De islam, hoelang nog?


2.4.6. Het spook van de islam

U beweert dat ik "het dreigende spook" van de islam oproep, dat "uit is op wereldheerschappij", en dat ik dit bovendien doe "om de Belgische moslim-bevolking verdacht te maken", hetgeen mijn "beproefde taktiek" zou zijn. U begrijpt er blijkbaar werkelijk niets van, of U schrijft mij op onduidelijke gronden allerlei standpunten toe die het U argumentatief gemakkelijk zouden maken. Ik kan het maar best zelf eens uitleggen.

Dat de islam uit is op wereldheerschappij, is inderdaad mijn verklaarde standpunt, en ook dat van de Koran, de Hadith, en van talloze islamitische theologen en politieke leiders doorheen alle veertien eeuwen van de islamgeschiedenis. Het wordt ontkend door onze wensdenkende multikulturalisten, die de ongelooflijke pretentie koesteren dat zij het over de islam eens beter zullen gaan weten dan de gezaghebbende bronnen van de islam zelf.

Daaruit volgt niet dat de islam een "dreigend spook" is. De islam is geen "spook" en ook niet "des duivels", maar is een bijzonder ongelukkige cocktail van enerzijds traditionele rituele voorschriften en waarden (die wat verouderd kunnen zijn maar zeker niet absoluut verwerpelijk, en die de islam in de ogen van zijn volgelingen en anderen respektabel maken) en anderzijds uiterst onspirituele menselijke drijfveren, in voorbeeldige praktijk gebracht door een zekere Mohammed: zelfverheerlijking, enggeestigheid, haat, eigengerechtigheid, heerszucht. Deze kombinatie is een suksesformule gebleken, die een massa goedaardige mensen weet te binden aan en te motiveren voor het heerszuchtige en onverdraagzame projekt van Mohammed.

De islam is geen boeman die gekreŽerd is door Westerse belangengroepen, evenmin als de zeer reŽle dreiging van het kommunisme dat was. Wie trouwens de beleidsdaden van de Westerse regeringen en de tendenzen in de Westerse media bekijkt, ziet geen spoor van een poging om de islam tot boeman te promoten. Als er al van partijdigheid sprake kan zijn, dan is het ten gunste van de moslims. Zo staan de schijnwerpers van de media Ťn van de VN op BosniŽ gericht, niet op Soedan, en daarbij worden de onbeschroomd integristische plannen van Izetbegovic zorgvuldig buiten beeld gehouden of zelfs ontkend. Aangaande het Indisch subkontinent zitten de Angelsaksische persagentschappen, die de hele informatiestroom kontroleren, al decennia lang op dezelfde golflengte als de Britse en Amerikaanse overheden: voluit pro-moslim en anti-hindoe, pro-Pakistan en anti-India. Wie het van dichtbij meegemaakt heeft, weet bv. dat de internationale beeldvorming rond het Ayodhya-konflikt op het karikaturale af in pro-moslim zin verdraaid was.

In het nieuws over het Midden-Oosten is er volstrekt geen aandacht voor de vervolgingen van de kristenen, de jezidi's, de bahai's e.a. Zelfs de Palestijnse kwestie heeft, zelfs in joods-gedomineerde media, nooit tot kritiek op de islam als zodanig aanleiding gegeven. Het American-Israeli Political Affairs Committee in Washington (de veelgenoemde "joodse lobby") heeft expliciet als politiek om de islam als doktrine of de moslims als gemeenschap nooit aan te vallen; wil men landen als Egypte en Saoedi-ArabiŽ niet tegen zich in het harnas jagen, dan is dat ook volkomen logisch. Dr. Daniel Pipes, in de VS de bekendste kritikus van de hedendaagse militante islam, heeft mij persoonlijk gezegd dat hij nooit de islam zelf in vraag stelt, alleen het "fundamentalisme"; hij vindt dat doeltreffender, ik vind dat oppervlakkig. De VS steunen integristen allerhande, in Afghanistan en Kasjmir, Koeweit en Saoedi-ArabiŽ, en bereiden zich voor op zakendoen met een FIS-regering in Algerije. Kortom: er is absoluut geen machtige promotor aanwezig om kunstmatig een niet-bestaande dreiging van de islam te propageren. Wie de islam als een dreiging wil afschilderen, zal het op eigen kosten moeten doen.

Maar het is niet omdat de Westerse overheden en intelligentsia niet in een dreiging vanwege de islam geloven, en ook niet van enig verlangen blijk geven om het geloof in zo'n dreiging te propageren, dat die dreiging niet zou bestaan. Verderop zullen we op de internationale dimensie ingaan, nu eerst op de perspektieven voor BelgiŽ.

2.4.7. De Belgische islamitische republiek

Hoewel ik mijzelf niet wijsmaak dat het integrisme afwezig is onder de Belgische moslimbevolking (of er alleen maar van buitenaf in "geÔnfiltreerd" is, zoals pater Leman aan de Gazet van Antwerpen verklaarde), verdenk ik er in principe geen enkele Belgische moslim van, konkrete plannen voor de onderdrukking van de niet-moslims te beramen. Noch de brave sloebers die uit de Berberse bergdorpen, met wat sympathiek primitief bijgeloof (maraboutisme e.d.) als voornaamste ideologische bagage, naar hier gekomen zijn met geen ander doel dan hun brood te verdienen; noch de simpele zielen die zich hebben laten bekeren om te kunnen koketteren met het fabelachtige soefisme of om de hand van een mediterrane schone; noch zelfs de integristen.

Hoewel U het gemeen bedoelt, hebt U eigenlijk gelijk wanneer U mij enige sympathie voor de integristen toeschrijft. Zoals ook de DM-redakteur onbedoeld gelijk had met zijn duistere insinuaties over "het dubbelleven van Koen Elst". Inderdaad, ik ben zeer kritisch tegenover de islam, maar anderzijds kan ik best opschieten met moslims. Anders dan vele villa-bewonende ondertekenaars van Uw manifest ga ik regelmatig om met immigranten, en ook in Pakistan wist ik me best wel aan de moslim-omgeving aan te passen. Ik weet dan ook uit ervaring dat de integristen doorgaans gewoon mensen zijn die uit kollektief zelfrespekt de religie die ze van huis uit meegekregen hebben, willen hooghouden en ernstig nemen: een volkomen respektabel streven, dat zij gemeen hebben met de postkoloniale generaties in de hindoe, indiaanse en bepaalde Afrikaanse kultuurgebieden. Daar waar de "gematigde moslims" een kompromis maken tussen enerzijds de islam en anderzijds vůůr-islamitische en moderne kultuurelementen, willen zij de volledige konsekwentie trekken uit hun moslim-identiteit. Dat is alvast eerlijker dan de salonmoslims die modieuze waarden (bv. verdraagzaamheid jegens Rushdie) vlug-vlug het etiket "islamitisch" opplakken om althans naar hun eigen aanvoelen zowel met de moderne als met de moslimwereld goed te staan.

Het probleem met de integristen, en met onze moslimbevolking in het algemeen, is natuurlijk niet dat het om kongenitale barbaren zou gaan. Het gaat om doorgaans goede mensen, van wie echter op basis van historische ervaring perfekt voorspelbaar is dat zij in welbepaalde omstandigheden, waarvan op basis van bestaande trends ook weer te voorzien is dat zij tot stand zullen komen, onze vijand zullen worden. Wat daar, bij afwezigheid van een vooruitziend en doortastend beleid, noodwendig toe zal leiden, wat noodwendig goede mensen tot haatdragende vijanden van andere goede mensen zal maken, is de inhoud van de religie waaraan zij uit sentiment of traditietrots (niet uit weloverwogen ideologische keuze) gehecht zijn. Want de islam predikt haat en onverdraagzaamheid jegens andersdenkenden; en zelfs als we deze emotionele geladenheid van de afwijzing van de Ander wegdenken, predikt de islam alleszins de institutionele ongelijkheid van de moslims (die de politieke macht moeten grijpen) en de niet-moslims (die als derderangsburgers hoogstens gedoogd zullen worden).

Velen weigeren dit te zien omdat zij misleid zijn door de pluralistisch-gezinde verklaringen van moslim-zegslieden in ons midden. Zij schijnen Mao's richtlijn voor de oorlog vergeten te zijn: "aanvallen waar de vijand zwak is, terugtrekken waar de vijand sterk is". Bij de huidige krachtsverhoudingen is een islamitische machtsovername in het geheel niet aan de orde; alleen een zeer slecht strateeg zou nu een kontraproduktieve poging daartoe op de agenda plaatsen. Volg dan liever het voorbeeld van Mohammed, die eerst van het heidense pluralisme gebruik maakte om zijn nieuwe doktrine te propageren, maar toen hij sterk genoeg stond dit pluralisme vernietigde. In dit stadium is het zaak, van het heersende pluralisme maximaal gebruik te maken om institutioneel voet aan de grond te krijgen; wanneer dan later de geboortecijfers en de immigratie uit de (demografisch verder exploderende) moslimlanden de numerieke verhoudingen gewijzigd hebben, kunnen ambitieuzer plannen ontvouwd worden.

Want let wel: de moslim-bevolking stijgt in hoog tempo. Uit kringen rond pater Leman verneem ik dat er jaarlijks 4500 huwelijkspartners van moslim-migranten in ons land nieuw immigreren (voor Nederland noemt De Groene Amsterdammer 8000 legale moslim-immigranten door huwelijk per jaar); dat er jaarlijks een 1000 Belgen zich tot de islam bekeren; en dat in weerwil van de hoopvolle beweringen van sommige onderzoekers en journalisten, het geboortecijfer bij moslims nog steeds veel hoger is dan bij anderen. In Libanon was er maar ťťn generatie nodig om een duidelijke kristelijke meerderheid in een duidelijke moslim-meerderheid te veranderen. Daarbij komt dat de migratiedruk vanuit Noord-Afrika de komende decennia enorm zal toenemen. Het veelgehoorde argument dat het maar om een kleine minderheid gaat, is dus zeer vergankelijk. In MaleisiŽ was een moslimpercentage van 51% genoeg om de islamitische republiek uit te roepen; in India was 23% in 1947 genoeg om het uitkerven van een islamitische staat af te dwingen (kostprijs: 600.000 doden en meer dan 10 miljoen vluchtelingen, plus decennia lang zeer hoge defensiebudgetten), en is vandaag 12% genoeg om voor voortdurende spanningen en frekwente rellen te zorgen. Het is zeer wel mogelijk dat er in 2020 in BelgiŽ 12% en in Brussel 51% moslims zullen zijn.

