De
Islam voor Ongelovigen
2. De Koran als grondslag voor
het moslim-fanatisme
Goede zielen beweren dat de oplossing voor het islamitisch
fanatisme erin bestaat dat de moslims moeten terugkeren
tot de "echte" islam. Het fanatisme zou een historisch aangroeisel
zijn, terwijl de Koran en de Overleveringen van de Profeet
een heel andere islam te zien geven. Wie uit de Koran zelf
fanatieke passussen opdiept, krijgt te horen dat hij deze
verzen "uit hun kontekst rukt". Blijkbaar zouden deze verzen,
eens in hun kontekst geplaatst, uitingen van verdraagzaamheid
worden. Het heeft uiteraard geen zin, zulke diskussie te
voeren zonder te weten wat de Koran nu eigenlijk zegt. Laat
ons dus eerst inzage geven in de relevante Koran -passages.
Wij volgen de meest gebruikte nummering, de zgn. Koefa-nummering;
er is er een andere, de Basra-nummering, die slechts heel
licht afwijkt; u kan ze vinden tussen haakjes naast de hier
gegevene in de bekende vertaling van Kramer. (1) Eén enkele
keer kan het van belang zijn, zich in de hitte van een diskussie
van deze dubbele nummering bewust te blijven. Zo maakte
ik het eens mee dat iemand uit het publiek aan een Turkse
islamleraar in een panel de bewering voorlegde van een Pakistaanse
vriend van hem, die gezegd had dat de strijd tegen de joden
in de Koran zelf verordend wordt, met name in vers 5:85.
De islamleraar zei dat dit niet klopte, droeg zijn gesluierde
echtgenote op om in hun wagen hun Koran-exemplaar te halen,
nam het boek in ontvangst, sloeg het open op 5:85, en vroeg
aan de moderator, KUL-theoloog prof. Johan de Tavernier,
om het voor te lezen. Er bleek te staan: "Toen gaf God hun
als beloning voor wat zij zeiden gaarden waar onder door
rivieren stromen." Geen jodenhaat, dat. Ziezo, dat was nog
eens een inslaande manier om een wijsneus uit het publiek
op zijn nummer te zetten en de verhaaltjes over de fanatieke
islam de kop in te drukken.
Ik had geen Koran-exemplaar bij me, en kon de man dus niet
van antwoord dienen. Thuis heb ik het meteen opgezocht,
en de ware toedracht bleek te zijn dat het door de moderator
voorgelezen vers in de Koefa-telling 5:85 is, maar in de
Basra-telling 5:88. Het vers 5:85 volgens de Basra-telling
(5:82 volgens de Koefa-telling) luidt wel degelijk : "Gij
zult bevinden dat de hevigsten der mensen in vijandschap
jegens hen die geloven de joden zijn (...)". Een islamleraar
kan dit onmogelijk niet geweten hebben, temeer daar de moslim-joodse
betrekkingen een veelbesproken thema zijn. Met glashard
liegen en andermans onwetendheid uitbuiten kun je heel ver
komen in deze wereld.
Dit kleine incident illustreert des te beter de noodzaak
om zelf kennis te nemen van de grondtekst. Men moet zich
niet verlaten op zogenaamde kenners, want die zijn, enkele
eervolle uitzonderingen niet te na gesproken, veelal betaalde
of onbetaalde propagandisten voor de islam. Laat ons nu
dus de tekst van de Koran nader bekijken.
2.1. Hellevuur voor de ongelovigen
Een eerste kategorie verzen betreffende de relatie tussen
moslims en anderen zijn de talrijke vervloekingen van de
ongelovigen. Zij roepen de gelovigen niet rechtstreeks op
tot agressie tegen de ongelovigen, maar scheppen wel een
zeer absolute tegenstelling tussen hen en de moslims, en
daarmee de mentale instelling die de heilige oorlog mogelijk
maakt. In zeker 32 passages worden de ongelovigen als Gods
vijanden en als brandstof voor het hellevuur voorgesteld
:
1)
"Zij die ongelovig zijn (...) Verzegeld heeft God
hun harten en over hun gehoor en hun blikken is
een sluitdoek. Voor hen is een ontzaglijke bestraffing
weggelegd." [2:6-7] Merk in dit en volgend vers
de predestinatiegedachte op : God heeft, net als
bij de Farao ten tijde van Mozes, van sommigen het
hart verhard en hen daarmee tot bestraffing voorbestemd.
2) "In hun (= van degenen die in God zeggen te geloven,
maar geen moslim worden) harten is krankheid en
God heeft hun krankheid nog vermeerderd en voor
hen is er een pijnlijke bestraffing omdat zij leugenachtig
waren." [2:10]
3) Bluffend dat de soera's (Koranhoofdstukken) van
bovennatuurlijk gehalte zijn : "(Indien gij vanwege
uw afgoden geen soera kunt doorkrijgen zoals mijn
soera's,) vreest dan het vuur waarvan mensen en
stenen (= afgodsbeelden) de brandstof zijn, dat
voor de ongelovigen is bereid." [2:24]
4) Over de afvalligen : "Maar geen anderen doet
hij daarmede (= met duistere gelijkenissen in de
Openbaring) dwalen dan de kwaadbedrijvers die de
band van God verbreken nadat zij met Hem een verbond
gesloten hadden, en die uit elkaar halen wat God
geboden heeft te verenigen, en die verderf (= ongeloof)
brengen op de aarde. Diegenen zijn de verliezenden."
[2:27]
5) "Maar zij die ongelovig zijn en Onze tekenen
voor leugen verklaren, die zijn de lieden van het
vuur en zij zijn daar eeuwig-levend." [2:39]
6) "Wie iets anders dan de islam tot godsdienst
wenst, het zal van hem niet aanvaard worden en hij
zal in het hiernamaals de verliezer zijn." [3:85]
7) Na Mohammeds ene grote nederlaag (slag bij Oehoed),
verklaart Allah de wisselende krijgskansen aldus
: "Indien u een klap treft, dan treft zeker een
gelijke klap de vijand. Op die strijddagen geven
wij afwisselend geluk aan de mensen, opdat Allah
hen kent die geloven, en Zich uit uw midden geloofsgetuigen
(= martelaren) neemt - want Allah bemint de onrechtdoeners
niet -, en opdat Allah de gelovigen loutert en de
ongelovigen vernietigt." [3:140-141] Behalve een
ondubbelzinnige stellingname tegenover de ongelovigen,
is dit ook een typisch staaltje van de retoriek
waarmee waarzeggers en profeten hun mislukte voorspellingen
rationalizeren : als we zoals voorzegd de veldslag
winnen, dan bewijst dit dat God aan onze kant staat,
en als we verliezen, betekent dit dat hij ons geloof
"op de proef stelt" en ons "loutert", dus óók een
teken dat Hij Zich heel bijzonder met ons bezighoudt.
