Wat is racisme?

 

(Nucleus, juni 1999)

 

In het kader van de allen-tegen-één campagne voorafgaand aan de jongste verkiezingen, publiceerde het weekblad Humo een lijstje met ideeën gespuid door VB-mandatarissen. Deze citaten en programmapunten herinnerden me er weer eens aan waarom ik nooit bij het VB gegaan ben. De doodstraf, voorrang voor het „eigen volk eerst" beginsel op de mensenrechten, de avondklok voor jongeren, geen stemrecht voor wie door de staat onderhouden wordt: dat kan mijn partij niet zijn. En ik voeg eraan toe: voorstellen voor een apart moslim-schoolnet of de eis dat de overheid de (inmiddels alweer verdwenen) Vlaamse Moslimpartij zou verbieden, daar kan ik niet achter staan.  Dat is ergens wel jammer, want een partij die zodanig vervolgd en met doorzichtig-oneerlijke middelen bestreden wordt, een partij waarvan het lidmaatschap moed vergt, daarmee moet elke non-conformist zich wel een beetje verwant voelen.

In ieder geval verklaart dat underdog-statuut voor een deel wel het succes van het VB bij jongeren (samen met het feit dat sommige scholen een oerwoud zijn waar alle etnische conflicten die in de volwassen persberichtgeving weggegomd worden, zich dagelijks doen voelen). Volgens prof. Mark Swyngedouw, de onpartijdige VRT-politoloog die mij ooit als spreker in een KUB-lezingenreeks wraakte wegens politiek incorrect, zijn er bij de jongste verkiezingen veel hooggeschoolden naar het VB overgestapt. Dat wijst erop dat rechts meer intellectuele uitdieping en vervolgens invloed gaat krijgen, ten nadele van de huidige hegemonie van links. Het zou zelfs kunnen dat rechts zich vandaag bevindt waar links stond in ca. 1960: halfweg tussen het ostracisme (McCarthy) en de grote doorbraak (mei '68). Al zal het dan wel een veel solieder muur van haat moeten doorbreken. De tenoren van mei '68 liepen, vers van de barricaden, gewoon bij de establishment-instellingen langs om er een droom van een job te krijgen (bv. Paul Goossens bij de toen nog 'rechtse' De Standaard). Zo gemakkelijk zullen zij het de rechtsen niet maken.

 

 

Het VB en de democratie

 

In de Humo-lijst valt toch één merkwaardig punt ten goede op: hij bevat geen enkele VB-uitspraak waarin de democratie afgewezen wordt. Blijkbaar hebben ze zoiets ondanks hard zoeken niet kunnen vinden. In februari jl. was er in De Standaard een polemiek over het VB als 'ondemocratische' partij. Hans Witte, de VB-watcher van de KUL, had maar één citaat kunnen vinden waarin een tweederangs VB-functionaris zich laatdunkend over de democratie uitliet, en dat dateerde uit 1982. Over volle zestien jaar had hij er geen enkel gevonden, wat voor een ondemocratische partij toch wel vreemd mag heten. Bovendien was die functionaris al vijftien jaar geleden uit de partij gestapt. En tenslotte: het 'citaat' was een beetje verkeerd geciteerd, want de man had alleen de bekende boutade van nazi-bestrijder Churchill hernomen, nl. dat de democratie het minst slechte systeem is dat we hebben. Zelfs een uiterst gemotiveerd deskundige kan dus welgeteld nul bewijzen van een antidemocratische gezindheid vinden bij het VB.

Dit moet allerminst verwonderen. Ideologieën groeien niet in een vacuüm. De verwerping van de democratie in het interbellum was gebaseerd op een reële crisis van het parlementair systeem, dat noch WO 1 noch de economische crisis had kunnen voorkomen. Daartegenover leken fascistisch Italië, nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie (zoals door de propaganda voorgesteld) toonbeelden van stabiliteit en economische vooruitgang. In die context is het begrijpelijk dat een Joris van Severen de democratie verwierp: autoritaire staten waren winners. Nu zijn de rollen omgekeerd. De Asmogendheden zijn verslagen, de Sovjet-Unie ineengestort. Zelfs de Oost-Aziatische economische crisis van de laatste jaren toont de superioriteit van een democratisch systeem met een vrije pers aan: allerlei economisch nefaste vormen van corruptie bleven verborgen en onbestraft, banken schreven onverantwoorde leningen uit aan mensen die geen ander krediet hadden behalve hun banden met het regime, e.d. De democratie heeft haar superioriteit bewezen. Door hun jongere leeftijd kennen de meeste VB-mandatarissen ook gewoon geen ander systeem, en er is weinig in de problematiek waar het VB zich op toelegt dat kan opgelost worden door de afschaffing van de democratie. Integendeel, het VB hamert in zijn campagne voor een onafhankelijk Vlaanderen juist, in navolging van linkse denkers als wijlen Aloïs Gerlo, Mark Grammens en Ludo Abicht, op het ondemocratische karakter van de Belgische staat met zijn Waals vetorecht.

