De islam, hoelang nog?



4. Beeldenstorm in Afghanistan (Van deze tekst is een kortere versie verschenen in het maandblad Nucleus, Brugge, maart 2001.)

4.1. Dynamiet

Van je vrienden moet je 't hebben. De pleitbezorgers van de islam in politiek en media hebben zich nu jarenlang zo uitgesloofd om ons ervan te overtuigen dat de islam ruimdenkend en verdraagzaam is, en daar komen hun vrienden moslims metterdaad die flutverhaaltjes omverblazen. Zeg maar: dynamiteren. Want er was dynamiet nodig om de hemeltergende afgodsbeelden van Bamian in midden-Afghanistan kapot te krijgen. De profeet zou met die beelden grote moeite gehad hebben, maar Allah heeft zijn getrouwen inmiddels het dynamiet geschonken, en daar maken ze goed gebruik van: na de welbekende bomauto's is er nu zelfs een onbloedige toepassing gevonden, ťťn waarbij alleen stukken onnozele rots desintegreren.

De leer van de islam is op dit punt volkomen ondubbelzinnig: het is verboden dieren of mensen af te beelden, en dit des te strenger als er een evidente bedoeling is om de afbeelding als cultusvoorwerp te gebruiken. De islam definieerde zichzelf van bij zijn ontstaan als een beweging tegen de "afgoderij", welke zeer concreet gestalte kreeg in de beeldenverering. Islamitische landen zijn dan ook zeer arm aan figuratieve beelden en schilderijen. (Niet-figuratieve kunst mag wel, zie bv. de meetkundige vormen die vele moskeemuren verfraaien; overigens was Henri Matisse's verblijf in Marokko en overname van islamitische motieven ťťn van de bronnen van de moderne "abstracte kunst".) Het weinige dat toch voorhanden is, blijkt doorgaans het werk van niet-moslims te zijn, bv. de "Mogol-schilderkunst" die in feite door hindoes gemaakt werd. De geviseerde beelden in Afghanistan bestonden alleen nog omdat ze ofwel tot recent onder de grond verscholen lagen (de meeste museumstukken) ofwel gewoon te groot waren voor premoderne technologie om ze kapot te krijgen, bv. de rotsbeelden in Bamian en Ghazni, die overigens wel al behoorlijk geschonden waren.

De VRT (Wandelgangen) haalde er een academisch ingeplante moslim bij om de islam wit te wassen. Nee, zei drs. Sami Zemni van de UG, de islam verbiedt beelden niet, althans niet bij niet-moslims. Kijk maar naar de faraonische monumenten, zei hij: die zijn er gedurende eeuwen islambewind blijven staan.

Even de puntjes op de i: de faraonische monumenten hebben de eeuwen getrotseerd in rotskelders of onder hopen zand, veilig aan het oog van de moslims onttrokken totdat Europese geleerden ze gingen opgraven. Anders hadden ze het zeker niet gehaald. Gelukkig kwamen ze boven water (nou ja, boven het zand) in de periode van Europese hegemonie, toen de moslims zelf hun islam minder ernstig namen en ondermeer met het nationalisme flirtten, dat alle aandacht voor het nationale pre-islamitische verleden verwelkomde. De sfinks is, net zoals de boeddhabeelden van Bamian (die door Mogolkeizer Aurangzeb met kanonnen beschoten werden), van haar aangezicht beroofd, niet door Obelix maar door de islamitische Mameloeken. Begin jaren '90 waren er meerdere aanslagen tegen faraonische tempels in Karnak en Loeksor; alleen met ijzeren repressie tegen het islamisme heeft de regering er het nationaal erfgoed kunnen vrijwaren. In landen als SyriŽ en Egypte mogen christenen wel binnen hun kerk hun iconen vereren, maar in het openbaar betrachten zij best de uiterste discretie in het vertoon van religieuze symbolen, al dan niet figuratief. In Saoedi-ArabiŽ zijn deze radicaal verboden, zelfs binnenskamers.

Net zoals de niet-islamitische mensengemeenschappen, bv. de Arameessprekende christenen in Zuidoost-Turkije, zijn sommige boeddhistische monumenten in Afghanistan en elders (bv. Boroboedoer in IndonesiŽ) eeuwenlang beschermd geweest door hun afstand tot de moslim-bevolkingscentra. Terwijl grote kloosters en universiteiten zich veelal aan de rand van steden bevonden, en de eerste doelwitten van de islamitische moord- en sloopzucht vormden, zochten kleine groepen monniken de eenzaamheid op, vaak letterlijk in holen en spelonken. Soms leenden de berglandschappen waar zij zich terugtrokken zich ook tot merkwaardige beeldhouwkunst, zoals dus in Bamian. Maar in de afgelopen eeuw nam de bevolkingsdruk toe, modern transport over nieuwe wegen ontsloot zelfs de meest onherbergzame gebieden, en de bescherming van de splendid isolation verdween. Vandaag zijn de christenen volledig verdwenen uit hun dorpen in Zuidoost-Turkije, het is nu de beurt aan Iraaks Koerdistan om hen weg te pesten, en weldra zullen deze gemeenschappen volledig naar het Westen overgeplant zijn, zodat de moslims West-AziŽ voor zich alleen hebben. De overblijfselen van de ooit glorieuze boeddhistische aanwezigheid in Afghanistan ondergaan nu hetzelfde lot. Alleen krijgen zij zelfs niet de optie van de vlucht.

