Vlaanderen, Kasjmir, TsjetsjeniŽ, Kosovo... Het ene separatisme is het andere niet

Door Dr. Koenraad Elst

(26 maart 2001; bewerkte versie verschenen in het kwartaalblad Secessie, Antwerpen, voorjaar 2001)

Als India-waarnemer met lauwe Vlaamse sympathieŽn krijg ik wel eens de vraag waarom ik het uiteenvallen van BelgiŽ blijkbaar niet erg zou vinden, terwijl ik wel meermalen in allerminst lauwe bewoordingen het separatisme in Kasjmir veroordeeld en de eenheid van India verdedigd heb. Geldt niet in beide gevallen ťťnzelfde "zelfbeschikkingsrecht der volkeren" en dus ťťnzelfde recht op afscheiding? Nogal wat Vlamingen hebben de neiging om samen met het Vlaamse dan maar meteen ook elk ander separatisme te steunen. Ik zal hier uiteenzetten waarom elke situatie verschillend is, en waarom de juiste oplossing in bv. Kasjmir kan verschillen van die in onze streken.

Even historisch situeren: Kasjmir is een berggebied in de westelijke Himaalaja, in oppervlakte ruim zeven keer BelgiŽ, met een bevolking van ca. 9 miljoen, en vormde in de eeuw voorafgaand aan de dekolonisatie in 1947 een zelfstandig vorstendom onder Brits toezicht. Eind 1947 trachtten Pakistaanse troepen het gebied te veroveren, maar hun opmars werd vlak buiten de hoofdplaats Srinagar door plaatselijke vrijwilligers tot staan gebracht en vervolgens door Indiase troepen teruggeslagen. Toen twee derde van het gebied terug in Indiase handen was, stopte de Indiase premier Nehroe echter de herovering om de kwestie aan de VN voor te leggen. Langs de bestandslijn van toen zitten VN-waarnemers maar vooral grote concentraties Indiase en Pakistaanse troepen in stellingen tot op 7000 meter hoogte. Het kwam tot open oorlogen in 1965, 1971 en 1999, maar telkens werd de bestandslijn van 1948 hersteld. Het deel dat door Pakistan bezet wordt, Pak-Occupied Kasjmir (POK, volgens Pakistan Aazaad/"vrij" Kasjmir), is volledig islamitisch doordat in 1947 alle niet-moslims er vermoord of uitgedreven zijn. Het Indiase gedeelte heeft een meerderheid van ca. 64% moslims maar ook hindoes, sikhs en Tibetaans-boeddhisten. In 1990 zijn de niet-moslims ook verdreven uit de Kasjmir-vallei, d.i. het dichtbewoonde gebied rond Srinagar. Gewapend moslimseparatisme, aanvankelijk rekruterend onder plaatselijke jongeren maar nu vooral bemand door Pakistani's en buitenlandse (ondermeer Brits-islamitische) vrijwilligers, woedt er al meer dan tien jaar, ten koste van naar schatting veertigduizend mensenlevens. Overigens is een onbewoond deel van POK aan China afgestaan, terwijl China van het Indiase deel ook het maanlandschap Aksai Tsjin bezet houdt en er een strategisch belangrijke weg aangelegd heeft.

Kortom, reeds op het eerste zicht is dit een heel andere, ondermeer heel wat ingewikkelder, situatie dan in BelgiŽ, en de politieke oplossing zou dan ook wel eens een heel andere kunnen zijn dan wat BelgiŽ nodig heeft. Doorgaans zijn het juist de Belgische unitaristen die formules van ťťn welgeselekteerd land tot alle landen met nationaliteitenkwesties willen veralgemenen. Bijvoorbeeld: Zwitserland is toch een mooie multikommunautaire demokratie, waarom zou BelgiŽ dat dan niet kunnen zijn? Dit doet me denken aan een arts die zelf aan hoge bloeddruk lijdt, daar met goed gevolg de gepaste pillen voor neemt, en vervolgens besluit dat al zijn patiŽnten ook die voortreffelijke pillen moeten nemen, inbegrepen diegenen met astma of jicht of zelfs die met lage bloeddruk. In Zwitserland werkt het samenleven van diverse taalgroepen redelijk goed, maar dat is te danken aan historische en institutionele factoren, zoals de directe demokratie, die lang niet overal voorhanden zijn. Wat in Zwitserland een suksesformule is, kan elders, bv. in JoegoslaviŽ, een ramp veroorzaken.