Voor een moslim-dreiging zijn er echter twee dingen nodig: een kwantitatief voldoende sterke aanwezigheid (en die lijkt wel onafwendbaar), en de intensiteit van de islamitische overtuiging. Het VB denkt op het eerste te kunnen ingrijpen, maar afgezien van ethische bezwaren is er een praktisch hindernis: tegen de tijd dat het voor dat terugkeerbeleid een meerderheid vindt, is het al te laat. Het is op het tweede punt dat we iets kunnen doen: de moslims de-islamizeren. Er zijn zelfs mensen die geloven dat de blootstelling van moslims aan de Europese kultuur een emancipatie- en Verlichtingsbeweging binnen de moslimgemeenschap zal op gang brengen, die ook hun thuislanden zal aansteken.

Professor Etienne Vermeersch verklaarde op het door U geboycotte islamdebat dat hij het door hemzelf doorgemaakte proces van geloofsafval niet direkt op grote schaal een haalbare kaart achtte, en dat we het in afwachting zullen moeten doen met een hervormde islam, te vergelijken met de softe tandeloze kristelijke theologie van Schillebeeckx c.s. Daar de islam een veel smallere basis heeft dan het kristendom (waar je neoplatoonse invloeden tegen oudtestamentische kan uitspelen enz.), met veel eenduidiger bepalingen in theologische en juridische kwesties, lijkt het me in principe al veel moeilijker om de islam dezelfde evolutie te laten doormaken: veel sneller dan in het kristendom komt de hervormer van de islam op een punt waar hij onmiskenbaar buiten de grenzen van zijn religie staat en door zijn kollega's teruggefloten wordt.

Bovendien is een humanistische islam zo tegengesteld aan de werkelijke islam, dat hij intrinsiek labiel moet zijn: als islamleraars hun eigen propaganda gaan geloven en aan hun leerlingen "een religie van verdraagzaamheid en broederschap met alle mensen" gaan aanleren, dan gaan die leerlingen natuurlijk de tegenstelling met de leer en het voorbeeld van Mohammed opmerken. Mohammed erkende niet ťťn maar twee mensheden, de gelovigen en de ongelovigen, en verordende de onverdraagzaamheid en de vijandschap totdat de ongelovige helft ophoudt te bestaan. Men kan de gemiddelde mens een tijdlang met kontradikties doen leven, maar men kan niet iedereen voor onbeperkte tijd tegelijk de verdraagzaamheid Ťn Mohammeds profeetschap doen belijden. Een in verdraagzame zin hervormde islam is dus wellicht de meest realistische optie, maar dit kan nooit meer dan een overgangsfase zijn, ofwel terug naar de onverkorte anti-humanistische islam, ofwel naar de verdwijning van de islam.

In ieder geval zal de hervorming in de islam er niet komen zolang de islam tegen kritiek afgeschermd wordt. In diskussies met het VB krijg ik altijd ongeveer deze tegenwerping: "Hoe ga je, in de race tegen de tijd die ons opgedrongen wordt door de demografische opmars van de islam in ons land, tijdig de islam langs intellektuele weg onschadelijk maken? Mocht zoiets al kunnen, dan zou het nog te laat resultaat hebben, en in ieder geval wordt er nu op de islam helemaal geen intellektuele druk uitgeoefend die hem tot zelfkritiek en zelfhervorming zou kunnen brengen. De enige betrouwbare strategie is bijgevolg, de islam hier fysisch te verwijderen d.m.v. het terugkeerbeleid." Het zijn degenen die islamkritiek proberen te sanktioneren, degenen die organizatoren opbellen om hen tegen mij te waarschuwen als ze mijn naam op de affiche zien staan, degenen die schuimbekkende brieven naar Trends schrijven om mijn artikels over de islam in een kwaad daglicht te stellen, die bezig zijn het VB gelijk te geven.

De Bosnische president Izetbegovic, in onze pers regelmatig geprezen als een modern pluralistisch Euro-moslim, schrijft in zijn Islamitische Verklaring, geheel in overeenstemming met de politieke leer van de islam: "Er kan geen vrede of koŽxistentie bestaan tussen het islamitisch geloof en niet-islamitische maatschappelijke en politieke instellingen. De islamitische beweging moet en kan de macht grijpen zodra ze moreel en numeriek sterk genoeg is, niet alleen om de niet-islamitische macht te vernietigen, maar om een nieuwe islamitische macht op te bouwen." Zodra de islam er numeriek sterk genoeg voor is, komt onvermijdelijk de instelling van een islamitische staat op het programma. Tegen dat het zover is, kan de islam al geÔmplodeerd zijn, bv. door zijn bewezen onvermogen om in zijn kerngebieden de sociaal-ekonomische doorbraak te verwezenlijken waarin socialisme en Arabisch nationalisme gefaald hebben. Maar zeker is dat niet, en een volwassen veiligheidsbeleid moet ook met andere dan de meest optmistische scenario's rekening houden. Laten we ons dus eens de reŽle mogelijkheid indenken dat onze moslimbevolking op zekere dag om de islamizering van de instellingen begint te roepen.

Er is dan niet veel meer nodig voor een konflikt dat ik mijn kinderen liever bespaar. Eens de eskalatie begint zullen ook de twijfelende brave mensen gauw genoeg weten of ze in het "moslim" danwel in het "ongelovige" vakje thuishoren. We hebben het in JoegoslaviŽ gezien: een paar welgemikte kogels, en in een oogwenk is elke Joegoslaaf weer ServiŽr, Kroaat of Moslim, bereid om de niet-stamgenoten van hiernaast om te brengen vůůr zij de kans krijgen om met ons hetzelfde te doen. Het typische verhaal van de hindoe-vluchtelingen uit Kasjmir is dat die moslim-buurman met wie ze zoveel jaren multikultureel hadden samengewoond, begin 1990 hun vader uitnodigde voor een spelletje schaak, om hem dan na een hartelijke begroeting dood te schieten. Er is niet veel nodig om brave mensen tot bloeddorstige krijgers te transformeren, en een ideologie van de haat kan dit verschijnsel op grote schaal reproduceren.

Het ontbranden van haat kan natuurlijk tussen elke twee groepen gebeuren (Rwanda, Sri Lanka, Angola enz.), maar een door God zelf verordende doktrine van onverdraagzaamheid, Heilige Oorlog en martelaarschap zal de zaak zeker verergeren. Wat elders een menselijke onvolmaaktheid is, een kwaad dat men niet altijd kan verhinderen maar waarvan men geleerd heeft dat het een kwaad is, wordt in de islam tot een religieuze plicht verheven. Wat elders een vergankelijke opflakkering van agressie is, wordt in de islam theologisch verduurzaamd.

Er is ook een andere mogelijkheid. Er hoeft helemaal geen konflikt te komen, nl. als we de islam gewoon zijn zin geven. Zou het nu zo erg zijn, in een moslim-land te wonen? Bovendien heeft ook de islam niet het eeuwige leven: kan er in een islamitische staat geen revolutie van binnenuit komen? Ikzelf ben ervan overtuigd dat de islam geen lang leven beschoren is, en dat hij ook in zijn kernlanden zal verdwijnen. Het duizendjarige Sovjet-rijk is ter ziele gegaan, en zelfs een zegevierend Nazi-Duitsland zou inmiddels door binnenlandse oppositie ook allang onherkenbaar hervormd en gehernormalizeerd zijn. Maar is dat reden genoeg om het te laten gebeuren? De Sovjet-Unie heeft maar 74 jaar bestaan, een oogwenk in de geschiedenis, maar wel een heel mensenleven, een verwoest leven voor tientallen miljoenen individuen van verschillende generaties, tientallen miljoenen dodelijke slachtoffers, met een sociaal-ekonomische en ekologische nasleep die nog decennia lang problemen zal scheppen. Een Belgische islamitische republiek is het einde van de wereld niet; maar laat degenen die daarvoor het pad effenen, het tenminste duidelijk zeggen.

De enige manier om dit scenario te voorkomen, behoudens het nauwelijks haalbare en nog minder wenselijke terugkeerbeleid, is de islam van binnenuit doen verzwakken, tandeloos doen worden zoals het kristendom, een traditionele huls met een steeds moderner en steeds minder islamitische inhoud, die vervolgens door een gede-islamizeerde moslimbevolking achteloos weggeworpen zal worden. Dit zou vanzelf kunnen gebeuren, door faktoren die we niet voorzien en die bv. met de komende heidens-Oost-Aziatische dominantie kunnen te maken hebben; maar mij lijkt het veiliger en eervoller, daar zelf het nodige toe bij te dragen.