8) "Maar niet is er berouwvole terugkeer (...) voor
hen die sterven terwijl zij ongelovig zijn. Voor
hen hebben wij een pijnlijke bestraffing bereid."
[4:18]
9) "Zij die ongelovig zijn aan Onze tekenen, die
zullen Wij branden in een vuur. Telkens wanneer
hun huid gebakken is, verwisselen wij ze met een
andere huid, opdat zij de bestraffing smaken. Allah
is waarlijk geweldig en wijs." [4:56]
10) "De ongelovigen, ook al bezaten zij al de schatten
van de wereld en nog eens zo veel, om zich daarmee
vrij te kopen op de Dag der Opstanding, het zal
niet aanvaard worden van hen. Voor hen is er een
pijnlijke bestraffing. Zij willen ontkomen aan het
vuur, maar zij zullen er niet aan ontkomen. Voor
hen is er bestendige bestraffing." [5:36-37].
11) Specifiek tegen de christenen gericht, die de
mens Jezus een goddelijk statuut toekennen : "Ongelovig
zijn zij die zeggen : God, dat is de messias, de
zoon van Maria - terwijl toch de messias gezegd
heeft : o Israëlieten, dient God, mijn heer en uw
heer. Waarlijk, wie schepselen met Allah associeert,
voor hem maakt Allah het paradijs verboden, en hij
zal in het hellevuur geworpen worden." [5:72]
12) "En als gij eens zaagt, wanneer de engelen de
doodsschuld invorderen van de ongelovigen, hoe zij
hen slaan op hun gezicht en hun rug : smaakt de
bestraffing van het vuur." [8:50]
13) "Zoals het was met het geslacht van Farao en
met hen die vroeger ongelovig waren aan de tekens
van Allah, zodat Allah hen greep om hun boosheden.
Allah is krachtig en hevig in kastijding." [8:52]
14) De ongelovigen worden uit de Kaäba verjaagd
: "Niet staat het aan de genotengevers (= de polytheïsten)
dat zij de bedeoorden Gods omwonen, getuigenis gevend
over zichzelf van ongeloof. Hun daden zijn vruchteloos,
en in het vuur zijn zij, eeuwig-levend." [9:17]
15) Allah sluit de heidenen uit van deelname aan
hun traditionele bedevaart om deze reden : "O gelovigen,
de afgodendienaars zijn slechts onreinheid." [9:28]
Nochtans voltrokken de heidenen de ommegang om de
Kaäba in wijzerzin, met de reine rechterhand naar
de Kaäba gericht, terwijl juist de moslims in tegenwijzerzin
gaan met de linkerhand naar de Kaäba, die waarmee
ze na de ontlasting hun achtereind wassen.
16) "Hun (= van de ongelovigen) bestemming is de
hel, en een ellendige reis is dat." [9:73]
17) Het is de moslims zelfs verboden om bij God
te lobbyen voor mildheid jegens de ongelovigen :
"Het is de profeet en de gelovigen niet geoorloofd
vergiffenis te vragen voor de afgodendienaren, zelfs
al waren dezen verwanten, nadat hun (= de moslims)
duidelijk is geworden dat zij (= de ongelovigen)
het volk der hel zullen zijn." [9:113]
18) "De ongelovigen zullen later (= na de dood)
wensen dat zij moslims geweest waren." [15:2]
19) "En het oordeel komt nabij. Zie hoe dan de blikken
van de ongelovigen uitpuilen : wee ons, wij waren
onwetend hierover. Gij en uw afgoden zijt de stenenlaag
van de hel, en daarin zult gij terechtkomen." [21:98-100]
20) "Voor de ongelovigen worden kleren van vuur
gesneden, terwijl over hun hoofd het hellekooksel
uitgegoten wordt. Waardoor hun ingewanden en hun
huid gesmolten worden. En voor hen zijn er haakstokken
van ijzer. Telkens zij in angst daaraan willen ontkomen,
worden zij erin teruggebracht en : 'Smaakt de bestraffing
van het vuur !'" [22:19-22]
21) "Voor de ongelovigen die onze tekenen voor leugens
houden, is er een vernederende bestraffing." [22:57]
22) "Voor die de Oordeelsdag voor onwaar houden,
hebben wij een vuurgloed bereid." [25:11]
23) "Zij die voor leugen houden wat gij gezegd hebt,
zij zullen het niet kunnen afwenden of hulp vinden.
Wie u onrecht doet, die zullen wij een grote bestraffing
doen smaken." [25:17-19]
24) "De ongelovige is een vijand van Allah." [25:55]
25) "En zij die ongelovig zijn aan de tekenen van
Allah en aan de ontmoeting met Hem, zij kunnen niet
hopen op Mijn barmhartigheid en voor hen is er een
pijnlijke bestraffing." [29:53-55]
26) "En de ongelovigen worden in scharen naar de
hel gedreven (...) het woord van de bestraffing
wordt voltrokken aan de ongelovigen." [39:71-72]
27) "En aldus is verwezenlijkt het woord van uw
Heer over de ongelovigen, dat zij lieden van het
vuur zijn." [40:6]
28) "En op de dag waarop de ongelovigen aan het
vuur worden blootgesteld... zegt Hij : 'Smaakt dan
de bestraffing voor het ongeloof dat gij bedreeft.'"
[46:34]
29) "Hun (= van de ongelovigen) bestemming is de
hel, en een ellendige reis is dat." [66:9; idem
als 9:73]
30) "Wanneer hem Onze tekenen (= de Koranverzen)
voorgedragen worden, zegt hij : 'Dat zijn maar antieke
vertelsels'; Wij zullen hem een brandmerk geven
op zijn aangezicht." [68:10-13]
31) "Grijpt hem (= wie de openbaring afwijst) en
boeit hem, en doet hem daarna braden in het hellevuur."
[69:30-37]
32) "De afdwalers zijn brandhout voor de hel." [72:14-15]
33) "De ongelovigen onder het Volk van het Boek
(d.i. joden en christenen) en de heidenen zullen
voor eeuwig branden in het vuur van de hel. Zij
zijn de gemeenste van alle wezens." [98:6] |
2.2. Heilige oorlog
De Koran roept de moslims op tot djihaad fi sabiel Allah,
"zich inspannen op de weg van Allah", de technische term
voor "oorlog tegen de ongelovigen". Op zeker 23 plaatsen
in de Koran worden de moslims opgeroepen om strijd te voeren
tegen de ongelovigen.