Het nationaliteitsprincipe

Welke principes zijn er in het spel in de kwestie-Kasjmir? Vlaams-nationalisten stellen het zich zo voor dat er een Kasjmiri natie bestaat die recht heeft op een eigen staat. Maar eerst en vooral is het geen definitief uitgemaakte zaak dat ťťn volk ťťn staat de zijne moet kunnen noemen. Mocht er in BelgiŽ rechtvaardigheid en demokratie mogelijk zijn, dan zou ik er geen enkel bezwaar tegen hebben dat hier naar Zwitsers model meerdere taalgemeenten onder ťťn staatsdak samenleven. Omgekeerd hoeft het niet per se dat verschillende segmenten van wat historisch ťťn volk is, bv. Vlaanderen en Nederland, of Duitsland en Oostenrijk, in ťťn staatsverband verenigd worden.

Maar in het geval van India is het (anders dan in BelgiŽ, maar net als in Zwitserland) nog maar de vraag of men daar van meerdere "volkeren" kan spreken. In 't Pallieterke, dat zoals vele flamingantische media refleksmatig elk separatisme neigt te steunen, stond eens dat India de Kasjmiri's niet los wil laten, omdat dit andere "volkeren" zoals de Bihari's en Orija's ook op separatistische gedachten zou kunnen brengen. Welnu, de genoemde volkeren bestaan gewoon niet. Er is een deelstaat Bihaar, die niet eens een eigen taal heeft (Hindi wordt in een tiental deelstaten gesproken) en nog veel minder een eigen nationaal gevoel. De deelstaat Orissa heeft wel een eigen taal, maar heeft evenmin enig besef van een aparte nationale identiteit. Om "volk" te zijn volstaat het niet om een apart taalkundig of aardrijkskundig vakje te bezetten.

Wat specifiek Kasjmir betreft, dat is al evenzeer een multikommunautair gebied als India zelf. Er worden een paar dozijn talen gesproken, behorend tot uiteenlopende taalgroepen: Tibetaans, Boeroesjaski, en de Iraanse, Indo-Arische en Dardische takken van het Indo-Europees. Religieus zijn er hindoes, sikhs, boeddhisten, soennieten, ahmadija's, ismaŽlieten en andere sjiÔeten. Het is evident dat als Kasjmiri's niet met andere IndiŽrs kunnen samenleven, ze het met elkaar al evenmin zullen kunnen. En dat tonen ze ook in de praktijk: nog afgezien van de moslimbomaanslagen tegen hindoes en sikhs in het Indiase gedeelte, zijn er frekwente gewapende botsingen tussen sjiÔeten en soennieten en pogroms op ahmadija's in POK, net als in Pakistan zelf trouwens. De religieuze identiteit overschaduwt de etnische hier volledig, en overigens zouden etniciteit en taal in Kasjmir eerder faktoren van verdeeldheid dan van "nationale" eenheid zijn.

Mensen die het religieuze karakter van het konflikt willen ontkennen, koketteren met de sentimentele notie Kasjmiriat, Kasjmiri identiteit, maar dat is louter een vrucht van hun verbeelding. Het is volkomen vals om te spreken van een Kasjmiri separatistische volkswil of een Kasjmiri nationalisme dat naar een eigen natiestaat streeft. Het enige probleem dat zich stelt is een islamitisch separatisme, dat zich evenzeer tegen niet-moslim Kasjmiri's als tegen de staat India keert.

Er is in beginsel geen bezwaar tegen het vrijheidsstreven van een volk dat toevallig moslim is. Zeker in een gebied met etnisch gezien erg willekeurige grenzen, zoals de Balkan, kan een hertekening van grenzen ten gunste van bv. de in meerderheid islamitische Albanezen gerechtvaardigd zijn. Als de Slovenen zich mochten losmaken uit JoegoslaviŽ, dan ook de Albanezen uit ServiŽ en MakedoniŽ, liefst in een onderhandeld eerbaar kompromis dat rekening houdt met de volkswil maar ook met historische gegevens en met de toekomst van overblijvende minderheden, desnoods met een georganizeerde bevolkingsruil.

De Tsjetsjenen zijn pas na decennia van bloedige strijd in de 19de eeuw tegen hun wil bij Rusland ingelijfd, in 1942 hebben ze met Duitse hulp nogmaals tegen Rusland gekozen (wat hun op kollektieve deportatie te staan kwam), en nu vechten ze alweer bijna een decennium voor onafhankelijkheid. Zelfs de Russische patriot Aleksandr Solzjenitsyn heeft aanbevolen om TsjetsjeniŽ te laten gaan, en om Rusland om te vormen van een imperium tot een volksstaat van de Russische (of verrussischte) bevolkingsgroepen. Vrijheid voor TsjetsjeniŽ dus. En als ze er dan een islamitische republiek van het Taaliban-type van maken? Wel, het is hun land, en zij moeten het zelf maar weten. Het zou inderdaad kunnen dat de Tsjetsjeense vrouwen dan nogmaals een strijd moeten voeren voor vrijheden die in Rusland al lang verworvenheden zijn, maar de plicht om je problemen zelf op te lossen is nu eenmaal een implikatie van soevereiniteit (te oordelen naar de evolutie in Iran komt het nog wel goed met de vrouwenrechten in moslimlanden).