Het controversiële in het VB-programma en de achterliggende ideologie is niet enige niet-bestaande antidemocratische agenda, wel het antimulticulturele en anti-immigratie standpunt. Het VB zegt niet racistisch te zijn, en zijn teksten bevatten inderdaad geen enkele verwijzingen naar enige rassenleer (al kunnen bij sommige mandatarissen privé wel zulke ideeën leven), maar het zal de omschrijving 'xenofoob' toch moeilijk kunnen ontkennen, en wel in de letterlijke betekenis, 'bang voor vreemden', geen vreemdelingenhaat maar wel angst om door vreemdelingen overspoeld te worden. Democratie en xenofobie zijn twee onderscheiden en niet-verbonden thema's, die in elke combinatie kunnen voorkomen. Hitler was antidemocratisch en xenofoob, Mussolini was (net als de Belgische multicul-lobby) antidemocratisch maar niet xenofoob, sommigen zijn democratisch en niet xenofoob, en het VB is democratisch en xenofoob. De term 'democratisch' als codewoord voor 'niet-VB' is dan ook leugenachtig.

Zoals Jos Verhulst opmerkt, is het deontologisch incorrect dat mensen in overheidsfuncties de allerminst neutrale term 'ondemocratisch' gebruiken om het VB te karakteriseren: „Dat de adviescommissie voor volksraadplegingen helemaal niet neutraal opereert, blijkt zelfs uit haar taalgebruik. Zo neemt zij in haar verslag de politiek geladen term 'democratische partijen' over, om alle in het Vlaams parlement zetelende partijen met uitzondering van het Vlaams Blok aan te duiden. (...) het wordt bedenkelijk wanneer een objectieve en zogenaamd neutrale instantie dit woordgebruik overneemt, en daarmee van officiële zijde een welbepaalde partij als niet-democratisch brandmerkt, zonder dat terzake ooit een juridische uitspraak heeft plaatsgevonden. Hiermee wordt niet beweerd dat het Vlaams Blok al dan niet een 'democratische' partij zou zijn; wel dat organen van de uitvoerende macht zich over zo'n vraag expliciet noch impliciet hebben uit te laten." (De Witte Werf, juni 1999, p.9) Tal van ambtenaren, die krachtens hun statuut de neutraliteit moeten betrachten, maken zich schuldig aan dezelfde overtreding, die in sommige gevallen bovendien neerkomt op machtsmisbruik. Onder hen in de eerste plaats de VRT-journalisten en de E.H. prof. dr. Johan Leman.

Ik moest hier een marginaal hoewel zeer verdienstelijk auteur als dr. Jos Verhulst, ijveraar voor directe democratie (die de 'democratische' partijen tussen aanhalingstekens plaatst omdat hij het huidige systeem niet echt democratisch vindt), citeren omdat niemand onder de gevestigde politici, politicologen en perscommentatoren ooit deze waarheid als een koe onder ogen durft zien: de tegenstelling tussen VB en de regimepartijen is er niet een van 'ondemocratisch' versus 'democratisch'. Waarover gaat die tegenstelling dan wel?

In de eerste plaats gaat het natuurlijk, en dit al twintig jaar, om de tegenstelling tussen Vlaams separatisme en Belgisch staatsbehoud. Dit is een punt waarop ik het VB maar half en half kan volgen. Voor mij was het eerste contact met flaminganten een cultuurschok: die mensen hebben van hun nationale strijdgeschiedenis werkelijk een religie gemaakt. Zelf kan ik niet meer dan een ondergeschikt belang hechten aan de staatsinrichting, al kan ik er evenmin naast kijken dat België vierkant draait en dat het separatisme daarom nu het argument van goed bestuur kan uitspelen. Echter, als men België wil doen springen op voorwaarden die voor Vlaanderen voordelig zijn, dan moet men zich zeker geen separatist noemen, maar dan moet men in België zo consequent de taalwetten doen toepassen en de Franstalige politiek van onbeschaamd eigenbelang met gelijke munt beantwoorden, dat zij er zelf uittrekken. De internationale gemeenschap ziet een centraal land als België niet graag uiteenvallen, en degene die daartoe het initiatief neemt, zal daar zeker een prijs voor betalen.