34)
Het eerste citaat (dat vooraan in de Koran staat maar
juist uit de latere fase van Mohammeds loopbaan stamt)
is één van de weinige waarin een djihaad als defensief
voorgesteld wordt; en eens Mohammed de oorlog ingezet
had, waren er natuurlijk momenten waarop de moslims
in het defensief waren, wat echter niets afdoet aan
het algemeen offensieve karakter van de djihaad :
"Strijdt op de weg van Allah tegen hen die u bestrijden;
en overschrijdt de maat niet, want Allah houdt niet
van maat-overschrijders. En doodt hen waar gij hen
aantreft, op de plaatsen waaruit zij u verdreven hebben.
Het ongeloof is erger dan de doodslag. Bestrijdt hen
echter niet nabij het gewijde gebedshuis, zolang zij
u daar niet bestrijden, maar als zij u toch bestrijden,
doodt hen dan." [2:190-191]
35) Het algemene beginsel luidt : "Strijdt tegen hen
tot de afgodendienst niet meer bestaat en de religie
geheel aan Allah behoort." [2:193, herhaald in 8:39]
36) "O gelovigen, houdt geduldig vol en biedt geduldig
weerstand en rust u uit voor de strijd en vreest Allah."
[3:200]
37) "Zij die geloven, strijden op de weg van Allah,
maar de ongelovigen strijden op de weg van de afgod.
Bestrijdt dus de handlangers van Satan." [4:76]
38) "Strijdt dan op de weg van Allah, zonder een last
op u te nemen tenzij voor uzelf, en spoort de gelovigen
aan." [4:84]
39) Specifiek tegen degenen die de islam afvallig
worden, is het vers : "Als zij zich van u afkeren,
grijpt hen en brengt hen ter dood waar ge hen maar
vindt." [4:89] Tot op heden staat op geloofsafval
de doodstraf. 40) "Doch de straf voor hen die Allah
en Zijn boodschapper bestrijden en verderf (= ongeloof)
brengen in het land, is dat zij gedood worden of gekruisigd,
dat hun beide handen of voeten afgehakt worden, of
dat zij verbannen worden." [5:33]
41) "Ik zal terreur zaaien in het hart van de ongelovigen.
Slaat hun het hoofd af, verminkt hen in alle ledematen."
[8:12]
42) Nogmaals het algemene beginsel : "Strijdt tegen
hen tot de afgodendienst niet meer bestaat en de religie
geheel aan Allah behoort." [8:39, idem als 2:193]
43) "En treft voorbereidingen tegen hen, met wat gij
hebt aan weerbaarheid en paardenmacht, om daarmee
Allahs vijand te verschrikken." [8:60]
44) "O gij profeet, spoort de gelovigen aan tot de
strijd." [8:65]
45) Het bekende "vers van het zwaard" luidt : "Doodt
de afgodendienaars waar ge hen maar vindt, neemt hen
gevangen en belegert hen en bereidt hun alle soorten
hinderlaag." [9:5]
46) "Strijdt tegen hen. Allah zal hen door uw handen
straffen en hen vernederen." [9:14]
47) Zeer belangrijk voor de latere politieke instellingen
betreffende de ongelovigen is dit vers : "Bestrijdt
hen die niet geloven in Allah, noch in de Laatste
Dag, en die niet verboden stellen wat Allah en Zijn
boodschapper verboden hebben gesteld (= de heidenen),
en hen die zich niet voegen naar de ware religie onder
degenen aan wie de Schrift gegeven is (= joden en
christenen), totdat zij uit de hand de schatting opbrengen
in onderdanigheid." [9:29] Dit is de grondslag voor
het dhimmi-statuut, de als uitdovend bedoelde faciliteiten
voor niet-moslims die voorlopig in de islamitische
staat "gedoogd" worden, op voorwaarde van inachtneming
van een reeks vernederende bepalingen en betaling
van een hoge speciale belasting [zie hf.3].
48) "Rukt uit lichtbeladen en zwaarbeladen en strijdt,
met uw bezittingen en uw persoon, op de weg van Allah."
[9:41]
49) Ook de moord op nominale maar onvoldoende strijdbare
mede-moslims zoals de Egyptische president Sadat is
op de Koran gebaseerd : "Voert oorlog tegen de ongelovigen
en de huichelaars en pakt hen hard aan." [9:73, ook
66:9, zelfde vers als in citaat 29] De "huichelaars"
waren degenen die Mohammed zijn zin gaven en hem tot
profeet verklaarden, maar weigerachtig waren om effektief
zijn djihaad te steunen.
50) "Voorzeker, Allah heeft van de gelovigen hun bezit
en hun persoon gekocht in ruil voor het paradijs:
zij vechten op de weg van Allah en doden en worden
gedood." [9:111] Degenen die djihaad zo graag verklaren
als "ethische inspanning" of "mystieke weg" moeten
eens uitleggen waarom men daarbij moet doden.
51) De Koran-formule voor integratie in een niet-islamitische
omgeving luidt als volgt : "Strijdt tegen de ongelovigen
in uw omgeving, en laat hen hardheid in u vinden."
[9:123]
52) Wat moet een moslim doen die aan de verleiding
tot interkonfessionele dialoog blootstaat ? Dit :
"Luistert niet naar de ongelovigen en bestrijdt hen
met grote ijver." [25:52] Dit verklaart waarom de
wanhopige pogingen van pater André Deckers (inmiddels
door de GIA vermoord) en anderen tot christelijk-islamitische
dialoog zo weinig opleveren.
53) "Verzamel hen die verkeerd deden, samen met hun
vrouwen, en met dat wat zij vereerden in plaats van
Allah, en stuur hen de weg op naar het hellevuur."
[37:22-23]
54) "Wanneer gij de ongelovigen tegenkomt, houwt dan
in op hun nek en wanneer gij onder hen een bloedbad
aangericht hebt, bindt hen (= de overlevenden) dan
in de boeien." [47:4]
55) En dit is de ongekuiste versie van het verhaal
dat de islam de religie van de broederlijkheid is
: "Mohammed is Allahs apostel. Zij die hem volgen
zijn meedogenloos voor de ongelovigen maar mild voor
elkander." [48:29]
56) Buiten de kategorie expliciete djihaad-verzen
moet in dit verband ook het vers genoemd worden waarin
Allah aan zijn volgelingen de heerschappij over de
hele aarde toezegt. Bij het Laatste Oordeel danken
de gelovigen Allah omdat Hij hun niet alleen het hemels
paradijs maar tevoren ook de aarde geschonken heeft
: "Zij zullen zeggen : 'Lof zij Allah die Zijn belofte
aan ons gestand gedaan heeft en ons de aarde heeft
doen beërven, dat wij in het paradijs mogen wonen
waar het ons belieft.' Gezegend is de beloning van
de gerechtigen." [39:74] Mohammed en talloze latere
theologen, van Ibn Taimija (ca. 1300) tot Allama Moham
med Iqbaal, Maulana Aboel Ala Maudoedi en Ajatollah
Roehollah Chomeini in deze eeuw, zullen daarom verklaren
: "Alle landen behoren toe aan de moslims, want ze
behoren toe aan hun God." Verovering van andermans
land is voor de islamitische wet slechts een teruggave
aan de moslims van wat hun eerlijk toekomt.