Uit het recht van bestaande moslimnaties volgt niet dat de bekering van een deel van de bevolking van een land tot de islam een recht op afscheiding schept. Wij hoeven de gemeenschap van moslims met Belgische nationaliteit niet te erkennen als een aparte natie die in aanmerking komt voor het "zelfbeschikkingsrecht der volkeren". Tenzij men bereid is om de konsekwenties te aanvaarden. Wie vindt dat moslims in Kasjmir ipso facto het recht hebben om zich van de niet-moslimstaat India af te scheiden, zegt impliciet: elk deel van BelgiŽ (en Frankrijk, Nederland enz.) dat een moslim-meerderheid krijgt, mag een eigen staat of in eerste instantie toch een eigen rechtsgebied vormen, waar dan de sjari'a het burgerlijk recht vervangt. Schrap in dat geval maar de Europese soevereiniteit over Roubaix, Sint-Joost-ten-Node en andere snel talrijker wordende "groene" kernen: die mogen immers zelfstandig worden en zich in een volgend stadium tot een leefbare islamitische staat verenigen.

Niet-nationalistische afscheidingsgronden?

Men hoeft zich het secessie-scenario niet louter in nationalistische termen voor te stellen, met ťťn natie die onder de knoet van een andere natie uit wil komen. Dat scenario is in Kasjmir duidelijk niet van toepassing, maar misschien zijn er andere goede gronden voor afscheiding? Willem Tell voelde zich niet etnisch verschillend van de Oostenrijkse landvoogd Kessler, hij vond hem alleen een tiran en zag in Zwitsers zelfbestuur een uitweg uit de tirannie. De Amerikaanse koloniŽn die zich in 1776 van Engeland afscheidden, deden dat niet op etnische gronden: hun nationale kultuur was door en door Engels, spijts de inwijking van talloze Duitsers en Ieren, maar zij voelden zich inzake belastingen en vertegenwoordiging achtergesteld tegenover de burgers van het moederland, en wilden daarom hun eigen staten zelfstandig uitbouwen. (Het was pas de nationalist Abraham Lincoln die de Amerikanen "a new nation" noemde, dit om de "nationale eenheid" als rechtvaardiging te gebruiken voor het neerslaan van een volmaakt grondwettige secessie van de Zuidelijke staten.)

In het geval van Kasjmir zoekt men tevergeefs naar een vergelijkbare demokratische en niet-nationalistische grond voor afscheiding. Het gebied wordt zeker niet achtergesteld, integendeel. Voedselimport gebeurt er vooral per vliegtuig en dat zou de voedselprijzen flink de hoogte moeten injagen, maar deze worden door de centrale overheid met subsidies laag gehouden. Door het speciaal grondwetsartikel 370 geniet Kasjmir meer autonomie dan andere deelstaten, heeft het vetorecht tegen de toepassing in eigen gebied van centraal goedgekeurde wetten, en kan het niet-Kasjmiri IndiŽrs het recht ontzeggen om zich in Kasjmir te vestigen. Anders dan in de rest van India is onderwijs er tot op het niveau van Master of Arts volledig gratis, wat wil zeggen dat de niet-Kasjmiri belastingbetaler ervoor opdraait. Kasjmir is dus niet zoiets als de Vlaamse melkkoe die van de uitbuiting door de Wallo-Belgische staat afwil. Integendeel, het kan beter vergeleken worden met WalloniŽ, dat naarmate het meer krijgt niet dankbaarder maar wel juist arroganter wordt.

Overigens zijn er talloze punten waarop de verhouding tussen Walen en Vlamingen die tussen Zuid-Aziatische moslims en hindoes weerspiegelt. De meeste moslims daar zijn van herkomst bekeerde hindoes, zoals ťťn derde van de Walen en de meerderheid der franstalige Brusselaars taalkundig bekeerde Vlamingen zijn. De behoefte aan exorcisme van de eigen wortels maakt natuurlijk extra fanatiek. Net als de Vlamingen zijn de hindoes ondernemender, en zijn het zij die de belastingen opbrengen waarmee de regering kadootjes voor de minderheid betaalt, bv. subsidies voor de bedevaart naar Mekka. De schuldenaar zal het de milde schenker natuurlijk nooit vergeven dat hij schuldenaar is. De Walen beantwoorden feitelijke vaststellingen over enorme transfers van Vlaanderen naar WalloniŽ met verhaaltjes over de niet-bestaande 19de-eeuwse transfers in omgekeerde richting; de moslims beantwoorden vaststellingen over de destruktieve rol van de islam in India graag met waterpijpdromen over hun onvervangbare bijdrage aan de Indiase beschaving. In beide gevallen weet een agressieve en arrogante minderheid die alleen aan zichzelf denkt een om het algemeen belang bekommerde meerderheid steeds weer tot toegevingen te dwingen.