In de tweede plaats is er de tegenstelling tussen de VB-analyse van de evolutie van de migratiestromen. Het VB gaat uit van een principieel negatieve beoordeling van migratie en 'ontworteling'. Dit heeft te maken met zijn geloof in 'identiteit', met name etnische identiteit, een begrip dat mij veeleer koud laat. Zelf geloof ik in de aantrekkingspool beschaving, een eenwordende wereldbeschaving, zoals we die kennen uit de science fiction (neem nu het Swahili-meisje Uhuru in Star Trek); volgens mij is de huidige identitaire heropleving een fase in een slingerbeweging, en zal de slinger spoedig weer de andere kant uit gaan. De Griekse, Chinese of Indische beschaving hebben in hun geschiedenis eeuwenlange periodes van expansie gekend, waarin grote groepen buren en vreemdelingen zich gewillig assimileerden. Toen Alexander de wereld veroverde, dacht geen haar op zijn hoofd eraan om de taal van Macedonië als bestuurstaal te gebruiken: pas toegetreden tot de Griekse beschaving, achtte hij daartoe alleen de taal van de beschaving geschikt. De Vikingen die zich in Normandië, Sicilië of Rusland vestigden, lieten hun 'identiteit' voor wat ze was en assimileerden zich snel, vaak in één generatie. Op het niveau van de folklore vind ik identiteit best OK, maar dat een Marokkaan hier zijn cultuur verliest om in onze cultuur op te gaan, dat moet kunnen.

Echter, behalve een ideologisch bezwaar tegen ontworteling en etnische vermenging dat vooral leeft bij de harde kern, heeft het VB een veel concreter en populairder bezwaar, namelijk dat de immigratie concrete nadelen gebracht heeft. Het debat over voor- en nadelen is in ons land nooit gevoerd, en zelfs in Nederland heeft het tot 1999 geduurd eer iemand met een kosten-baten-analyse van de immigratie op de proppen kwam (nl. vele miljarden verlies). In de VS is het echter zonneklaar dat de hoge immigratie sinds 1965, en vooral in de jaren '80 en '90, het effect heeft gehad van 'de armen armer, de rijken rijker': de lonen worden gedrukt door het overaanbod aan arbeid, en de kapitaalbezitters doen daar hun voordeel mee. Daarentegen leidde de minimale immigratie in de veertig jaar voor 1965 tot een aanzienlijke sociale vooruitgang, ondermeer bij de zwarten, wier jobs vandaag door Latino's ingepalmd worden. Er is dus een sociaal argument tegen de migratie. Organen van het grootkapitaal hameren er graag op dat een land met veel migranten een florerende economie heeft (maar wat is oorzaak en wat gevolg?), hetgeen verdoezelt dat sommigen binnen die florissante economie erop achteruit gaan, en dat er ook een niet-economische kost is die niet iedereen wenst te betalen. Het voornaamste pro-migratie-argument is echter van morele aard: Europeanen die de vorige eeuwen de Nieuwe Wereld bevolkt hebben, zouden nu geen moreel recht hebben om de omgekeerde migratiebeweging af te wijzen, en zelfs de armen van hier zijn beter af dan de armen in Afrika en moeten dus niet klagen wanneer laatstgenoemden hier hun graantje komen meepikken.

Hoe dan ook, het fundamentele migratiedebat is in België nooit gevoerd, en alleen het VB heeft er een expliciet en uitgewerkt standpunt over. Geen enkele andere partij expliciteert de feitelijke uitkomst van haar migratiebeleid, bv.: „Met ons beleid worden inboorlingen binnen enkele decennia de minderheid in dit land." Misschien is dat niet erg, maar waarom zegt men het dan niet expliciet?

Want dat is het tweede aspect van de VB-visie op migratie: ongeacht de wenselijkheid van migratie in het algemeen, en ongeacht de integreerbaarheid van de huidige immigrantenbevolking, moet men vooral de toekomstige evolutie voor ogen houden. Toen ik in een debat voor de liberale VUB-studentenvereniging stelde dat het huidige aantal immigranten toch niet zo groot is dat onze samenleving het niet zou kunnen 'verteren', antwoordde Filip De Man met een verwijzing naar de demografische evoluties wereldwijd en de demografische implosie in Europa, en hij voorspelde dat de migratiedruk nog sterk zal toenemen. Het terugsturen van de huidige immigrantenbevolking werd in dat licht vooral een signaal om de nog veel omvangrijkere immigratiebereide massa's in Noord- en Midden-Afrika een halt toe te roepen.

Ooit zat ik in een panel met pater Leman, en tot 's mans verrassing bleken we het over de grond van de zaak wel eens te zijn: integratie, harop! Weliswaar nog met dit verschil dat de brave man gelooft in integratie met behoud van eigen identiteit, terwijl voor mij alleen assimilatie echte integratie kan betekenen: behalve een exotische familienaam dient een derde-generatie-immigrant in niets van de Vlaming te verschillen (nee, dat is geen Gleichschaltung en laat best wel een waaier aan identiteiten open, aan variaties in levenswijze en kleding enz., getuige ondergetekende die, hoewel zeer inheems, qua uiterlijk volgens Leman „net zo goed iemand van de GIA" zou kunnen zijn). Maar goed, dat plaatst ons beiden in het niet-racistische kamp: wij vinden immigratie okee, „maar het moet wel beheersbaar blijven", zei hij zelf en denk ik ook. Maar daar, in die beoordeling van de feitelijke evolutie, zit nu juist het meningsverschil: hij denkt dat het met de huidige aantallen in goede banen geleid kan worden, ik ben daar niet zo zeker van. En het VB meent zelfs te weten dat de beheersbaarheidsdrempel al lang overschreden is.