4.2. Losgeld

Het Perzische woord boet, "afgodsbeeld", komt van Boeddha. Daarvan afgeleid is boetparast, "beeldenvereerder", "afgodendienaar"; maar ook boetsjikan, "afgodenbreker". Terwijl in het Perzische rijk de zoroastriŽrs of "vuuraanbidders" (aatisjparast, een term die de moslims ook op de Germaanse en Slavische heidenen gingen toepassen) in het algemeen geen beeldencultus kenden, trof het boeddhisme met zijn Boeddha's in alle maten de moslimveroveraars als de afgoderij bij uitstek. Van Centraal-AziŽ tot IndonesiŽ hebben zij het boeddhisme redelijk grondig vernietigd. Bij deze verwoesting hadden zij economisch niets te winnen, zij deden dit wel degelijk uit ijver om de geboden van de islam in de praktijk te brengen en aldus hun plaats in de hemel te verdienen.

Echter, toen de Taliban hun plan tot vernietiging van de beelden bekendmaakten, zeiden sommige commentatoren: "O, dat is maar een manier om aan geld te geraken. Ze speculeren erop dat kapitalisten uit Japan, Taiwan of CaliforniŽ zullen aanbieden om alle bedreigde beelden vrij te kopen, zelfs om met de nieuwste technologie de reuzenbeelden weg te voeren. Die religieuze retoriek is maar een dekmantel om hun staatsfinanciŽn aan te zuiveren." U kent het marxistische verhaaltje wel: alleen economische drijfveren zijn echt, al de rest (godsdienst inbegrepen) is maar camouflage. Wel, ook deze welweters zijn door de Taliban in de steek gelaten, zelfs ernstig in hun hemd gezet.

Zij zeggen al jaren dat het IsraŽlisch-Palestijns probleem morgen opgelost kan zijn zodra de Palestijnen maar begrijpen dat investeringen en welvaart om het hoekje liggen wachten als er vrede komt. Maar de Palestijnen zetten hun dag na dag een neus met straatgeweld dat alle investeerders en toeristen op afstand houdt. Nu blijken ook die Taliban hun religie ernstiger te nemen dan alle economische belangen en afkoopsommen bijeen. Fier toonden zij de lege glazen kasten in de musea. De regeringen van ondermeer India en Sri Lanka waren tot alles bereid om het erfgoed te redden, kunstminnende kapitalisten uit New York deden gouden voorstellen, en zelfs Iran (dat naar normalisering van zijn diplomatieke positie hengelt) wilde een geste doen om deze deuk in het islamblazoen te voorkomen. Maar de Taliban haalden voor alle offertes hun neus op. Wat een spijtige verrassing toch.

De Taliban toonden zich nochtans alleen maar waardige opvolgers van hun voorzaat Mahmoed, heerser over de Afghaanse stad Ghazni. Bij een inval in India (begin 11de eeuw) verwoestte hij de beroemde Soomnaath-tempel in Goedjaraat, en volgens moslimtraditie boden plaatselijke hindoes hem een grote goudschat aan in ruil voor het godenbeeld dat hij ging verbrijzelen, maar antwoordde hij vol minachting: "Op de Dag des Oordeels wil ik bekend staan als een afgodenbreker, niet als een afgodenverkoper." De geschiedenis van het islamitisch iconoclasme kent vele dergelijke episodes. Zo betaalden de christenen van het pas door de moslims veroverde Damascus decennia lang steeds grotere losgelden om hun kathedraal te mogen behouden, maar uiteindelijk deelde de kalief hun mede dat hij de moslimdruk niet langer kon weerstaan, en liet hij het gebouw tot een moskee omvormen, de bekende Oemmajadenmoskee.

Echte moslims zijn ook ongevoelig voor het UNESCO-argument van "historische waarde" of "esthetische kwaliteiten". Tenslotte gaat het om "erfgoed" uit de pre-islamitische "tijd van onwetendheid", relict van de afgoderij van heidense voorouders die inmiddels voor eeuwig in het hellevuur gedompeld zijn. Toen Mahmoed van Ghazni het reusachtige tempelcomplex van Mathoera zag, stak hij een lofrede af op deze tempels, "zo sterk als het geloof van de gelovigen", en die "zelfs engelen nog in geen honderden jaren gebouwd zouden kunnen hebben". Ja, hij kon grote kunst en architectuur best appreciŽren,-- en toen beval hij het hele boeltje met de grond gelijk te maken.

Ook het argument dat de Boeddha's van Bamian niet langer als cultusvoorwerp fungeren, is niet geldig. Roger Marijnissen bezweert de Taliban dat "de rotsboeddha's niet vereerd worden" (DS 12-3-2001), implicerend dat het best OK is om de bijl te zetten in Boeddha-beelden (en beelden van de Maagd Maria, Sjiva enz.) die wel het voorwerp van devotie zijn, maar dat zulks hier toevallig niet van toepassing is. Ten eerste is dat niet waar, want Japanse toeristen doen wel degelijk devoties voor antieke Boeddha's. Toen ik in Benares woonde, bracht ik de vrije zondagmiddag regelmatig door in het Hertenpark van Saarnaath, waar de Boeddha zijn eerste preek gaf. Het was er een af- en aanrijden van bussen met bezoekers uit Japan, Korea, Taiwan, heel stereotiepe toeristen met soft-drinks en fototoestelletjes. Tot ze oog in oog kwamen met de Boeddhabeelden en andere heilige voorwerpen: onmiddellijk de handen opeen, het hoofd gebogen, een en al devotie. Het ligt voor de hand dat de Japanse toeristen die de Afghaanse economie er bovenop zouden kunnen helpen, ook voor de plaatselijke Boeddha's in zondige afgoderij zullen vervallen. Dus, voor hun eigen zieleheil: de beuk erin!

