Dialoog tussen Kruis en Wassende Maan

 

Door Dr. Koenraad Elst

"Lam jalid wa lam joelad", "Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt", aldus de Koraan (112:3). De ongeschapen Schepper heeft geen Zoon verwekt, en is ook niet als verwekte Zoon geÔnkarneerd. Het kristendom is dus een valse religie. Een mening als een andere? In theorie wel, maar tijdens de verovering van het Oost-Romeinse Midden-Oosten door kalief Omar (634-644), en later tijdens de Kruistochten, werd dit vers de anti-kristelijke strijdkreet bij uitstek. Wat wij daar mee te maken hebben? Toen het lijk van Loubna BenaÔssa werd weggedragen naar het vliegtuig dat haar naar haar laatste rustplaats in Marokko zou brengen, skandeerden lange rijen Marokkaanse jongeren langs de straat: "Lam jalid wa lam joelad". Let wel, dit was op een ogenblik dat de Belgische TV-zenders de plechtigheid rechtstreeks uitzonden, dat de politici en de bevolking uiting gaven aan hun medeleven, dat heel BelgiŽ zijn twijfels over de islam opzij zette om met de familie BenaÔssa mee te rouwen. De dank van de Marokkaanse jongeren was een strijdkreet, die effektief betekent: "Weg met de valse religie, ruim baan voor de islam."

U hebt dit waarschijnlijk zelf op uw TV gezien, maar toch zal u het niet opgemerkt hebben, want wie kent nu paraat een Arabisch Koraanvers? Daarvoor hebben we dus professor Urbain Vermeulen, de mediagenieke islamoloog werkzaam aan de KUL en de UG. Op de persvoorstelling van zijn jongste essay, "Islam en christendom, het onmogelijke gesprek?" (Davidsfonds, 86 pp.), maakte genoemde anekdote al lang geen reaktie meer los, want de prof had zelfs de rekalcitrante perslui doen stilvallen met een hele reeks feiten over de onwaarschijnlijkheid van echte moslim-kristelijke toenadering.

Het water is veel te diep om meerdere redenen. Eťn daarvan is dat de islam historisch nooit een situatie van gelijkheid tussen de islam en andere religies gekend of voorzien heeft. De islam aan de macht en de andere religies ofwel niet tolereren (bv. het boeddhisme in Centraal-AziŽ), ofwel een klein beetje (zoroastriŽrs in Iran, jezidi's in Koerdistan), ofwel voluit (druzen, joden, kristenen in het Midden-Oosten buiten het Arabisch schiereiland), maar ook dan slechts in een rechteloze positie: dat is de politieke traditie van de islam. Het gaat daarbij niet om een verdrag dat voor de minderheden rechten schept, maar uitsluitend om een gunst van de sultan, die hij op elk ogenblik kan herroepen, zoals ook de Profeet zijn toestemming aan de joden om in de oase Chaibar te verblijven mits betaling van 50% gedoogbelasting, uiteindelijk herroepen heeft. Het Ottomaanse rijk was dan ook maar een multikulturele samenleving, zoals bv. Balkan-kenner prof. Mon Detrez het voorstelt ("het Ottomaanse rijk is het beste dat de Balkan ooit is overkomen"), in deze zin dat het een hiŽrarchische struktuur was waarin de nietmoslims aan de moslims en aan de islamitische staat onderworpen waren, en in principe slechts ten voorlopigen titel getolereerd werden.

De enige geslaagde multikulturele samenleving was volgens prof. Vermeulen het late Romeinse rijk, en daar werd van elke kandidaat voor het staatsburgerschap geŽist dat hij Latijn kende, trouw zwoer aan het rijk en zijn eigen wetstraditie opgaf voor de Lex Romana. Dat was dus een politiek van assimilatie, met alleen binnenshuis een mogelijk behoud van eigen identiteit. Nu moslims steeds meer de erkenning van hun eigen recht eisen (en ondermeer in Frankrijk reeds de feitelijke erkenning van de polygamie aan het doordrukken zijn), en nu recent onderzoek aangetoond heeft dat een groot percentage van de moslims in Brussel geen van onze landstalen kent (tot verontrusting van Yves Desmet in De Morgen 28-1-1999), is een goed begrip van wat hier op het spel staat kostbaar.