2.3.8. De islam bestaat

Eťn van de door PR-mensen van de islam veelgebruikte verstrooiingstaktieken om kritiek op de islam te hinderen, is de bewering dat "de islam niet bestaat". Ter staving van die bewering trapt U een aantal open deuren in, bv. dat de islam geen Kerk is, niet hiŽrarchisch gestruktureerd is, verschillende rechtsscholen en sekten kent, enz., met daarbij de weinig flatterende vraag "of KE dit zelfs niet weet". Terloops geeft U daarbij een typisch staaltje ten beste van de grootscheepse rationalizering van de rauwe ontstaansgeschiedenis van de islam: de splitsing in sekten zou gebeurd zijn ten gevolge van een "al te grote kulturele diversiteit". Dat klopt niet met de historiek van die splitsingen: het waren mensen met dezelfde kulturele achtergrond die zich afscheurden om louter doktrinale en materiŽle (charidjieten) resp. om dynastieke redenen (sjiÔeten). De pluraliteit in de schoot van de islam is door de overmacht van de gebeurtenissen tot stand gekomen, en is zeker niet het gevolg van een pluralistische filosofie.

Maar goed, de islam is niet monolithisch. Uw eigen voorbeeld dat "er opvallende verschillen bestaan tussen de moslimgemeenschappen in de verschillende landen" levert een goede illustratie van hoe we die interne verschillen binnen de wereld-islam moeten begrijpen. Elk van die landen heeft een andere voor-islamitische traditie, en staat aan andere buiten-islamitische invloeden bloot. Wat wij de Turkse islam noemen, is de resultante van de interaktie tussen de islam, die overal hetzelfde is, en de niet-islamitische elementen die typisch Turks zijn. De Maleise islam verschilt daarvan door de typisch Maleise niet-islamitische elementen, maar de islam-komponent is in de Turkse en de Maleise islam precies dezelfde. De diversiteit in de moslimwereld bestaat dus niet door maar ondanks de islam. De islam zit nu eenmaal met de menselijke beperking dat hij tijd nodig heeft om niet-islamitische attitudes en kultuurelementen uit te roeien; vandaar dat de Maleise en Indonesische moslims nog steeds de hindoe Ramayana tot hun eigen kultuur rekenen -- althans tot voor kort, want de Maleise regering en islamistische propagandateams doen hun best om de opvoeringen van de Ramayana in moslim-gemeenschappen uit te roeien. En zo wordt de islamwereld steeds uniformer: de niet-islamitische elementen worden bij elke opflakkering van islamistisch enthoesiasme weer wat verder uitgeroeid.

Even een zijsprong naar het land dat vaak genoemd wordt als tegenvoorbeeld tegen het fanatisme van de islam: IndonesiŽ. De moslim-meerderheid valt er uiteen in twee groepen: de santri of echte moslims, en de abangan, de oppervlakkige moslims die allerlei animistische of hindoe-boeddhistische gebruiken in ere houden. De stichters en leiders van IndonesiŽ behoren tot de abangan en zijn gevormd in de sekuliere kontekst van de Nederlandse of Japanse legers en administraties. Het gelukkige gevolg is dat IndonesiŽ geen islamitische staat geworden is, niet door een pluralistische trek in de islam dus, maar door de zwakheid van de islam ook onder nominale moslims. Een sekuliere staat is het echter ook niet: het monotheÔsme is er verplicht, zelfs als een Boeddha of Ganesja voor zijn volgelingen eigenlijk een heel ander statuut heeft dan Allah voor de moslims. AtheÔsme is er echter verboden, en onze pro-moslim vrijzinnigen knopen dit best goed in hun oren. Het waren vooral moslim-milities die in de jaren '60, onder het motto "dood aan de atheÔsten", de massamoord op de vermeende kommunisten uitvoerden. Deze moordpartij trof vooral de Chinezen, meestal liberaal-gezinde handelaars, maar evengoed "ongelovigen". Dat de verplichting tot monotheÔsme geen lacheding is, drong toen ook tot de animistische bevolking door, die bij gebrek aan een monotheÔstisch uitziende kultus vaak nominaal tot de islam of, waar deze dominant zijn, tot de andere erkende religies overgingen, om vooral niet als "atheÔst" afgemaakt te worden.

De reaktie van de echte moslims is intussen konform aan het internationale patroon: in hun hartland Aceh is er een afscheidingsbeweging tegen de niet-islamitische staat, en in het hele land is er een zware sociale druk op de niet-moslims. De overheid heeft moslim-settelaars ook de vrije hand gegeven om West-Papoea en Oost-Timor met alle middelen te islamizeren om er elke eventuele religieuze aanleiding tot separatisme te smoren. In IndonesiŽ is er dus een soort evenwicht tussen islamitische en andere krachten, maar spijts dit wat kompleksere totaalbeeld zijn ook daar de typische tendenzen uit de moslimwereld te herkennen.

Terug dan naar de andere moslimlanden. Hoe komt het dat een vergelijking van de wetboeken van landen met meer dan 50% moslims, bv. tussen de aanvankelijk bij de dekolonizering (of zelfstandige aanname van een moderne bestuursvorm) opgestelde wetten, die van twintig jaar later, en die van vandaag, zonder uitzondering een toename van het islamitische element te zien geven, en een verergering of gedurfder explicitatie van de diskriminatie van de niet-moslims? Zit hier een islamitisch wereldkomplot achter? Er zijn natuurlijk internationale organizaties die, ondermeer door de kontrole over fabelachtige fondsen, de islamizering van zowel de volkskultuur als de instellingen aanzienlijk stimuleren. Maar dat is niet de belangrijkste reden; we zullen even voortgaan op Uw opmerking dat de islam "geen internationale klerus heeft" e.d. Dat is niet in principe zo, want het kalifaat (door de anti-islamitische modernist AtatŁrk afgeschaft) is bedoeld als unitaire regering van de hele moslim-gemeenschap, maar in de praktijk is er inderdaad geen centraal bestuur. Toch stellen wij vast dat de hele islamwereld in dezelfde richting beweegt.

De verklaring is eenvoudig: alle sekten en rechtsscholen zijn het er bij alle diversiteit helemaal over eens dat niet-moslims hoogstens als ondergeschikten mogen gedoogd worden. Sommigen zijn daarin radikaler dan anderen, maar allen zijn het erover eens dat het gedogen van niet-moslims een gunst is, waarop dezen geen recht kunnen laten gelden: zij leven slechts bij de gratie van een welwillende islamitische overheid, die zij dan ook door nederigheid en gehoorzaamheid in goede stemming moeten houden. De enorme dreun die de recente Westerse dominantie aan het zelfvertrouwen van de islam bezorgd heeft, samen met de gewijzigde moderne omstandigheden, weerhoudt de meeste islamitische landen ervan, de middeleeuwse dhimma (eenzijdig gedoogcharter vanwege het kalifaat dat de niet-moslims "bescherming" beloofde, nl. tegen de tegen hen opgehitste moslim-bevolking, in ruil voor de aanvaarding van allerlei uitingen van ondergeschiktheid en een hoge gedoogbelasting) integraal weder in te voeren. Maar de geest van de dhimmi-regeling is alom en steeds sterker aanwezig in de bejegening van de minderheden in alle moslim-landen, doodeenvoudig omdat de moslims overal in dezelfde Koran en dezelfde Tradities van de Profeet geÔndoktrineerd worden, die de religieuze grondslag voor de onderdrukking van de niet-moslims leveren.

De relatie tussen de schriftuurlijke basis van de islam en de feitelijke gang van zaken in de moslimwereld, is als die tussen een magnetisch veld en ijzervijlsel. Waar het vijlsel licht is (weinig traagheid stelt tegenover de impuls van het veld om zich naar de veldlijnen te richten) en het magnetisch veld sterk, daar zal een mooi veldlijnenpatroon zichtbaar worden. Waar het vijlsel zwaar is en dus meer traagheidsweerstand biedt, of waar een oneffen oppervlak de beweging van het vijlsel hindert, of waar het veld zwak is, daar zal het vijlsel in geringere mate het patroon van de veldlijnen aannemen. Er is maar ťťn magnetisme, maar het resulterend ijzervijlselpatroon is verschillend, afhankelijk van de relatieve sterkte van het magnetisme.

Zo zijn er enkele Westafrikaanse landen in de Franse neokoloniale invloedssfeer waar het overwicht van het Franse model (de traagheid van het vijlsel) nog erg sterk is, en daar zal nog meer islamitisch ťlan (de magnetische veldsterkte) nodig zijn om het islamitische model op te leggen. Maar eens het ťlan sterk genoeg is, kan zelfs zware materie zich naar het islamitisch veldlijnenpatroon richten: Iran had in 1979 al een stevige traditie van toepassing van kultureel-politieke Westerse modellen, maar het islamitisch ťlan slaagde er gezwind in om de samenleving volgens het islamitisch model te reorganizeren. In MaleisiŽ was het magnetisch veld van de islam, de islamitische indoktrinatie, eeuwenlang erg zwak, en de weerstand vanwege traditionele vůůr-islamitische instellingen erg sterk; gedurende deze eeuw heeft de tabligh-beweging (propaganda onder nominale moslims voor een meer islamitische levenswijze) de veldsterkte van het islamitisch bewustzijn zodanig opgevoerd, dat het typische veldlijnenpatroon er snel zichtbaarder geworden is: islamitische republiek met islamitische symbolen, wettelijke diskriminaties tegen de niet-moslims, restrikties op vůůr-islamitische en niet-islamitische kultuuruitingen (van de Ramayana tot Schindler's List), wettelijk verbod op bekering van moslims tot een andere religie, steun aan islamitische belangen in andere landen.

Het centraal bestuur dat de toestanden in de verschillende moslim-landen steeds meer naar ťťnzelfde patroon doet konvergeren, is niet zozeer een komplot ergens in een achterkamertje, maar is een faktor die voor iedereen zichtbaar is: de Koran en de bijkomende bronnen van het islamitisch geloof.

Op het punt dat ons als niet-moslims het meest aangaat, de onverdraagzaamheid van de islam jegens de ongelovigen, stellen we helemaal geen diversiteit vast: elke sekte en elke rechtsschool leert dat de islam zodra hij er sterk genoeg voor is, de staatsmacht moet grijpen en in islamitische zin hervormen, en dat de niet-moslims dan nog hoogstens als derderangsburgers gedoogd mogen worden. En elk moslim-land past dat principe ook toe, zij het in verschillende mate, nl. proportioneel met de plaatselijke intensiteit van de islamizering, proportioneel met de uitwissing van niet-islamitische kultuurelementen. Er is dus wel degelijk ťťn islam, die in de diverse landen echter ongelijkmatig aanwezig is.