Ten tweede vormden de beelden van Bamian een permanente uitnodiging aan de Afghaanse moslims om hun voor-islamitisch erfgoed te herontdekken en de islam ontrouw te worden. Ten derde is het geen enkel bezwaar dat verbrijzelde beelden door niet-moslims geŽerd werden: zoals we zullen zien, vernielde ook Mohammed immers functionerende cultusvoorwerpen of -plaatsen van andersgelovigen.

4.3. De "echte" islam

Voor de honderdste keer zijn we getracteerd op het verhaaltje dat de islam die we in het nieuws te zien krijgen, die van de bomaanslagen en de afgehakte handen en de opgesloten vrouwen en de verbrijzelde Boeddha's, niet de "echte" islam is. Ook moslimlanden die hun pre-islamitische erfenis goed verzorgen, hetzij om toeristische hetzij om nationalistische redenen, bezwoeren de Taliban dat ze op het punt stonden een "on-islamitische" misstap te begaan. Het is verheugend dat moslims een dwaas islamitisch gebod ontrouw worden, en begrijpelijk dat zij uit angst voor represailles een pseudo-islamitische rechtvaardiging voor hun modernisme verzinnen (leugentjes om bestwil van het type: "Mohammed was de eerste feminist", of: "De Koraan is tegen de veelwijverij"), maar het is goed fout als Westerse intellectuelen zulke smoesjes in alle ernst gaan herhalen. Bij ons noemde Roger Marijnissen de beeldenstorm in Afghanistan "hemeltergend absurd", want de beeldenstormers zouden een koranisch passage tegen de beeldenvereerders "uit haar historisch tekstverband rukken". Volgens Michel Magits (DS 12-3-2001) zou het bovendien om "een foute interpretatie" van de Koraan gaan. Het tegendeel is waar: de Taliban kennen en begrijpen zowel de Koraan als het volstrekt ondubbelzinnige tekstverband zeer goed, veel beter dan al onze experts die hun nu de les willen lezen. Het tekstverband van de Koraan is de loopbaan van de Profeet, wiens gedrag als normatief voorbeeld en als hoeksteen van de sjari'a geldt.

Volgens Sami Zemni geldt het beeldenverbod alleen voor moslims zelf, en moeten diezelfde moslims het gebruik van beelden in de devotionele praktijk van andersgelovigen respecteren. Dat zou hij dan toch beter aan de moslims zelf vertellen, in plaats van aan ons. Hij zou daar bv. Mahmoed van Ghazni moeten van overtuigen, of, om helemaal tot de kern van de zaak te komen, de profeet Mohammed in eigen persoon. Het verbaast me steeds weer hoe allerlei Westerse oningewijden de islam beter beweren te kennen dan de echte insiders, zoals precies de Taliban, de "studenten" (Arabisch Taalib, met de Perzische meervoudsuitgang -an, etymologisch identiek aan Nederlands -en) van de Pakistaanse Koraanscholen voor weeskinderen uit de Afghaanse oorlog tegen de Sovjet-Unie. Hun hele mentale horizon bestaat uit de Koraan, het voorbeeld van de Profeet en de sjari'a-jurisprudentie. Het is ontzaglijk pretentieus van Westerse kommentatoren om te beweren dat zij de islam beter kennen dan de Taliban.

De belangrijkste basis van het islamitisch recht, in de praktijk nog belangrijker dan de Koraan, is het modelgedrag van de "volmaakte mens", Mohammed. Om die reden lijkt mij de tegenwoordig gewraakte benaming "mohammedaan" nog altijd een accurate beschrijving van de moslim, nl. iemand wiens leven draait om het voorbeeld van de mens Mohammed, meer nog dan dat het leven van een christen om het voorbeeld van de godmens Christus draait. Maar laat dat passeren, en laten we eens kijken wat precies Mohammeds voorbeeldgedrag is met betrekking tot religieuze beeldhouwkunst.

Om bij het begin te beginnen: volgens de hagiografieŽn van de Profeet ging zijn geboorte gepaard met de spontane implosie van een aantal bekende godenbeelden, ondermeer in de Kašba, het belangrijkste heiligdom van de heidenen van Mekka. Het heilig vuur in de belangrijkste tempel van PerziŽ, dat al duizend jaar gebrand had, doofde uit. Vanaf zijn verwekking was Mohammed de vernietiger van de bestaande cultische praktijken der niet-moslims.

Pas toen de Profeet vanaf 622 stapsgewijze de macht greep in Medina en vervolgens in heel ArabiŽ, kon hij tot daadwerkelijk iconoklasme overgaan. De eerste incidenten betreffen bekeerlingen die hun nog niet bekeerde familieleden treiteren door hun beelden te vernielen. Zo gooide de zoon van Amr ibn al-Djamoeh diens houten beeld van de godin Manaat in de beerput. In Qoebaa ging een zekere Sahl ibn Hoenaif ibn Waahib 's nachts de houten godenbeelden stelen om ze als brandhout te gebruiken.

Over de voorgeschiedenis van de eerste moskee zeggen de bronnen niets, maar de tweede moskee, de eerste in Mohammeds hoofdstad Medina, werd gebouwd op een heidense begraafplaats, nadat deze grondig onteerd was: de Profeet liet de lijken opgraven, de belendende tempeltjes afbreken en het heilig bos van dadelbomen omhakken. Hiermee was de klassieke procedure vastgelegd: de meeste historische moskeeŽn, zeker de hoofdmoskeeŽn in steden, zijn bijna allemaal op (of met de brokstukken van) niet-islamitische cultusplaatsen gebouwd. Zo staat de Mezquita, de beroemde moskee van Cordova (inmiddels tot kathedraal omgevormd maar nu weer opgeŽist door de snel groeiende moslimgemeenschap in Spanje), op de plaats van een vroegere kerk, die overigens zelf weer een heidense Romeinse tempel vervangen had.