De islam leeft sterk binnen het islamitisch kader zonder veel begrip van andere wereldbeelden, ondermeer van moderne sekuliere rechtsopvattingen. In islamitische teksten over de Mensenrechten vertaalt men "wet" met "sjaria", wat de hele zaak op haar kop kan zetten: "man en vrouw zijn gelijk binnen de perken van de sjaria" betekent dus dat ze niet gelijk zijn, "we wensen de afschaffing van de doodstraf overeenkomstig de sjaria" betekent dus het behoud van de doodstraf. Het is merkwaardig en lichtelijk meelijwekkend om te zien hoe islamgeleerden er niet in slagen om hun eigen standpuntelijkheid te beseffen en zich af en toe eens voor te stellen dat er andere standpunten bestaan. Dit heeft behalve met konditionering ook te maken met pure onwetendheid over de niet-islamitische wereld. Spijts de lange blootstelling aan de Westerse beschaving tijdens de koloniale periode weet de modale Marokkaan of Egyptenaar over de Europese verworvenheden niets, "drie keer niets" volgens Vermeulen. Even nuanceren: in de laat-koloniale periode, de eerste helft van deze eeuw, was het klimaat veel beter, was er gretige belangstelling voor de Westerse moderniteit, overigens samen met een heroprakelen van het voor-islamitische nationale verleden (farao's, Babylon, Achaemeniden). Toen ook konden de kristenen in de Arabische landen vrij goed aan hun trekken komen, ondermeer met een opvallende aanwezigheid in de politieke partijen die toen ontstonden. Maar vandaag een kristen in de leiding van de Egyptische Wafd-partij, dat is volgens Vermeulen niet langer mogelijk. Over het Westen bestaat hoofdzakelijk een vijandbeeld, plus het vermoeden dat alle Westerse vrouwen lichtekooien zijn.

In dit klimaat moet men zich vooral niet te veel begoochelingen maken over een sekuliere intelligentsia in de islamwereld. In de twee derden van ArmeniŽ die nu in Turkije liggen laat de zogenaamd laÔcistische Turkse regering alle Armeense kerken verkrotten, als stallen gebruiken of als oefenschietschijf voor het leger. Zoals prof. Vermeulen opmerkte, is het de ongesluierde, Westers opgeleide premier Tansu Ciller die dit rechtvaardigde met de stelling dat er geen plaats is voor kerken in een islamitisch land.

Bepaalde problemen voor de dialoog stellen zich specifiek wanneer de gesprekspartners kristenen zijn, uiteraard het meest voorkomende geval (niet dat veel joden of boeddhisten zich op de dialoog met de islam toeleggen). In zijn boek schetst prof. Vermeulen de historiek van de "dialoog", beginnend met figuren als Raymundus Lullus van Majorca die in Tunis met islamgeleerden ging debatteren en in 1316 aan zijn verwondingen overleed. Islamstudie betekende tot in de 18de eeuw uitsluitend polemiek tegen de islam. Maar er is meer dan alleen maar het gewicht van de geschiedenis. De kristelijke leer botst intrinsiek met de islamitische, vooral dan in de opvattingen over de figuur van Jezus. Nu hebben verschillende religies per definitie tegengestelde opvattingen over althans sommige zaken, maar hier doet zich bovendien het merkwaardige feit voor dat de moslims aan kristenen niet eens het recht verlenen om binnen die dialoog zelf hun eigen theologie te formuleren. Immers, de Koraan, zogezegd Gods eigen woord, doet zelf allerlei uitspraken over God, Jezus en het statuut van het Evangelie, en een moslims mag deze niet terwille van de dialoog eventjes tussen haakjes plaatsen. Terwijl sommige kristelijke theologen zo ver willen gaan de Koraan ook een zekere erkenning als openbaring te verlenen, en Roomse priesters