Op de Titanic waren het de mensen op het benedendek, die met de goedkope tickets, die het eerst ondervonden dat er iets misliep. Zo is het nu ook de volksklasse die alarm slaat, en die overigens altijd het meeste te verliezen zal hebben bij de multi-etnische samenleving. Wij intellectuelen vinden diversiteit best leuk, maar volksmensen vinden het akelig als hun straat volloopt met mensen die niet bij de kaartersclub aansluiten maar een apart verenigingsleven opzetten. Zelfs ongeacht het jongerengeweld ondervinden zij wel last van de toenemende diversiteit. Je kan dit maar oplossen door assimilatie (Turken bij de Vlaamse kaartersclub), en dat is mijn oplossing, of door een terugkeerbeleid zoals het VB dat voorstaat (Turken de straat uit).

Het integratieprobleem is een race tussen twee processen: enerzijds de natuurlijke (en gebeurlijk door het beleid te bespoedigen) assimilatie die zich voordoet wanneer mensen zich in een nieuwe omgeving vestigen, en die normaal op twee generaties geklaard kan zijn; anderzijds het vestigen van een rivaliserende collectieve identiteit bij de immigranten die blijvend de assimilatie tegenwerkt. Dit tweede proces wordt bevorderd door:

* de aanwezigheid van een ideologie die de instandhouding van de eigen identiteit en de vijandschap jegens onze samenleving aanmoedigt, in casu de islam;

* de technische mogelijkheid om zich bij het thuiskomen meteen volledig in de herkomstcultuur onder te dompelen (schotelantennes) en om zich regelmatig tijdens vakanties in het herkomstland te gaan herbronnen (wat bv. voor Europese immigranten in de VS niet gold); en

* de snelle toename van het aantal niet-geassimileerde nieuwe immigranten, die maken dat er eilanden ontstaan waar de assimilerende invloed van onze samenleving niet meer doordringt.

Jaarlijks trouwen duizenden Turkse en Marokkaanse jongeren die hier opgegroeid zijn met een partner uit hun herkomstland. Dat geeft duizenden eerste-generatie-immigranten, die al schoolgaande kinderen zullen hebben tegen de tijd dat ze onze taal beheersen, die hun kinderen niet met het huiswerk zullen kunnen helpen maar hun integendeel een fundamenteel gevoel van vreemdheid zullen bijbrengen. Naast dit grootschalig oneigenlijk gebruik van de 'gezinshereniging' (een regeling die bedoeld was om bestaande gezinnen te herenigen, niet om er nieuwe te stichten) is er op gelijkaardige schaal ook de authentieke gezinshereniging, plus andere legale en illegale vormen van immigratie, ondermeer via het vluchtelingenstatuut. Als de immigratie voortduurt en aan een hoog tempo verloopt, is integratiebeleid een geval van dweilen met de kraan open.

Het zou daarom wel eens kunnen dat de huidige demografische evolutie inderdaad niet meer 'beheersbaar' is en op termijn recht naar een burgeroorlog leidt. Dit kan vermeden worden, ofwel door een krachtige culturele beweging die de assimilatie en de de-islamisering van de immigranten bevordert, of door het fameuze terugkeerbeleid. Dit laatste lijkt mij een pijnlijke zaak voor de immigrantenjongeren die hier opgegroeid zijn, en is daarom minder wenselijk, al kent de geschiedenis tal van (doorgaans dramatische) gevallen van terugkeer van lang gesettelde immigranten naar hun land van herkomst, bv. de pieds-noirs in Algerije, Duitsers in Oost-Europa. Evenwel, als men gedoogt dat een aparte immigrantensamenleving in ons land vorm krijgt, bovendien gesterkt door de separatistische en agressieve ideologie van de islam, dan zal men het zich op zekere dag beklagen. En dan zal men, vrees ik, niet zeggen: „Hadden we maar naar KE geluisterd en de Marokkanen op school en in de media de waarheid over Mohammed ingepeperd", maar wel: „Hadden we maar tijdig het VB aan de macht gebracht."

 

 

Het andere racisme

 

De strijd tegen het VB wordt voortgezet, nu vooral via aanklachten bij de correctionele rechtbank wegens overtreding van de Wet op het Racisme. Dat worden interessante testgevallen, ondermeer ook betreffende de definitie van het woord 'racisme'. Uiteraard hééft dat woord allang een wetenschappelijke definitie, maar de Belgische wetgever meent het beter te weten en doet er een nogal afwijkende definitie bovenop. In een artikel in Streven (juni 1999) geeft E.H. Leman een idee van wat zoal onder 'racisme' moet verstaan worden en bijgevolg strafbaar is.