Een ander cruciaal moment was de inname van Mekka (630) en met name van de Kašba. Mohammed en zijn neef en schoonzoon Ali vernielden eigenhandig de 360 godenbeelden in en rond de kubusvormige tempel. Alleen de vormeloze zwarte steen liet hij op zijn plaats; hij bedacht hem zelfs met een kus. Sommige volgelingen vonden dit ook een vorm van afgoderij, maar wie zou Mohammed hebben durven terechtwijzen? Islam-apologeten rechtvaardigen deze beeldenstorm met de bewering dat de heidenen de Kašba zelf gestolen hadden, aangezien deze door Abraham gebouwd was geweest. Nu, dat is de typische agressieve air van verongelijktheid die we kennen uit de fabel van de wolf die tegen het schaapje dat stroomafwaarts stond te drinken, zei: "Jij maakt mijn water troebel." Er zijn tal van pre-islamitische inscripties gevonden in ArabiŽ, en geen enkele blijkt iets van Abraham of zijn zoon IsmaŽl (door Mohammed opgeŽist als stamvader van de Arabieren) te weten; terwijl de enige geschreven bron die hen wŤl vermeldt, namelijk de Bijbel, hen nooit in ArabiŽ laat komen. De Kašba was wel degelijk een heidens heiligdom dat door Mohammed met geweld tot zijn hoofdmoskee omgevormd is.

Na de inname van Mekka volgen de vernielingen van godenbeelden elkaar in snel tempo op. Een merkwaardig element dat vaak terugkeert is de vermelding dat uit een gebroken beeld (ondermeer van al-Oezza, de planeet Venus, die samen met al-Laat en Manaat genoemd wordt in de "Duivelsverzen") een negerin tevoorschijn kwam, blijkbaar de godheid resp. boze geest die in het beeld woonde. Een zwarte huidskleur werd steevast met ongeloof geassocieerd, bv. in de Koranische voorspelling dat de ongelovigen op de Dag des Oordeels een zwarte, en de gelovigen een witte huid zullen krijgen.

De burgers van Mekka kregen bevel om ook binnenshuis geen beeld ongebroken te laten. Stammen die zich uit opportunisme bij de zegevierende profeet aansloten, moesten eerst hun beelden vernietigen. Op dat punt, maar dus ook alleen daar, zou het excuus kunnen gelden dat het tenslotte zelfverklaarde moslims waren aan wie beeldenverering verboden werd. Maar intussen ging Mohammed verder met het breken van beelden en cultusplaatsen van mensen die helemaal geen moslim wilden worden. Het was in functionerende tempels dat de moslims de beelden van ondermeer al-Oezza, Hoedhail, Dhoe'l Kaffain, Fils, Roedaa, al-Laat en Manaat kapotsloegen. Zij verjoegen ook de priester van de christelijke kerk te Jamaama, verwoestten de kerk, reinigden de plaats met water, en bouwden er een moskee. Islam-apologeten wijzen er voor Westers publiek graag op dat christenen doorgaans beter getolereerd werden dan heidenen, maar dit voorval toont aan dat ook christelijke cultusplaatsen niet veilig waren voor de geloofsijver van de Profeet. En zijn gedrag is maatgevend voor elke moslim tot het einde der tijden.

Al zijn er halfslachtige moslims en moslim-regeringen die om economische redenen de overblijfselen van ongelovige culturen bewaren en ten toon stellen, echt overtuigde moslims weten wat hun te doen staat: vernietig de afgoden. Wat de Taliban doen is niets anders dan navolging van de profeet. Als hun daden on-islamitisch zijn, dan ook die van Mohammed zelf, die volgens onze betweters dus een slecht moslim zou geweest zijn. Moeten we hun geen proces aandoen wegens belediging van de Profeet?


5. De boze geest achter de WTC-aanslagen


(Deze tekst is onder schuilnaam gepubliceerd in 't Pallieterke, begin oktober 2001.)


5.1. Het Kwaad

Meer nog dan Moeder Teresa is een zelfmoordterrorist iemand die zijn leven geeft voor zijn ideaal. Wat de WTC en het Pentagon in puin legde waren dan ook allerminst "laffe aanslagen" (dixit Guy Verhofstadt), maar daden van opperste moed en zelfopoffering. Alleen een geloof in iets hogers verleent stervelingen zulke moed. Specifiek de islam verschaft hun ook een motief.

Na de aanslagen in de VS verzekerden media en politici ons dat dit geweld "strijdig is met de ware geest van de islam" (Tony Blair) en dat "het nobele islamgeloof elk terrorisme verwerpt" (Jaswant Singh, buitenlandminister van India). De zoektocht naar alternatieve zondebokken leverde echter alleen losse flodders op, onduidelijke boze geesten genre "fanatisme" en "waanzin". Samen met president Bush boden de media ons, in plaats van een ernstige diagnose, wat poŽzie over "het gezicht van het Kwaad".

Maar de vrome terroristen zijn allerminst gemotiveerd door "het Kwaad", wel door religieus plichtsbesef. Osama bin Laden gaf een luxeleven op om in Afghanistan zijn leven te riskeren in de goede strijd tegen de Sovjet-bezetting, het begin van het einde van de USSR. Was u blij toen de Muur viel? Dank u, Osama bin Laden! Qua morele statuur schat ik de moedjahedien hoger dan de blauwe puddingen die ons land besturen.

Waarom leven zij dan hun moed uit in terreurdaden? Er zijn in bijkomende orde niet-religieuze factoren in het spel, vooral de wrok tegen het eigengerechtig optreden der VS. Amerikaanse bommen en embargo's hebben het jongste decennium meer doden gemaakt dan er in het WTC gevallen zijn. Toch zijn het niet de ServiŽrs die wraak genomen hebben, maar moslims. Het is de islamdoctrine die hen over de drempel naar het kwaad van de terreur helpt, die hun religieuze geestdrift vertaalt in de wil om te doden.

