Economisch is het een vervaarlijke mededinger, en
dat is goed zo, maar geopolitiek is het een natuurlijke bondgenoot
van Europa: India, wel degelijk de grootste parlementaire democratie
ter wereld.
Als zodanig deelt het nog allerlei maatschappelijke
verschijnselen met Vlaanderen en Europa, ondermeer een politieke
klasse die zich liever naar drukkingsgroepen plooit dan naar de wil
van zijn kiezers, en linkse opinieterreur door een "weg met
ons"-gezinde klasse van intellectuelen. De politieke klasse is er
nog iets meer verrot dan bij ons; niemand was verrast toen recent
geopende KGB-archieven zwart op wit het bewijs leverden dat
tientallen Indiase politici en krantenhoofdredacteuren op de
Sovjet-loonlijst stonden, alleen de lage prijs waarvoor ze zich
verkochten kwetste de nationale trots een beetje.
India heeft anderzijds wel een robuuster profiel dan
de hedendaagse Vlaamse of EU-samenleving. Het land bezit een ruime
ervaring met invasies vanuit Pakistan en China en met niet aflatend
binnenlands terrorisme van islamitische of maoïstische signatuur dat
vanuit deze buurlanden gesteund wordt. Meer dan in Europa geniet
het leger er grote populariteit bij het gewone volk. De media
volgen ook van veel dichterbij de technische en organisatorische
ontwikkelingen in de strijdkrachten.
Over de strategische situatie van en uitdagingen
voor India is er nu een baanbrekend werk verschenen, vol up-to-date
feitelijke gegevens maar tegelijk sterk geëngageerd, door dr.
Arun Shourie: Will the Iron Fence Save a Tree
Hollowed by Termites? Defence Imperatives beyond the Military (Rupa,
Delhi 2005). De titel verwijst naar de
interne rotting in het Indiase systeem die de defensie-inspanningen
ondermijnt en het moreel van de troepen schaadt Zo is er
de gebruikelijke coalitie van communisten en
islamisten die de soldaten die hun leven riskeren in de strijd tegen
de terreur, achtervolgt met aantijgingen over de schending van de
mensenrechten van gearresteerde terroristen. Aan de mensenrechten
van de slachtoffers hechten ze minder belang, natuurlijk.
Als motto heeft dit boek een oproep tot
paraatheid van de oud-Chinese strateeg Sunzi meegekregen: "De
krijgsmethodiek leert ons om niet te vertrouwen op de
waarschijnlijkheid dat de vijand niet zal komen, maar op onze eigen
paraatheid om hem te ontvangen; niet op de kans dat hij niet zal
aanvallen, maar op het feit dat wij onze stellingen oninneembaar
gemaakt hebben." Want India is in een permanente staat van
belegering. Anders dan België kan het zich geen verslapping van de
landsverdediging veroorloven.
Jammer genoeg voelt het leger zich weinig
gesteund en vaak in de rug gestoken door de politieke klasse: "Wij
blijven bestaan omdat onze soldaten, piloten en mariniers hun leven
geven. (*) Maar ik voel dat onze strijdkrachten diep onrecht
aangedaan wordt. Zij zijn het die met hun leven betalen voor ons
opportunisme, onze verwaarlozing, onze - ik kan hier geen juister
woord bedenken - dwaasheid." Het begon al in 1948: "Het was een
politiek leider - en één van de grootsten die we gehad hebben, Nehru
- die beslist om hun opmars tot staan te brengen terwijl zij de
Pakistaanse indringers uit de Kasjmir-Vallei terugslaan (*) En de
strijdkrachten betalen de prijs." (p.5-6) Inderdaad, sindsdien
moeten honderdduizenden Indiase soldaten langs de lange bestandslijn
in de onmenselijke voorwaarden van het hooggebergte de nooit
aflatende Pakistaanse beschietingen en commando-acties
beantwoorden. Toen premier Indira Gandhi Pakistan na de
Bangladesj-oorlog van 1971 had kunnen dwingen om de bestandslijn als
internationale grens te erkennen, namelijk in ruil voor de
vrijlating van 93.000 Pakistaanse krijgsgevangenen, liet zij dit na,
en haar soldaten mochten blijven sneuvelen.