Het stuk opent met een in extenso geciteerde anonieme brief van een laaggeschoolde Antwerpenaar aan E.H. Leman. Enkele uittreksels: „U bent een puur racist. Uw discriminatie op basis van origine of huidskleur is puur racisme. U hebt veel Gestapo-manieren. Mensen die niet denken zoals U laat U in de gevangenis stoppen. U laat voorkomen dat vreemdelingen geen racisten zijn. Alleen VB-mensen zijn racist! Nooit gehoord van de moorden tussen Turken/Koerden, Marokkanen/Turken, Tutsi's/Hutu's. Dat zijn geen racisten? Uw oneindig gepromote laksheid is schuldig aan vele roofovervallen (men wordt toch niet gestraft), ja aan moord (P. Mombaerts)."

Volgens pater Leman toont deze brief het typische profiel van 'de VB-kiezer zoals die al jaren uit de enquêtes van prof. Billiet te voorschijn komt'. Hij twijfelt eerst of hij dit nu echt 'racisme' moet noemen, maar gebruikt vervolgens deze term toch meermalen als karakterisering, hoewel hij toch beter dan wie ook zou moeten weten dat hij betrokkene daarmee van een strafbaar feit beschuldigt, en dus ipso facto zelf schuldig is aan laster en eerroof zolang er geen gerechtelijk vonnis de briefschrijver inderdaad als 'racist' veroordeelt. In ieder geval heeft hij ongelijk: in de hele brief doet de steller geen enkele denigrerende uitspraak over enig ras of etnische groep. Dat de Turkse natie de Koerden naar het leven staat, of dat Hutu's Tutsi's uitgemoord hebben, is geen voorwerp van betwisting, tenzij de pater ook alle media voor de rechter wil slepen wegens racistische berichtgeving. De briefschrijver beschuldigt wel een mede-blanke, nl. Leman zelf, van racisme. Dat kan terecht of onterecht zijn, maar het is geenszins racistisch, tenzij natuurlijk iedereen die een landgenoot van racisme beschuldigt daardoor zelf racist is. Dan zijn we bij het niveau van „Al wat ge zegt van een ander zijt ge zelf", maar het niveau van het antiracistisch discours is inderdaad nogal primair.

Is er een verband tussen Lemans beleid en de roofovervallen en moorden door immigrantenjongeren? Rechtstreeks niet, natuurlijk, en ik neem aan dat Leman het ondermeer als zijn taak beschouwt, dat soort geweld te doen ophouden; in die zin vergaloppeert de briefschrijver zich lelijk. Anderzijds lijkt het mij evident dat vele immigrantenjongeren zich in hun brutaliteit aangemoedigd voelen door al diegenen die de inheemse bevolking schuldgevoelens trachten aan te praten, die het doen naleven van de Belgische wetten met Auschwitz vergelijken, en al dergelijke schrille propaganda van het gesubsidieerd antiracisme.

Mochten de betrokken jongeren zich een dergelijk gedrag veroorloven in een Arabisch land, dan zou hen dat duur te staan komen, want de hele samenleving samen met de gewapende overheid zou hen veroordelen en voor een strenge bestraffing zorgen. Hier daarentegen zien zij dat de brave burger niet door zijn overheid gesteund wordt, dat hij integendeel voor 'racist' uitgescholden wordt (zoals Tuur van Wallendael getuigt: je noemt de mensen in de Seefhoek 'racist', en nog eens en een derde keer, en dan zeggen ze: „Goed, dan ben ik maar racist"), dat de politie instructies krijgt om relschoppende jongeren te ontzien en vooral niet te provoceren, dat een minister sancties treft tegen een burgemeester die de wet wil doen naleven en dus geen hoofddoekjes op pasfoto's duldt. Zij zien hoe inheemse meisjes zich in het uitgaansleven te grabbel gooien terwijl hun eigen zussen goed bewaakt thuis zitten, voor hen toch wel het toppunt van onnozelheid, en hoe een inboorling die zich verzet tegen het huwelijk van zijn dochter met een moslim als 'racist' gebrandmerkt wordt; dus behandelen zij de inheemsen als een eerloos en verachtelijk volkje. Terwijl zij zelf hun etnische en religieuze identiteit kracht bijzetten, zien zij hoe inheemsen die hetzelfde willen doen, uitgescholden en uitgesloten worden, en zelfs gerechtelijk vervolgd worden door een overheidsdienst onder de vleugels van de premier. Zij lachen zich een bult om zoveel onnozelheid, voelen zich onkwetsbaar, en gedragen zich navenant. Pater Leman is onmiskenbaar een radertje in het proces dat immigrantenjongeren minachting voor onze samenleving en haar wetten bijbrengt.