5.2. De ware islam

Telkens de islam negatief in het nieuws komt, krijgen we dezelfde geruststelling: "Dit is niet de Ťchte islam." Nee? Dat is gemakkelijk te verifiŽren. De islamwet is hoofdzakelijk gebaseerd op het voorbeeldgedrag van de Profeet, beschreven in de Hadieth-collecties (overleveringen), concreter en richtinggevender dan de Koraan. Wie voor een islamrechtbank kan aantonen dat hij bij zijn daad in de voetsporen van de Profeet trad, gaat vrijuit.

De verwoesting van de Boeddha's van Bamian zou on-islamitisch zijn? Nee, want Mohammed zelf verwoestte de godenbeelden in de Kašba en in heel ArabiŽ. De moordoproep tegen Salman Rushdie? Mohammed zelf liet zijn critici ombrengen. Roofovervallen, althans op ongelovigen? De Profeet leefde jarenlang van overvallen op karavanen. Kaping en gijzeling? Bij meerdere karavaanraids nam hij de passagiers als gijzelaar om ze tegen een flink losgeld te ruilen.

Massamoord? De profeet maakte Medina judenrein door de 700 mannen van de joodse Koeraiza-stam te onthoofden, en hun vrouwen en kinderen als slaaf te verkopen. (In zijn rede in het Oerdoe over de huidige crisis verwees president Moesjarraf van Pakistan naar Mohammeds zege op de joden; het Engelse transcript voor Westerse consumptie liet deze passus weg.)

Volgens Verhofstadt waren de aanslagen gericht "tegen de multiculturele samenleving"; is dat onislamitisch? Mohammeds levenswerk bestond precies uit de gedwongen vervanging van ArabiŽ's multiculturele samenleving door een homogeen islamitische. Elke vernietiging van pluralisme ten voordele van de islam is een bij uitstek islamitische daad.

Is, om een opkomende trend te noemen, groepsverkrachting van niet-moslimvrouwen on-islamitisch? Nee, want de Profeet stond zijn mannen toe om vrouwelijke gijzelaars te verkrachten. (Wel moesten ze coÔtus interruptus toepassen, kwestie van de vrouwen in hun oorspronkelijke toestand terug te bezorgen; ook een gijzelnemer heeft zijn erecode.) Afpersing? De joden van Chaibar moesten de helft van hun inkomen betalen om niet verjaagd te worden, wat nadien desondanks toch gebeurde. De Profeet verbrak zijn afspraken zodra hij het zich kon veroorloven, bv. het vredesverdrag met de Mekkanen eens hij sterk genoeg was om hen te onderwerpen. Jasser Arafat in 1994 en Moesjarraf vandaag verwijzen hiernaar om hun achterban gerust te stellen dat een akkoord met ongelovigen slechts een tactische zet is. De tekstbronnen van de i

slam laten er geen enkele twijfel over bestaan: Mohammed, het absolute rolmodel voor de moslim, was een terrorist.

5.3. Islamkritiek versus moslimhaat

De inquisitie zal bovenstaande opsomming van feiten wellicht opvatten als een "propageren van haat jegens de moslims". Als bewaakster van het multiculturalisme zou zij mij nochtans dankbaar moeten zijn dat ik haar de schuilplaats aanwijs van haar belangrijkste vijand, nl. de basisteksten van de islam. Over de veiligheid van de moslims kan ik haar bovendien geruststellen: geweld tegen moslim-medemensen is omgekeerd evenredig met de hardheid in de diagnose van de islam als doctrine. Hoe slapper en roziger onze analyse van de islam, hoe meer moslims er nog zullen sneuvelen.

De feiten van islamitisch geweld zijn er nu eenmaal, van Srinagar tot Oldham, van Nigeria tot de Molukken. Als we daaraan geen ideologische verklaring geven, blijft er alleen het naakte feit dat "moslims het gedaan hebben", wat in de VS al tot wraakacties tegen moslims geleid heeft. Bill Clinton heeft de islam vaak geprezen, maar direct of indirect heeft hij wel duizenden moslims in het Midden-Oosten, Soedan en de Balkan gedood. De dwaze weigering om de ideologische feiten onder ogen te zien, leidt ertoe dat alleen geweld tegen mensen als oplossing overblijft.

Zelf wens ik geen enkele moslim een haar te krenken. Integendeel, ik heb warme sympathie voor de baardige Afghanen die zweren om terug te vechten als de NAVO hun land aanvalt. Uiteraard zijn de meeste moslims geen terroristen, net zoals de meeste christenen niet de andere wang aanbieden. De meesten onthouden uit de godsdienstles slechts de rituelen en wat universele morele platitudes (niet liegen, geen overspel e.d.); Mohammed tot het uiterste navolgen is slechts aan een minderheid besteed.

Het probleem met deze brave moslims is dat zij de piŽteit voor een terrorist hooghouden en aan hun kinderen doorgeven, en sommige van hun kinderen zullen dat rolmodel wŤl ter harte nemen. Daarom moeten we tot op het bot gaan in de diagnose van de boze geest in de islam.