Dat voor wat het ons meest aanbelangende element van eenheid en uniformiteit in de islam betreft. Er is echter ook een fundamenteel leerstellig element dat ons toelaat de islam haarscherp te definiŽren op een manier die ook elke moslim zal aanvaarden, en die grondig korte metten maakt met het foefje dat "de islam niet bestaat".

U vraagt retorisch of ik "zelfs niet de meest elementaire noties bezit van de islamitische religie". Volgt dan een opsomming van weetjes over het rijke mohammedaanse leven, waarin echter de "elementairste notie" van de islam opvallend ontbreekt. De kern van de islam, dat is niet de reeks onderverdelingen die U aanhaalt, dat is zelfs niet de islamitische onverdraagzaamheid die mij bezorgd stemt over de toekomst van onze samenleving, maar dat is een geloof. Elke moslim verklaart te geloven: "Er is geen god behalve Allah, en Mohammed is Zijn profeet". Daarover zijn alle sekten en rechtsscholen het grondig eens. Deze geloofsuitspraak heeft als logische implikatie dat de openbaring via Mohammed, nl. de Koran, wel degelijk Gods woord is, en dus onbetwijfelbaar waar. Ook daarover zijn nog steeds alle moslims het eens. Dit geloof definieert ondubbelzinnig "de islam", en wie beweert dat "de islam niet bestaat", moet mij maar eens een moslim vinden die deze geloofsbelijdenis verwerpt. Ik van mijn kant zal dan een reeks gevallen opsommen van mensen die rechtstreeks of onrechtstreeks deze geloofspunten in twijfel getrokken hebben en daarom als afvallige vervolgd zijn, d.i. als iemand die zich "buiten de islam" gesteld heeft. Deze geloofspunten bepalen dus glashelder de grenzen van de ene en ondeelbare islam.

2.3.9. De openbaring

Het door mij en nu ook door U genoemde boek van dr. Herman Somers (ex-jezuÔet, doctor in de Theologie, de Klassieke Filologie en de Psychologie), Een andere Mohammed, stelt op wetenschappelijke wijze het definiŽrende geloofspunt van de islam in vraag. Het toont vanuit de psychopathologie aan dat de profetische pretentie van Mohammed een hersenschim was, dat hij geen openbaringen vanwege het Opperwezen kreeg, en dat de Koran een menselijk, al te menselijk boek is. Dit betekent dat de islam op een vergissing berust.

Voor U als vrijzinnige moet dat bekend klinken. Wie aan bepaalde vrijzinnige instellingen in dienst genomen wordt, moet een verklaring ondertekenen dat hij geen "geopenbaarde religie" belijdt. Een vrijzinnige is per definitie iemand die niet gelooft in een goddelijke openbaring. Voor vrijzinnigen was er dus weinig nieuws aan de ontdekking van dr. Somers dat Mohammeds persoonlijkheid en gedrag wonderwel aan een welomschreven psychopathologisch syndroom beantwoordt, en dat de Koranische openbaringen overduidelijk van hallucinatorische aard zijn. Of de details van Somers' analyse nu kloppen of niet, en of Mohammed nu zelf in zijn openbaringen geloofde (zoals de psychopathologische these impliceert) danwel de anderen doelbewust iets wijsmaakte (zoals sommige middeleeuwse polemisten beweerden), maakt weinig verschil: voor de vrijzinnige is de belangrijkste implikatie van dr. Somers' bevindingen op voorhand bewezen, nl. dat de Koran niet van bovennatuurlijke maar van menselijke oorsprong is.

De konsekwentie is dat het uitgangspunt van de islam (Er is geen god behalve Allah en Mohammed is Zijn profeet) op een vergissing berust. Het wordt dus hoog tijd dat de ethiek en de wetten van een miljard mensen op een serieuzere grondslag gevestigd worden dan het verwarde samenraapsel van ingebeelde openbaringen dat de Koran is. Tussen moslims krijg ik dan ook altijd een intens gevoel van medelijden: welk een verspilling, zich te richten op en te bekwamen in een dwaalleer (dat oude woord is hier objektief van toepassing), en het voorbeeld na te volgen van een ordinair mens die alleen in zijn eigen waan de uitverkoren laatste profeet was. Als de wet voorziet dat kinderen in BelgiŽ op staatskosten in die dwaalleer geÔndoktrineerd kunnen worden, dan moet dat maar (de wet is een ezel, maar het is de wet); maar ik zou toch al het wettelijk mogelijke doen om ervoor te zorgen dat ze ook de nodige kennis en intellektuele vaardigheden opdoen om deze dwaalleer te doorzien.

Het wil zo lukken dat dezelfde dr. Somers een gelijkaardige diagnose gesteld heeft van Jezus en van enkele Oudtestamentische profeten. De retorische ondertitel van zijn boek over Jezus luidt zelfs: "Was het kristendom een vergissing?" Somers toont aan dat de "openbaring" in de hele Abrahamische traditie (trouwens ook veilig te extrapoleren naar sjamanisme en andere vormen van openbaring) een louter menselijk verschijnsel is, zonder goddelijke interventie of inkarnatie. Hij heeft hieruit ook de persoonlijke konsekwenties getrokken, nl. de SociŽteit en de Kerk verlaten. En hij pleit in de konklusie van zowel zijn boek over Jezus als dat over Mohammed voor een rijpere variant van het wetenschappelijk-humanistisch projekt van de Verlichting; hij is dus wel degelijk een "vrijzinnig" psycholoog, met "vrijzinig" niet in de sektaire maar in de eigenlijke zin van het woord.

U neemt mij kwalijk dat ik het Jezusboek van Somers niet vermeld. Amerikaanse TV-detektives waarschuwen hun arrestanten altijd: "Al wat je zegt kan tegen je gebruikt worden", maar hier geldt blijkbaar: "Ook wat je niťt zegt, kan tegen je gebruikt worden." In een bepaalde pers is het inderdaad de gewoonte dat wanneer iemand op een of andere smerige aantijging een repliek instuurt, en daarin wegens de beperkte toegestane ruimte alleen de hoofdzaak behandelt, de begeleidende n.v.d.r. dan triomfantelijk op al het niet-gezegde ingaat: "U verzwijgt dat... En U ontkent alvast niet dat..." In dit geval is er alleszins een zeer goede reden om Somers' boek over Jezus te "verzwijgen".

Laat mij dus met een kort antwoord volstaan op Uw vraag: "Waarom vermeldt KE wŤl het Mohammedboekje van H. Somers en niet diens boekje over Jezus?" Wel, omdat het artikel over de islam ging en niet over het kristendom, natuurlijk. De dag dat kardinaal Danneels een schrijfster ter dood veroordeelt, of dat de Belgische vrijzinnigen eens een manifest ten gunste van de katholieken opstellen, zal ik hen allen met plezier de bevindingen van Somers over Jezus onder de neus duwen.

2.3.10. Het belang van Mohammed

Interessanter dan de domme polemische vraag waarom ik de kritische Jezusvorsing buiten beschouwing laat, is Uw aansluitende bewering over "de beperkte relevantie van dit soort van interpretaties". Dat de vraag of Mohammed werkelijk Gods woord ontving slechts "van beperkte relevantie" is, kan alleen door een niet-moslim beweerd worden, want wie de goddelijke oorsprong van de Koran niet als een zekerheid beschouwt, verwerpt ipso facto het definiŽrende geloof van de islam. Maar goed, als niet-moslims ondereen kunnen wij rustig dat geloof tussen haakjes plaatsen, en ingaan op Uw reddingsformule voor een als irrationele vergissing doorziene islam.

"Zoals dat ook het geval is met andere godsdienststichters, zijn in de Mohammedoverlevering mythen, legendes en historische feiten zo goed als niet van elkaar te onderscheiden", zo meent U te weten. In de 19de-eeuwse filologie was het de mode, historische feiten uit de niet-Europese historiografie onder te dompelen in een soep van legenden en ander onbetrouwbaars, en U zit nog steeds op dat spoor, samen met de progressieve theologen (Bultmann, KŁng, Schillebeeckx) die het als feitenverhaal onderuit gehaalde evangelie trachten te redden door er een onverifieerbaar "geloofsverhaal" van te maken. Eťn van Somers' grote verdiensten is juist dat hij een uitwendig kriterium ontwikkeld heeft om de historiciteit van biografie-elementen e.d. te kontroleren. Maar zelfs zonder dat, weten we intussen dat de filologenmanie om alle oude overleveringen als sprookjes af te doen achterhaald is.

Reeds in de 19de eeuw bevestigde de opgraving van Ninive de Bijbelse Ninive-beschrijving, die toen door verlichte geleerden als fantasie beschouwd werd. Hedendaagse geleerden (bv. Zeitlin: Ancient Judaism) hebben aangetoond dat de meeste historiografische Bijbeltradities (bv. over de landname door Jozua) tot in de details historisch zijn. Dit in tegenstelling met de EvangeliŽn, welker samenstelling inderdaad gepaard ging met enorme fraude, censuur, politiek berekende inlassingen en domme vergissingen; wat Somers niet verhinderd heeft om toch de historiciteit van bepaalde elementen in de persoonsbeschrijving van Jezus aan te tonen.