(i.t.m. Oosters-kristelijke) in Arabische landen al eens Koraanteksten in hun misviering gebruiken, zijn moslims zelfs niet luisterbereid tegenover de kristelijke visie op de fundamenten zelf van het kristendom. In de Koraan wordt de hele doktrine over Jezus' goddelijke afkomst, zijn kruisdood, zijn statuut als enig Verlosser van de mensheid uit de erfzonde en zijn plaats in de Drievuldigheid expliciet ontkend. Zelfs maar uit beleefdheid zich even in de kristelijke zienswijze verplaatsen komt voor moslim-dialoogvoerders erop neer dat men hen tot kristen wil maken. Terwijl kristenen de Koraan vanzelfsprekend als basis van de islam aanvaarden, weigeren moslims over het kristendom te spreken op basis van het Nieuwe Testament.

Een aanverwant probleem is dat de basisteksten van jodendom en kristendom volgens de moslims korrupt zijn, gewijzigd en gemanipuleerd. Volgens de Koraan is het Indjiel, het Evangelie, ťťn tekst die door God aan Jezus geopenbaard is, precies zoals de Koraan aan Mohammed. Dat er nu vier EvangeliŽn zijn bewijst dus dat er met de tekst geknoeid is, en dat de Kerk zelfs niet in staat geweest is om de vervalsingen te weren en de oorspronkelijk geopenbaarde tekst te bewaren en zijn juiste plaats te geven. Het Evangelie zegt niets over de Koraan (hoewel het "echte" Evangelie wel een voorspelling over Mohammed zou bevat hebben), maar de Koraan spreekt wel een oordeel uit over het Evangelie, en dit leidt tot een nog steeds strikt gehandhaafde principiŽle ongelijkheid tussen de moslims en de kristenen die met mekaar een dialoog opzetten. Overigens is de zekerheid van de moslims dat hun Koraan onbetwijfelbaar de oorspronkelijke tekst van (of beter, geopenbaard via) Mohammed is, recent ondermijnd door de ontdekking in Jemen van een Koraanmanuskript uit de beginjaren van de islam; ondanks veel obstruktie en geheimdoenerij is die tekst inmiddels op mikrofilm gezet en voor enkele Westerse geleerden toegankelijk, dus we zullen er nog van horen.

In zijn boek overloopt Vermeulen ook het verloop van de verhouding tussen Mohammed en de kristenen (van hoop dat ze hem zouden erkennen tot teleurstelling, vijandschap en verbanning), en hij haalt enige Koraanverzen aan die duidelijk maken waarom moslims kristenen onmogelijk als gelijken kunnen zien. Zelfs een mild gestemde moslim die de Koraan ernstig neemt, ziet in kristenen mensen die kort voor de eindmeet zonder goede reden de wedstrijd opgeven en daardoor alle kansen op lauweren dwaasweg vergooien. Immers, zij breken met het heidendom door de lijn van de Bijbelse profeten te aanvaarden, ze doen beter dan de joden door ook de "profeet" Jezus te erkennen (zij het met een ernstige vertekening van diens statuut), maar de ultieme openbaring via Mohammed verwerpen ze. Kunnen de kristenen in dit ondermaanse meer tolerantie verwachten dan de afgodendienaars, die van Mohammed en zijn onmiddellijke opvolgers meteen tussen de bekering en de dood moesten kiezen, dan zullen zij in het hiernamaals toch evengoed de eeuwige verdoemenis binnentreden. Deze perceptie blijft de moslimhouding tegenover kristenen bepalen, zowel in het beleid als in de dialoog. Zo blijft een bekering van een kristen tot de islam uitermate welkom, terwijl een bekering in omgekeerde richting met de dood bestraft wordt.