Echter, mede door de erg verschillende numerieke verhoudingen (de moslims vormen in India slechts 13%) is het netto-resultaat voor de Vlamingen toch wel ongunstiger. Wie de staatssymbolen of de samenstelling van de regering in India ziet, zal zich niet gauw in een moslimland wanen; maar wie in Brussel rondloopt of onze ministers op internationale bijeenkomsten aan het woord hoort, zal wel denken dat BelgiŽ een franstalige staat is. Toen sommige moslimleiders in de jaren 1940-47 de splitsing van de subkontinent probeerden af te wenden door als "kompromis" de pariteit in parlement en regering tussen moslims (24% van de bevolking) en nietmoslims voor te stellen, maakte dit geen kans, ondermeer omdat de meest representatieve moslimleider, Mohammed Ali Djinnah, de arrogantie gewoon niet zo ver durfde drijven; daarentegen hebben de Belgische franstaligen met de grendelgrondwet van 1970 inderdaad de politieke pariteit en het effektieve vetorecht tegen elk Vlaams initiatief binnengehaald.

Demokratische legitimatie

Dat het islamitisch separatisme zich zowel in 1947 als in 1990 te buiten gegaan is aan pogroms en etnische zuiveringen ten nadele van de plaatstelijke niet-moslims, lijkt mij een bijkomend bezwaar tegen elk kompromis met hun -- zelfs indien demokratisch bevestigde -- wil tot afscheiding. In 1947 hielp de plaatselijke moslimbevolking de Pakistaanse troepen om alle niet-moslims uit te moorden of te verjagen, zodat POK vandaag volledig vrij is van ongelovigen. In 1990 hielpen moslims in de Kasjmirvallei de terroristen om hun hindoe-buren te verkrachten, te vermoorden of op zijn minst op de vlucht te jagen. Onder het motto "ťťn doden om duizend te verjagen" werden een vijftienhonderd hindoes gedood, zodat inderdaad alle ruim 200.000 hindoes de vallei verlieten. Men vraagt zich toch af of gemeenschappen die zich niet kunnen gedragen niet tijdelijk onder curatele gesteld mogen worden: gezien hun palmares aan etnische zuivering klinken politieke eisen uit de mond van Kasjmiri moslims eerder vals en misplaatst. Dat principe zou men als slag om de arm kunnen houden om een demokratische keuze pro secessie de mond te snoeren, maar in de praktijk is het niet nodig er beroep op te doen, want elke demokratische wilsuiting van de bevolking van Kasjmir is tot nu toe antiseparatistisch gebleken.

Inderdaad, in tegenstelling met wat men in het Westen veelal denkt, was de toetreding van Kasjmir tot India volkenrechtelijk volkomen gewettigd en demokratisch gelegitimeerd. Bij de dekolonizatie was de afgesproken regeling dat de 565 (meestal piepkleine) vorstendommen, tot dan vazalstaten van Brits-India, bij India danwel Pakistan zouden aansluiten louter naargelang de wens van de vorst. In het geval van Kasjmir aarzelde maharadja Hari Singh, maar toen Pakistaanse troepen zijn land binnenvielen, tekende hij de toetreding tot India; volgens de letter van de geldende afspraken betekende dat causa finita. Hiertegen brengen pleitbezorgers van het Kasjmiri separatisme in dat in twee prinselijke staten de wil van het volk de bovenhand kreeg op de wil van de vorst: in Djoenagarh en in Haiderabad wilde de moslim-vorst aansluiting bij Pakistan, maar deze werd verhinderd door de weerstand van de hindoes die er de grote meerderheid van de bevolking uitmaakten. Volgens die logika had Kasjmir met zijn moslim-meerderheid toch aan Pakistan moeten toevallen, niet? Nee, want in Kasjmir was er geen volksbeweging tegen de aansluiting bij India.