Kijken we buiten de Abrahamische sfeer, dan vinden we ook elders tal van antieke historiografische fragmenten die akkuraat blijken te zijn. Troje was een mythe, tot Schliemann het ging opgraven. De Chinese genealogieŽn van de Shang-dynastie werden weggelachen totdat de opgravingen van de orakelbeenderen in de jaren 1920 aantoonden dat ze volledig juist waren. En mensen van het International Institute of Indian Studies zijn bezig met hetzelfde aan te tonen voor de historische gedeelten van de Indiase Purana's. We moeten natuurlijk niet in het andere uiterste vervallen en alle oude teksten gewoon voor waar aannemen, maar de bewijslast ligt voortaan bij degene die de antieke auteurs van vervalsing of mythevorming beschuldigt.

Er is dus geen reden om te doen alsof we niets over Mohammed weten; integendeel, over geen enkel antiek godsdienststichter of -hervormer hebben we zulke gedetailleerde gegevens. Volgens de islamitische bronnen zelf was Mohammed een roverhoofdman (82 karavaanraids waarvan hij er 26 persoonlijk leidde); een gijzelnemer, die zijn mannen toestond om de gijzelaars te verkrachten (mits interruptus); een afperser, die de joden van Chaibar slechts "gedoogde" in ruil voor de helft van hun inkomen (totdat hij hen helemaal niet meer gedoogde); een terrorist, die zijn kritici liet ombrengen, zodat velen zich uit angst moslim verklaarden; een bijgelovige, die zich toelegde op de bekering van djinns (geesten); een fanatikus, die andermans eredienst verbood en de godenbeelden kapot sloeg; en een slaafnemer en slavenhandelaar.

Voor de joden was hij een valse profeet die halfbegrepen Bijbelverhaaltjes vermengde met eigen belangenbehartiging, en dat dan goddelijke openbaring noemde; voor de heidenen was hij een "getikte dichter" en een "bezetene". Op basis van de islamitische bronnen herkent de moderne wetenschap in hem een paranoialijder met sensoriŽle hallucinaties en uitverkiezingswaan, en ziet de eerlijke multikulturalist in hem een onverdraagzame FŁhrer die ArabiŽ judenrein maakte en er de suksesvolle multikulturele samenleving vernietigde voor een homogeen islamitische. Mohammed verrijkte onze taal ook met de woorden kaffer (kafir), "niet-moslim", dus rechtmatige prooi voor islamitische slavenhalers, later verbijzonderd tot "negerslaaf"; en razzia (ghazwa), "roofoverval". Dat zo iemand op kosten van de Belgische staat aan onschuldige kinderen als model voorgehouden gaat worden, is werkelijk een merkwaardig sukses voor de vrijzinnige beweging.

Maar volgens U doet de persoon van Mohammed er weinig toe, want: "De eventuele persoonlijke 'psychologie' van zulke stichters leert ons zo goed als niets over de betekenis en kracht van de betreffende religies als symbolische zingevingssystemen." Hoewel er natuurlijk geen volmaakte proportionaliteit is tussen de richtlijnen en ideaalmodellen van een religie en het uiteindelijke konkrete gedrag van haar volgelingen, kan men toch moeilijk ontkennen dat het voorhouden van een fanatiek model zoals Mohammed een gelijkaardig fanatisme bij de volgelingen stimuleert. Het is niet noodzakelijk, in een terroristische profeet te geloven om zelf terrorist te worden (kijk maar naar de Khalistani's, het IRA, de ETA enz.),-- maar het helpt. De gijzelnemers en bommenleggers van de Hezbollah doen niets anders dan met moderne middelen Mohammeds voorbeeld in praktijk brengen.

2.3.11. Godsdienstsociologie vandaag

Om mijzelf om te scholen en dat onverbeterlijk vertrouwen op de feiten eerder dan op wensdenken af te leren, raadt U me aan om wat "noties van godsdienstsociologie" te gaan vergaren en de "wetenschappelijke literatuur inzake het (moderne) fenomeen van het fundamentalisme" door te nemen, ondermeer die van het Fundamentalism Project.

Van dat laatste heb ik behoorlijk wat doorgenomen, evenals het meeste wat elders verschenen is over het "fundamentalisme" in het boeddhisme, het hindoeÔsme en de islam. Heel veel boeken en artikels zijn dat, honderden, maar ik kom er rond voor uit dat ik vele alleen wat doorbladerd heb omdat ze meteen op het verkeerde spoor bleken te zitten.

Bijvoorbeeld, de bewering dat het "fundamentalisme" een modern fenomeen is. Ten tijde van de Mongoolse overheersing, die als periode van "verduistering van de islam" vergeleken kan worden met de eerste helft van deze eeuw, maakte Ibn Taimiya precies dezelfde analyse als de moderne islamisten, o.m. dat terugkeer tot de zuivere islam spoedig tot het herstel van de macht van de islam zou leiden. Idem voor andere pre-moderne "fundamentalisten", zoals Sjah Waliullah na de nederlagen van het Mogolrijk in de 18de eeuw, de faraizieten en de wahhabieten.

En dat zijn dan maar varianten van het fundamentalisme die typisch zijn voor moeilijke tijden, maar de glorierijkste heersers van de islam waren op hun manier evenzeer "fundamentalistisch": ze voerden heilige oorlogen om het domein van de islam uit te breiden, maakten niet-moslims tot derderangsburgers, braken kerken en tempels af of bouwden ze om tot moskeeŽn, e.d. (de enige verzachtende faktor in de kalifaten van Bagdad en Cordova en het Mogolrijk onder de "afvallige" Akbar was de toen nog grote aanwezigheid van dhimmi's, "gedoogde" niet-moslims die, op posten waar ze voor de macht van de islam geen bedreiging vormden, kultureel heel wat gepresteerd hebben, hetgeen men dan ten onrechte de bijdrage van de islam aan de wereldkultuur noemt). Het fundamentalisme begon niet in de jaren 1920, met Hassan al-Banna in Egypte en de Kalifaat-beweging in Brits-IndiŽ, zoals tegenwoordig algemeen beweerd wordt; het is zo oud als de islam zelf, en Mohammed was de eerste moslim-fundamentalist.

De betrokken fundamentalisten hebben trouwens nooit anders beweerd dan dat zij het voorbeeld van de profeet en van andere groten uit de islamgeschiedenis reaktualizeerden. Het is toch wel een merkwaardige vaststelling dat de betrokkenen en hun akademische duiders daarover diametraal tegengestelde zaken beweren.

Men kan dit vergelijken met de media-behandeling van het VB. Er wordt tegenwoordig veel gezegd dat het VB en het fundamentalisme keerzijden van dezelfde medaille zijn. Ik ga me daar niet in ťťn-twee-drie over uitspreken, maar ik stel wel vast dat de behandeling die zij in de media krijgen, dezelfde is. De media maken een mentale afspraak, onderling en ook met de weldenkende politici, om systematisch een bepaald interpretatieschema aan het VB/fundamentalistische fenomeen op te leggen, en absoluut niets uit de VB/fundamentalistische werkelijkheid door te laten dat niet in dat schema past.

(naschrift: ) Bedoeld is het meerdelige overzichtswerk van Martin E. Marty & R. Scott Appleby, red.: The Fundamentalism Project, University of Chicago Press, 1991 vv.

Een typische kollektieve leugen van dit soort is het politologen- en journalistenfoefje van de "proteststem", het "signaal van de burger" wegens de "kloof tussen burger en politiek", dat na 24 november 1991 moest verdoezelen dat 10% van de bevolking welbewust voor het VB-programma gestemd had: wie voor de SP stemt is een mondige burger die voor een programma kiest, wie voor het VB stemt is een onmondig kind wiens ondoordachte stemgedrag om psycho-analyse vraagt. Nog zo'n afspraak is om het VB als een ťťn-thema-partij voor te stellen, gewoon door over wetsvoorstellen en andere aktiviteiten die over een ander dan het migrantenthema handelen, niet te berichten. Een andere is de afspraak om het VB altijd "ondemokratisch" te noemen; hoewel in andere tijden en plaatsen xenofobie en anti-demokratische gezindheid wel eens samengaan, is mij niets bekend van een VB-programmapunt ter afschaffing van de demokratie (ik dacht dat het VB integendeel voor het bij uitstek demokratische referendum pleitte). Dit kan natuurlijk ook aan mijn zeer onvolledige kennis van het VB-fenomeen liggen, maar wat er ook de ware toedracht van mag zijn, we zullen ze in de media niet vernemen, want daar houdt iedereen zich aan de mentale afspraak om het overeengekomen vijandbeeld in de plaats van de werkelijkheid te stellen.

Een gelijkaardige afspraak geldt dus voor fundamentalisten allerhande. Een voorbeeld uit een ander deel van de wereld: de Bharatiya Janata Party, doorgaans als "hindoe-fundamentalistisch" omschreven, belijdt als partij-ideologie het "integraal humanisme", en houdt daarover vormingskursussen voor haar nieuwe leden, die bij toetreding allemaal hun trouw betuigen aan de ideologie van het "integraal humanisme", en aan geen andere. Welnu, in de vakliteratuur zowel als in de persverslaggeving, in zeker 99% van de boeken en artikels die over de BJP verschijnen, komt het onderwerp "integraal humanisme" totaal niet voor. Blijkbaar past het niet in de gewenste beeldvorming van dit "fundamentalisme". Ook van Susan Bayly, BJP-watcher van het Fundamentalism Project, heb ik een aantal teksten waarin de BJP ondersteboven geanalyzeerd wordt zonder dat de verklaarde ideologie van deze partij zelfs maar genoemd wordt. Een student die over een andere beweging een thesis verdedigt en op dezelfde manier haar verklaarde ideologie zelfs niet vermeldt, zou zwaar gebuisd worden; maar inzake "fundamentalisme" houden de grootste specialisten zich aan de stilzwijgende afspraak om het zo te doen.