En dit scenario heeft zich talloze keren op
kleinere schaal herhaald. Bij de Chinese invasie in 1962 moesten de
soldaten zonder passende uitrusting de strijd in, want de
wapenfabrieken bleken koffiemachines te produceren,--
"vredesindustrie" voor de pacifist Nehru! Bij de belegering van de
Gouden Tempel in Amritsar in 1984, waarin Khalistani (door Pakistan
gesteunde neo-sikh) terroristen zich verscholen, mochten de soldaten
het tempelcomplex geen schade toebrengen, een tactisch nadeel dat
honderden onnodig het leven kostte. Bij de Pakistaanse bezetting
van een berg in de Kasjmiri regio Kargil, 1999, kregen de soldaten
het bevel om de berg van onderop te heroveren in plaats van de
bezetters vanuit de lucht te vernietigen. Maar ze zegevierden.
Kracht ten goede
Shourie, gedoctoreerd in de economie aan Syracuse
Univ., NY, was als strijdbare hoofdredacteur van de Indian
Express in de woelige jaren ca. 1990, en nadien als
onafhankelijk columnist en auteur van een 15-tal boeken, een
kruisvaarder voor de persvrijheid en tegen allerlei vormen van
corruptie en terreur, wat hem ettelijke internationale prijzen
opleverde maar ook talloze doodsbedreigingen. In de
hindoe-nationalistische regering van 1998-2004 werd hij minister van
Privatisering van Overheidsbedrijven, zodat hij zelf zijn kritiek op
het verlammende en verspillende socialisme, ingesteld door de eerste
premier Jawaharlal Nehru (r. 1947-64), in beleidsdaden kon
omzetten. Hij beheerde ook een tijd de portefeuilles van
Communicatie en Informatietechnologie, sleutelposten in een economie
die de wereld juist op deze terreinen verbaast.
Zijn jongste boek, extra waardevol omdat het zijn
ervaring met regeringsverantwoordelijkheid verrekent, is een must
voor wie een gapend gat in zijn geopolitieke kennis wil dichten. De
Westerse lezer krijgt hier allicht voor het eerst het werkelijke
Indiase gezichtspunt onder ogen, en niet het parochiale
Washingtoncentrische standpunt dat tegenwoordig de meeste
publicaties over de wereldpolitiek verkleurt, noch het anti-Indiase
standpunt dat vele zogenaamde India-kenners vertolken.
De Amerikaanse politieke klasse en het volk zien hun
land steevast als een kracht ten goede, al heerst daarover een heel
andere mening bij de Serven, de Irakezen, enz., en meer nog bij de
in de steek gelaten VS-"vrienden" (Tsjiang Kaisjek, Van Thieu, Lon
Nol, de Sjah, Mobutu, Pinochet e.v.a.). Vele Amerikaanse
oorlogsinitiatieven worden als heldendaden in de strijd van Goed
tegen Kwaad gehuldigd, maar waren bij nadere ontleding vooral de
kiem van enorme ellende, bv. de VS-intrede in WO1 in 1917. In India
is men veel minder dan in Europa bereid om Amerika's fouten te
vergeten, bv. inzake India's weigering om het
Non-Proliferatieverdrag te ondertekenen herinnert men er openlijk
aan Hiroshima zonder toe te geven aan het Amerikaanse excuus dat WO2
nu eenmaal een soort heilige oorlog was waarin aparte regels golden.
De politici en het volk van India zien vooral hun
eigen land als een kracht ten goede, en gaandeweg waarschijnlijk met
meer recht dan de VS. India grijpt niet even lichtzinnig naar de
wapens als de VS plegen te doen, wat deels een erfenis is van het
Gandhiaanse zelfbeeld, dat inmiddels gelukkig vervangen is door meer
realisme en assertiviteit. Onder Nehru werd het een kampioen van de
Niet-Gebonden Landen en van een verhoopte nieuwe wereldorde onder
leiding van de Verenigde Naties. Geen enkel land heeft meer
soldaten geleverd voor VN-vredesmissies, noch er meer zien
sneuvelen. Shourie en de meeste verstandige waarnemers in India
hebben altijd skeptisch gestaan tegenover de huichelachtigheid van
de NGL, die in feite aan het anti-Westerse kamp gebonden waren, en
tegenover de al even partijdige en ineffectieve VN, maar houden wel
vast aan Nehru's klemtoon op een eigen ongebonden politiek. Dus
geen loophond van de VS in de huidige "Oorlog tegen de Terreur".