Dit had te maken met de persoonlijke invloed van de moslimleider Sjeik Abdoellah, voorzitter van de moslimpartij Nationale Konferentie, die goed bevriend was met de Indiase premier Nehroe, bekend om zijn moslimsympathieŽn, en die tevens in onmin leefde met het Pakistaanse staatshoofd Djinnah. Abdoellah's eigen loopbaan was veel beter gediend met aansluiting bij India, en hij wist zijn achterban ervan te overtuigen dat zij in India met allerlei speciale voorrechten bedacht zouden worden, wat ook geschiedde. Geen wonder dat de Kasjmiri assemblťe vervolgens heel demokratisch voor de aansluiting bij India stemde.

Het was ook omdat Nehroe zeker was van de steun van de Kajsmiri moslims dat hij bij de VN het voorstel van een plebisciet aankaartte. De door de VN opgelegde voorwaarde was dat de Pakistaanse troepen Kasjmir moesten ontruimen, terwijl India in heel Kasjmir (ook POK) slechts een politiemacht zou stationeren, genoeg om het plebisciet ordentelijk te laten verlopen. Het is niet India maar Pakistan dat dit plebisciet verhinderd heeft, namelijk door te weigeren om aan de VN-voorwaarden te voldoen.

Na een offensief van gewapend separatisme begin jaren '90 verloor deze beweging geleidelijk de steun van de plaatselijke moslimbevolking, ondermeer door al de ellende die zij veroorzaakte, niet alleen door het leger te provoceren tot konfrontaties waarbij ook burgers getroffen werden, maar ook door zelf de medemoslims te terrorizeren, bv. door "belasting" af te persen of door dochters op te eisen als verwarming voor de nacht. De centrale regering herstelde toen het demokratisch proces en organizeerde verkiezingen voor het deelstaatsparlement en voor lokale raden. Sindsdien zijn alle verkiezingen in Kasjmir overtuigend gewonnen door uniegezinde partijen, vooral door de Nationale Konferentie die in 1998 ook toetrad tot de centrale regering gedomineerd door de hindoe-nationalisten van de Indiase Volkspartij (Engelse afkorting BJP: Bh‚ratÓya Jŗnat‚ Party). Zelfs onder de Kasjmiri moslims blijkt slechts een minderheid het separatisme te steunen.

Ook in twee kleinere brandhaarden van gewapend separatisme, de noordoostelijke deelstaatjes Mizoram en Nagaland, zijn separatistische partijen slechts goed voor een kleine minderheid van de stemmen. In Pandjaab is het sikhseparatisme in 1993 roemloos ten onder gegaan nadat het eveneens alle steun bij de gewone sikhs was kwijtgeraakt. De gematigde sikh-partij Akaali Dal maakt er na verkiezingsoverwinningen de dienst uit en neemt deel aan koalities met de BJP.

Wellicht maakt het op Vlaamse separatisten weinig indruk dat er uit de stembus telkens weer een unie-gezinde meerderheid tevoorschijn komt. Tenslotte levert de demokratie bij ons ook nooit een secessie-gezinde meerderheid op. In marxistische termen zou men kunnen zeggen dat de Vlaamse bevolking met een "vals bewustzijn" zit, dat er meer polarizatie nodig is om haar haar "echte" belangen te doen inzien. Nu, de bevolking van Kasjmir heeft op gebied van polarizatie al heel wat meer meegemaakt, en bovendien heeft ze het alternatief naast de deur. In POK is er geen bestuur van ongelovigen (Nizaam-i-Koefr), en toch genieten de moslims er geen vrede en nog veel minder welvaart. Pakistan zelf is een mislukte staat, jachtterrein van militaire coupplegers, drugbaronnen, wapensmokkelaars, middeleeuwse schriftgeleerden en allerlei etnische en sektaire milities. Is Kasjmir voor India een parel aan de kroon die extra verwend wordt, voor Pakistan is POK slechts een militaire observatiepost waar het verder geen roepie aan vuil maakt. De Kasjmiri die voor India stemt is dus iemand die voor zijn weloverwogen eigenbelang kiest, helemaal niet te vergelijken met de mentaal luie Vlaming die zijn ogen liever sluit voor allerlei Belgisch institutioneel onrecht.

Het historische argument

Waar over soevereiniteit en grenzen getwist wordt, zijn historische argumenten meestal niet veraf. Deze hebben een slechte naam, want meestal gaan de adepten van historische aanspraken heel selektief om met de historische atlas. Zij onthouden namelijk alleen die landkaart waarop hun eigen land zijn grootste oppervlakte bereikt had: Duitsland van Maas tot Memel, Vlaanderen tot aan de Marne, enz. Inderdaad, met name Vlaanderen zou heel wat te winnen hebben bij het historisch argument, ondermeer Kales, Duinkerke en het hele lint van ca. 20 km. bezuiden de taalgrens: Wezet, Borgworm, Geldenaken, Heilissem, Bevekom, Terhulpen, Waver, Waterloo, Eigenbrakel, Edingen en al die andere gemeenten waarvan alleen de naam nog aan hun Vlaamse geschiedenis herinnert. De Vlaamse Beweging schijnt er echter in te berusten dat het terugwinnen van dit gebied te hoog gemikt is, dat redelijkheid geboden is, en dat het historisch argument in het algemeen niet mag primeren op de vandaag vastgestelde demokratische volkswil. Echter, marginaal heeft ook het historisch argument toch zijn belang.