Het is niet verwonderlijk dat de reŽel bestaande moslim-kristelijke dialoog hoofdzakelijk ťťnrichtingsverkeer is, maar wel veelzeggend dat er naast het Vatikaan een reusachtige moskee oprijst, terwijl men in Saoedi-ArabiŽ (dat in zijn geheel tot moskee uitgeroepen is) geen enkel teken van een andere religie mag dragen, zelfs binnenshuis geen niet-islamitische eredienst mag opdragen, en als ongelovige geen onroerend goed mag bezitten of zich er permanent vestigen. De islamwereld geneert zich niet voor die ongelijke behandeling, en het is alleen in Westerse milieus dat er al eens een moslim-intellektueel zich geroepen voelt om de PR van de islam te verzorgen door in te gaan op kristelijke aanzoeken voor een dialoog.

Eťn van de pioniers van de dialoog, onze landgenoot pater Charles Deckers, is in Algerije door de GIA vermoord, samen met nog een dozijn katholieke geestelijken. Zoals inmiddels bekend werd deze moord van een rechtvaardiging voorzien door de UCL-islamoloog en bekeerling Yahya Michot in zijn pseudoniem boekje Le Statut des Moines door "Nasreddine Lebatelier" (de voornaam verwijst naar een Uilenspiegel-figuur uit Turkestaanse verhalen, Nasreddin Hodja of Effendi, dit natuurlijk als toespeling op het ondeugende van zijn boek), zogezegd uitgegeven in Beiroet 1997. Overigens is Michot, onmiskenbaar een toffe gast, inmiddels aan de UCL opgestapt om onderdak te zoeken in een islamitisch instituut in Oxford. Zijn boek is een vertaling van en kommentaar op een fatwa van de beroemde rechtsgeleerde Ibn Taimijja, die in de nadagen van de Kruisvaarten zijn mening gaf over de beperkingen waaraan een monnik zich moet houden. Volgens Ibn Taimijja behoort het tot de islamitische tolerantie om monniken binnen hun kloostermuren gerust te laten met hun devoties; proberen ze echter in de samenleving op te treden en moslims te beÔnvloeden, dan is de strengste straf gewettigd. Elke zweem van missionaire aktiviteiten van de paters in Algerije kon dus hun dood betekenen. En "missionaire aktiviteiten" mogen ruim opgevat worden: noemt de pauselijke brief Redemptoris Missio (1990) de "dialoog" niet als een missiestrategie? Nasreddine Lebatelier schreef nu wel niet expliciet dat die paters het verdiend hadden, zo dwaas is zelfs een akademikus niet, maar dat de islam zelf een rechtvaardiging voor de moord verschafte, dat bleek uit zijn studie toch wel ondubbelzinnig.

De vraag is nu: welke reaktie hebben pater Deckers' medestanders gehad na de moord op de man die meer dan wie ook de wil tot dialoog belichaamde? Mijn indruk was: geen enkele, zij hebben zichzelf ervan overtuigd dat dit weer het werk was van fanatici die niet de "echte" islam vertegenwoordigen, en zijn tot de orde van de dag overgegaan. Ook prof. Vermeulen kon zich desgevraagd niet herinneren dat de Belgische en Franse klubjes voor dialoog hieromtrent tot een bezinning of koerswijziging gekomen waren. Nu, misschien zijn wij slecht ingelicht, en het zou nuttig zijn als de dialoogvoerders eens een verslag van de substantiŽle verworvenheden van de dialoog publiceerden.

Vanuit moslimstandpunt is het hoe dan ook eigenaardig dat niet-moslims zich met de islam willen bezighouden zonder moslim te worden. In islamitische landen en milieus stelt prof. Vermeulen zich altijd voor als "historikus" (wat niet onjuist is), want "islamoloog" wekt daar bijzonder veel argwaan. Als een niet-moslim de islam bestudeert, moťt dat immers zijn, of om zich spoedig te bekeren, of om de islam beter te kunnen bestrijden. In het geval van priesters, professionele predikanten van een rivalizerende religie, kan het al niet anders dan het tweede zijn, en ook een hoogleraar van een katholieke universiteit zal moeilijk een andere verklaring kunnen geven. Met dit feitenrijke en in bedaarde taal gestelde boek steekt hij behoorlijk ver zijn nek uit, vooral tegenover de weldenkenden die het openbaar discours in eigen land bepalen, en die met name aandringen op de "integratie" van de islam. Omdat het in het Nederlands is, zal het wel niet zoveel weerklank krijgen in de Arabische middens waar hij beroepshalve nog mee moet omgaan.