De strijd voor Allah wordt verheerlijkt, en het terugschrikken
voor de strijd veroordeeld, in 9 Koranpassages, zoals
57) "U is voorgeschreven te strijden, ook al is het
met tegenzin. Maar mogelijk hebt gij tegenzin in iets,
hoewel het goed is voor u." [2:216]
58) "Of meent gij, dat gij het Paradijs zult binnengaan
zonder dat Allah diegenen onder u heeft leren kennen
die strijd voeren, en de geduldig volhardenden ?"
[3:142]
59) "En indien gij gedood wordt op de weg van Allah,
of sterft, dan is waarlijk de vergiffenis van Allah
en de barmhartigheid beter dan wat gij vergaart. En
indien gij sterft of gedood wordt, dan wordt gij tot
Allah vergaderd." [3:157-158]
60) "Laten zij op de weg van Allah strijden, die het
nabije leven verkopen voor het latere leven. Wie strijdt
op de weg van Allah, en dan gedood wordt of overwint,
die zullen wij een ontzaglijk loon geven." [4:74]
61) "Wanneer gij de ongelovigen ontmoet, klaar voor
de strijd, wendt hun dan niet de rug toe. Wie hun
de rug toewendt, tenzij in een taktische beweging
of om het moslim-leger te vervoegen, die haalt zich
Allahs toorn op de hals, en zijn bestemming is de
hel, een ellendige reis." [8:15-16]
62) "Zij die geloven en uitgeweken zijn (met Mohammed
naar Medina), en die strijden op de weg van Allah
met hun bezittingen en hun persoon, zijn hoger in
rang bij Allah. En diegenen, dat zijn de gelukzaligen."
[9:20]
63) "Indien gij niet uitrukt, zal Hij u straffen met
pijnlijke bestraffing, en zal Hij een ander volk voor
u in de plaats stellen." [9:39]
64) "Allah heeft van de gelovigen hun persoon en bezittingen
hiermee gekocht, dat voor hen het Paradijs zal zijn,
zodat zij strijden op de weg van Allah en doden en
gedood worden, zoals toegezegd in de Thorah en het
Evangelie en de Koran. Wie vervult zijn verbondsplicht
beter dan Allah ? Verheugt u dan over de handel die
ge met Hem zijt aangegaan. En dat is de grote gelukzaligheid."
[9:111]
65) "De gelovigen zijn slechts zij die geloven in
Allah en Zijn boodschapper en daarna niet meer twijfelen
en die strijden op de weg van Allah met hun bezittingen
en hun persoon. Diegenen, dat zijn de oprechten."
[49:15]
|
2.3. Niet-integratie
De Koran verbiedt ook vriendschap met ongelovigen in zeker
10 passages, m.n. :
66)
"Gij zult geen ongelovige vrouwen trouwen, tenzij
zij het geloof aanvaarden. Een gelovige slavin is
beter dan een afgodendienares, ook al behaagt deze
u. Ook zult gij geen afgodendienaars trouwen, tenzij
zij het geloof omhelzen. Een gelovige slaaf is beter
dan een ongelovige, ook al bevalt deze u." [2:221]
67) "Laat de gelovigen niet de ongelovigen tot vrienden
nemen in plaats van de gelovigen." [3:28]
68) "Gelovigen ! Maakt u geen vrienden behalve in
uw eigen gemeenschap." [3:118]
69) "En met degenen die zeggen : 'Wij zijn christenen',
hebben wij een verbond gesloten maar zij hebben een
deel van de maning vergeten. Toen hebben wij tussen
hen vijandschap en haat opgewekt tot de Dag der Opstanding."
[5:14] 70) "O gij gelovigen ! Neemt joden noch christenen
als vrienden." [5:51]
71) "Gelovigen ! Kiest niet als vriend iemand die
het geloof hekelt." [5:57]
72) "Gelovigen ! Kiest niet uw vader en uw broers
als vrienden als zij het ongeloof boven het geloof
verkiezen. Wie hen als vrienden houdt is een boosdoener."
[9:23] Tijdens een debat met Arif Ersoy van de
Turkse Refah Partisi (Welzijnspartij) en mijzelf
zei UCL-prof. Yahya/Jean Michot, een bekend Belgisch
bekeerling, dat het woord wali hier, en bij implikatie
dus ook in alle andere genoemde verzen, niet "vriend"
maar "heilige" betekent, dus : "Neemt geen ongelovige
als heilige". Dit was wel wat gesofistikeerder
dan het bekende smoesje : "U gebruikt een slechte
vertaling", maar toch volkomen ongeloofwaardig.
Volgens John Penrice's Dictionary and Glossary
of the Koran betekent wali in de Koran alleen
"nabije, beschermer, vriend". Wel kreeg later
de uitdrukking walioellah, "vriend van
God", alsook het honorifiek meervoud awlija, de
betekenis "heilige"; niet echter in de Koran.
Overigens bevat de immer zaligmakende kontekst
niets dat aanleiding geeft tot zulke vergezochte
interpretatie, die hier past als een tang op een
varken.
73) "Niet zult gij bevinden, dat gelovigen in Allah
en de Oordeelsdag genegenheid hebben voor de tegenstanders
van Allah en Zijn boodschapper, zelfs al waren het
hun vaders of zoons of broers of stamgenoten." [58:22]
74) Dat het, in weerwil van de juist genoemde apologetische
spitsvondigheden, wel degelijk de vriendschap met
de ongelovigen is die in de Koran verboden wordt,
mag nog blijken uit dit zeer ondubbelzinnige vers
: "Wij breken met u. Vijandschap en haat zullen tussen
ons heersen tot gij gelooft in Allah alleen." [60:4]
75) Keer op keer zegt de Koran dat God zelf door zijn
gunst of toorn bepaalt wie gelovig of ongelovig wordt,
en de gelovige doet er goed aan, zich verre te houden
van degenen die aan de verkeerde kant van Gods willekeur
staan : "O gelovigen, verbindt u niet met lieden op
wie God vertoornd is. Zij hebben geen hoop voor het
latere leven, zoals de gelovigen geen hoop meer hebben
voor de begravenen." [60:13] |
In de diskussie over het racisme zegt men dat racistische
geschriften "een gevaar" vormen : mensen zouden zich erdoor
laten beïnvloeden, en sommigen van hen zouden hun nieuwverworven
overtuiging wel eens in daden kunnen omzetten. Hoeveel
gevaar gaat er dan wel niet uit van een boek dat verklaart
dat "haat en vijandschap tussen ons zullen heersen totdat
gij gelooft in Allah alleen"? Dat van de kloof tussen
de tot hemel en heerschappij geroepen gelovigen en de
tot hel en onderdanigheid gedoemde ongelovigen een centraal
geloofspunt maakt?