In het geval van Kasjmir is het vonnis van de geschiedenis eenvoudig: daar waar TsjetsjeniŽ amper anderhalve eeuw bij Rusland behoord heeft, en dan nog alleen als woelige grensprovincie, maakt Kasjmir al duizenden jaren deel uit van India, en wel als toonaangevend centrum van hindoe-kultuur, ondermeer als hartland van de Sjivakultus. In weerwil van Winston Churchill's bewering dat India "louter een aardrijkskundige term is, niet meer een eenheid dan de evenaar", vormt India al meer dan tweeduizend jaar een zelfbewuste kulturele eenheid, belichaamd in ondermeer de bedevaarttrajekten. Er heeft altijd ook een ideaal van politieke eenmaking bestaan, dat (telkens met inbegrip van Kasjmir) bijna verwezenlijkt werd onder de Maurja's, 3de v.K.; de Goepta's, 5de n.K.; de Mogols, 17de; en de Britten. Ook toen de horizon van de hindoe-beschaving zich nog tot noordwestelijk India beperkte, speelde Kasjmir daarin al een rol, ondermeer als thuisland van de Aanava's, ťťn van de "vijf volkeren" van de Rg-Veda. In Djammoe, de zomerhoofdstad van de deelstaat, zijn resten gevonden van de stedelijke Harappabeschaving, 3de millennium v.K. Historisch behoort Kasjmir al vijfduizend jaar tot India, punt. In de mate waarin historische gegevens in de overweging betrokken moeten worden, pleiten zij ondubbelzinnig voor het behoud van Kasjmir bij India.

Laten we daarom als vergelijkingspunt iets stekeligers kiezen. Neem nu de kwestie Kosovo. Het lijkt de evidentie zelve dat de enige duurzame oplossing in een splitsing van deze Servische provincie ligt, desnoods met heel kronkelige grenzen, zodanig dat de belangrijkste Servische "heilige plaatsen" en bevolkingscentra bij ServiŽ blijven, en de rest, wellicht 60% van de oppervlakte, zich als onafhankelijk Albanees gebied uit ServiŽ (eigenlijk rest-JoegoslaviŽ) losmaakt. Dan zouden beide partijen het gevoel kunnen krijgen dat ze tenminste het essentiŽle veilig gesteld hebben. Maar vele Vlamingen, van Willy Kuipers tot 't Pallieterke, hebben zich zonder omzien voor het "Kosovaarse onafhankelijkheidsstreven" geŽngageerd,

d.w.z. voor de Albanees-Kosovaarse aanspraken op Kosovo tout court. Waarbij ze de pesterijen die de Serven er al decennia lang vanwege de Albanese meerderheid hebben moeten ondergaan, straal negeren. Ze verkiezen zelfs de Albanese verhaspeling Kosova boven het Slavisch origineel Kosovo. Nu goed, zij hebben in zekere zin het demokratisch gelijk aan hun kant: als de meerderheid in Kosovo kiest voor afscheiding uit ServiŽ, dan moet dat demokratisch gezien ook maar gebeuren. Ze hebben er echter niet aan gedacht dat de legitimatie van het Kosovo-Albanees secessiestreven evengoed kan dienen om Brussel en de Rand uit Vlaanderen los te maken.

Net als in Brussel en de Rand was in Kosovo de minderheid van vandaag honderd jaar geleden de meerderheid. Het is niet alleen het verschil in geboortencijfer dat de sekularizerende Serven de das heeft omgedaan ten voordele van de islamitische Albanezen, daartoe was ook diskriminatie nodig van en gespierder soort dan wat men in BelgiŽ gewend is. Onder Mussolini hadden de Kosovaarse Albanezen hun groot-AlbaniŽ, wat hun de gelegenheid gaf om vele Serven te verdrijven, wier plaats ingenomen werd door inwijkelingen uit AlbaniŽ. Tito liet de Servische verdrevenen niet toe om terug naar hun haardsteden te trekken, terwijl onder zijn bewind de inwijking van Albanezen verder ging. En zo verloren de Serven hun Kosovo, terwijl de Vlamingen hun Brussel en vervolgens hun faciliteitengemeenten kwijtraakten. Puur volgens de demokratische beginselen kunnen de Vlamingen er geen bezwaar tegen hebben als Brussel of Linkebeek zich volledig van Vlaanderen losmaken, net zomin als de Serven de afscheiding van Kosovo kunnen tegenhouden. Het is louter op historische gronden dat Vlaanderen op zijn verfranste gebieden aanspraak kan maken; als in de Burkeaanse opvatting van demokratie, waarin namelijk de vorige generaties ook een soort stemrecht hebben, zodat zij vanuit het graf voor hun vertrouwd "Vlaams Brussel" blijven kiezen.