"Bondgenoot" Pakistan
Vanuit India gezien is de Amerikaanse strijd tegen het
islamterrorisme één grote farce. De VS en Navo hebben zelf het
islamfundamentalisme gestimuleerd als alternatief voor
seculier-linkse stromingen in de moslimwereld en hun luchtmacht
ingeschakeld in de islamistische anti-Joegoslavische offensieven in
Bosnië en Kosovo. Joegoslavië was medestichter van de NGL en
steunde India vrij consequent in diplomatieke krachtmetingen over
Kasjmir e.d. De VS-rol in de ontbinding van Joegoslavië, deels ten
gunste van het islamisme, is in India zeer negatief beoordeeld,
ondermeer als teken van de Amerikaanse bereidheid om ook in India de
krachten van de desintegratie te steunen. Maar het meest
onverschoonbare is natuurlijk de consistente VS-steun aan Pakistan
toen dat land terreurnetwerken in Kasjmir en het Indiase Noordoosten
opzette, en zelfs nu nog, nadat zijn rol in de bomaanslagen in
ondermeer Londen is komen vast te staan.
In zijn rede na de aanslagen van 11 september 2001 legde
Pakistans kersverse dictator Perwez Musharraf in het Oerdoe aan zijn
bevolking uit dat zijn akkoord met de VS om samen het
islamterrorisme te bestrijden, slechts misleiding en list was.
Zoals de profeet Mohammed de joden en
heidenen in opeenvolgende verdragen misleid had om hen vervolgens
uit te schakelen, zo zou dit keer niet de VS maar Pakistan profijt
trekken uit dit gelegenheidspact. Dat stuk
uit de rede werd niet weergegeven in de Engelse tekst die aan de
buitenlandse media bezorgd werd. De CIA zal het inmiddels wel
vertaald hebben, maar op het Witte Huis stelt men zich gerust dat
het "slechts voor binnenlands gebruik is" en verder niets te
betekenen heeft. De wereldleider van de "Oorlog tegen de Terreur"
verzint warempel zelf de alibi's waarmee een terreurstaat zich aan
zijn evidente schuld kan onttrekken.
Inmiddels heeft Pakistan zijn VS-bondgenoot
feestelijk aan het lijntje gehouden, met af en toe de arrestatie van
een baardman die dan als de zoveelste "nummer 3 van al-Qa'ida"
opgevoerd wordt, maar geen serieuze resultaten. De door Pakistan
gesponsorde terreur in India, hier door Shourie uitvoerig
gedocumenteerd, gaat inmiddels door zonder dat de VS er een vinger
naar uitsteekt.
Shourie legt uit hoe de hele Pakistaanse samenleving in
een permanente staat van mobilisatie en haat jegens India gehouden
wordt. Schoolboeken en de media propageren de klok rond een
vijandbeeld van India. De geschiedenisles, evengoed in de
staatsscholen als in de islamistische madrassa's, brengt een verhaal
over "5000 jaar Pakistan", om het land een ingebeelde natuurlijke
identiteit te geven terwijl het gewoon de brokstukken zijn die de
Moslim-Liga in 1947 bij de verdeling van Brits-India wist binnen te
rijven. Dit overigens in contrast met India, waar ondermijnende
anti-Indiase propaganda van links de opinieruimte beheerst. Men
geneert zich in Pakistan ook niet voor evidente leugentjes, bv. dat
de hindoes en sikhs die Pakistan in 1947 ontvluchtten, ongemoeid
gelaten werden, terwijl de moslims die in omgekeerde richting
migreerden, aan allerlei wreedheden onderworpen werden. Over de
verloren Bangladesj-oorlog wordt beweerd dat de Pakistaanse soldaten
nieuwe records van dapperheid vestigden (allicht in het verkrachten
van zoveel mogelijk Bengaalse vrouwen) en de Indiase
interventiemacht op de vlucht joegen, echter zonder uit te leggen
waarom zij zich dan roemloos overgegeven hebben.