Sommige mensen zijn voor alle haatpropaganda immuun, anderen
zijn ook zonder propaganda haatdragend tegen andersdenkenden,
maar een grote middengroep laat zich wel degelijk beïnvloeden,
b.v. door de gepropageerde visie ergens diep in hun geheugen
op te slaan om ze zich later te herinneren op het ogenblik
dat een incident hen van hun moslim-identiteit bewust maakt.
Men kan het met het effekt van alkoholverbruik vergelijken
: sommigen drinken zich ladderzat en geraken toch veilig
met de wagen thuis, anderen drinken nooit en zijn toch een
gevaar op de weg, maar tussen deze uitersten bevindt zich
een grote middengroep die onderhevig is aan de wetmatigheid
dat alkoholverbruik evenredig is met verkeersonveiligheid.
Natuurlijk zijn er niet-fanatieke moslims, maar opdat de
islamitische haat jegens andersdenkenden een gevaar vorme,
is het niet nodig dat alle moslims deze haat bewust beleven
en in praktijk brengen : een voorhoede volstaat. Toffe Moestafa
kan de inhoud van de Koran niet veranderen, noch verhinderen
dat andere moslims die inhoud wèl ter harte nemen.
Hoewel, er zijn zeker konkrete situaties geweest waar weldenkende
moslims relschoppende geloofsgenoten tot betere gedachten
gebracht hebben en dergelijke individuen maken natuurlijk
verschil. We moeten niet in de islamitische fout vervallen,
de mensen te beoordelen op hun al dan niet tot de moslim-gemeenschap
behoren, eerder dan op hun algemeen-menselijke kwaliteiten.
Maar feit blijft dat de aanwezigheid van een doktrine van
onverdraagzaamheid als officiële en identiteit-verlenende
ideo logie van een gemeenschap, spijts alle positieve tegengewichten
van weldenkende mensen, niet anders kan dan een reële faktor
van konflikt vormen.
2.4. De reddende kontekst
De bovenstaande 75 passages vormen een stevige Schriftuurlijke
basis voor daadwerkelijke onverdraagzaamheid. Eigenlijk
zijn het er een flink aantal méér, want ook de talrijke
uithalen naar "de onrechtvaardigen" en "de bozen" gaan in
feite over de ongelovigen, blijkens verzen als 2:12 en 2:27,
waarin de ongelovigen "verderfbrengers" heten, of 2:26,
dat hen "kwaadbedrijvers" noemt. B.v. het vers : "Wie slechtheid
begaan, diegenen zijn de lieden van het Vuur en blijven
voor eeuwig daarin" [2:81], slaat blijkens de kontekst (vervolg
: "En zij die geloven en heilzame werken bedrijven, zijn
de lieden van het Paradijs en wonen voor eeuwig daarin")
op de ongelovigen. In ieder geval gaat het om tientallen
gelijkgezinde uitspraken, die samen het volledige Koran-standpunt
over de ongelovigen vormen.
De kontekst maakt het er niet beter op. Let wel : ik erken
dat de kontekst een verschil maakt. Neem b.v. Mohammeds
bevel aan zijn mannen om coïtus interruptus toe te passen,
dat soms door islam-verdedigers in alle ernst genoemd wordt
als bewijs dat de islam niet tegen geboortebeperking is.
De kontekst werpt een heel ander licht op de zaak : de vrouwen
in kwestie waren gijzelaars die hij na de slag bij Badr
voor een hoog losgeld aan hun familie wilde terugverkopen.
Toen zijn mannen hen wilden verkrachten, stond Mohammed
dit toe, echter met de beperking dat ze hen niet mochten
zwanger maken, omdat dan een minder hoog losgeld kon gevraagd
worden. Verre van te bewijzen dat Mohammed progressiever
was dan de paus, toont deze passus dat hij gijzel neming
beoefende en geen bezwaar had tegen verkrachting van gijzelaars.
De kontekst kan dus wonderen doen. Ik daag de islam-apologeten
in de Vlaamse media uit, aan te tonen hoe het tachtigtal
konteksten in kwestie een apert fanatiek vers in een uiting
van verdraagzaamheid omtoveren. Wat de Sitz im Leben van
de Koran als geheel betreft : Mohammeds karrière bestond
uit de stapsgewijze vernietiging van een pluralistische,
zeg maar multikulturele samenleving, ten voordele van een
monolithisch islamitische staat. Volgens de orthodokse islamitische
bronnen gebruikte Mohammed daarbij laster, kollaboratie
met een vijandige mogendheid, roofovervallen, kidnapping,
slaafneming, verkrachting, schending van bestaande krijgskonventies,
woordbreuk, bedrog om geviseerde vijanden uit hun tent te
lokken, sluipmoord op kritici en rivalen, vernieling van
kultureel erfgoed, afpersing, etnische zuivering en massamoord.
De Hezbollah, Hamas en GIA hebben voor hun akties het voorbeeld
van de Profeet als rechtsgeldig precedent.
Lucas Catherine erkent in zijn boek Vuile Arabieren
dat hij hier geen speld kan tussenkrijgen; hij probeert
alleszins niet om het onweerlegbare feit dat de Koran
expliciet de haat tegen de ongelovigen predikt, op enig
specifiek punt aan te vechten. Hij tracht er zich dan
maar van af te maken met de stelling dat de Koran al een
oud boek is, en dus van minder belang. (2) Dat kan hij
in een moskee beter niet herhalen : per definitie is een
moslim iemand die de Koran als Gods eigen woord beschouwd,
geldig tot het einde der tijden, en dus nooit verouderd
of achterhaald. Geen enkele Koranschool ter wereld leert
dat de geciteerde verzen achterhaald zijn. Integendeel,
de islam is naar eigen zeggen een "zoomloos kleed" : trek
er één vers uit en het hele theologische weefsel komt
los. Daarom wordt de haat tegen andersdenkenden er nog
steeds als Gods woord ingehamerd.