Het bestaansrecht van grote landen

Sommige voorstanders van Vlaamse secessie hebben betoogd dat kleine landen een goede zaak zijn voor de wereldvrede. Hun ambities en hun militaire budgetten zijn dienovereenkomstig klein, dus ze kunnen niet veel kwaad. U weet wel: als Hitler alleen in Vrijstaat Beieren diktator geworden was, zonder zeggenschap over onafhankelijke buurstaten als Saksen of Tirol, dan had hij geen wereldoorlog kunnen ontketenen. Nee, natuurlijk niet, maar dan hadden kommunistische agitatoren in delen van Duitsland wel de macht kunnen grijpen, en had de Sovjet-Unie zich in pakweg 1925 tot in West-Europa kunnen uitstrekken. Oplossing van de secessionisten: maar ook het prille Sovjet-rijk had door secessie in zijn etnische componenten moeten opgesplitst worden (het was trouwens met die belofte van "zelfbeschikkingsrecht der volkeren" dat Lenin allerlei etnische groepen aan zijn kant kon krijgen tegen de met het tsaristisch unitarisme vereenzelvigde Witte legers), dan had er gewoon geen Sovjet-dreiging bestaan.

"Als", "had moeten",... Maar dat is natuurlijk het probleem: je hebt geen zeggenschap over wat er buiten je landsgrenzen bekokstoofd wordt. De wereld is nog altijd vol wolven, en het is best om sterk te zijn. In de nood zijn kleine landjes nogal eens hulpeloos. Zonder twijfel zou Kasjmir, als het in 1947 onafhankelijk geworden was, inmiddels door Pakistan opgeslokt zijn, en de niet-moslims zouden er al lang geŽlimineerd zijn. Door zijn eenheid kan India zijn zwakkere deelgebieden tegen buitenlandse dreiging beschermen. Zo ageerden de kommunisten er rond 1950 voor de opsplitsing van India in onafhankelijke taalgebieden, dus met de taal als kriterium voor wat een "volk" is. In zulk scenario zouden de deelstaten Kerala, West Bengalen en Tripoera, waar de kommunisten lange periodes aan de macht geweest zijn of nu nog zijn, in het Sovjet- of Chinese blok terechtgekomen zijn. Gebieden met een sterke kommunistische guerrilla (tot vandaag!) als Andhra en Bihaar zouden gevolgd zijn. En dat zou de Chinezen ertoe gebracht hebben om hun suksesvolle maar snel opgegeven invasie in India (1962) door te zetten, wellicht gevolgd door een langdurige strijd tegen inheemse verzetsbewegingen.

Fragmentatie van staten kan dus juist tot meer in plaats van tot minder oorlog leiden. Even fantaseren: als de Nederlanden in 1830 ťťn middelgroot en weerbaar land waren gebleven, zou Duitsland zijn invasie in 1914 wellicht tot Frankrijk beperkt hebben, zoals in 1870, en dan had Engeland BelgiŽ niet moeten ter hulp snellen, dan was het konflikt veel beperkter en korter geweest, dus geen Oktoberrevolutie, geen wraakroepende "Vrede" van Versailles, dus geen opkomst van het nazisme, enzovoort. In Zuid-AziŽ lijdt het geen twijfel dat het bestaan van een groot en sterk India in de laatste vijftig jaar een faktor van konfliktvermijding en konfliktbeheersing geweest is, die wolven als Pakistan en China redelijk goed in bedwang gehouden heeft. Daarbij moet vermeld dat het, anders dan andere staten van dat formaat, zelf nooit aanvalsoorlogen gevoerd heeft (of het zou de bevrijding van de Portugese kolonie Goa in 1961 moeten zijn). Mits de juiste kulturele konditionering hoeft een machtige staat geen schurkenstaat te worden.