5.4. Bevrijd uit de waan

Volgens de Vlaamse psycholoog Herman Somers was Mohammed een schoolvoorbeeld van paranoia, nl. van uitverkiezingswaan gevoed door sensoriŽle hallucinaties. Tijdens een vasten-retraite in 610 n.C. kreeg hij een verschijning van de aartsengel GabriŽl die hem het woord Gods dicteerde. Hij begreep dat dit een hallucinatie was, of in termen van toen, dat hij van een boze geest bezeten was. Maar zijn vrouw wist hem te kalmeren, en hij begon te wennen aan de weerkerende "openbaringen", die verzameld werden in de Koraan. Zijn kennissen in Mekka doorzagen zijn profetische pretenties echter als inbeelding, en zijn sekte bleef marginaal tot een machtsvacuŁm in Medina hem een nieuwe kans gaf. Met terreur vestigde hij in die streek zijn absolute macht, waarna hij heel ArabiŽ veroverde.

Maar het is niet omdat hij succes had, dat zijn aanspraak op het profeetschap ook terecht was. Er is volstrekt niets in de Koraan dat niet aan een 7de-eeuws mensenbrein ontsproten kan zijn. Het geloof in de Koranische openbaring is gewoon een vergissing, een persoonlijke zelfbegoocheling van Mohammed die nu door anderhalf miljard mensen verinwendigd is.

Bij de huidige stand van kennis is er geen enkele reden waarom we zoveel mensen in deze vreemde waan zouden laten. Vele geboren moslims hebben zich reeds uit de mentale gevangenis van de islam bevrijd. Diegenen onder hen die daar ook voor uitkomen en hun medemoslims aan het denken zetten, bekopen het vaak met hun leven. Rushdie heeft zijn doodvonnis in 1989 overleefd, maar talloze Algerijnen, Pakistani's enz. zijn sindsdien gedood. Ziedaar die andere zelfopoffering in de islamwereld, niet om mensen te doden maar om hen van een waan te bevrijden. Die mensen moeten we eren door hun werk verder te zetten. Alleen dat is de oplossing ten gronde voor de islamterreur.



6. "Huw liefhebbende vrouwen en wees vruchtbaar"


(Dit artikel verscheen in het weekblad Punt, Antwerpen, 26 februari 2002.)

6.1. Islam en demografie

De populairste voornaam op aarde is Mohammed. In kraamkamers overal ter wereld verwelkomt men kleine Fatima's en Osama's. Trekt men de bestaande demografische trends door, dan blijkt dat moslims weldra de helft van de wereldbevolking vormen, dan driekwart, en dan* Of toch niet?

"De Belgische bourgeoisie is gekomen om zich over de islam te laten geruststellen", aldus DaniŽl Cohn-Bendit in zijn welkomstwoord op een islamdebat van de Koning Boudewijnstichting in 1994. Nog steeds is geruststelling de meest gevraagde koopwaar van islamkenners. En ook wij zullen de lezer geruststellen: er komt geen burgeroorlog met een snel groeiende "vijfde kolonne" van inwijkende moslims.

Die komt er inderdaad niet, om de eenvoudige reden dat die niet nodig is. Op zekere dag worden de moslims wakker en merken zij dat zij hier de meerderheid geworden zijn. Dan kunnen zij wettig en vreedzaam een islamitische staat instellen. Aldus tenminste de prognose van alarmisten als Pat Buchanan: de gedweeŽ zelfontbinding van het Westen in naam van het democratische respect voor het grotere aantal. Zij vrezen inderdaad de onvermijdelijkheid van dat waarop de islamisten hopen: de verovering van Europa door de vruchtbare schoot der moslimvrouwen.

De ruwe demografische gegevens schijnen hun gelijk te geven. Overal is de islam numeriek in opmars. Bij de landen met snelle bevolkingsgroei vinden we naast enkele Afrikaanse landen (waar Aids de impact van de hoge geboortecijfers op termijn echter beperkt) vooral moslimlanden als Pakistan en Saoedi-Arabië, waar de bevolking ongeveer om de twintig jaar verdubbelt. Binnen een halve eeuw kan Pakistan de VS voorbijsteken als derde meest bevolkte land op aarde.

[kader:]

De cijfers

Bevolking in miljoenen, prognose van het Population Reference Bureau, Washington DC:

Land 2001 2025 2050
Algerije 31,0 43,2 51,5
Bangladesj 133,5 180,5 208,6
BelgiŽ 10,3 10,3 10,0
Duitsland 82,2 80,0 70,3
Egypte 69,8 96,2 114,7
Iran 66,1 88,4 100,2
IsraŽl 6,4 8,9 10,6
Japan 127,1 120,9 100,5
Marokko 29,2 40,5 48,4
Pakistan 145,0 251,9 345,4
Palestijns gebied 3,3 7,4 11,2
Saoedi-ArabiŽ 21,1 40,9 60,3
Spanje 39,8 36,7 30,8
TunesiŽ 9,7 12,5 14,2
Turkije 66,3 85,0 97,0


Moslimlanden vertonen een sterke doch vertragende stijging van de bevolking. Deze projectie houdt wel geen rekening met de factor migratie. Het eivolle Bangladesj zal de bijkomende 75 miljoen mensen niet allemaal in eigen land houden. Waar gaan zij naartoe? [einde kader]

6.2. "Eigen volk eerst" in MaleisiŽ


Westerse nationalisten die hun eigen volk numeriek zien wegkwijnen, moeten de collectieve bekering tot de islam overwegen. Zij kunnen inspiratie putten uit de ervaring van MaleisiŽ. In 1957 vormden de moslimse Maleiers er nog net de helft van de bevolking. De andere helft bestond uit gemeenschappen die tijdens de voorgaande eeuwen ingeweken waren, hoofdzakelijk Chinezen (37%) en IndiŽrs (10,3%). In 2001 was het aandeel Chinezen echter gezakt tot 26%, IndiŽrs tot 7,7%, terwijl de Maleiers alweer 60,4% van de 23 miljoen staatsburgers uitmaken.