Er zal een verregaande laÔcizering van de samenleving of althans van het intellektuele klimaat in de moslimwereld nodig zijn om een echte dialoog mogelijk te maken. In de islamwereld is dit veel moeilijker dan in de kristelijke wereld, omdat de islam, als ik een geladen woord mag gebruiken, veel "totalitairder" is dan het kristendom. Het kristendom is begonnen als een minderheidsreligie die zich moest handhaven in het doorgaans tolerante maar weinig begripvolle Romeinse rijk. Kristenen hebben dus van in het begin moeten leven met wetten en strukturen die niet op hun godsdienst gebaseerd waren. Dit heeft eeuwen geduurd en heeft het kristendom getekend: zelfs toen het staatsgodsdienst werd, bleef er een duidelijk onderscheid tussen regnum en sacerdotium, tussen keizer en paus. Ook de autonomie van de rede, van filosofie en wetenschap, werd uiteindelijk aanvaard: het werk van Ibn Rosjd/AverroŽs over Aristoteles heeft in Europa een veel grotere impakt gehad dan in de islamwereld. In het kristendom heeft de godsdienst dus altijd, zelfs in de "donkere" middeleeuwen, meer ruimte gelaten voor andere dimensies dan de islam deed of doet.

Een heel konkrete aktuele vorm van dialoog met de islam betreft de officiŽle moslimvertegenwoordiging die de Belgische regering zopas heeft laten verkiezen. Nou ja, "verkiezen". Spijts de hoera-bulletins in de bevriende pers kon de regering slechts een minderheid van de moslims naar de stembus krijgen, en spijts de tevredenheid bij sommige kommentatoren over deze "oefening in demokratie die in de moslimwereld een voorbeeldfunktie zal krijgen", toonde Vlaanderens meest gezaghebbende islamoloog zich eerder skeptisch over deze verkiezingen. Omdat men geen heibel wil, maar ook en vooral omdat men aan de niet-moslim-bevolking een vriendelijk gezicht van de islam wil tonen, heeft men de fichenbak van de staatsveiligheid erbij gehaald om reeds verkozen afgevaardigden uit het uitvoerend orgaan te weren wegens hun "fundamentalisme". Heel demokratisch is dat niet. Laat de kiezers zelf maar bepalen wie zij als officiŽle vertegenwoordiger naar Brussel sturen, en laat ons maar eerlijk zien welke mensen en welk ideeŽngoed de voorkeur van de moslims in BelgiŽ genieten.

Wij kunnen prof. Vermeulens besluit bijtreden: "Aan de echte dialoog moet nog hard gewerkt worden en het zal lang duren voor een mentaliteitswijziging, in de eerste plaats bij de moslims, een einde zal stellen aan de hypokrisie die er nu heerst. Hopelijk leidt het gesprek tot meer begrip." Dit betekent ondermeer dat het gesprek wel moet voortgezet worden, ook al is er weinig hoop op resultaten. Je weet maar nooit of er soms niet een plantje langdurig in de onzichtbare ondergrond aan het groeien is dat straks plots kan doorbreken naar lucht en licht. Het is goed dat de begoochelingen omtrent de dialoog bij naam genoemd worden, maar daaruit volgt dus niet dat een dialoog op realistische basis geen zin zou hebben.

 

 

horizontal rule

Home

Articles

Books

Book Reviews

Interviews

Dutch Articles

About

Download

Print

 

 

 

 

VOD Authors

VOD Home