Tegenover de lange reeks fanatieke uitspraken in de Koran,
staan er een handvol die vaak geciteerd worden om het verdraagzame
karakter van de islam te bewijzen, zoals : "Er is geen dwang
in de religie." [2:256] Dit vers wordt niet uitgesproken
in een passus over de verhouding tot de ongelovigen, maar
in een algemene lofzang op de almachtige Allah, die overigens
een soort predestinatieleer impliceert. Allah wordt beschreven
als volstrekt soeverein : Hij roept tot de islam en de zaligheid
wie Hij wil, en Hij verdoemt tot het ongeloof en het eeuwig
hellevuur wie Hij wil. Diezelfde lofzang eindigt met een
vervloeking van de ongelovigen : "Maar zij die ongehoorzaam
zijn, zijn de lieden van het Vuur, en leven voor eeuwig
daarin." De passage betreft de klare tegenstelling tussen
islam en ongeloof, tussen de redding van de moslims en de
eeuwige verdoemenis voor de anderen. Deze tweedeling demonizeert
de niet-moslims en vormt mede de grondslag voor de doktrine
van de Heilige Oorlog, ook al vormt hij dan geen konkrete
oproep daartoe. Er is een gelijkaardig vers, een troostend
woord van Allah aan Zijn profeet, die door de skepsis die
hij overal ontmoet, wat ontmoedigd is : "Zo de Heer gewild
had, zouden alle mensen op aarde gezamenlijk tot het geloof
gekomen zijn. Zult gij dan de mensen dwingen, opdat zij
gelovigen worden ?" [10:99] Anders gezegd : begin nu niet
aan uw profeetschap te twijfelen, omdat zoveel mensen u
uitlachen om uw profetische pretenties. Allah ziet er wel
op toe dat te gelegener tijd niemand nog aan uw profeetschap
zal twijfelen. Het staat vast dat Mohammed vrijwillige boven
gedwongen bekeringen verkoos. Hij zag zichzelf als Gods
zegsman, en verlangde vurig dat anderen zijn zelfbeeld deelden,
niet dat ze deden alsof. Dit neemt niet weg dat hij als
tweede keus ook met gedwongen bekeringen vrede nam, zoals
aangetoond wordt in een door islamverdedigers vaak ingeroepen
kontekst. Het al geciteerde "vers van het zwaard" ("Doodt
de afgodendienaars waar ge hen maar vindt", 9:5) heeft als
vervolg : "Doch indien zij zich berouwvol bekeren en het
moslim-gebed verrichten en de moslim-solidariteitsbelasting
opbrengen, laat hen dan vrijuit gaan. Allah is vergevend
en barmhartig." Men citeert dit vervolg als de "kontekst"
die van verdraagzaamheid getuigt; verdraagzaamheid, inderdaad,
maar dan alleen jegens degenen die moslim worden. Er staat
: doodt de ongelovigen, maar laat leven wie zich bekeert.
Dat is noch min noch meer de formule voor de gedwongen bekering.
Bovendien betekent godsdienstvrijheid niet alleen dat men
mag weigeren, zich tot de islam te bekeren, maar ook dat
men het recht heeft om zich van de islam af te keren. Welnu,
Mohammed (evenals "Allah" in het reeds aangehaalde vers
K.4:89) heeft dit zelf verboden. Volgens een orthodokse
overlevering bracht de vierde kalief Ali een groep afvalligen
op de brandstapel ter dood, waarop Ibn Abbas protesteerde
dat de profeet hiervoor een andere straf had voorgeschreven
: "Straft niet met Gods straf (n.l. het vuur), maar wie
zijn religie verandert, doodt hem met het zwaard." (3) We
laten het dispuut tussen vuur en zwaard aan de moefti's
en qadi's over, en onthouden dat de afvallige alleszins
gedood moet worden.
Het meestgeciteerde Koranvers dat de verdraagzaamheid van
de islam moet bewijzen, is stellig : "Aan u uw religie en
aan mij mijn religie." [109:6] Dit vers betekent blijkens
de kontekst alleen dat islam en heidendom radikaal tegengesteld
zijn en dat een kompromis uitgesloten is. De volledige soera
luidt : "Zeg : o gij ongelovigen, niet dien ik wat gij dient,
en niet zult gij dienen wat ik dien, en niet zal ik dienen
wat gij gediend hebt, en niet zult gij dienen wat ik dien
: aan u uw religie en aan mij mijn religie." Dit heeft niets
te maken met de maatschappelijke koëxistentie tussen religies,
maar alleen met de inhoudelijke tegenstelling tussen de
pluralistische religie van de Mekkanen en het exklusivisme
van Mohammed.
De indruk dat dit vers oproept tot vreedzaam samenleven,
is weerlegd door Mohammed zelf. Toen zijn oom Aboe Taalib
op zijn sterfbed lag, kwamen de leiders van Mekka naar hem
met een verzoek om bemiddeling. Hun geduld met zijn relschopperij
was op, en zij hoopten dat hij een vredesvoorstel zou aanvaarden.
Zij stelden vreedzame koëxistentie voor, letterlijk : "Aan
hem zijn religie, aan ons onze religie". Mohammed weigerde
dit en eiste dat zij zich tot de islam bekeerden, niets
minder. (4)
Mohammed heeft niet-moslims slechts geduld wanneer hem
dit taktisch nodig leek. Met name tegenover de joden en
christenen toonde hij zich aanvankelijk welwillend, hetgeen
door goede zielen natuurlijk uitentreure herhaald wordt,
b.v.: "Joden en christenen... voor hen is hun loon bij
hun Heer, en zij hoeven niet te vrezen." [2:62, 5:69,
22:17] Zij verdonkeremanen daarbij de anders zo geprezen
kontekst, n.l. dat Mohammed althans in het begin de joden
en christenen graag mocht, enkel en alleen omdat hij van
hen verwachtte dat zij het gemakkelijkst zijn aanspraken
op het profeetschap zouden erkennen. De heidenen kenden
de instelling van het profeetschap niet, terwijl Mohammed
zichzelf expliciet tot de traditie van de Bijbelse profeten
rekende. Zijn genegenheid ging dus niet uit naar de joden
en christenen als zijnde andersgelovigen, maar als zijnde
veelbelovende kandidaat-moslims. Toen met name de joden
echter niet onder de indruk bleken van zijn profetische
pretenties, maakte hij de islamitische modelstaat Medina
op enkele jaren tijds judenrein. In vers 5:82 worden
de christenen nog geprezen maar de joden verketterd, doch
ook de christenen zouden uiteindelijk moeten opkrassen.