Deze trend resulteert uit enerzijds de intrinsiek natalistische impact van de islam, anderzijds een doelbewust beleid van "eigen volk eerst". De overheid verdeelt de bevolking in Bumiputra's ("zonen van de grond") en allochtonen en stelt allerlei discriminaties in tussen beide groepen. Zo moet een bepaald percentage van het kapitaal van een bedrijf in handen van Bumiputra's zijn om de Chinese dominantie in de economie te breken. Anders dan MacedoniŽ, dat door het Westen gedwongen is om zijn zelfdefinitie als "staat van de Macedonische natie" uit de grondwet te schrappen, is MaleisiŽ zeer openlijk en op allerlei concrete manieren de politieke belichaming van de Maleise natie. Chinese en Indische "inwijkelingen", zelfs van de tiende generatie, worden wel geduld maar niet als volwaardige burgers. Overheidscampagnes voor grotere kinderrijkdom, ondersteund met extra voordelen vanaf het vierde kind, zijn dan ook vooral op de Bumiputra's gericht.

Dit beleid heeft een religieuze en een etnische component. In 1957 vormden niet-moslims de helft van de bevolking, nu nog iets meer dan ťťn derde: boeddhisten 19,2%, christenen 9,1%, hindoes 6,3%. In de provincie Sabah met een sterk aandeel christenen heeft men de moslimpositie versterkt door immigratie uit IndonesiŽ toe te laten. Marginaal wordt de bekering tot de islam aangemoedigd door de rechtsongelijkheid tussen moslims en niet-moslims, zoals het verbod voor een ongelovige man om met een moslimvrouw te trouwen tenzij hij zich bekeert. De Maleise natie affirmeert zichzelf zo tegenover de Chinese en Indische "ongelovigen", maar het doet dat als het moet ook tegen mede-moslims. Net als Saoedi-ArabiŽ zet MaleisiŽ de illegale immigranten, vooral moslims uit Bangladesj, zonder pardon het land uit. Toen in 1997 de Aziatische crisis toesloeg, werden zelfs de legale gastarbeiders weggestuurd om de schaarsere arbeidsplaatsen aan Bumiputra's voor te behouden. Ook in betere tijden blijven gastarbeiders niet lang: voor hen geen integratiebeleid want na afloop van hun contract keren zij naar huis terug. Premier Mahathir Mohammed kondigde in 1985 een krachtig natalistisch beleid af: "Vrouwen kunnen best thuis blijven om kinderen te baren en het werken aan anderen overlaten." Hij wil tegen 2100 een MaleisiŽ met 70 miljoen inwoners, liefst moslims, maar het moeten wel Maleise moslims zijn.

6.3. Contra gezinsplanning

Behoudens ongewone migratiescenario's, zoals de vestiging van Filippijnse katholieken op het islamitische Mindanao begin vorige eeuw, is er sinds lang geen enkel land waar het moslimpercentage daalt. In BelgiŽ is het percentage moslims in dertig jaar vertienvoudigd. Ook zonder immigratie stijgt het aandeel van de moslims in de bevolking, bijvoorbeeld op het Indisch subcontinent: van een vijfde in 1880 tot een derde vandaag, met een stijgingsritme dat zelf nog toeneemt. Hindoes en christenen doen er veel meer aan geboortebeperking, zodat zelfs rijke moslims meer kinderen hebben dan de armste niet-moslims.

Met armoede, de gebruikelijke verklaring voor hoge geboortecijfers, heeft het moslimgroeiritme weinig te maken, getuige de rijke en kinderrijke Saoedi's. Traditioneel verwerft de moslim juist rijkdom om een groot gezin te kunnen bekostigen, want welslagen in het leven laat zich afmeten aan een talrijk nageslacht. Een goed voorbeeld is de miljonair Osama bin Laden met zijn handvol vrouwen en tientallen kinderen.

De islam heeft een sterke natalistische traditie en wijst alle demografische verspilling af. Anders dan katholieken, hindoes en boeddhisten plaatsen moslims hun beste jongeren niet in een celibatair priester- of nonnenstatuut. Integendeel: "Al wie er de middelen toe heeft, moet trouwen", leert de profeet Mohammed. De islam spoort weduwen en verstoten vrouwen aan om meteen te hertrouwen en een nieuw gezin te beginnen. Dat kinderen in geval van echtscheiding bij de vader blijven, zet de moeder onder druk om aan een nieuwe lichting kinderen te beginnen. Als de vrouw sterk in haar bewegingsvrijheid beperkt wordt, rest haar als levensvervulling niet veel anders dan het maximale moederschap. Wordt de mannelijke bevolking door oorlog uitgedund, dan zorgt de polygamie ervoor dat elke vrouw bij ťťn van de resterende mannen een plekje krijgt. Zo moet geen enkele baarmoeder werkloos blijven, en elk kind heeft een wettige vader die verplicht is om het groot te brengen.

Een beleid van geboortebeperking is moeilijk verenigbaar met Mohammeds aanbeveling: "Huw liefhebbende vrouwen en wees vruchtbaar, want ik wil dat gij talrijker wordt dan alle andere volkeren." Deze richtlijn, die aansluit bij de voortplantingslust van de meeste premoderne culturen, wordt vooral geactiveerd in situaties van communautaire wedijver zoals bij de moslimminderheid in India en, meest uitgesproken, bij de Palestijnen. Hun snel stijgend aantal vormt een tegenwicht tegen de IsraŽlische militaire superioriteit en daarvan doet men niet graag afstand.

