicht afleiden dat U er intussen toch aan gaan twijfelen bent. Proficiat.

U noemt Achille Moerman ook nog een "ayatollah". Nou, dat is sterk uitgedrukt. Als U geen professor was, dan zou ik vragen: waar lopen die grote woorden met dat ventje naartoe? U bedoelt blijkbaar dat dhr. Moerman al net zo onverdraagzaam is als de ayatollahs; daarvoor ligt de bewijslast dan bij U. Wie een beschuldiging uit, is ipso facto schuldig aan laster, totdat hij het bewijs voor zijn aantijging levert. U slingert wat scheldwoorden in het rond, maar levert zulk bewijs in het geheel niet, dus... Ik in ieder geval ken Achille Moerman als een humanist die zich altijd tot de dialoog bereid getoond heeft, ook bv. met Lucas Catherine (die voor dialoog en diskussie uiteraard bedankte) toen die met een brievenkampanje tegen hem en tegen mijzelf begon.

Ik stel inmiddels voor om de betekenis van de woorden te respekteren: een ayatollah ("teken van Allah") is een bepaalde rang in de geestelijkheid van een bepaalde islamitische sekte. Wie van de twee, Uzelf of Achille Moerman, staat er dan het dichtst bij de ayatollahs? Wie van U twee zou het eerst opgeknoopt worden als de ayatollahs het hier voor het zeggen zouden krijgen? Ik stel vast dat mensen die over de islam dezelfde standpunten innemen als Moerman, op last van de ayatollahs uit de weg geruimd zijn. Ik stel ook vast dat de radikale moslim-organizaties in Europa, de gelijkgezinden van de ayatollahs ("Ik ben soenniet, maar ik ben volgeling van Chomeini", aldus Ahmed Huber, Zwitsers bekeerling), allemaal op de "gelijkberechtiging van de islam" aandringen, samen met U. Indien ik met hetzelfde gemak het etiket "ayatollah" op mijn medemensen zou plakken als U doet met Achille Moerman, dan ken ik toch een betere kandidaat.

<<PAGE 1   PAGE 3>>

 

 

horizontal rule

Home

Articles

Books

Book Reviews

Interviews

Dutch Articles

About

Download

Print

 

 

 

 

VOD Authors

VOD Home