Idem natuurlijk voor het moslim-fundamentalisme. Het helpt niet dat moedjahedin verklaren dat zij ongelovigen doden omdat dit hun islamitische plicht is, of dat zij Rushdie willen doden omdat de profeet daartoe het voorbeeld gaf. Wat ze ook zelf over hun eigen motieven zeggen, onmiddellijk staan de duiders klaar om het beter te weten, en te zeggen dat de Rushdie-zaak uit een "machtsstrijd tussen Iran en Saoedi-ArabiŽ" voortkomt, of dat het om "post-koloniale frustraties" en de "kanalizering van de wanhoop en woede van de werkloze jongeren" gaat. "Jullie zeggen wel dat jullie het om diť reden doen, maar wij zullen jullie eens gaan vertellen wat jullie wŤrkelijke beweegreden is": aan deze benadering is dus niets wetenschappelijks. Simpele glasheldere feiten worden bedolven onder mistige halve waarheden en jargon, ten voordele van een ideologisch gemotiveerde prefab-verklaring.

Als het Fundamentalism Project in zijn premissen en in zijn konklusies volhoudt dat het islamitisch fundamentalisme hetzelfde is als de anti-abortusbeweging en het kreationisme in de VS, het boeddhistisch nationalisme in Sri Lanka of de Kach-partij in IsraŽl, dan bewijst dat alleen dat akademici best in staat zijn om feiten die hinderlijk zijn voor hun paradigma, straal te negeren. De geschiedenis van de islam is vol van het soort attitudes en wapenfeiten die men vandaag bij het "fundamentalisme" zou rangschikken, en dat ligt niet aan uitwendige oorzaken (die volgens het tweede apriori van het Fundamentalism Project het fundamentalisme moeten verklaren) maar aan de grondslagen van de islam zelf. De Boeddha was geen fanatikus, en als zijn volgelingen in het hedendaagse Sri Lanka dat wel zijn, dan zijn zij dat niet krachtens maar wel ondanks het boeddhisme. Islamitische fanatici daarentegen doen niet meer dan het voorbeeld van hun profeet in praktijk brengen.

Het voorbeeld van Sri Lanka bewijst dat het gedrag van aanhangers van een religie niet tot de doktrinale impakt van die religie gereduceerd kan worden; maar dat wil ook weer niet zeggen dat de doktrine zonder belang is. De doktrine is integendeel een zeer goede voorspeller voor de verdere geschiedenis van een religie. Het vredelievende boeddhisme, dat overigens net zo expansief en missionair was als de islam, heeft een veel vrediger geschiedenis gekend dan de islam (althans wat agressie betreft, want in de slachtofferrol is het wŤl aan zijn trekken gekomen: het is in Centraal-, Zuid- en een deel van Zuidoost-AziŽ door de islam vernietigd).

Het verband tussen enerzijds de specifieke doktrine van een religie t.a.v. geweld en de relatie met andersdenkenden, en anderzijds het daadwerkelijk fanatisme van de belijders van die religie, kan men vergelijken met het verband tussen alkohol en verkeersongevallen. Sommigen drinken zich stiepelzat en rijden desondanks veilig naar huis; anderen zijn geheelonthouder, maar zijn toch een gevaar op de weg; maar spijts die twee extremen, staat het vast dat in de meeste gevallen, alkoholgebruik door automobilisten de kans op ongevallen aanzienlijk verhoogt. Sommigen belijden een fanatieke religie, en zijn toch de verdraagzaamheid zelve; anderen belijden een verdraagzame religie, en zijn toch fanatiek; maar die twee extremen (die men graag genoeg aanhaalt om de diskussie over de onverdraagzaamheid van bepaalde religies te doen stranden) veranderen niets aan de algemene wetmatigheid dat indoktrinatie in een verdraagzame religie de verdraagzaamheid stimuleert, en dat indoktrinatie in een fanatieke religie het fanatisme stimuleert.

Het voorgaande lijkt me nogal evident, en als de akademici van het Fundamentalism Project het desondanks niet kunnen begrijpen, dan kan ik tegenover zoveel hardleersheid verder niets meer doen behalve de verdraagzaamheid beoefenen. Over dan naar de toepassing van de godsdienstsociologie op de ontstaansgeschiedenis van de islam.

2.3.12. Godsdienstsociologie en Mohammed/

In toekomstige kursussen wetenschapsleer zal het hoofdstuk over wetenschappelijke fraude een vette kluif hebben aan de twintigste eeuw, vooral omdat vandaag het gezag van de wetenschappelijkheid zo enorm is, terwijl de radikaal wetenschappelijke instelling nog altijd vaak onder de schaduw van ideologische prioriteiten verdwijnt. Men schuift dus regelmatig ideologische stokpaardjes naar voren als "wetenschappelijke bevindingen", en het kwa wetenschappelijkheid nog onvolwassen publiek laat zich daar nog vaak aan vangen. Eťn van de voorbeelden die men in die kursus zal bestuderen, is de Lysenko-affaire (stalinistische genetika); een ander is de godsdienstsociologische benadering van de vroege islam.

Ik betwist uiteraard niet de mogelijkheid van een rigoereus-wetenschappelijke methode in de menswetenschappen, maar ik stel vast dat heel wat van de dingen die in de Letteren- en Sociologiefakulteiten op gemeenschapskosten gedaan worden, absoluut niet het etiket "wetenschappelijk" verdienen. De vervorming van historische feiten door een bepaald type ideologische bril met hoge krommingsgraad, is in sommige onderzoeksrichtingen een zo grote en opdringerige handicap dat het hele onderzoek er waardeloos door wordt. Dat geldt met name voor wat de godsdienstsociologie van Mohammeds loopbaan gemaakt heeft.

Er zijn verschillende modernistische omduidingen van Mohammeds loopbaan, maar het meest populair is zeker de socialistische variant van Maxime Rodinson e.v.a. die Mohammed als een kampioen van de gelijkheid en de sociale rechtvaardigheid voorstellen. Het resulterend beeld, dat gepropageerd wordt in nagenoeg alle pop-boekjes die nu verschijnen, is een soort maoÔstisch-bewerkt Robin Hood-verhaal dat in de historische bronnen geen enkele steun vindt en alleen op de gretige wensen en multikul-politieke prioriteiten van de hedendaagse akademici gebaseerd is.

Wij zouden bv. moeten geloven dat een religieuze revolutie in 7de-eeuws ArabiŽ een onvermijdelijkheid was, gezien het schokeffekt van bepaalde sociaal-ekonomische veranderingen. Ten eerste is het niet waar dat er zulke schokkende sociaal-ekonomische veranderingen plaatsvonden: Mekka was al lang een handelscentrum, Medina was allang een landbouw-oase, en natuurlijk zullen er wijzigingen geweest zijn, zoals die er altijd en overal zijn, maar het is onzin om te spreken van een omwenteling in de benedenbouw van de Arabische samenleving, die een omwenteling in de bovenbouw onafwendbaar maakte. Ten tweede is het marxistische dogma dat een religieuze omwenteling het gevolg moet zijn van een sociaal-ekonomische, aantoonbaar onjuist: er hebben veel grondiger sociaal-ekonomische omwentelingen plaatsgevonden dan ten tijde van het ontstaan van de islam, zonder dat die een gelijkaardige tornado van religieus geweld of zelfs maar religieuze hervormingen tot gevolg hadden.

In ieder geval blijkt uit de islamitische bronnen niets van een sociaal-ekonomisch motief voor het ontstaan van de islam. Dat Mohammed de Arabische ekonomie tot een oorlogsekonomie omvormt, gebaseerd op plunderingen en afgedwongen schattingen, en gericht op militaire build-up voor verdere expansie, is gewoon een gevolg van zijn heerszucht en niet van enige sociaal-ekonomische visie. Mohammed trekt zich geen bal aan van sociaal-ekonomische toestanden, hij neemt ze zoals ze zijn of zoals ze als onbedoeld neveneffekt van zijn politieke ingrepen worden.

Dit wordt door zijn apologeten trouwens impliciet toegegeven, waar zij hem bv. trachten vrij te pleiten van schuld aan de slavernij: "De slavernij was er nu eenmaal, en Mohammed paste zich aan aan de heersende toestand." Van de ene kant juichen ze zijn revolutionaire ingrepen toe, religieuze (vernietiging van beeldenverering en god-pluralisme) en politiek-maatschappelijke (vervanging van de klan als politieke eenheid door de islamitische gemeenschap of oemma), maar wanneer dat beter uitkomt, dan stellen ze hem voor als hulpeloos tegenover de nu eenmaal bestaande status-quo. Deze uitgekiende mix van "Mohammed de revolutionair" en "Mohammed de wijze diplomaat die zich aan heersende toestanden aanpaste" is een favoriet motief in de godsdienstsociologische sprookjes over Mohammed.

Andere verhaaltjes zijn ondermeer dat de heidense religie uitgeblust was en dat de Arabieren op iets nieuws zaten te wachten (waarom verdedigden ze ze dan zo fel tegen Mohammed?); dat zij hun pluralistische kultuur alleen maar tegen Mohammed verdedigden uit verwerpelijk winstbejag, omdat zij veel geld verdienden aan de bedevaart naar Mekka (wat dan met de niet-Mekkaanse Arabieren, die aan die bedevaart juist veel geld uitgaven?); dat de islam voor de vrouwen een hele emancipatie betekende (waarom namen zij dan het voortouw in de strijd tegen Mohammed?); dat de Arabieren een woeste en bloeddorstige bende waren die dringend wat beschaving behoefden (waarom werden hun temperende krijgskonventies dan door Mohammed geschonden en afgeschaft, en waarom werd hun zeer beperkte oorlogvoering en hun genereuze niet-achtervolging van de verslagen moslims na Uhud en in de Ridda-opstand dan door de moslims in eigen voordeel uitgebuit in het kader van een nieuw koncept van totale oorlog?). Deze verhaaltjes zijn volledig in strijd met de informatie die het bronnenmateriaal ons verstrekt.