Zodra Mohammed zich sterk genoeg voelde, zuiverde hij eerst
Medina, later heel Arabië van alle ongelovige smetten. Maar
in de beginperiode (waaruit vers 109:6 dateert), toen hij
nog zwak stond, kon hij nog geen konfrontatie aangaan, en
hoopte hij nog op gemakkelijke vrijwillige bekeringen. Naarmate
Mohammed in Medina de macht verwierf, werden zijn "openbaringen"
steeds onverdraagzamer. Juist toen hij in een positie was
om, vrij en zonder gevaar voor zichzelf, een keuze te maken
tussen verdraagzaamheid of konfrontatie, koos hij voor konfrontatie.
Kort voor zijn dood verordende hij de verwijdering van alle
resten van ongeloof uit zijn rijk : heidenen kregen de keuze
tussen de bekering of de dood, joden en christenen hadden
nog de emigratie als derde optie.
Het feit dat de djihaad-verzen zich meestal in de laatste
periode van de Koran-openbaring situeren, heeft een theologische
konsekwentie : de orthodokse Koran-interpretatie stelt dat
als er tegenspraak is tussen twee Koran-passages, de jongste
passage de oudste opheft. Dus, zelfs als we aannemen dat
het vers : "Aan u uw religie", tot vreedzaam samenleven
oproept, dan wordt dit ongedaan gemaakt door latere openbaringen
zoals : "Strijdt tegen hen tot de afgodendienst niet meer
bestaat en de religie alleen aan Allah behoort."
2.5. Onverdraagzaamheid in andere religies
Sommige pleitbezorgers van de islam zien na al het bovenstaande
nog een laatste verdedigingsmiddel : de verwijzing naar
andere religies, die wel beschouwd geen haar beter zouden
zijn. Dat is een zwak argument, want wie de mensheid oproept
om zich tot zijn religie te bekeren, moet kunnen aantonen
dat zijn religie beter is, niet dat alle religies inbegrepen
de zijne even slecht zijn. Maar goed, laat ons een voorbeeld
uit dit soort polemiek bekijken. De inleiding tot de Ahmadija-vertaling
van de Koran bevat een omvangrijke presentatie van de klassieke
apologetische argumenten, ondermeer een lijst van welgeteld
negen verzen uit de vier (Indische) Veda's, nochtans een
aanzienlijk omvangrijker korpus dan de Koran, b.v. : "Verdrijf
met tijgeraanblik uw vijanden (...) ver over de bezittingen
uws vijands." [Atharva-Veda 4:22:7] "Vergun ons rijkdom
en macht en onze vijanden nederlaag en schande." [Sama-Veda
2:1] "Doorkloof, o Darbha, amulet, het hart mijner vijanden,
mijner tegenstanders. Sta op en sla hun hoofden te pletter
als gewas dat de aarde bedekt." [Atharva-Veda 19:28:4] "Agni,
laat hem die ons kwaad wil doen, hem die ons met haat aanschouwt,
in de as." [Jadjoer-Veda 11:80] (5)
In geen van deze gevallen wordt van de "vijanden" gevraagd
dat zij enig geloof aannemen, noch blijkt dat de vijandschap
het gevolg is van doktrinaire verschillen. Er bestaat
in de mensen wereld nu eenmaal vijandschap, en in alle
kulturen hebben mensen die tot goden baden daarin ook
smeekbeden om bescherming tegen of overwinning op de vijanden
verwerkt. Mohammed kreëerde vijandschap waar er geen was,
hij maakte een halskwestie van een bizar religieus dispuut
(over zijn allerindividueelste profetische aanspraken)
dat eigenlijk niemand interesseerde. Maar in deze Vedische
hymnen gaat het over reeds bestaande vijandschap, en hoe
de offeraar zich daarvan kan bevrijden. Het belangrijkste
verschil is echter dat in de Veda's mensen aan het woord
zijn, mensen die zich tot de goden richten; terwijl het
in de Koran God zelf is die tot de mensen spreekt en hen
instrukties geeft die tot het einde der tijden geldig
zijn. Je bent vrij om het woord van de Vedische barden
te nemen of te laten; Allahs woord geopenbaard via
Zijn laatste profeet kan men daarentegen slechts negeren
op straffe van het eeuwig hellevuur. Om te bewijzen dat
ook de Veda's niet spotten met geloofsafval, halen de
Ahmadija-polemisten er volgend vers bij : "Elke man uit
de drie hoogste standen die, na zich aan ketterse boeken
te hebben overgegeven, deze drie wortels van de wet met
min achting behandelt, moet als godloochenaar en bespotter
der openbaring uit het gezelschap der deugdzamen worden
verdreven." [Manoe Smrti 2:11] Dit vers komt uit
de Manoe Smrti, een laat en niet-kanoniek werk dat in
India nooit meer dan theoretisch belang had totdat de
Britse East India Company er de basis voor haar
Code of Gentoo Law van maakte. De termen "ketters"
en "openbaring" zijn een slechte vertaling die begrippen
uit het profetisch monotheïsme op de Vedische traditie
projekteert; maar laat dat passeren. Wat er in deze tekst
staat, is dat wie zich niet aan de regels van de Vedische
traditie houdt, uit de Vedische gemeenschap gestoten wordt
: wie zich inhoudelijk buiten de gemeenschap stelt, wordt
ook formeel uit de gemeenschap gestoten. Deze regel geldt
ook in allerlei moderne en sekuliere genootschappen, en
verschilt radikaal van de islamitische regeling, die voor
afvalligheid niet de uitsluiting maar de doodstraf
oplegt.
Bovendien bevatten de Veda's naast deze strijdbare verzen
ook, en dit in tegenstelling met de Koran, verzen die zeer
expliciet universalistisch en anti-exklusivistisch zijn,
b.v. "De hele wereld is één familie"; "Laat goede gedachten
tot ons komen uit alle windstreken"; "De wijzen noemen het
Ene Ware met vele na men". In de Bhagavad-Gita zegt de vergoddelijkte
held Krisjna dat al wie met devotie tot zijn eigen god bidt,
eigenlijk ook tot Hem bidt. De Krisjna-kultus behoort tot
het Visjnoeïsme, een hindoe-theïsme dat men als een "inklusief
monotheïsme" zou kunnen omschrijven : er is maar één God,
maar dat is geen jaloerse Jahweh of Allah die andere goden
of hun kultussen wil verdelgen, maar één die in alle andere
goden Zichzelf herkent en Zich door alle kultussen Zelf
vereerd voelt. Dit vormt een stevige doktrinale basis voor
pluralisme en verdraagzaamheid, zoals we die in de Indiase
geschiedenis ook konsekwent verwezenlijkt zien tot aan de
komst van de islam.