Wie aan de listigheid van marxistische desinformatie
gewend is, kan moeilijk anders dan meewarig het hoofd schudden bij
het simplisme van de islampropaganda. Deze vijand heeft de
aantallen en de eigengerechtige wil om te vernietigen, maar hij
heeft de hersenen niet om te zegevieren. Daarom beveelt Shourie
hier aan om de Pakistaanse dreiging niet te overschatten en benevens
op militaire paraatheid vooral te focussen op ondersteunende
langetermijnprojecten zoals een krachtige economische groei en
technologisch-organisatorische vooruitgang. Succes verzekerd, zie
hoe de Sovjet-Unie door de knieën ging wegens haar uitlopende
achterstand tegenover het Westen.
Chinese agressie vandaag
In onze media heeft men het nog steeds (bv. op het
VRT-radionieuws op 9 oktober n.a.v. de aardbeving in Kasjmir) over
"Pakistan en zijn aartsvijand India", alsof het hier om een
gelijkwaardige tweeling gaat. India is een grootmacht in volle
ontplooiing en daarnaast is Pakistan een vervelend hondje dat in
India's been bijt, een achterlijke narco- en terreurstaat die uit
frustratie oppervlakkige wonden toebrengt maar de klus nooit kan
afmaken, althans niet zolang India pal staat. Nu India in de liga
der grootmachten speelt, richt het zijn strategische overwegingen
meer en meer op een dreiging van zwaarder kaliber, nl. China.
En we mogen hier inderdaad van een dreiging spreken, een
land waarmee redelijke akkoorden te sluiten vallen maar dat zichzelf
zeer zeker als een vijand van India ziet. Het Volksbevrijdingsleger
is met zijn tijd meegegaan (Shourie schetst de besluitvorming rond
en de uitvoering van dit proces in detail) en opereert met nieuwe
methodes. Eén van Shourie's voorbeelden (p.269) betreft een
internetprovider, Now India, die in 2001 goedkope
aansluitingen op het net bood. De software bleek een programmaatje
te bevatten dat niet op de licentie-overeenkomst vermeld stond en
door de gewone gebruiker nooit opgemerkt zou zijn, en dat de
provider toegang verschafte tot de hele computerinhoud van de
gebruiker. De firma in kwestie bleek een mantel voor een firma in
Hong Kong. "Zijn wij alert voor zulke mogelijkheden? Zijn we zelfs
maar alert voor wat, zoals dit geval aantoont, nu reeds gebeurt?
Nee, als iemand zich hierover bezorgd toont, is onze spontane
rea ctie dan niet: 'U lijdt zeker aan paranoia'?" (p.269)
Anders dan India reorganiseert China zijn leger niet in
functie van landsverdediging, wel van machtsprojectie buiten de
eigen grenzen. Echter, net als in de jaren '50 weigert de politieke
en intellectuele klasse te zien dat China een probleem stelt.
Niemand noemenswaardig in India bestudeert China, terwijl China wel
ernstig investeert in India-watching. Zoals in de VS gebruiken
Chinese bezoekers of agenten in India elke gelegenheid voor
industriële spionage. Zonder daarom meteen oorlogsbedoelingen te
hebben, denkt China van nature strategisch; India niet. Net als
onder Gandhi en Nehru is er nog steeds veel naïviteit in India's
buitenlandse politiek, als bij een baby in het bos. Niet dat China
zonder uitzondering successen geboekt heeft, maar India moet leren
van die punten waar het wel degelijk geslaagd is.
Investeren in defensietechnologie is vandaag van het
grootste belang. Vele eeuwige wijsheden van de zogenaamde
"geopolitiek" zijn door de vooruitgang achterhaald, bv. de begin
jaren '90 door velen nog voor zeker verkochte oninneembaarheid van
het bergachtige Joegoslavië en Afghanistan. Wat heb je aan een
schuilplaats in Tora Bora als nieuwe Amerikaanse bommen alle
zuurstof uit het gangencomplex kunnen wegzuigen? In zijn
inhaalbeweging kan India niet-cruciale technologie op de wereldmarkt
kopen, maar die zal niet volstaan voor de defensienoden. De echte
speerpunttechnologie zal door haar makers, die er juist een
beslissend strategisch voordeel uit halen, niet verkocht worden.
Conclusie (zoals India's president A.P.J. Abdul Kalam verklaard
heeft, p.320): India heeft geen keuze dan zich bij de wereldtop te
voegen inzake militair-technologische innovatie. Minder dan de
beste is geen optie.
Koenraad Elst