Mohammed had maar ťťn programmapunt, en dat was: zijn eigen uitverkiezingswaan door zoveel mogelijk mensen te doen aanvaarden. Als rechter en machthebber kreeg hij natuurlijk een aantal konkrete beslissingen met een maatschappelijke dimensie te nemen, en zoals elk goed strateeg buitte hij de tegenstellingen in de te vernietigen samenleving uit, maar dat betekent absoluut niet dat hij zich als een maatschappijhervormer beschouwde. Zoals elk propagandist identificeerde hij zijn eigen zaak met bepaalde ethische waarden en plakte hij zijn tegenstanders bepaalde on-ethische etiketten op, maar dat betekent absoluut niet dat zijn strijd een strijd voor bepaalde ethische waarden was. Mohammed streed enkel en alleen voor Mohammed, en de godsdienstsociologische (zowel als de islamitische) zienswijze dient er slechts toe, tegen elke getuigenis in, een maatschappelijk en kultureel waardevol gewaad te "zien" rond de schouders van de naakte keizer Mohammed.

Ik weet het wel, de onbevangen lezing van de bronnen, degene die de imaginaire bekleding van Mohammed met allerlei verdiensten doorziet, is momenteel absoluut niet populair. Een verpletterende meerderheid van akademici die over dit onderwerp schrijven, doen mee aan de mythevorming, en verketteren de onbevangen lezing als "middeleeuws gepolemizeer" en wat al niet. Voor toekomstige wetenschapshistorici zal dit een paradoksale (want de rationale visie wordt als obskurantistisch voorgesteld, de gelovige als wetenschappelijk), typisch 20ste-eeuwse variant zijn van de regelmatig terugkerende massale medeplichtigheid van het akademisch establishment aan de verkettering van onbevangen rationele zienswijzen, zoals destijds het heliocentrisme.

2.3.13. Tot besluit


U zegt het wel heel nadrukkelijk: het AGI-initiatief "komt op voor de gelijkberechtiging van de islam, in al zijn verscheidenheid, in BelgiŽ -- niťt in Bangladesj, Iran, Algerije enz." Aan de gelijkberechtiging van de islam met andere religies in die landen, dus aan de gelijkberechtiging van de andere religies met de islam, zou U wel een zeer zware kluif hebben.

U zegt ook dat U, ondermeer uit zorg voor een gunstig ondernemingsklimaat, een "vreedzame en harmonieuze ontwikkeling" voor onze samenleving wenst, en dat die er maar komt mits afgezien wordt van "diskriminaties op basis van afkomst, ras, geloof, geslacht, enz." Dat precies is mijn motivatie om de islam aan de kaak te stellen. De islam bevat welbekende diskriminaties op basis van geslacht; historisch heeft hij, evengoed als andere kulturen, ook diskriminaties op basis van afkomst beoefend (bv. Arabische aristokratie in Iran en Noord-Afrika, Turko-Afgaanse in India); hij heeft via de negerslavernij een kruciale rol gespeeld in de totstandkoming van diskriminatie op basis van ras; en vooral, altijd en overal beoefent de islam diskriminatie op basis van geloof. Terwille van de harmonie en de niet-diskriminatie is het noodzakelijk, de islam op zijn plaats te zetten.

Tenslotte nog een opmerking over de bijwijlen heftige en emotionele toon van Uw schrijven. Men kent het verschijnsel van de machteloze kleine man die zijn gedacht alleen in de rubriek lezersbrieven kwijt kan, en die daarin dan ook vrijelijk lucht geeft aan zijn emoties van woede en verontwaardiging. Waarom ter wereld vertoont U ditzelfde gedrag, met insinuaties en scheldpartijen aan mijn adres? Tenslotte bevindt U zich in een komfortabele positie: het hele Belgische politieke en akademische establishment staat aan Uw kant, en ook het wereldwijde islamitische establishment is gewonnen voor Uw pleidooi voor overheidsfinanciering van de Belgische islam. Ik daarentegen ben maar een eenzame dissident. Wat kan zulk formidabel eensgezind establishment, waarvan U de zegsman bent, er nu last van hebben dat er ergens een kritisch artikeltje verschijnt? Gezien het feit dat U in Uw tekst van vier bladzijden geen enkele poging doet om ook maar ťťn stelling uit mijn Trends-artikel van vier bladzijden te weerleggen, is mijn vermoeden dat U er gewoon geen speld kon tussenkrijgen, en dat dat toch een beetje "steekt". Moge Allah het beteren!

Tot genoegen,
KE

2.4. Anti-islamisme en anti-semitisme

(Dit artikel verscheen in het katholieke maandblad Nucleus, november 1997.)

2.4.1. " Antiracisme " als gif

In de Uitzending door Derden van Het Vrije Woord, omroepvleugel van het Humanistisch Verbond, op 22 september 1997 op BRTN Radio 1, verklaarde de Gentse prof. Herman De Ley dat "het anti-islamisme van nu" een geval is van "racisme", en zelfs het exakte ekwivalent van "het anti-semitisme van de Nazi's". Deze beschuldigingen, integraal deel van een brede kampanje van verbale terreur, vragen om enige kommentaar. Anderzijds verdedigde hij zijn initiatief uit 1994, het platform van "Akademici voor de Gelijkberechtiging van de Islam", tegenover zijn achterban met het argument dat we moeten aanvaarden dat er "altijd mensen zullen zijn die hun zingeving in de religie zoeken", iets wat in die kringen zelden gezegd wordt jegens bv. het katholicisme.

Herman De Ley weet nochtans zeer goed dat het zgn. "anti-islamisme" geenszins een uitvinding van "extreem-rechtse racisten" is. In een artikel in Trends in 1994 heb ik erop gewezen dat islam-kritiek wereldwijd vooral het werk is van gekleurde medemensen, auteurs uit Egypte, Mali of Bangladesj die hun leven op het spel zetten om hun landgenoten uit de mentale greep van de islam te bevrijden: "Islamkritiek is inderdaad bruin en zwart, niet qua politieke maar qua huidskleur." De Ley kent dat artikel, want hij heeft er een giftige brief op teruggeschreven waarin hij veel hete lucht blaast maar natuurlijk niets weerlegt. De Ley weet dat zijn vereenzelviging van islamkritiek met "extreem-rechts" als een valse truuk ontmaskerd is, maar omdat hij de media aan zijn kant weet, kan hij zich veroorloven om de leugen te herhalen: niemand zal een platform krijgen om hem in verlegenheid te brengen.

De Ley weet dat "anti-islamisme" geen kwestie van "racisme" is, maar hij gaat ermee door, gekleurde islamkritici te miskennen of impliciet op de "racisme"-schietschijf te spijkeren. Het was op initiatief van zijn Nederlandse geestesgenoten dat een blanke Amsterdamse rechter in 1992 de bruine Pakistaanse islam-kritikus Mohamed Rasoel krachtens de wet op het racisme tot een zware boete veroordeelde wegens diens waarschuwing dat de islam op een machtsovername in het naÔef-gastvrije Nederland aanstuurt. Maar aan dat schandaal, aan dat krasse onrecht tegenover een immigrant, is de hele intelligentsia medeplichtig die de associatie van islamkritiek met racisme in stand houdt.

2.4.2. Het moslim-ras

Wat in Herman De Ley's betoog volstrekt niet door de beugel kan, is de gelijkstelling van "anti-islamisme" met het vooroorlogse anti-semitisme. Om te beginnen verhouden beide zich verschillend tot de kategorie "racisme". Noch de islam als ideologie noch de moslims als gemeenschap vormen een "ras", terwijl ook geen enkele mij bekende islamkritikus de islam of de moslimgemeenschap ooit als een ras definieerde. Het judaÔsme of het joodse volk is evenmin een ras, maar het anti-semitisme in de decennia vůůr 1945 definieerde het jodendom wŤl als een ras, en was in die zin wel een racisme, zij het dan een crank racism.

Er zijn trouwens nog wel meer ernstige verschillen tussen zelfs de meest primaire vreemdelingenhaat van nu en het anti-semitisme van toen. Zo heb ik nog nooit een hedendaags xenofoob politikus ŗlle problemen, van zedenverval tot ekonomische krisissen, aan "de vreemdelingen" laat staan aan "de islam" horen wijten; destijds echter ging het anti-semitisme wel degelijk zo ver ("Achter alles staat de Jood"). Vandaag vindt men datzelfde soort anti-semitisme wel nog volop in de islamwereld, getuige bv. de aantijging door de Maleise premier Mahathir Mohammed dat de recente beurskrisis in Zuidoost-AziŽ het werk was van "joodse woekerkapitalisten".

2.4.3. Islam, slavernij en racisme


Ten tweede is het amalgaam van islamkritiek met "racisme" toch wat onkies als men beseft dat het racisme van de voorbije eeuwen zijn oorsprong juist vond in een islamitische instelling, nl. de ras-ongelijke slavernij, zoals uitvoerig aangetoond is door de vooraanstaande islamoloog Bernard Lewis (Race and Slavery in the Middle East, 1990) en de slavernij-historikus David Brion Davis. De moslims mochten geen mede-moslims tot slaaf maken, en evenmin joden en kristenen die zich bij de islamitische heerschappij neergelegd hadden; dus zwermden zij uit om Zuid- en vooral Oost-Europese kristenen door raids en zeeroverij voor de slavernij te vangen, en vooral om de Afrikaanse animisten te vangen of op te kopen bij kollaborerende stamhoofden, en naar de islamitische metropolen te vervoeren. Hierbij maakten de moslims een hiŽrarchisch onderscheid tussen blanke en zwarte slaven, en zelfs zwarten die zich tot de islam bekeerden, werden vaak toch nog als legitieme prooi voor slavenhalers beschouwd.