Westerse auteurs die hun eigen achtergrond op India's reli
gieuze geschiedenis projekteren, stellen het graag zo voor
dat de Boeddha een "protestfiguur" was, die "in opstand"
kwam tegen de Vedische traditie; feit is echter dat de Boeddha
door tal van opponenten tot debatten uitgedaagd maar nooit
fysiek bedreigd werd (tenzij een keer door een rover), en
dat hij op hoge leeftijd in zijn bed aan voedselvergiftiging
gestorven is. India is naast China het enige land waar de
joden nooit vervolgd zijn (behalve enkele keren door de
moslims) en waar zij vrij vijfentwintig eeuwen lang hun
tradities konden beleven. Het is ook het land waar Syrisch-christenen
en zoroastriërs, op de vlucht voor vervolging in Iran, een
onderkomen vonden.
Dat "alle religies nu eenmaal fanatiek zijn", is een smoesje
van de fanatieke religies die zich in een mist van veralgemeningen
aan kritiek willen onttrekken, en wordt door de geschriften
en de geschiedenis van andere religies grondig weerlegd.
2.6. Onverdraagzame Koran, verdraagzame moslims?
Men kan niet ernstig volhouden dat de Koran tot verdraagzaamheid
oproept. Ik vind dat een pijnlijke vaststelling, om dat
ik me de talrijke moslims voor de geest haal die een geïdealizeerd
beeld van Mohammed en de Koran hebben, en die uit hun eigen
verdraagzame ingesteldheid afleiden dat de islam "bijgevolg"
een verdraagzame doktrine moet zijn. Voor hen is de kennismaking
met de werkelijke inhoud van Mohammeds boodschap een pijnlijk
ontwaken. Ik wens niemand zulk konflikt toe : tussen de
loyauteit tegenover zijn van huis uit meegekregen religie
en zijn volwassen opvattingen, die meer door algemeen-menselijke
en typisch moderne invloeden en waarden bepaald zijn dan
door het godsdienstonderricht. Maar tegelijk is de niet-verbloemende
beoordeling van het Koranisch fanatisme bevrijdend, omdat
ze een werkelijke verklaring (dus impliciet ook een oplossing)
biedt voor de islamitische onderdrukking en vervolging van
andersdenkenden.
Het feit dat de basistekst van de islam (daarin nagevolgd
door ancillaire teksten, zoals we zullen zien) tot onverdraagzaamheid
jegens ongelovigen oproept, kan niet in ernst ontkend worden.
Maar het feit dat zovele moslim-auteurs zich tegenwoordig
zoveel moeite getroosten om te bewijzen dat de islam wèl
verdraagzaam is, kan evenmin genegeerd worden. In sommige
gevallen gaat het om doelbewuste leugens, vaak ook is het
zelfbedrog. Er zijn inderdaad moslim-auteurs van wie ik
weet dat ze radikale islamisten zijn, maar die erin geslaagd
zijn om zich het imago van gematigde aan te meten. Zo is
er b.v. de Indiër Rafiq Zakaria, die een selektie uit de
Koran gepubliceerd heeft waaruit alle stuitende passages
zijn weggelaten; niet alleen de fanatieke passages, maar
ook b.v. die verzen waarin de ongelijkheid van man en vrouw
beklemtoond wordt. (6) Het leverde hem in de Westerse pers
lovende kommentaren op : "een goede inleiding tot de islam
voor de Westerse mens", die "de vooroordelen wegneemt".
Zulke figuren teren op het gretige verlangen van Westerlingen
naar geruststelling omtrent de dreiging van de islam.
Anderzijds zijn er ook vele moslims die oprecht geloven
dat de islam verdraagzaam is, en zij baseren zich daarvoor
op het feit dat zij zelf verdraagzame individuen zijn.
Zij willen de tegenwoordig normatieve en door henzelf
oprecht aanvaarde waarde van de verdraagzaamheid verenigen
met de trouw aan de ouderlijke traditie waaraan zij nog
steeds gehecht zijn, maar die zij slechts oppervlakkig
kennen. In moslim-staten waar vranke kritiek op de Koran
levensgevaarlijk is, wordt dit zwaaien met de ingebeelde
"èchte, verdraagzame islam" als repliek op het integrisme
bovendien een veilig leugentje om bestwil, een manier
om kritiek op de reëel bestaande islam als een trouwbetuiging
aan diezelfde islam voor te stellen. Maar wat in Algerije
begrijpelijk is, is in het relatief veilige Westen een
pure schande. Wij hebben de plicht, ook tegenover de
vrijzinnigen in de moslimwereld (die zich door Westerse
islam-zoollikkers danig in de rug geschoten voelen), om
de islam aan de schijnwerpers van de onbevangen kritiek
bloot te stellen.
Men kan zich een scenario voorstellen waarin de idee van
verdraagzaamheid zich onder alle moslims verspreidt, zodat
zij de onverdraagzame elementen uit hun leer totaal gaan
negeren en ontkennen, en alleen de enkele als verdraagzaam
interpreteerbare Koranverzen ter harte nemen. Zij zouden
zich nog moslim noemen, maar de Koranische boodschap in
feite radikaal tegenspreken en verwerpen. Zij zouden nog
de schil van de Koran overhouden maar zijn inhoud wegwerpen.
In een volgend stadium zouden ze dan ook inzien dat het
geen zin meer heeft om die verouderde Koran te blijven citeren,
en ze zouden zich dan ook van het etiket "moslim" ontdoen.
Men zou dus de geest van de islam radikaal veranderen, terwijl
men de uiterlijke vormen ervan nog een tijdlang intakt laat.
Eerder dan op te treden tegen de haat-ideologie van de Koran,
zou men onder de gelovigen een visie van pluralisme en verdraagzaamheid
verspreiden, die de islamitische onverdraagzaamheid zou
wegspoelen.
Dit scenario heeft zich al voorgedaan, b.v. de verregaande
de-islamizering van de middenklasse in Egypte en Iran eerder
deze eeuw. Maar momenteel is de tegengestelde tendens in
opkomst. Vele islamitische jongeren laten zich niet vermurwen
door de verdraagzame uitleg die sommige goedmenenden aan
de Koran willen opleggen, en zien voor zichzelf dat de Koran
oproept tot strijd tegen de ongelovigen. Terzelfdertijd
zijn er, zoals we zullen zien, ook een aantal auteurs in
de moslimwereld die Mohammed en de Koran onverschrokken
te lijf gaan, vaak niet zonder gevolgen voor henzelf. In
die kontekst komen we niet uit onder de plicht om onze vrijheid
eer aan te doen en de islam aan een vranke kritiek te onderwerpen.
<<PAGE
1 PAGE
3>>
|
|
|
|