De eerwaarde merkt op dat het pijnpunt in de brief eens te meer de straatcriminaliteit is, maar ook dat twee klassiekers ontbreken: „de hoge werkloosheid van allochtonen en de bedreiging die uitgaat van de islam". Hij steekt hiervoor een pluim op de hoed van antiracistische ijveraars: studies over discriminatie van allochtonen bij aanwervingen zouden tot het grote publiek doorgedrongen zijn, en de verkiezingen voor de islamraad zouden probleemloos verlopen zijn.

Mij lijkt het onwaarschijnlijk dat deze laaggeschoolde zich door zulke 'studies' heeft laten overtuigen: veeleer is de financiering van allochtone werkloosheid door de sociale zekerheid iets waar hij niet rechtstreeks en zichtbaar last van heeft. Wat de islam betreft: E.H. Leman weet beter dan wie ook dat de verkiezingen voor de islamraad er maar gekomen zijn mits zeer omslachtige en ingewikkelde inspanningen, en dat ze zeker geen groot succes waren: lage opkomst, groot percentage fundamentalisten verkozen (jammer dat dat per ongeluk uitgelekt is), en vervolgens de uitsluiting van sommige verkozenen uit het uitvoerend orgaan op basis van hun dossiers bij de staatsveiligheid. Maar het klopt dat de islam momenteel minder onder de aandacht staat, mede door de internationale situatie: het Palestijnse vredesproces doet de vliegtuigkapingen vergeten, het is stil in Libanon, en er zit sleet op de GIA.

In ieder geval: de halfgeletterde 'racist' blijkt zelf het woord 'racist' als een zeer negatieve term te bezigen. Toch wel vreemd voor een racist. Hij keert zich tegen twee vormen van racisme die hem bedreigen: het racisme van diverse uitheemse volkeren onderling, die hun conflicten hier importeren (zie bv. de Turkse aanvallen op Koerdische instellingen); en het 'racisme' van de officiële racismebestrijding, die vormen van anti-inheemse discriminatie zou invoeren, promoten, met dwang opleggen.

Dat racisme of alleszins agressief etnocentrisme veel sterker floreert buiten de Europese Unie dan erbinnen is onmiskenbaar. Zwarten generen zich niet om hun trots op hun ras te uiten: black power, black is beautiful. China voert een eugenetische politiek om het gele ras klaar te maken voor de komende strijd om de wereldheerschappij tegen het blanke ras. De Latino's in de VS noemen zichzelf ongecomplexeerd over La Raza, 'het ras'. Bij de immigrantengroepen hier en bij de minderheden in de VS bestaat een grootschalig antiblank racisme, en een groot deel van de interraciale misdaden van gemeen recht zijn in feite ook hate crimes, racistisch gemotiveerde uitingen van haat jegens de blanken. Vooral bij verkrachtingen is dit motief zelden ver te zoeken. Wat pater Lemans correspondent beweegt, is niet vreemdelingenhaat en nog minder rassenhaat, maar wel angst voor vreemdelingen, en met name voor de haat jegens de inheemse bevolking die hij bij vreemdelingen vermoedt.

Ook de politiek van positieve discriminatie, verhullend affirmative action genoemd, wordt door de briefschrijver 'racistisch' genoemd: rauwe discriminatie op basis van etnische afkomst. Martin Luther King droomde ooit dat mensen zouden beoordeeld worden, niet op basis van hun huidskleur maar wel van hun kwaliteiten van hoofd en hart. Het is door terug te grijpen naar de 'kleurenblinde' eisen van de burgerrechtenbeweging van de jaren '60 dat burgerinitiatieven in enkele Amerikaanse deelstaten recent de positieve discriminatie hebben doen verbieden. Misschien was dit nodig om er bij de eertijds bevoorrechte blanken het antiracisme in te stampen, maar nu is het dus zo ver: het zijn nu de anderen, of sommige haviken onder hen, die ras of etniciteit als criterium bij benoemingen willen invoeren of behouden. Misschien voldoet hun houding nog net niet aan de wetenschappelijke definitie van 'racisme', want zij verdedigen alleen het belang van hun rasgroep zonder er daarom een theorie van raciale ongelijkheid op na te houden; maar ze beantwoordt zeker wel aan de impliciete en zeer brede definitie die Leman en de Belgische wetgever eraan geven.

In ieder geval zal zulk beleid, met bv. controles of werkgevers wel voldoende uitheemsen in dienst hebben, zeker tot meer conflicten leiden. Maar misschien heeft de briefschrijver wel ongelijk als hij bij Leman zulk beleid vermoedt? Misschien zijn de beroeps-antiracisten wel terug bij hun verstand gekomen en hebben zij nu toch voor een strikt kleurenblinde politiek gekozen? Sedert 1830 of daaromtrent zijn Nederlandse of Franse immigranten hier nooit ambtenaar kunnen worden tenzij zij de Belgische nationaliteit verwierven; het ware inderdaad 'racistisch' om een uitzondering te maken voor exotischer immigrantengroepen.