De grootschalige vereenzelviging van zwarten met het slavenstatuut leidde vervolgens tot de notie dat zwarten van nature geschikt zijn voor de slavernij en ongeschikt voor de vrijheid. In de vijftiende eeuw werden Spanjaarden en Portugezen handelspartners van de moslims in de zwarte-slavenhandel, en zij breidden hem uit tot de Nieuwe Wereld. Hierdoor brachten zij de racistische minachting voor zwarten in Europa binnen, waar zelfs de antieke Grieks-Romeinse slavenhandelaars nooit op het idee van een raciale minderwaardigheid van de zwarten gekomen waren. De Atlantische slavenhandel overtrof overigens nooit de Arabische in omvang, en werkte aan de bron steeds innig samen met islamitische slavendrijvers. De islam is niet het slachtoffer maar wel de bron van het racisme, dat als doktrine van biologische ongelijkheid een uitloper was van de islam-doktrine van ongelijkheid tussen moslims en ongelovigen.

2.4.4. ArabiŽ judenrein

Ten derde getuigt het van een bedenkelijk slechte smaak om het lijden van het joodse volk voor het karretje van uitgerekend de islam te spannen. De profeet Mohammed vestigde zijn alleenheerschappij in Medina door er de joden deels te verbannen, deels als slaaf te verkopen, en deels uit te moorden; nadien maakte hij heel ArabiŽ judenrein. In 1940-45 stonden de moslims massaal aan de kant van Hitler, en hoewel men hun kan vergeven dat ze van de Europese politiek en dus van het nazisme niet veel begrepen, was hun voornaamste motief onmiskenbaar de jodenhaat die ze met Hitler gemeen hadden. Men maakt dat niet ongedaan door de tirailleurs marocains en de tirailleurs sťnťgalais in het Franse leger, arme sloebers die dienst namen om wat sociale promotie te maken, als "anti-fascisten" voor te stellen.

Recenter verboden talloze moslim-landen de film Schindler's List omdat de joden er te positief in voorgesteld worden. Moslims in BelgiŽ hebben al meermalen synagoges aangevallen. Op een verkiezingsaffiche (1995) van Filip De Winter in Borgerhout hadden plaatselijke "jongeren" een beetje extra beharing aangebracht om hem meer op de baarlijke duivel te doen lijken; nee, geen Hitlersnorretje, maar chassidische haarlokjes. In 1990 juichten de massa's in de hele islamwereld Saddam Hoessein toe toen hij aankondigde dat hij "met chemische wapens half IsraŽl zou platbranden". Zopas verklaarde de Palestijnse Hamas-leider Ahmed Yassin dat IsraŽl van de landkaart moet verdwijnen. De wapenwedloop in die regio staat nog steeds in het teken van het overtroeven van de IsraŽlische oorlogsparaatheid door de aanmaak van wapens die IsraŽl van op veilige afstand kunnen treffen en vernietigen. Er is een reŽel gevaar dat prof. De Ley's favoriete religie zal slagen waar Hitler faalde.

De laatste jaren tracht men ons ervan te overtuigen dat het "fundamentalisme" over zijn hoogtepunt heen is. Tja, ik heb altijd gesteld dat de islam op zeer plotselinge wijze zal imploderen, en mij zal het dus niet verrassen wanneer het nieuws komt dat de islam zijn tanden verliest. Maar is het al zo ver? De verkiezing van de meest gematigde kandidaat in de Iraanse presidentsverkiezingen, enkele maanden geleden, zal inderdaad wel een hartekreet zijn van de Iraanse bevolking die stilaan genoeg krijgt van de ayatollahs. Echter, alle kandidaten moesten, om Łberhaupt te mogen deelnemen, bewezen voorvechters van de islamitische theokratie zijn.

Stel nu nog dat de Iraanse bevolking de ayatollahs niet langer steunt, dan blijft het feit dat de ayatollahs de staat kontroleren. De Sovjet-staat heeft zeventig jaar lang allerlei konflikten en destabilizatie veroorzaakt zonder ooit echt de steun te genieten van een bevolkingspercentage gelijk aan dat wat in Iran voor de radikaalste kandidaat gestemd heeft. Toen Hitler in 1933 aan de macht kwam, had hij bij de verkiezingen een gevoelige achteruitgang moeten inkasseren, en had hij in zijn propaganda al enkele jaren de jodenhaat minder op de voorgrond geplaatst. Men had in januari 1933 dus kunnen zeggen dat hij zowel in ideologische intensiteit als in populariteit over zijn hoogtepunt heen was; maar inmiddels weten we dat we het vel van de beer niet voorbarig moeten verkopen. Het islamvuur mag er bij Feroz-met-de-tulband dan een beetje uit zijn, feit is dat enkele dagen na de Iraanse presidentsverkiezingen Iraanse spionnen in Groot-BrittanniŽ aangehouden werden die atoomtechnologische geheimen trachtten te stelen. Presidenten komen en gaan, maar de strijd gaat voort.

2.4.5. Joodse GIA-moorden?

De vierde kritiek op prof. De Ley's gelijkstelling van anti-semitisme en anti-islamisme is dat zij impliciet een ongelooflijk brutale belediging van de joodse gemeenschap inhoudt. Een gelijkstelling van de situatie van de moslims nu met die van de joden destijds suggereert ook een projektie van de reŽle aanleiding tot de hedendaagse islamkritiek, nl. het bloedige palmares van de islam, op de haat jegens het weerloze jodendom van toen. Het "anti-islamisme" gaat uit van reŽle feiten en authentieke gezaghebbende teksten; tenzij prof. De Ley over andere informatie beschikt, was het anti-semitisme van de Nazi's daarentegen gebaseerd op paranoia en vervalsingen.

De islam heeft Europa meermalen gewapend trachten te onderwerpen, en zelfs de reddende ingreep van Karel Martel (Poitiers 731) en Jan Sobieski (Wenen 1683) kon niet verhinderen dat grote delen van Zuid- en Oost-Europa eeuwenlang onder de knoet van de islam zuchtten; iets dergelijks kan men het joodse volk niet aanwrijven. De islamwereld heeft miljoenen Europeanen en een nog groter aantal zwarten tot slaaf gemaakt, vanuit de doktrine dat slaafneming van ongelovigen legitiem is; dat is niet onze ervaring met de joden.

Kristenen en vrijzinnigen worden vandaag door moslims onderdrukt en uitgedreven in Turkije, Pakistan, Soedan en andere landen; wil De Ley de joden van destijds gelijkaardige wapenfeiten aanwrijven? Dat de islam de wereld wil veroveren staat in de Koraan zelf; om een gelijkaardige bedoeling in de schoenen van de joden te schuiven, was er een vervalsing nodig (de Protokollen van de Wijzen van Zion). Ook de zogenaamde kleine kriminaliteit van jonge moslims en de aktiviteiten van de GIA tot in Brussel toe zijn reŽle feiten waar in het geval van de joden in de jaren '30 niets tegenover staat.

Het anti-semitisme van destijds was een sociale pathologie die een weerloze gemeenschap tot zondebok maakte; de islamkritiek van vandaag is een ideologische strijd die volledig gerechtvaardigd wordt door akute maatschappelijke problemen, door de bijzonder lange en omvangrijke voorgeschiedenis van islamitisch imperialisme, en door expliciete oorlogsverklaringen jegens onszelf vanwege zowel bronteksten als hedendaagse zegslieden van de islam.

2.4.6. Pathologie van het "anti-racisme"

Prof. De Ley's strijd tegen het "racisme" in dienst van de islam is een mooie illustratie van de psychologie van de hedendaagse "anti-racist". Elke onbenul kan zich tot "weerstander" uitroepen door nu de strijd te voeren tegen het "fascisme" dat al een halve eeuw dood is. Men kent het verschijnsel wel bij jeugdbendes: nadat de vechtersbazen iemand van de rivalizerende bende hebben neergeslagen, komen de meelopers naar voren om de weerloze tegenstander op de grond ook een dappere trap toe te dienen. De held uithangen tegen een dode vijand: je kan je nauwelijks voorstellen dat volwassen mensen zich daarmee bezig houden, maar er gaan miljoenen aan overheidssubsidies naartoe.

Wie vandaag iets tegen het kommunisme zegt, krijgt te horen dat zulke praat toch volkomen achterhaald is, want het Oostblok heeft het kommunisme al een jaar of zeven afgezworen. Het helpt dan niet, erop te wijzen dat het kommunisme nog altijd twee derden van zijn vroegere onderdanen onder de knoet houdt in ondermeer China, en daar alleen geliberalizeerd is op ekonomisch gebied maar niet op die gebieden die de meeste anti-kommunisten interesseren, zoals pers- en godsdienstvrijheid. De regering stelt dus geen budget ter beschikking voor de studie van het kommunisme en van de vrijgegeven Sovjet-archieven, ook de universiteiten hebben dringender prioriteiten, en de media waken erover dat niemand aan zijn kollaboratie met het moorddadigste systeem uit de wereldgeschiedenis herinnerd wordt. Maar intussen hebben velen een voltijdse baan aan de in veel groter mate "achterhaalde" strijd tegen het in 1945 totaal verslagen fascisme en de sindsdien totaal gemarginalizeerde rassenleer.

Dezelfde Don Quichotes die tegen spoken vechten zijn in nuchtere toestand echter wel de kollaborateurs van een hedendaagse en zeer reŽle vijand. Wat specifiek hun houding tegenover het joodse volk betreft, werpen zij zich op als kampioenen in de strijd tegen een verslagen en dode vorm van anti-semitisme, om echter tezelfdertijd als gangmaker op te treden voor een levende en zeer gevaarlijke drager van jodenhaat, nl. de islam. Er zijn al veel oorlogen verloren omdat men zijn defensieve voorbereidingen richtte op de vijand uit de vorige in plaats van op die uit de komende konfrontatie.

<<PAGE 1   <<PAGE 2   PAGE 4>>

 

 

horizontal rule

Home

Articles

Books

Book Reviews

Interviews

Dutch Articles

About

Download

Print

 

 

 

 

VOD Authors

VOD Home