6.4. Pro gezinsplanning

De islam verbiedt sterilisatie maar laat wel het gebruik van voorbehoedmiddelen en onder bepaalde voorwaarden zelfs abortus toe. De overleveringen van de Profeet bevatten enkele uitspraken die contraceptie rechtvaardigen. Het bekendste precedent is allicht Mohammeds bevel aan zijn mannen om bij het verkrachten van gegijzelde vrouwen coÔtus interruptus toe te passen. Als eerlijk zakenman wou hij de vrouwen in ruil voor het losgeld in hun oorspronkelijke toestand terugbezorgen. Bij een andere gijzelneming zei hij dan weer dat deze voorzorg onnodig was, aangezien God zelf wel beslist of er al dan niet een bevruchting volgt. Maar ook toen verbood Mohammed niet om voor het zingen de moskee uit te gaan.

Door het islamitisch rechtsprincipe van de qiaas, "analogie", kan men deze toestemming uitbreiden tot andere vormen van geboortebeperking waarover Mohammed geen uitspraak deed. Middeleeuwse Arabische handboeken voor geneeskunde behandelden vrijelijk de toen bekende methoden. Moslims kunnen dus zonder schuldgevoelens aan geboortebeperking doen. Een vrouw hoeft zelfs niet de instemming van haar man te vragen.

Bovendien erkent de islam als rechtsbron naast de Koran en de precedenten van de Profeet ook de idjmaa, de "consensus". Als een redelijk aantal rechtsgeleerden akkoord gaat om iets toe te laten, dan is het ook toegelaten. Zo is de islamwetgeving, hoewel natalistisch van strekking, plooibaar genoeg om aan de regering van nijpend overbevolkte staten als Egypte en Bangladesj toe te laten de geboortebeperking te propageren.

Volgens het bekende model van de "demografische transitie" volgt op het premoderne stadium van hoge geboorte- en sterftecijfers een overgangsfase met hoge geboorte- en lage sterftecijfers, dus met sterke bevolkingsgroei, en daarna een toestand van lage geboorte- en sterftecijfers, dus een stabilisering of daling van het bevolkingsaantal. Europa heeft duidelijk deze stadia doorlopen, en het model wordt bevestigd door de evolutie in Latijns-Amerika en Oost-AziŽ, waar de geboortecijfers sterk gedaald zijn. Afrika volgt dit patroon op enige afstand, maar over de islamwereld mag men in alle ernst de vraag stellen of zij niet door natalistische vastberadenheid een tegenvoorbeeld op het transitiemodel kan vormen.

Zo hebben de Arabische oliestaten door de invoer van westerse geneeskunde de kindersterfte tot een westers peil kunnen verminderen, terwijl hun geboortecijfer niet de minste krimp vertoont (of door de betere prenatale zorg zelfs omhooggegaan is). Zij zouden dus permanent in het "overgangsstadium" van sterke bevolkingsgroei kunnen blijven tot zij de hele wereld met hun telgen bevolkt hebben.

De evolutie in de meeste moslimlanden weerspreekt deze prognose. Waar de overheid de bevolking haar gang laat gaan, dalen de geboortecijfers langzaam. Niet het niveau van materiŽle welstand is daarbij een goede voorspeller van de bereidheid tot geboortebeperking, wel het educatiepeil van de vrouwen. Welnu, zelfs onder fundamentalistische regimes is de alfabetiseringsgraad van de vrouwen de jongste decennia flink toegenomen. In de meeste landen wordt de groeicurve dus steeds minder steil. In Algerije is de netto aangroei per jaar tussen 1990 en 2000 met bijna een derde gedaald. In Marokko ligt de snelste aangroei al ruim tien jaar achter ons: het aantal kinderen tussen 0 en 5 jaar is er 240 000 eenheden kleiner dan dat tussen 10 en 15 jaar.

Een aantal staten moedigt actief de geboortebeperking aan. TunesiŽ bijvoorbeeld voorziet zekere sociale voordelen tot het derde kind, maar weigert om grote kinderweelde te financieren. Het aantal kinderen per vrouw daalde sedert 1990 met een derde. Vooral de anti-natalistische beleidskeuze van Iran is opmerkelijk. Tijdens de oorlog met Irak in de jaren '80 voerde de islamitische republiek campagne voor immer volle buiken en wiegjes. Toen in de jaren '90 die talrijke nieuwe monden ook gevoed moesten worden, gooide men het roer om. Vandaag houden de ayatollahs hun volk de weldaden van het beperkte gezin voor. Het aantal kinderen per vrouw is reeds gedaald tot 2,45 (nulgroei vereist 2,1).

Enkele staten kunnen door hun rijkdom het soort crisis dat Iran tot bezinning bracht nog een tijdje uitstellen. Maar de olie-boom zal niet eeuwig duren, en in Koeweit of Bahrein is de fysieke leefruimte nu eenmaal beperkt. Het staat vast dat ook die landen zich demografisch zullen gaan intomen. Daarvoor is waarschijnlijk zelfs geen regeringsbesluit nodig, want via TV en internet dringt de verwestersing nu in de meest besloten harems binnen.

Ook de islamwereld evolueert naar een stabilisering van haar bevolkingspeil. Dat gebeurt misschien niet voldoende snel om de bourgeoisie echt gerust te stellen. Volgens de huidige prognoses zal de Iraanse bevolking pas na verdubbeling de nulgroei bereiken. Marokko zal de komende vijftig jaar met bijna 20 miljoen zieltjes aangroeien. Maar door de Vlaamse kinderschaarste komen in Borgerhout nog wel enkele huizen vrij.

7. Nawoord: hoelang nog?


<<PAGE 1   <<PAGE 2   <<PAGE 3   <<PAGE4

 

 

horizontal rule

Home

Articles

Books

Book Reviews

Interviews

Dutch Articles

About

Download

Print

 

 

 

 

VOD Authors

VOD Home