Naast het ongeletterd 'sociologisch racisme' van de briefschrijver ontwaart Leman "een nieuw, een ander soort racisme" in de betere kringen in Vlaanderen: het 'parvenu-racisme'. Hij specificeert: "Het woord 'racisme' gebruik ik hier in de tweede betekenis die Van Dale eraan geeft, nl. als 'uiting van rassenwaan'." Welk belang heeft Van Dale nog nu er een wet is die vastlegt wat racisme is en hoeveel straf erop staat? Hoe dan ook, laat ons die definitie eens testen tegen de gegevens die Leman verstrekt over dit parvenu-racisme. De parvenu-racist is iemand die het, niet zonder enige belastingontduiking, 'op eigen kracht' gemaakt heeft, en neerkijkt op de minder succesvolle bevolkingsgroepen: de Kongolezen, legt hij uit, „zijn nog vele jaren van onze graad van beschaving verwijderd. Ze weten zelfs niet wat democratie zou kunnen zijn." Noteer terloops Lemans erkenning van het feit dat 'racisten' democratie als criterium van beschaving zien, en als een goed om trots op te zijn. Laat ons eens zien of dit invloed heeft op zijn omschrijving van het VB als 'ondemocratisch'.

Maar vooral: in genoemd citaat ontbreekt elke verwijzing naar het rasbegrip en a fortiori naar enige 'rassenwaan'. De geciteerde parvenu-racist heeft niet gezegd dat de beweerde socio-culturele achterstand in Kongo genetisch bepaald is. Hetzelfde geldt voor de typische parvenu-racist die volgens Leman al eens in verre landen op zakenreis of vakantie geweest is en zelfzeker beweert: „Daar moet je niet willen doen wat die gasten zich hier allemaal veroorloven. En wij geven hun voorrechten die zij ons daar nooit zullen geven. Probeer het maar. Ik ben er geweest." Maar dat is toch een waarheid als een koe? Het is een simpel verifieerbaar feit dat je in de Arabische landen veel harder aangepakt wordt dan hier als je de wetten overtreedt. Dat gastarbeiders er hun gezin niet mogen meebrengen en na afloop van hun contract terug naar huis moeten. Dat hun religieuze rechten er streng ingeperkt zijn. Dat buitenlanders in vele landen geen onroerend goed kunnen kopen, laat staan staatsambtenaar worden. Maar het vaststellen van zulke aperte feiten is voor Leman dus 'rassenwaan'. Als een parvenu de waarheid zegt, stel hem dan meteen terecht*

Volgens Leman maakt de parvenu-racist „geen onderscheid tussen een ideologie als systeem en de individuele mensen". Aha, dan ben ik dus geen parvenu-racist, want ik hamer al een decennium lang op dat onderscheid: „Het probleem is niet de moslims, maar de islam." Maar dat gebrek aan onderscheid bestaat in beide kampen. Tal van antiracisten, onderwie personeelsleden van Lemans Centrum voor Racismebestrijding, hebben beweerd dat ondergetekende „iets tegen Arabieren heeft". Nee hoor, de Arabieren waren de eerste slachtoffers van de islam, en elke antiracist moet het volgens mij tot zijn plicht rekenen, hen van die dwaalleer te bevrijden.

De parvenu-racist beweert ook: „Wij hadden en hebben hen niet nodig, wij hebben hen ook niet uitgenodigd. Zij zijn een last. Zij kosten." Of zij kosten, is een kwestie die althans in haar financiële dimensie bij benadering becijferd kan worden. In Nederland is daarover zopas een debat losgebarsten, en dat zou hier ook best gebeuren. Lemans goedbemande diensten kunnen dan wellicht voorrekenen dat zij niet kosten, maar opbrengen. In ieder geval, dit is een feitenkwestie, en alleen feitenonderzoek kan hierover uitsluitsel geven. Dat ons land destijds de gastarbeiders niet 'nodig' had, daar valt wel iets voor te zeggen; maar de werkgevers zagen er toch wel wat in, om de loonkost te drukken. De Golfstaten hebben veel meer gastarbeiders in dienst, maar hebben geen integratieprobleem, want die mensen blijven in het gastarbeidersstatuut totdat zij het land weer verlaten. Hier werd op sentimentele gronden van dat beleid afgestapt: onder druk van ondermeer de christelijke vakbondsleiding, die de gastarbeiders uit de bordelen wou houden, mochten zij hun gezin laten overkomen. Zoals men weet heeft Valéry Giscard d'Estaing, die als Frans president het systeem van gezinshereniging ingevoerd heeft, dit achteraf de zwaarste fout uit zijn presidentschap genoemd, het begin van een 'belegering' van de Franse steden door aanzwellende groepen vreemdelingen.