Federalisme

India komt vrij goed tegemoet aan de verzuchtingen van zijn diverse bevolkingsgroepen, namelijk door een doorgedreven federalisme. Daarbij ligt de soevereiniteit uitdrukkelijk bij de unie (niet zoals in de VS bij de "staten"), die machten delegeert naar de deelstaten. Deze hebben zeer ruime bevoegdheden, veel meer dan Vlaanderen binnen BelgiŽ, ondermeer voor onderwijs en kultuur, maar ook bv. voor ordehandhaving en allerlei sociale wetgeving. In de jaren '50 is, tegen aanvankelijk verzet van premier Nehroe in, het beginsel van taalgrenzen als deelstaatgrenzen aanvaard, namelijk onder druk van de vasten totterdood van Potti Ramoeloe in 1952. Deze wou de gebieden waar Teloegoe (heden zo'n 80 miljoen sprekers) de moedertaal is, losmaken uit de toenmalige provincie Madras. Nehroe gaf niet toe, maar Ramoeloe evenmin; onmiddellijk na zijn dood werd zijn eis dan toch ingewilligd. Stap voor stap werd dit beginsel veralgemeend, behalve dan voor het Hindi, dat met inmiddels 400 miljoen sprekers een nogal onhandelbare deelstaat zou opgeleverd hebben. Drie Hindi-talige deelstaten zijn zopas opnieuw gesplitst om beter aan de eigen noden van sommige deelgebieden tegemoet te komen; zo is het tribale gebied Djhaarkhand (redelijk bekend in Vlaanderen als het werkterrein van de Lievensmissie) uit de deelstaat Bihaar losgemaakt om zelf een deelstaat te vormen. Verder zijn er binnen sommige deelstaten nog heel eigensoortige vormen van subsidiariteit, met bv. aparte besturen voor tribale distrikten.

Het federalisme naar Indiaas model is in BelgiŽ echter onhaalbaar, want voor de franstaligen is de overdracht van een aantal bevoegdheden naar de deelstaten gewoon onbespreekbaar. Het is dan ook begrijpelijk dat vele Vlamingen de Belgische "federatie" gewoon willen opblazen. Toch zou een welbegrepen federalisme (bondsstaat) of konfederalisme (statenbond, te verkiezen als de unie opgebouwd wordt door vooraf bestaande soevereine staten, zoals in Europa het geval is) de voordelen van kleinschaligheid met die van grootschaligheid moeten kombineren: het grote niveau voor buitenlandse zaken en landsverdediging, lagere niveaus voor de meeste andere bevoegdheden. Dat grote niveau kan echter nooit BelgiŽ zijn, maar het zou wel Europa kunnen zijn.

Weinigen die Vlaanderen onafhankelijk willen, zien dit buiten het raamwerk van een Europese Unie en een Westers militair bondgenootschap, wat meteen de bezwaren tegen de beweerde kleinheid van de nieuwe staat (niet veel kleiner dan BelgiŽ, trouwens) wegneemt. Het grote verschil tussen de Indiase federatie en de Europese en Atlantische statenbonden waartoe ons land behoort, is dat de bevolking in het Derde-Wereldland rechtstreekse demokratische zeggenschap heeft over het overkoepelenede (federale) niveau, terwijl de burgers van de Bakermat der Demokratie machteloos moeten toezien hoe steeds meer beslissingen genomen worden in ministerkomitees die niet aan enige demokratische kontrole onderworpen zijn. We hebben het meegemaakt dat de NAVO-lidstaten in ex-JoegoslaviŽ een oorlog begonnen zonder dat de nationale parlementen hiertoe hun toestemming gegeven hadden, wat in een aantal landen in strijd was met de grondwet. We hebben het zelfs mogen beleven dat een Belgische regering eigenmachtig een EUverdrag ondertekende dat in strijd was met een Belgisch grondwetsartikel, om vervolgens aan het parlement te zeggen dat dit artikel nu "moest" gewijzigd worden "gezien de Europese verplichtingen".

Dus moet de EU drastisch gedemokratizeerd worden. Mede door het lidmaatschap van enkele naties met sterke demokratische tradities behoort dit wel degelijk tot de mogelijkheden. In BelgiŽ is de demokratie om strukturele redenen noodwendig beperkt, en de Belgische ministers staan bij elk debat over EU-beleid en EU-strukturen pal in het kamp van de ondoorzichtige besluitvorming en van de bevoogding door ondemokratische cenakels, kortom van de uitvergroting van Belgische toestanden naar het Europese niveau. Een onafhankelijk Vlaanderen zou beter geplaatst zijn om tot de demokratizering van een konfederale EU te kunnen bijdragen, zodat de Europese burger naar Indiaas model in een demokratische unie met "eenheid in verscheidenheid" kan leven.

 

 

horizontal rule

Home

Articles

Books

Book Reviews

Interviews

Dutch Articles

About

Download

Print

 

 

 

 

VOD Authors

VOD Home