Heeft de inheemse bevolking hen 'uitgenodigd'? Nu wil ik hier niet spelen op een tegenstelling tussen bevolking en politici, want de eerste is niet vooruitziender dan de laatsten, maar feit is dat die beleidsdaad en zijn onvermijdelijke gevolgen nooit het voorwerp hebben uitgemaakt van een brede maatschappelijke discussie. Zoiets bestond toen trouwens nog maar amper in het onmondige Vlaanderen, en 'de gastarbeiders' waren een kleurrijk-sympathieke en numeriek marginale groep waarover men zich niet te veel zorgen maakte. Dus: nee, 'wij' hebben hen niet uitgenodigd, maar we moeten de gevolgen dragen van een weliswaar lichtzinnige beslissing die wij passief gesteund hebben. Op dit punt denk ik dat de geciteerde parvenu au fond ongelijk heeft. Maar evengoed, er is geen spoor van racisme in zijn uitspraak. Wie eens een echt racistisch werk ter hand neemt, van een Arthur de Gobineau, een Georges Vacher de Lapouge of een Malcolm X, of een echt racistisch blad zoals het Amerikaanse maandblad Instauration (waarin zwarten mud people genoemd worden en abortus goedgekeurd wordt omdat het vooral bij joden en zwarten in zwang is en hun geboortecijfer indamt), zal gauw merken wat een belachelijke woordenzwendel het is om het gemopper van de Vlaamse parvenu als 'racisme' te brandmerken.

Gooit pater Leman het net van het 'racisme' zeer breed uit, toch zorgt hij ervoor dat bepaalde grote vissen kunnen ontsnappen. Hij verhaalt hoe hij in een kampanje het Brusselse Erasmusziekenhuis opvoerde als pionier in de aanwerving van allochtonen, en een protestbrief kreeg waarin erop gewezen werd dat Vlamingen in dit ziekenhuis zwaar gediscrimineerd worden, in flagrante overtreding van de taalwet, en dit terwijl het „vooral met Vlaams geld gefinancierd wordt". Dit argument is natuurlijk onsympathiek (al is het tegengestelde standpunt, „zwijgen en betalen!", dat nog meer), maar volgens Leman „is dit laatste voorbeeld uiteraard geen racisme". Nee? Op de VRT heb ik al menige BV de arme minister-president Vandenbrande voor minder 'racist' horen noemen. In de Franstalige pers is in berichten over Vlaamse eisen i.v.m. federale loyauteit het woord 'racisme' nooit ver weg. Maar goed, ere wie ere toekomt, Leman noemt Vlaams protest tegen anti-Vlaamse discriminatie geen racisme. Hoe genereus. Voor wie een wetenschappelijke definitie van 'racisme' gebruikt, is dit natuurlijk evident: Vlaams-Waalse conflicten betreffen groepen binnen eenzelfde ras, en zijn dus per definitie geen kwestie van racisme.

Maar een blanke Turkse sollicitant weigeren, is op dezelfde grond evenmin racisme, terwijl dat voor Leman natuurlijk wél racisme moet heten, anders was het bereik van zijn racismewet veel te klein. Dus vermoed ik dat zijn generositeit zo haar redenen heeft. Wie discriminatie van Turken racisme noemt, moet de systematische discriminatie van Vlamingen in Brussel natuurlijk ook racisme noemen, maar dat wil pater Leman met alle geweld vermijden. Stel je voor dat Vlamingen het Erasmusziekenhuis of de Brusselse overheid voor de rechtbank zouden dagen wegens 'racisme'; dat Brussel onregeerbaar zou worden door een cordon sanitaire tegen het 'racistische' FDF. Nee, Leman is natuurlijk niet benoemd om dat soort 'racisme' te lijf te gaan. Bij nader toezien bewijst het incident veeleer wat Mark Grammens geschreven heeft: het Centrum voor Racismebestrijding is een wapen gericht tegen het VB, niet om zijn 'racisme' maar wel om zijn Vlaams-nationalisme en separatisme te treffen.

De man die bevoegd is om als aanklager op te treden tegen 'racistische' misdrijven gebruikt een zeer elastische definitie van 'racisme': reële discriminatie tegen Vlamingen (uit Vlaamshaterij of als positieve discriminatie) valt er niet onder, een boze brief aan hemzelf valt er wel onder. De man die zijn roem en zijn broodwinning aan het 'racisme' te danken heeft, slaagt er niet in om die term gedurende de lengte van één artikeltje consequent in dezelfde betekenis te gebruiken. Hoewel 'racisme' vandaag een van de zwaarst denkbare beschuldigingen is, vindt hij het niet nodig om in het uiten van die beschuldiging dezelfde standaard te hanteren jegens Vlaamshatende Franstaligen en jegens Turkvrezende Vlamingen. Zoiets heeft een naam.

 

Koenraad Elst

 

 

 

 

 

 .

 

 

horizontal rule

Home

Articles

Books

Book Reviews

Interviews

Dutch Articles

About

Download

Print

 

 

 

 

VOD Authors

VOD Home